Bij de dood van de Nederlandse filmregisseur Paul Cox

Bij de dood van de Nederlandse filmregisseur Paul Cox

door Cor Oliemeulen

Paul Cox (Venlo, 1940) belandde in het kader van een studentenuitwisseling als fotograaf in 1965 in Australië en ontpopte zich als ‘de vader van de onafhankelijke Australische cinema’. Hij laat negentien speelfilms en twaalf documentaires na – volgens kenners gaan ze allemaal over ‘het echte leven’.

Paul Cox

Zijn eigenzinnige aanpak en uitgesproken mening vond waardering vanaf het moment dat Cox in 1981 de prijs van de beste Australische film won met Lonely Hearts, het portret van een oudere, verlegen pianostemmer die zich aanmeldt bij een datingbureau en op zoek gaat naar romantiek. Veel van Cox’ films zijn erg persoonlijk en gaan over eenzaamheid (in relaties), liefde en de dood. Vaak met subtiele humor, soms satirisch, met een afkeer van hypocrisie, de nepwereld van Hollywood en exploitatie van religie. En vaak met een voorliefde voor kunst, zoals in zijn documentaire Vincent (1987) over de gelijknamige Nederlandse schilder.

Vorig jaar schreef en regisseerde Paul Cox zijn laatste film: Force of Destiny. We volgen een man die, wachtend op een levertransplantatie, liefde vindt bij een lotgenoot. Het romantische drama is losjes gebaseerd op Cox’ eigen strijd tegen kanker. De filmmaker kreeg in 2009 zelf een nieuwe lever, echter vorig jaar kwam de kanker terug, in zijn nieuwe lever.

Ziekte is ook het thema van het filmessay The Remarkable Mr. Kay (2005), een portret van zijn zieke vriend Norman Kaye die acteert in maar liefst zestien films van Paul Cox, zoals Lonely Hearts en Man of Flowers, waarmee hij voor het eerst internationale bekendheid verwierf.

Man of Flowers
Man of Flowers (1983) is misschien wel de mooiste erfenis van Paul Cox. Charles Bremer (Norman Kaye) is een excentrieke, gevoelige man van middelbare leeftijd die leeft in een groot huis vol kunst. Hij raakt opgewonden van naakte bronzen standbeelden en de geur van bloemen, die hij in grote getale laat aanslepen. Iedere woensdag laat hij het volkse meisje Lisa strippen voor geld, maar direct nadat zij al haar kleren heeft uitgetrokken, spoedt hij zich naar de overkant van de straat om in de kerk vol extase het orgel te bespelen.

Man of Flowers

In sfeervol opgenomen flashbacks met een Super 8-camera ontdekken we langzaam de oorzaak van Charles’ seksuele incompetentie. Als klein jongetje raakt hij gefascineerd door het evakostuum van zijn moeder, het decolleté van zijn welgevormde tante en de geur van vrouwenlichamen. Telkens zien we zijn strenge vader (Werner Herzog) afkeurend reageren en de kleine Charles straffen. Nu, tientallen jaren later, schrijft Charles zijn inmiddels overleden moeder brieven, die hij laat retourneren, zodat contact met de postbode hem wat uit zijn isolement haalt.

Hoewel Paul Cox sensualiteit en het incidenteel praten over seksualiteit niet schuwt, wordt Man of Flowers nergens plat of ongemakkelijk, maar kan de kijker zich laten meeslepen in de bijzondere wereld van de fijnzinnige, maar gefrustreerde Charles. Hij wekt uiteindelijk compassie op bij Lisa, die samenwoont met een aan cocaïne verslaafde wannabe-Karel Appel, waarmee het contrast tussen de twee belevingswerelden en het benaderen van kunst knap is neergezet.

Liefhebbers van intense opera komen uitstekend aan hun trekken met prachtige aria’s en cantates van Montserrat Caballé en José Carréras uit Donizetti’s ‘Lucia Di Lammermoor’, terwijl de slotscène van de film – vier naar de zee gekeerde statische gestaltes met tientallen rondvliegende vogels in mooi licht gevangen – Cox’ fotografische achtergrond verraadt.

Molokai: The Story of Father Damien
In interviews vertelde Paul Cox hoe moeilijk het soms was om als onafhankelijk cineast financiers voor zijn films te vinden. Een jaar voor zijn veel bejubelde Innocence wist hij eindelijk een aardig budget van ruim zeven miljoen bij elkaar te sprokkelen voor zijn verfilming van het leven van de Belgische Pater Damiaan. In Molokai: The Story of Father Damien (1999) zien we dan ook een keur van internationaal bekende acteurs (Peter O’Toole, Sam Neill, Derek Jacobi, Jan Decleir), maar jammer genoeg werd het inspirerende verhaal over de katholieke priester die zich eind negentiende eeuw op het Hawaiiaanse eiland Molokai ontfermt over honderden afgeschreven leprapatiënten, ondanks de mooie fotografie en het gedegen acteerwerk, geen commercieel succes.

Molokai: The Story of Father Damien

Wanneer de priester na aankomst op het eiland heeft geconstateerd hoe veel van de honderden leprapatiënten zich staande proberen te houden met drank en ontucht en het vervallen kerkje betreedt, zegt hij vol toewijding tegen Jezus aan het kruis: “U ging dood op uw drieëndertigste, mijn leven begint op mijn drieëndertigste.”

De bisschop had hem nog gezegd om elk lichamelijk contact met de patiënten te vermijden, maar het duurt niet lang voordat de goedgelovige Damiaan handen schudt, knuffelt en uit dezelfde fles drinkt als iemand die is besmet. Hoewel hij “zijn gezondheid in de handen van God en de Maagd Maria” legt, krijgt hij jaren later zelf ook lepra, sterft en zou Pater Damiaan een eeuw later worden heiligverklaard (en uitgroeien tot meest populaire Belg).

Molokai is beduidend minder onconventioneel dan veel van Cox’ andere werken en lijkt vooral een eerbetoon aan Pater Damiaan, die aanvankelijk vecht tegen de hypocrisie van de kerk en de politiek, en kiest voor totale zelfopoffering. Het is een humanistische film over lijdende mensen in moeilijke omstandigheden, een thema dat als een rode draad loopt door het oeuvre van de geboren Nederlander Paul Cox.
 

21 juni 2016

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND