Godard niet in Frankrijk

Godard niet in Frankrijk

door Bob van der Sterre

Abschied von gestern – (Anita G.) ♦ A Report on the Party and the Guests ♦ Mickey One

 

Een film met robuuste montage? Met een verhaal dat nergens over gaat? Ogenschijnlijk totale improvisatie? Atypische filmmuziek? Onnavolgbare dialogen? Jean-Luc Godard wierp de meeste bestaande filmregels overboord en pleegde een fluwelen filmrevolutie met zijn nouvelle vague in de jaren vijftig en zestig. Het was fijn dat Godard de spits eraf had gebeten; nu konden de regisseurs her en der ook experimenteren.

Veel van deze Godard-navolgers zijn nu bij liefhebbers bekend maar niet bij het grote publiek. Zonde! Het is heerlijk om je in zo’n conservatief tijdperk als het huidige te kunnen verbazen over de vernieuwingsdrang van de twintigste eeuw.

Duits antwoord op À bout de souffle 
Meisje van in de twintig – gevlucht uit de DDR – probeert overal te werken, als kamermeisje, talencursussenverkoopster, administratiemedewerkster. Ze heeft helaas een talent om aldoor in contact te komen met de rechterlijke macht. En af en toe komt ze getrouwde mannen tegen. Anita G., zoals ze heet, leidt zo haar leventje.

Abschied von gestern – (Anita G.) is overduidelijk het Duitse antwoord op À bout de souffle (zes jaar eerder uitgebracht) van Godard. Nog sterker: het is net of Godard de film zelf heeft gemaakt. Het is die hak-snij-montage, de snelheid van de gebeurtenissen, het experiment voor alles, Neue Welle!

Ik noem maar even wat verbazingwekkende staaltjes cinema die vaak niet voor niets geen gemeengoed zijn geworden: na een abrupte overgang foto’s (of tekeningen) tonen; voice-overs invoegen tijdens een dialoog; volume van het geluid opzettelijk wisselen tijdens een scène; acteurs die teksten lezen van een briefje; een scène met speelgoedsoldaten. Ga zo maar door.

Verder zien we een onduidelijke moord (droom?) en een vinger die door een naaldhak wordt doorgeprikt en waar melk uit stroomt (surrealisme?, parodie op special effects?). Wat het betekent in de film? Het is sneller voorbij dan je er over kunt nadenken.

Regisseur Alexander Kluge heeft in elk geval verrukkelijk veel vrijheid genomen met zijn eerste echte film. Hij kreeg zijn acteurs mee, waaronder zijn zus Alexandra, die Anita G. speelt. Ze pakken mee wat ze zoal tegenkomen: een hondentraining, een cafébezoek, scènes op straat. Vermoedelijk ging het steeds zo: ‘Alexander, ik ga even uitrusten in een parkje.’ ‘Nee, wacht, ik neem de camera mee, kunnen we nog een mooie scène schieten.’ Het was natuurlijk ook nog de tijd dat mensen niet hysterisch reageerden op camera’s.

De film mist het frivole en intuïtieve van het origineel (Godard dus) maar treft toch soms af en toe verrassend doel, dankzij zijn spontaniteit. De affaire die in twee seconden wordt geschetst. Op een trap een intiem gesprekje tussen man en Anita G., en dan de vrouw die vraagt aan de etenstafel: ‘Is ze roodharig?’ Reactie van de overspelige man: ‘Het is niets bijzonders.’ Ook mooi zijn de slotbeelden, als ze sjouwt met een koffer over een brug.

De film is niet moeilijk te volgen. Gebrek aan structuur is er volop maar er is toch een rode draad: zij die steeds verkast. Gaat ze weer met haar koffertjes. Het interessante van de film is dat het de geschiedenis even stilzet: dit is het leven van zomaar een avontuurlijke vrouw in de jaren zestig in Duitsland.

Dit is de enige echte film waarin Alexandra zou spelen. Alexander kreeg hierna een carrière als schrijver annex criticus, startte een filmschool (Ulm Institut für Filmgestaltung) en zijn eigen tv-zender met onafhankelijk geproduceerde programma’s. Kluge is ondertussen de tachtig gepasseerd.

Sneer naar het communisme
Het Tsjechische antwoord op Godard was Jan Němec. Zijn A report on the party and the guests (O slavnosti a hostech) uit 1966 was de belangrijkste film van de Tsjechoslowaakse nouvelle vague, die zich in de milde politieke situatie van die tijd snel ontwikkelde, tot de Sovjet-Unie er in 1968 via een contrarevolutie een einde aan maakte.

In A report on the party and the guests zit een groepje, dat op weg is naar een feestje, rustig te picknicken. Vervolgens worden ze plotseling ‘gevangen’ gezet door ene Rudolf, die spelletjes met ze speelt. Ze moeten met zijn allen in een vakje staan. Weglopen is er niet bij, dan word je in elkaar geramd.

