Camera Obscura: Rare gasten

Rare gasten

door Bob van der Sterre

Let’s Scare Jessica to Death ♦ El ángel exterminador ♦ To Kill a Clown

 

Gasten die je ongevraagd bezoeken zie je steeds vaker in films. Het indringersthema is populair in de moderne cinema (denk aan een film als mother!). Dat gegeven is al veel langer bekend en die films deden zonder ingewikkeld gedoe.

Let’s Scare Jessica to Death (1971) klinkt als een onschuldig spelletje. Dat is het niet. Want Jessica heeft last van plotseling opkomende paniek. Kan ze ineens gaan gillen. Duncan en Jessica kopen daarom een rustig huis ‘upstate’. In de bossen, bij een meer, heerlijk rustig. Woody gaat mee om te gaan klussen.

Jessica’s overgevoeligheid
Als er al een meisje in het huis logeert (Emily), nemen ze haar ook maar op in het huis. Waarom niet! Het is de 70’s en alles moet kunnen.

Het huis is wat afgelegen maar toch maken ze er wat van, Jessica en Duncan. De mensen in het dorp doen wel wat apart. De voorgeschiedenis van de familie van wie het huis was, is ook onduidelijk. En wat doe die Emily daar nou precies? Is ze zo vriendelijk als ze overkomt? Waarom gaat ze ook niet weg?

Vreemde incidenten. De spanningen zijn te veel voor Jessica’s overgevoeligheid. Zo zien we met haar ogen hoe ze een lijk ziet. Dat er later niet meer ligt. Hoe zit dat nou weer?

Het plot is niet om over naar huis te schrijven maar de twee vrouwenrollen hier maken veel goed. Mariclare Costello als ongevraagde gast Emily; Zohra Lampert als vriendelijke gastvrouw Jessica. Lachen en een seconde later bevreesd zijn, dat gaat Zohra Lampert zo natuurlijk af, dat is echt griezelig. Als handige compensatie wordt Duncan uiterst relaxed neergezet door Barton Heyman (bekend van The Exorcist).

Zulke actrices maken een film, dat zie je hier wel. De stem van Zohra Lampert is zo diep als die plas voor hun huis. Die stem is al bijna griezeliger dat het arsenaal aan flauwe horroreffectjes dat er nu aan toegevoegd zou worden. Aan Let’s Scare Jessica to Death zie je goed dat iets vooral eng is als je de hysterische geluiden weglaat en je de spanning heel rustig opbouwt.

Feestje zonder eind
In El ángel exterminador (1962) komen een heleboel gasten aan bij een landhuis. Een feestje voor de elite. Op dat moment nemen de bedienden, om een onduidelijke reden, de benen. De avond is anders dan je denkt: er volgen geen speeches, geen drama’s à la Festen of Het diner. Het is gewoon gezellig.

Maar wanneer houdt het feestje eens op? Als het midden in de nacht is, gaan mensen daar maar op de grond liggen slapen. De bezoekers lijken vervolgens allemaal een beetje de weg kwijt. ‘Dit is wat me zorgen baart: niemand van ons heeft zelfs maar een poging gewaagd om naar huis te gaan. Hoe werden we zo’n zigeunerkamp?’ ‘Ik vind het heel origineel. Maar ik hou dan ook van dingen die een beetje afwijken van het gemiddelde.’

De groep kan de kamer niet meer verlaten. Het wordt helemaal vreemd als een van hen overlijdt. Angst en waanzin slaan toe. De teneur is duidelijk: hoe langer het duurt, des te meer laten de gasten hun echte gezicht zien. Inspiratiebron voor het tv-programma Big Brother?

Je hebt niet veel nodig om te weten dat je een film van Buñuel aan het bekijken bent. Dame gooit glas door het raam. Een man, kalm: ‘Het is Valkyrie.’ Andere man: ‘Fascinerende vrouw.’ Shot van een vrouw met kippenpoten in haar tasje. Of deze scène: kelner tegen de dame des huizes: ‘En de schapen, mevrouw?’ ‘Doe ze maar naar buiten.’ Dan zien we ineens drie schapen onder een keukentafeltje.

Meteen zit je in die typische Buñuelesque flow waarbij je voelt dat de auteur bovenop zijn materiaal zit. Zijn films blijven verbazen hoe goed ze te volgen zijn, hoewel het filosofische (en sarcastische) er vaak van afdruipt.

Gevangenisspel
In To Kill a Clown (1972) gaan we naar een eiland. Timothy, de kunstenaar, is een aparte vent. Zoals dat hij de koffers van zijn vrouw in het water gooit op het moment dat ze ervandoor wil gaan. Springt op het dak van haar auto. Maar in de grond geen kwaaie kerel. ‘Ik huur wel een paar duikers.’

Hij zit in een strandhuis samen met Lily, zijn vrouw. Geïsoleerde plek bij een baai. Op een dag komt de verhuurder – een man die met twee stukken loopt – langs, Evelyn Ritchie. Hij woont in het huis ernaast. Hij heeft twee dobermanns.

Evelyn is het type begripvolle verhuurder. Wil je iets veranderen aan het huis? Tuurlijk, doe maar! Neemt zelfs een fles wijn mee en kijkt toe als Timothy zijn passie als clown uitoefent.

Alles gezellig en vriendelijk tot Evelyn na een avondje drinken ineens zegt: ‘We gaan een gevangenisspel spelen. Morgen beginnen we tijdens zonsopkomst.’

En dan staat hij daar de volgende ochtend. Timothy denkt aan een grap. Maar Evelyn is bloedserieus. ‘Als je tegen me praat, zeg je voortaan major Ritchie.’ Evelyn blijkt te hebben gevochten in Vietnam. Zijn dobermanns zijn nu zijn wapens.

Geen film om een Oscar voor van stal te halen, maar kom op, IMDb, een 5,6! Er zijn best leuke dingen te zien. De relatie tussen Lily (Blythe Danner, oei, wat een sexy hese stem) en Timothy (Heath Lamberts, lijkt op John Cusack) is leuk om te zien. Alan Alda is perfect gecast als relaxte peer die in een creep verandert. Best jammer dat het script een spannende kant op moest gaan.

Een echte eigen stijl is hier niet zichtbaar maar het is wel apart om scènes te eindigen met een soort foto. Regisseur George Bloomfield heeft afgezien van drie films nooit een echte doorbraak gekend. Hij werd tv-filmregisseur. Een van de achterdeuren van de cinema, waarna het niet meer eenvoudig terugkeren is. Misschien had hij vaker als ongevraagde gast moeten opduiken bij bepaalde Hollywoodfeestjes.

 

11 februari 2018

 

El ángel exterminador

 

Alle Camera Obscura