Beschaafde gekken

Beschaafde gekken

door Bob van der Sterre

Audrey Rose ♦ The Collector ♦ Deadly Strangers

 

Amerikaanse creeps zijn vaak een stuk saaier dan hun Britse evenknieën. Henry van Henry: Portrait of a Serial Killer is een gevoelloos en gewelddadig beest. Britse creeps zijn juist in staat om tegelijkertijd beschaafd als gemeen te zijn. Het is ook veel lastiger om hun bedoelingen te raden. In deze Camera Obscura behandelen we drie fraaie voorbeelden.

Wat doe je als je dochter ziek is, je alle wegen al hebt bewandeld, en er een man zich meldt die meent te weten wat de oorzaak is van de ziekte? Hij beweert dat zijn dochter Audrey Rose is gereïncarneerd in het meisje. Na in eerste instantie afwijzend te hebben gereageerd, nodigen de ouders hem toch thuis uit. Dat is alsof je een intrigant een vrijkaartje geeft in je huishouden.

Anthony Hopkins geeft een galavoorstelling
Hoover is een extraverte creep. Scènes maken doet hij voor zijn lol; schaamte kent hij niet om zijn doel te bereiken. Hij is zo’n type dat zijn rare daden achteraf goed praat. Dat maakt hem griezelig vastberaden en van enig verzet blijft al snel geen spoor meer over.

Anthony Hopkins geeft in Audrey Rose (1977) een galavoorstelling als Hoover, die mensen achterna loopt zonder wat te zeggen en dan vader gaat spelen van hún kind. Het is allemaal van fluweel, dat spel van hem. Zo scherp, zo ontspannen, iets zeldzaams om zo’n performance te zien. Het enge is dat hij er zelf écht in schijnt te geloven.

Zijn creep zou je een ‘voorstudie’ kunnen noemen van zijn beroemde rol, veertien jaar later, als Dr. Hannibal Lecter. Jammer dat hij meer op de achtergrond komt naarmate het verhaal vordert. De film van Robert Wise is ook een beetje aan de langdradige kant. Wel gaat iedereen uit zijn dak: schreeuwend, gillend, brullend. Voor de liefhebbers van dat soort toneel is dat goud waard.

Vlinders en vrouwen verzamelen
Freddie Clegg uit Reading is een ander type dan Hoover. Hij is introvert en verzamelaar van vlinders. Op een dag besluit hij zijn werkveld aan te passen en ook vrouwen te gaan verzamelen. Maar alleen een vrouw veroveren is al niet makkelijk – laat staan als je haar tegenstribbelend meeneemt.

The Collector (1965) is een psychologisch portret van een introverte, autistische man. Hij is een type ontvoerder dat bezorgd is of zijn gekidnapte dame wel genoeg eet en drinkt. Hij zorgt ervoor dat ze kan schilderen wat ze wil en laat haar een kaartje sturen naar haar moeder. Hij is serieus als hij zegt: ‘Je kunt verliefd worden als je maar je best doet.’

Met zijn vriendelijkheid (‘Ik heb weer geen misbruik van je gemaakt’) is Freddie op zich geen onsympathieke vent. Het is alleen jammer dat hij zijn vrouwen met chloroform versiert. Hij is eerder immens treurig dan een echte sadist. Daar zullen de kijkers die hem gewoon ‘eng’ vinden toch overheen kijken.

Het verhaal (naar de roman van John Fowles) schetst een boeiend dilemma tussen de seksen. Het zegt wat interessants over de zwakten van mannen: die willen iets bereiken en doen dat desnoods kwaadschiks. Het zegt ook wat boeiends over zwakten van vrouwen: die gaan zich aan wie dan ook hechten, zelfs degene die ze onderdrukt. Te veel agressie versus te veel empathie.

Bijna vijftig jaar oud maar de onderhuidse spanning is nog steeds zinderend. Het zijn allemaal stille, zwijgende momenten die je ziet. Weg zijn de violen die je vermoedelijk in andere films zou horen. Terence Stamp is bovendien grandioos als halfmaniakale en halflieve vlinderverzamelaar. Veel goeds zal zijn rol niet doen voor de sociale positie van introverten. Maniakken zijn het, vertrouw ze vooral nooit. De film houdt dit soort clichés levend.

Deadly Strangers (1975) is een beetje vreemde eend in de bijt; hier is het namelijk niet zeker of de man wel een creep is. Maar Stephen Slade heeft wel alle kenmerken. Hij pikt tijdens een heftige regenbui Belle Adams op en neemt haar mee naar een hotel, want ze heeft net de trein gemist. En maakt het niet juist een creep als je het niet helemaal zeker weet?

Ontsnapte geestelijk gestoorde
Of hij heeft alle schijn tegen zich, of Stephen is werkelijk die ontsnapte geestelijk gestoorde. Waarom anders liegt hij over een vertrekkende trein, heeft hij spullen in zijn auto die hij niet kent, en wil hij per se niet door de politie gepakt worden?

Op zeker moment raken ze elkaar uit het oog, komt er zelfs een andere man tussen, de zwierige Malcolm Robarts (Sterling Hayden), tot ze weer bij elkaar komen, en hun weg naar het hotel vervolgen.

Stephen wordt gespeeld door de onlangs overleden Simon Ward, die met zijn fijnzinnige gezicht en dandyachtige uitstraling de Britse creep naar een hoger niveau tilt. Hij heeft iets van een Jude Law maar nog listiger. Je kunt met iemand als Stephen alle kanten uit.

De film is tamelijk ‘gewoon’ en leent zijn kracht vooral aan de plot. Dit soort plots zijn tegenwoordig bijna gemeengoed geworden in spannende films maar was in 1975 nog best origineel. Het spel is verder degelijk, het script evenzo, dus zou ik de kans om jezelf te entertainen met een gewone, spannende film niet laten ontzeggen.

 

9 juni 2014

 

Audrey Rose

 

Alle Camera Obscura