De groep wordt bevrijd door wat de leider van het ‘feestje’ blijkt. Een man in een wit pak, die ze meeneemt naar een maaltijd aan een meer. Excuses zijn gemaakt, de sfeer is vriendelijk, en de maaltijd wordt vrolijk geconsumeerd. Maar ineens slaat de boosheid toe bij de leider als hij ontdekt dat een gast ontbreekt. Rudolf en zijn mannen gaan met een herdershond op onderzoek uit.

Stilistisch lijkt het dan misschien niet zo op Godard – hier geen grillige montage bijvoorbeeld – maar de politieke lading maakt veel goed. Politiek is bij Godard ook altijd aanwezig. Het is niet moeilijk om de film dubbelzinnig op te vatten. Němec gaf met A report on the party and the guests een sneer naar het communisme van die tijd. Iemand die de baas is omdat ie bevelen uitdeelt aan boeven. De willekeur van ‘de leider’. De aanpassing van de gasten.

De politieke lading in deze film is geen intellectueel maniertje. De persoon die plotseling ontbreekt op het feest, is in het echte leven een regisseur. Hij zegt niets in de film en wat hij doet gebeurt buiten beeld. In veel rollen zijn persoonlijkheden uit de Tsjechische cultuur te zien. En die Rudolf, nou, hoe kun je de geheime dienst beter bespotten dan met zo’n geniepige hielenlikker?

De film kostte Němec zelfs zijn filmcarrière. Hij maakte weliswaar nog Martyrs of Love maar  A report on the party and the guests werd ondertussen verboden ‘voor altijd’ in Tsjechoslowakije. Zijn eerstvolgende film na 1968 maakte hij pas in 1990. Even moedig was trouwens Němecs vrouw, Ester Krumbachová, die het script schreef en opzien baarde met dialogen die ogenschijnlijk onaffe gesprekken zijn.

Te ver voor het conservatieve Amerika
Godards stijl waaierde zelfs over de continenten uit. Het Japanse antwoord is Funeral Parade of Roses (1969). Een prachtfilm, volledig in de geest van Godard, maar nog heel wat versnellingen eigenzinniger, en daardoor lastig af te kijken. Het Amerikaanse antwoord, Mickey Onea Noia (1965), met filmster Warren Beatty, is beter te behapstukken.

Het begin van Mickey One zet de toon. Rommelige beelden die zonder uitleg aan elkaar worden geplakt. Pas na een kwartier begint de eerste dialoog. Jazz is hier het sleutelwoord. Getracht wordt de swing van de jazz van Stan Getz in beelden om te zetten. Een beetje À bout de souffle maar wat voorzichtiger.

Het verhaal doet er al net zo min toe als bij Godard. Mickey heeft schulden. Grote schulden bij de maffia. Hij vlucht naar Chicago. Probeert te overleven als komediant, slachter, fabriekswerker, vuilnisman bij een restaurant, kerkganger, en opnieuw als komediant. Hij blijkt het beste in het laatste. Maar hoe dat te doen zonder op te vallen?

Het is aangenaam om je te verliezen in een niets-te-verliezen-hebbend leven als dat van ‘Mickey one’, de naam die hij krijgt als hulpje in een restaurant. Hij is de ultieme mannelijke held: moedig, levendig, charmant, getalenteerd, geestig. ‘Je talent is een brug. Loop er overheen.’ Maar Mickey durft niet goed. Hij is bang voor veel aandacht. De schuldeisers zitten achter hem aan.

De film treft met een paar onvergetelijke passages. De ontmoeting in de kamer; de scène met de lampen op het podium; de vechtpartij met de verklede mannen; het kunstwerk ‘Yes’ (overigens niet gemaakt door de kunstenaar Kamatari Fujiwara, zoals uit de film lijkt, maar door een design-student genaamd Robert Fields).

Hoewel de film nog wat voorzichtig is in zijn beeldenstormerij, ging dit al veel te ver voor het conservatieve Amerika. De regie lag in handen van Arthur Penn – die vermoedelijk een keer doorzakte met Beatty en zei: ‘Weet je wat jij moet doen? Jij moet je eigen Franse film maken met mij. Voice-over, teksten met niet overlappende beelden, stiltes, grillige montage. Heb je enige idee hoe stoer dat is?’

Het zou nooit gemaakt kunnen zijn zonder Beatty, natuurlijk, en hij steekt hier dan ook zijn nek uit, want het is geen flauwe poging tot een experiment maar werkelijk een aparte film, en de Brad Pitts van deze tijd zouden daar nog wat van kunnen leren. Hij paart leuk met Alexandra Stewart, die hij ontmoet omdat zijn Poolse kamerverhuurster hem er graag uit wil hebben en haar er alvast in zet. Aandoenlijk en romantisch, hun verhouding.

Toch is de film slechts bekend onder liefhebbers. Waarom? Te Frans voor Amerikanen, denk ik, en te Amerikaans voor Fransen. Wat ik zelf jammer vind, is dat er niet méér mooie shots in zitten. Arthur Penn was wel vernieuwend, ja, maar geen Orson Welles. Hij had eigenlijk een Fransman moeten zijn die deze film had gemaakt. Godard bijvoorbeeld!

 

10 augustus 2014

 

Abschied von gestern – (Anita G.)

 

Alle Camera Obscura