Camera Obscura: Inbreken in Amsterdam

Inbreken in Amsterdam

door Bob van der Sterre

10:32 ♦ De Inbreker ♦ Rififi in Amsterdam 

 

Ocean’s Twelve gezien? Niet echt een uitdaging, lijkt het, inbreken in Amsterdam. Oude grachtenpanden zijn bepaald geen forten. Maar vroeger waren ze ook al zo lek als een mandje. Drie obscure Nederlandse inbraakklassiekers, zich afspelend in Amsterdam.

Peter Hartman, de schilder, staat met een pistool in zijn handen in de werkkamer van de heer Martens, advocaat en klokkenliefhebber. Het is 10:32 (eigenlijk 22:32 maar toen deed men nog niet zo modern). De kluis staat open. Martens ligt dood op de vloer. Op heterdaad betrapt!

Hartman wil niets zeggen over wat er is gebeurd, of wat zijn relatie is met Ellen Martens, de kersverse weduwe. Maar commissaris Stroomer vertrouwt het zaakje niet.

10:32

Amsterdam toen het nog niet zo druk was
Hij gaat alle sporen na van Hartman en ontdekt dat hij mevrouw Martens een keertje naakt geschilderd heeft. Oei oei oei. Ze legt uit dat hij haar probeerde af te persen. We zien haar verhaal: wat een ploert die Hartman, zo eentje die geniet van machtsspelletjes.

Maar is dat de waarheid? Als Hartman hoort van het verraad van mevrouw Martens, doet hij zijn verhaal. In deze variant is Hartman een dapper en verliefd man; lijdend onder de gemene plannen van Ellen om van haar man af te komen.

Wie heeft er gelijk? Stroomer moet er even goed over nadenken.

De ontrafeling van dit plot verloopt ontstellend traag maar er zijn prachtige stukjes onderweg. De ondervraging in de zaak Blom. Het beatoptredentje in de nachtclub, waar je nog rustig je drankjes kon laten staan als je naar de wc ging. De jazz-tunes, waarmee de film zelfs iets wegheeft van de Franse nouvelle vague. En natuurlijk: Amsterdam anno 1966 toen het nog niet zo druk was. 10:32 is zo slecht nog niet.

Klussie met een luggie
In De Inbreker is het duidelijk wie er inbreekt: Willem ‘Glimmie’ Burg. Deze semiprofessionele inbreker moet voor de poen een klusje aannemen waar een luchtje aan zit (in de taal van deze film: een klussie doen waar een luggie aan zit). Hij moet de dochter van Van Borsen zien te vinden. Dat doet hij dan maar, samen met ‘Bonk’, zijn maat.

Maar Burgs instinct geeft hem gelijk. Het zaakje stinkt. En ze belanden van het ene drama in het andere. Ze vinden de dochter, ja, maar die moet ook afkicken, en sommigen willen haar dood hebben, en dan ook maar Glimmie. Met inbreken heeft het weinig meer te maken.

Hetzelfde groepje als van Naakt over de schutting maakte deze film, maar een jaar eerder, in 1973. Wederom Frans Weisz, Rijk de Gooyer, Jon Bluming, Jennifer Willems. De film heeft ook weer een grappig bedoeld misdaadverhaal, speelt zich ook weer af in Amsterdam, en is ook weer die kneuterige imitatie van veel betere Amerikaanse films, hoewel die ook zo zijn eigen charme heeft.

Het script is al net zo warrig. Inbraak, hoeren, achtervolging, moord, en je begrijpt er de hele tijd de ballen van. Neem nu de ingewikkelde ontwikkelingen tijdens de rechtszaak. Wie kan daar nou kaas van maken? Moeder gaat met beste vriend van Glimmie en Glimmie heeft iets (of niets?) met een meisje van zestien. Dieptepunt is de auto die in de gracht rijdt en… ontploft.

Toch is de film ontzettend genietbaar! Waar anders zie ik de Zeedijk, de Brouwersgracht, de Damstraat in die tijd? De trams, de interieurs, de bars, de Amsterdammers? Rijk de Gooyer, routineus de ster spelend, Frits Lambregts als brutale rechercheur, Sylvia de Leur in een leuke bijrol? En een sfeervolle score van Ruud Bos.

Handige jongens
En sommige Amsterdamse inbrekers zullen het nooit afleren. Zoals Bert, juwelendief. Hij komt vrij uit de Haarlemse koepelgevangenis, keert terug naar huis, verzint plannetjes om de juwelen (‘de poet’) op te halen van de vroegere kraak, krijgt een andere crimineel achter zich aan, probeert de politie om de tuin te leiden, wordt verliefd.

Rififi in Amsterdam (uit 1962) is een schaamteloze poging om mee te liften met de hype van  Rififi-films, die ontstonden na de Franse heist-kraker uit 1955 (Rififi in Tokyo, Rififi en la cuidad en zelfs twee Rififi in Amsterdam). Rififi is Franse slang voor ‘slagveld’.

Over de originele Rififi schreef François Truffaut: ‘Van een van de allerslechtste misdaadromans die ik ooit heb gelezen, heeft Jules Dassin een van de beste films ooit gemaakt.’ Die vlieger gaat niet op bij deze Rififi in Amsterdam.

De film is namelijk een haastig in elkaar geflanst rommeltje van allerlei bekende ingrediënten. Ergens een touw aan vastknopen in dit script is knap. Zeker als men bij elkaar de deur plat begint te lopen en in de val begint te lokken. Leg er eens de originele Rififi naast en het kneuterige, Hollandse spat van de schermen af.

Karakters dragen bovendien namen als Manke Karel, De Mug, De Bijenkorf, Blauwbaard, Blonde Nellie, De Yank, Lauwe Freek. Heel gevat vonden ze dat denk ik toen tijdens het scenarioschrijven. In sommige gevallen is voor een eenvoudiger oplossing gekozen. Judoka Anton Geesink heet ‘Geesink’ en zanger Willy Alberti ‘Willy’.

Overslaan dan maar? Nee! Het is juist een erg vermakelijke film met prachtig uit-de-tijd-zijnd taalgebruik. ‘Wat ik je brom’, hoor je wel een keer of tien. ‘Het zit niet snor met de poet.’ ‘De russen zitten erachteran.’ (Russen = rechercheurs.) ‘Zonde van de jajem.’ ‘Dat was voor de gloeiende knijp.’

Of deze parel van een dialoog: ‘Je hebt hem toch niet doodgeslagen?’ ‘Weet ik veel, ik moest niezen.’

Een mooi beeld van de tijd van ‘handige jongens’, in een tijd dat misdaad nog ongeorganiseerd was. Voortreffelijke beelden van Amsterdam in de jaren zestig, pre-stadsvernieuwing getto’s. Mooie zwart-witbeelden van grachten, straten en bruggetjes. Een feestje waar de twist wordt gedanst. Maxim Hamel vol zelfvertrouwen als ras-Amsterdammer Oliemans; een jonge Rijk de Gooyer; de onderschatte Ton van Duinhoven. Alle drie overleden (voor zover ik kan nagaan zijn alle acteurs uit deze film intussen overleden).

Blijft nog over: de mysterieuze regisseur John (Giovanni) Korporaal. Hij bleef na de Spelen van 1968 in Mexico plakken om daar obscure documentaires te maken en overleed in 2004 in Mexico Stad. Belangrijke vraag: wat is er met zijn cinematografische erfenis gebeurd?

 

7 mei 2016

 

Alle Camera Obscura