Camera Obscura: Apocalyptisch kijkvoer

Apocalyptisch kijkvoer

door Bob van der Sterre

Whoops… Apocalypse ♦ A Boy and his Dog ♦ The Last Man on Earth

 

Het einde der tijden is al eeuwenlang een interessant thema in de kunst. Cinema leent zich er goed voor. Tegenwoordig is het onderwerp weer helemaal in, zelfs Mad Max is weer terug, maar we hebben nog een paar betere voorbeelden.

Hét decennium voor de apocalyptische film was de jaren tachtig (Mad Max, Escape from L.A., The Quiet Earth). Gewelddadig, schokkend, over de top. Maar niet alle films waren even gewelddadig. Whoops… apocalypse (1986) bijvoorbeeld is een satirische kijk op (post)apocalyptische tijden.

Het begint met een revolutie op een onbetekenend eilandje in de Cariben. De Britse kolonie Santa Maya is onder de voet gelopen door de regering van Maguador. De Britten veroveren de kolonie weer terug. De revolutionairen hebben een kaart in de mouw: Lacrobat, een goochelaar en vermommingskunstenaar die zich voor veel geld laat inhuren. Hem lukt het om de vredesonderhandelingen te frustreren en voor veel Maguadoriaans geld een Britse prinses te ontvoeren.

Kabouters oorzaak economische crisis
Het werkt niet mee dat de premier van Groot-Brittannië intussen batshit crazy is geworden. Hij wijt de economische crisis aan gnomen en kabouters. Zijn oplossing tegen werkloosheid is even radicaal als gestoord: er moeten minder mensen in het land zijn. Andere ministers proberen hem subtiel om zeep te helpen maar hij heeft uiteraard alle geluk van de wereld.

Je zou denken dat een combinatie van dit thema en de mindere filmjaren tachtig alleen maar iets vervelends kan opleveren. Maar de film verrast. De acteurs zijn gepassioneerd, het tempo ligt hoog, het script is vermakelijk (‘Hebben wij echt elf soldaten verloren in een schietpartij in een wassenbeeldenmuseum?’) en soms zelfs mysterieus (het dubieuze eiland). Het is ook nog eens een film met bravoure: de koude oorlog was nog warm, de Falkland-oorlog pas vier jaar oud.

Whoops… Apocalypse is ondanks alle onzin een vermakelijke satire over hoe fataal wereldpolitieke zaken kunnen uitpakken. Sowieso is het leuk om al die getalenteerde komedianten samen in een film te zien: Alexi Sayle (The Young Ones), Rik Mayall (idem), Peter Cook (originele Bedazzled), Herbert Lom (Pink Panther-films) en Michael Richards, die toen nog geen idee had dat hij een paar jaar later wereldberoemd zou worden als Kramer in Seinfeld.

Chaos regeert na de Vierde Wereldoorlog
Van de ene acteur die nog niet wist dat hij een held in een serie zou worden, naar een andere: Don Johnson, de ster van A Boy and His Dog, wist in 1975 nog niet dat hij tien jaar later in belachelijke flashy  outfits de straten van Miami veilig (of onveilig) zou maken. Het contrast van zijn rol als blitse Sonny Crockett met zijn rol als Vic in deze film is groot. Hij loopt in lompen, schreeuwt meer dan hij praat en slaapt op elk matras dat hij ziet liggen.

De apocalyps is hier in tegenstelling tot Whoops… Apocalypse al geweest. Dit is de maatschappij na de Vierde Wereldoorlog in 2024. Postapocalyptisch  dus. Geen uitgestorven steden, maar woestijnen, vieze mensen, lijken her en der, een survivor (Vic) en zijn pratende hond (Blood). Hoezo pratende hond? Dat is nu eenmaal zo.

Deze primitieve ‘maatschappij’ draait om seks en geweld. De hond helpt hem daarbij door nuttige tips te geven. Ergens ontmoet hij een vrouw. Na een wilde nacht met haar wil hij wel weten wat er te doen is in ‘the underground’, waar ze het aldoor over heeft, ook al moet hij dan Blood achterlaten.

Het is in geen enkel opzicht wat hij ervan verwachtte. Iedereen draagt clownsmake-up en lijkt te leven naar de grillen van ‘the committee’. Een wereld die zich niets lijkt aan te trekken van het postapocalytische gedoe bovengronds. De leiders zijn, op zijn zachtst gezegd, niet goed snik.

Het opmerkelijkste van A Boy and His Dog is hoe je kunt zien dat men in 1975 veel minder aanstoot nam aan gewaagde onderwerpen. In deze film zien we slavenarbeid, is een pornofilm een vorm van ontspanning, worden vrouwen vanzelfsprekend misbruikt en veranderen mannen in een fokstier. Om nog maar te zwijgen over het plot. Maar die aanpak getuigt vermoedelijk wel van inzicht in hoe het echt  zal zijn in een postapocalyptische maatschappij, als chaos regeert.

Een vreemde film die de stempel draagt van de maker, L.Q. Jones, een westernacteur die slechts twee films regisseerde. De sfeer zou ondertussen zijn hergebruikt in de beroemde game Fallout. L.Q. Jones zal dus toch ergens de juiste apocalyptische snaar hebben getroffen.

Dat moment dat we alleen overblijven
Wat we nu nog missen, is de ‘klassieke’ postapocalyptische film. Die krijgen we in de vorm van The Last Man on Earth (1964). Er zijn niet minder dan drie mogelijkheden om Richard Mathesons klassieke SF-boek over een eenzame man in een stad te herleven. The Omega Man (1971), I Am Legend (2007) en deze film. En de liefhebber kan zelfs terecht bij een gloednieuwe tv-serie met een gelijknamige titel.

We kijken naar de eenzame dokter Robert Morgan en herleven via flashbacks hoe de situatie is ontstaan. Afscheid nemen van dochter en vrouw door de plaag en ruzies met collega’s op het laboratorium waar iedereen in allerijl een serum probeerde te ontwikkelen.

Het oogt niet eens zo onaangenaam, deze postapocalyptische samenleving. Elke dag een nieuw autootje uitzoeken. Rondrijden waar je maar wilt. Af en toe een filmpje kijken (zelf even de spoel aanzetten). Goede whisky drinken. Jammer van de vampiers die ‘s avonds tegen je ramen aan lopen te slaan en roepen dat ze je gaan doden.

Maar als je eigen vampiervrouw ‘Let me in…’ fluistert bij je voordeur is het allemaal wat minder vrolijk.

Waarom krijgt The Last Man on Earth de voorkeur boven de anderen? Hier geen halfblote Charlton Heston die uzi’s leegt op mannen in zwarte pakken, maar een tot op het bot verdrietige Vincent Price die met blote vuisten en een spiegeltje de vampiers verslaat. Het script is bovendien geschreven door Matheson zelf. En Vincent Price in de hoofdrol betekent luisteren naar een van de mooiste stemmen van de filmindustrie.

Al met al zou je kunnen zeggen dat wij er als mens een preoccupatie mee hebben, dat moment dat we alleen overblijven. De ironie is dat als het moment dan echt daar is, niemand de film erover nog kan kijken.

 

5 maart 2016

 

Alle Camera Obscura