Béla Tarr toont kwetsbaarheid menselijke beschaving

Tentoonstelling meester van het betoverende lange shot in EYE 

Béla Tarr toont kwetsbaarheid menselijke beschaving

EYE Amsterdam houdt van 21 januari tot en met 7 mei de tentoonstelling Béla Tarr – Till the End of the World. Béla Tarr wordt wereldwijd beschouwd als de meest invloedrijke filmauteur van de afgelopen dertig jaar. Hij is de meester van het betoverende lange shot en van de prachtig in beeld gebrachte, zwaarmoedige films over de condition humaine.

Béla Tarr (Pécs, Hongarije, 1955) brak internationaal door met Damnation (1988) en breidde zijn roem en aanzien uit met zijn ruim zeven uur durende magnum opus Sátántangó (1994) en Werckmeister harmóniák (2000).

Uitzichtloosheid
Alle drie de films zijn op te vatten als commentaar op de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving; onverwachte, bedreigende ontwikkelingen blijken het dierlijke in de mens naar boven te brengen en doen de onderlinge solidariteit in een besloten gemeenschap snel teniet. Het zijn grootse, aardse films, waarin de mens in de uitzichtloosheid van zijn bestaan wordt geportretteerd. Toch is er soms een glimp van verlossing, als de drank vloeit, een orkestje speelt en de barbezoekers zich verliezen in een dronken dans.

Tarr beschouwt zijn laatste film The Turin Horse (2011) als een film over het einde van de wereld en daarmee tegelijkertijd als het einde van zijn eigen filmografie. Hij kon zich niet voorstellen ooit nog een film te kunnen maken die nog meer tot de essentie teruggebracht zou zijn. Sindsdien bestiert Tarr een filmschool in Sarajevo. Voor de tentoonstelling in EYE neemt Tarr echter voor het eerst weer de camera ter hand om zijn allerlaatste scène te filmen. Het is zijn boosheid over de houding binnen Europa, en met name in Hongarije, tegenover vluchtelingen en migranten, die hem ertoe heeft aangezet om een statement te maken en zich uit te spreken.

Carrière
Op zestienjarige leeftijd begon Béla Tarr al met het maken van films, veelal naturalistische en geëngageerde sociale drama’s en documentaires. Na zijn opleiding aan de filmacademie in Boedapest ontwikkelde hij een eigenzinnige en invloedrijke stijl. Sinds Damnation (1988) kenmerken Tarrs films zich door lange takes en weinig montage, doorgaans opgenomen in adembenemend zwart-wit. Zijn personages leven armoedige levens in doffe uitzichtloosheid op het desolate Hongaarse platteland. Tarr toont ons het bestaan ontdaan van alle franje en nodigt zijn kijkers uit tot mededogen.

In het werk van Béla Tarr zijn stijl en inhoud onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zijn films getuigen van een somber wereldbeeld waarin de mens geen grip heeft op zijn eigen bestaan en gedwongen is het lot passief te ondergaan. De personen in zijn films zijn in de steek gelaten door het leven. De films spelen zich veelal af in een omgeving waar verval, afbraak en desinteresse heersen. Maar uit deze situatie maakt Tarr als een van de grootmeesters van de hedendaagse cinema een oeuvre dat hypnotiserend is in zijn beeldende kracht. Tarr durft als geen ander te vertrouwen op het beeld, dat je optilt uit de ellende. Hij filmt sinds Damnation louter in zwart-wit, of eigenlijk zou je beter kunnen zeggen in grijs, en gebruikt extreem lange shots waarin de camera heel langzaam een ruimte of een landschap ‘verkent’.

Oude Testament
Speciaal voor EYE heeft Tarr een tentoonstelling ontwikkeld die het midden houdt tussen een film, een theaterdecor en een installatie. Bij de tentoonstelling is een flankerend filmprogramma in de filmzalen te zien en zullen een aantal films van Tarr opnieuw in roulatie worden gebracht.

Béla Tarr: “Ik beschouw film nog steeds niet als showbusiness, maar als de zevende kunst. Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in verhalen, omdat het verhaal altijd hetzelfde is. Lees het Oude Testament maar, het staat er allemaal al in, we hebben geen nieuwe verhalen te vertellen, we belanden altijd in hetzelfde oude verhaal.”

 

13 december 2016

 


MEER NIEUWS EN ACHTERGROND