Camera Obscura religie betwist

Religie betwist

door Bob van der Sterre

La voie lactée ♦ Tartuffe ♦ Inherit the Wind

 

Religie is niet zo heilig meer dat je er nog tegenaan moet schoppen. Maar in de twintigste eeuw was dat nog niet zo vanzelfsprekend. Films, boeken en muziekstukken tegen  religie waren beladen. Neem bijvoorbeeld de heftige reacties op Life of Brian in 1979. Desalniettemin staken nogal wat filmmakers hun nek uit.

Bweehhh… Wat een saai thema! Ik zie het de vaste lezer van de rubriek al denken.

Films als Life of Brian bewijzen dat films over religie helemaal niet vervelend hoeven te zijn; integendeel, zulke satirische films spelen met vastgeroeste denkbeelden, maken je vrolijk. Zelfs als je atheïst bent.

Zo’n type film is ook La voie lactée (The Milky Way) uit 1969, waarin twee mannen naar Santiago de la Compostela reizen. De rode draad van de film vormen plotseling opduikende karakters – uit verschillende perioden van de geschiedenis – die spontaan uitbarsten in discussies over theologische kwesties.

De film kan van niemand anders zijn dan cineast Luis Buñuel, immers opgevoed met streng katholicisme, en wiens hele werk doorspekt is met kritiek op de kerk. In deze film stelt hij via karakters vragen over de logica van de christelijke moraal. We zien Maria verschijnen, jansenisten die de degens opnemen tegen de molinisten, Jezus die honger heeft, een klanten zoekende Maria Magdalena, Markies De Sade die een gevangen meisje probeert uit te leggen dat God niet bestaat en gehersenspoelde schoolmeisjes.

Buñuelesque sausje
Tamelijk serieus dus maar dit wordt uiteraard allemaal opgediend met een surrealistisch, mysterieus, Buñuelesque sausje. De restauranteigenaar die een theologische discussie houdt met zijn personeel. De man die een schot hoorde en de andere man reageert: ‘O, dat was ik, ik droomde even dat de paus werd gefusilleerd.’ De priester die wordt opgehaald door het gekkenhuis. ‘Had je hem soms tegengesproken?’

Het werkt omdat het materiaal erg goed is en iedereen met een stalen gezicht acteert. Wie net als ik de religieuze kwinkslagen een beetje mist, kan de documentaire bij de film bekijken, of deze review van The New York Times uit 1970 lezen. Mede-scenarist Jean-Paul Carrière legt uit in de documentaire dat de film vooral ketters gedachtegoed wilde bespreken, wat al een ketterse gedachte was in de hippe filmwereld van die tijd. 

Prototype schijnheilige
In de zwijgende film Tartuffe uit 1925 is het allemaal een stuk simpeler: religie is teruggebracht tot slechts een dubieus personage, de mysticus genaamd Tartuffe. Een radicaal die alles afzweert, behalve streng gelovig zijn.

Miljonair Orgon is sinds kort een volger van Tartuffe. Zelfs een kusje aan Elmire, zijn vrouw, kan er niet meer af ‘want Tartuffe zegt dat kussen slecht is voor een mens’. Een ontbijt? Eerst drie kwartier gebeden prevelen. Tartuffe wil uitrusten. Dan zijn hangmat schommelen (goed voor zijn gemoedsrust). Maar Tartuffes interesse in Orgons erfenis is ronduit verdacht.

Tartuffe is een prototype schijnheilige; een type Rasputin, Lou de Palingboer, Jim Jones. Maar ver voor die tijd bedacht. Molière schreef het toneelstuk immers al in 1664.

De film was in goede handen bij F.W. Murnau, maker van diverse prachtige klassiekers. Omdat Tartuffe allergisch is voor licht speelt de film zich bijna geheel in het donker af. Een dankbare opzet voor Murnau. Dat zeggende, veel geestigheid van het origineel verdwijnt met deze film – hoewel een zwijgende film natuurlijk ook maar bar weinig heeft aan de lappen geestige dialogen op rijm van Molière.

Het gebrek aan tekst wordt gecompenseerd door de voortreffelijke hoofdrol van Tartuffe door Emil Jennings – meester in het trekken van huichelachtige koppen. Wie de dialogen wel wil horen: nota bene Gérard Depardieu heeft dit toneelstuk in 1984 verfilmd (zijn regiedebuut), en er zijn op YouTube ook tv-films met originele teksten te vinden.

En het aanvallen van schijnheiligen, welke gelovige zou daar nou iets vreselijks in zien? Nou, de aartsbisschop van Parijs van die tijd dus. Het zou wel eens een kritiek op religie zelf kunnen zijn! Molière herschreef het stuk maar ook die versie werd verboden. Uiteindelijk kreeg hij van Lodewijk de Veertiende pas in 1669 het groene licht om het stuk op te voeren.

Evolutieleer van Darwin
Inherit the Wind (uit 1960) zit juist boordevol dialogen. Een leraar biologie is in staat van beschuldiging gesteld omdat hij, o wee, de evolutieleer van Darwin in de klas vertelt! Twee topadvocaten met hun afwijkende principes (de liberale Drummond door Spencer Tracy en de christelijke Brady door Fredric March) ruiken hun kans in een rechtszaak die pers trekt uit het hele land. Gebaseerd op een echte rechtszaak, de ‘Scopes Monkey Trial’ die in 1925 in Dayton werd gehouden.

De rechtszaak roert de gemoederen flink. Stadsbewoners zingen vrolijk voor de gevangenis aan wat voor boom ze de leraar zullen ophangen. Het is ook nog eens een snikhete zomer.

De rechtszaak is een prachtig, gepassioneerd duel tussen de aan de bijbel vasthoudende Brady (de lokale held) en de rationele Drummond. Tracy geeft een topvoorstelling als gelouterde advocaat die fijnzinnig het tegenstrijdige in Brady’s denken ontrafelt.

Jammer dat de film van tijd tot tijd melodramatisch is, en de muziek extreem truttig, maar de tweede helft van de film bevat zeer aanstekelijk vlammend acteerwerk. Je ziet twee klasse-acteurs, een script vol geweldige monologen en dialogen (de belangrijkste scène is één lange take), en de typerende rust en sfeer van een film uit 1960 – waardoor je er echt in gesleurd wordt voor twee uurtjes. En dan nog de bijrol van een modern ogende Gene Kelly als journalist.

Deze films hebben een opvallende overeenkomst: ze zijn wel kritisch, maar nauwelijks moraliserend. Ze willen gewoon aan het denken zetten. Open die geest! Blijf geloven als je wilt, maar wees ervan overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde dan religie alleen.

 

8 oktober 2015

 

Alle Camera Obscura