Camera Obscura: Carrièremannen zonder scrupules

Carrièremannen zonder scrupules

door Bob van der Sterre

Sweet Smell of Success ♦ Life at the Top ♦ L’argent

 

Carrièremannen; ze komen vaak voor als bijrollen in films, maar zelden zelf als onderwerp. Gordon Gecko in Wall Street (1988) was een legendarische rotzak maar er waren voorgangers. Daarom nu drie films waarin de carrièreman, in al zijn slechtheid en cynisme, zich blootgeeft.

New York is de locatie waar in de jaren vijftig columnisten nog mensen konden maken en breken. Ze waren feitelijk professionele roddeltantes, wachtend op inspiratie in beroemde cafés, aan hun eigen tafeltje met hun eigen telefoon.

Gevreesde columnist
J.J. Hunsecker is de meest gevreesde columnist van allemaal. Hij weet van iedereen wel iets vervelends en zegt het rustig in ieders gezicht. ‘Iedereen kent Manny Davis – behalve de vrouw van Manny Davis.’

Soms komt er een persagent langs – zoals Sidney Falco (Tony Curtis). Falco is niet meer dan een lakei voor Hunsecker. Die bekt Falco dan ook af waar anderen bij zijn en eindigt doodleuk met de woorden: ‘Je bent dood, kerel. Ga jezelf begraven.’

Maar Falco heeft belangrijke informatie. Hij weet dat Hunseckers zus wil trouwen met een muzikant, Steve Dallas. Dat verandert Hunseckers houding want hij vindt dat verschrikkelijk nieuws. Hij laat Falco een ingewikkeld plan verzinnen om de integere muzikant en de zus uit elkaar te drijven.

Toegegeven, zo goed als het geweldige eerste half uur wordt het niet meer, maar Sweet Smell of Success (1957) is en blijft een unieke filmervaring. De dialogen zijn ongewoon sterk, het acteerwerk is geweldig (Burt Lancaster als hufter: een masterclass), het cynisme druipt van het scherm, en het script rijgt alle scènes tamelijk virtuoos aan elkaar. De rollen van de vrouwen zijn ook verrassend sterk. De vijftig jaar tussen ons en de film worden eenvoudig overbrugd.

En dat terwijl Lancaster juist zo chagrijnig was! Hij vond het vervelend dat schrijver Ernest Lehman (die klassiekers zou schrijven als North by Northwest, West Side Story, The Sound of Music) niet zélf de film ging regisseren. De Britse regisseur Alexander Mackendrick (The Ladykillers) werd aangetrokken en maakte er samen met scenarist Clifford Odets een prima film van. Misschien wel juist omdat Lancaster zo chagrijnig was?

Alle vuile kneepjes zijn nodig
Joe Lampton is een heel ander type carrièreman dan Hunsecker. Hij wil succes maar moet het schofterige nog leren. In Room at the Top (1959) was hij een jonge accountant die zijn best deed om de dochter van de baas te trouwen. Dat lukte hem. We zijn nu zes jaar verder. Zijn schoonvader is niet meer zo gediend van zijn eigenwijsheid. Wat nu?

In Life at the Top (1965) kapt Joe met zijn baan en vertrekt naar Londen. Zonder vrouw, mét vriendin. Daar moet hij heel hard vechten voor een onafhankelijk bestaan. Alle vuile kneepjes zijn ineens broodnodig.

Het sterkste zijn de charmante passages met Norah (Honor Blackman). Dan komt Joe zichzelf pas goed tegen: wil hij eigenlijk wel hard werken en zelfstandig zijn? Zij laat als een echte moderne onafhankelijke vrouw in 1964 de keus aan hem.

De tijdloze verhalen van Room at the Top en Life at the Top (naar de boeken van John Braine) geven een zeldzaam eerlijk beeld van hoe lastig het leven soms is voor mannen in zaken: je moet  succes in werk hebben om door andere mannen én vrouwen serieus te worden genomen. Dat betekent dat je iets gemeens in je moet hebben om anderen te slim af te zijn. Aan keuzes die beter zijn voor jezelf  kom je nooit toe.

Jammer misschien van de voorzichtige filmstijl van regisseur Ted Kotcheff maar verder prima acteerspel van Michael Craig als slinkse minnaar, Robert Morley als concurrent Tiffield, en Laurence Harvey (een soort jaren vijftig-versie van Jude Law) als Joe.

Geld maakt een slaaf van zijn meesters
Het is verleidelijk om de films over carrièremannen te eindigen met de échte vader van Gordon Gecko (Kirk Douglas) in zijn rol als Chuck Tatum, een over lijken gaande journalist in Ace in the Hole, 1951. Een rol die je zou kunnen beschouwen als fictieve vader van Gordon Gecko.

Maar ik ga liever nog wat jaartjes verder terug, naar L’argent uit 1928, waarin twee carrièremannen de hoofdrol hebben: ‘durfkapitalist’ Saccard en behoedzame zakenman Gunderman. Ze zijn geen goede vrienden. Zo voorkomt Gunderman dat er geld gepompt wordt in het oliebedrijf Caledonian, het bedrijf van Saccard. De laatste raakt nagenoeg failliet. ‘Een lesje’, zo praat Gunderman het goed voor zichzelf als hij een eitje leeg lepelt.

Saccard doet een publiciteitsstunt om zo de waarde van zijn aandelen op te kunnen krikken. Hij financiert een vliegreis van ingenieur Hamelin naar Guyana en verdient geld door aandelen te kopen op het moment dat iedereen denkt dat het vliegtuig is neergestort. En met de ingenieur ver weg kan hij eindelijk op zijn gemak diens vrouw, Line, versieren.

Kan de meest walgelijke carrièreman alsjeblieft opstaan? Gunderman met een zuinig mondje en pafferige Saccard zijn beiden even vreselijk – hoewel ze in niets anders denken dan zakelijke mogelijkheden. Ergens in het midden zit de society-dame, barones Sandorf (Brigitte Helm, bekend als sexy robot Maria in Metropolis ). Type dat opgewonden raakt van veel geld – en die de film ineens een vleugje erotiek meegeeft.

Al vaker is al uit de doeken gedaan hoe in deze film van Marcel L’Herbier (naar het boek van Emile Zola) iedereen een andere verhouding heeft met geld. De een wil ermee investeren, de ander ermee gokken, een volgende ziet het als een spelletje, een ander wil alles juist oppotten. De conclusie krijg je halverwege de film: Geld maakt een slaaf van zijn meesters.

De film zelf had ook een ongekend budget. Niets was te gek. Er werd zelfs drie dagen in de Parijse Beurs gefilmd. De Place de l’Opera werd tijdelijk verduisterd voor een scène. Let op de kleding, de sets, zoals het huis van Gunderman. En ook talloze experimentele en fascinerende shots, zoals een auto die vlak langs een menigte rijdt. En óók nog prachtig zwijgend acteerwerk. De hysterische muziek is een minpunt. Maar bij zwijgende films kun je gelukkig ook je eigen muziekkeuze afspelen.

En een jaar na L’Argent… de onvermijdelijke beurskrach. De cirkel van zakendoen zonder scrupules, patjepeërige carrièremannen en hebzucht is daarmee rond.

 

8 december 2015

 

Alle Camera Obscura