Camera Obscura: Hypnose als moordwapen

Hypnose als moordwapen

door Bob van der Sterre

Man on a Swing ♦ The Reincarnation of Peter Proud ♦ Los ojos azules de la muñeca rota 

Waar met films als Paranormal Activity (deel 5 intussen, ik heb het opgezocht) het paranormale intussen is verworden tot ingeblikte standaardhorror, heeft de filmgeschiedenis nog wel enkele originele films over contacten met gene zijdes. Deze aflevering gaan we in op hypnose – volgende maand komen andere onderwerpen aan bod. 

Man on a Swing (1974, gebaseerd op ware feiten) begint als vele, vele andere films met een moord. Een zekere Maggie Dawson wordt in het stadje Laurel levenloos teruggevonden in haar Volkswagen. Apart is dat haar kleding netjes is opgevouwen in de auto.

Ontdekken in een staat van trance
Commissaris Lee Tucker loopt al snel vast met zijn onderzoek, tot hij op een dag een mysterieus telefoontje krijgt van ene Franklin Wills. Eenmaal op het bureau weet Wills niets meer te herinneren. Hij moet eerst in trance komen om ontdekkingen te doen. En dat bereikt hij door zelfhypnose.

Hij draait een paar keer met zijn nek, gooit zijn hoofd naar achteren, en ‘herbeleeft’ momenten. En dan weet hij ineens van alles te vertellen: de kleur van haar broekje, hoe ze vastgebonden was, dat er een andere auto bij betrokken was, en dat ze ongesteld was.

Maar hoe betrouwbaar is Wills? Met die vraag worstelt de zelf erg nuchtere Tucker. Hij laat hem testen door een hoogleraar occulte zaken en bij die test faalt hij. Hij vraagt om publiciteit en maakt ronduit een slechte beurt door Tuckers vrouw de stuipen op het lijf te jagen.

Voor een film over hypnose is het geweldig als de hoofdrol wordt gespeeld door iemand als Joel Grey, de master of ceremonies van Cabaret (1972). Sinister, vriendelijk, mysterieus in een persoon. Cliff Robertson is als Lee Tucker zijn ideale nuchtere tegenpool. Hij fronst vaak. Robertson was in 1974 natuurlijk een beetje over zijn beste tijd heen (jaren vijftig en zestig) maar dit is een typisch voorbeeld van less is more.

Levend proefkonijn
Peter Proud – hoofdpersoon in The Reincarnation of Peter Proud uit 1975 – praat ’s nachts met een andere stem. Hij ratelt dan dat hij met en roeispaan wordt geslagen en naar de bodem zinkt. Hij droomt over een naakte man die in een meer duikt. En soms schiet het in zijn heup.

Zijn arts kan hem niet helpen, zijn psycholoog staat voor raadsels. Een droomexpert wil dan nog wel een poging wagen met hypnose. Tijdens die sessies ziet hij steeds dezelfde dingen: een groot landhuis, een man die een vrouw bemint, bepaalde gebrandschilderde ramen. Geen dromen maar visioenen.

Peter wil van de visioenen af. Op goed geluk rijdt hij door de staat New England. Eindelijk vindt hij het betreffende stadje en het oude huis. Bij een krant spit hij de microfiches door en vindt eindelijk een lead: de schoonzoon van een bankier is op de bodem van een meer gevonden. Het is de naakte man uit zijn nachtmerries. Het spoor leidt naar Ann, dochter van de mysterieuze man, en via haar naar haar moeder, Marcia.

De film is niet bepaald foutloos. Marcia die er even oud ziet als Ann (en in werkelijkheid jonger is!). Ann die extatisch zegt dat ze een geweldige avond heeft, terwijl Peter Proud de hele tijd kijkt of zijn favoriete kat net is overleden. Verder een oubollige filmstijl en iets te laag tempo.

De acteurs compenseren dat en maken dat je aangenaam meeleeft met de aanwezige karakters. Paul Hecht als de ambitieuze droomexpert. Marcia als overspannen moeder die door Margot Kidder (Loïs Lane in de oorspronkelijke Superman-reeks) nét niet over de top wordt gespeeld. Michael Sarrazin, een nu vergeten acteur, past ook prima bij Peter Proud met zijn houterige acteerstijl.

En dan nog de knappe Jennifer O’Neill (geboren en getogen Braziliaanse). Als uiterst sensuele aanstaande oorlogsweduwe in Summer of ’42 (1971) bracht ze al heel wat puberhoofden op hol. Ze zou later nog spelen in uiteenlopende films als L’innocente (1976) en Scanners (1981). Ze trouwde niet minder dan acht keer, het ene huwelijk was nog rampzaliger dan het andere. Smakelijk genoeg om even te lezen op IMDb.

Zwiepen met medaillons
Vaak draait het in films over hypnose dat iemand heen en weer zwiept met medaillons en anderen onder hypnose misdaden laat plegen. Zo ook in de Spaanse ‘giallo’ Los Ojos Azules de la Muñeca Rota (ook wel bekend als Blue Eyes of the Broken Doll of House of Psychotic Women) uit 1974.

In het stadje wordt de ene na de andere moord gepleegd. Alle slachtoffers hebben blond haar en blauwe ogen. De moordenaar heeft de naargeestige passie om de ogen uit hun oogkassen mee te nemen als souvenir.

Zeggen wie er hypnotiseert, is het plot verraden. Maar iedereen die niet dood is, is een verdachte. En verdacht zijn er nogal wat. Drie zusters om mee te beginnen. Een lijkt ervan te genieten als ze een duif de nek omdraait en heeft een bizarre namaakhand. Een andere zus zit in een rolstoel om psychosomatische redenen en ten slotte is daar ‘sloeriezuster’ Nicole (Eva León), die iedere man wel moet versieren.

Verder een dubieuze arts die immer blijft rouwen om zijn blonde dochter, een dubieuze verpleegster die dingetjes in drankjes druppelt, een minstens zo dubieuze tuinman met verkrachtingsverleden en een ex-tuinman die rond rent en mensen in elkaar slaat. Is er iemand wel integer in deze film?

De dader is dus niet Gilles, de stoere tuinman met seksuele problemen. Dat voelt iedereen wel aankomen, aangezien hij agressief is, en niet eens een medaillon zou kunnen vasthouden. Hij is een ex-gevangene, die denkt  dat hij vrouwen gaat wurgen als hij ze omhelst. Rol van Paul Naschy, die nogal eens van narcisme is beschuldigd omdat hij in dit zelfgeschreven script aldoor knappe vrouwen bemint en met blote bast ronddraaft.

Hypnose kan geweldig uitpakken in griezelfilms en deze film, hoe bizar ook, is een perfect voorbeeld. Filmkarakters zijn ook altijd zo hopeloos naïef als iemand opvallend zwaait met een medaillon. Kijken ze zelf dan geen films?

 

7 oktober 2014

 

Alle Camera Obscura