Camera Obscura: Wraakzuchtige gebouwen

Wraakzuchtige gebouwen

door Bob van der Sterre

Buffet froid ♦ Wolfen ♦ The Belly of an Architect

Afgezien van klassiekers als Metropolis en Play Time zijn films niet zo geïnteresseerd in architectuur. De gebouwen zijn pure figuranten. Maar als je goed zoekt, vind je meer films die wel de belangrijke rol van een gebouw erkennen. En wat blijkt? Gebouwen zijn vooral sinister. 

La Défense is de Zuidas van Parijs, maar groter. Het gebied werd in de jaren zestig en zeventig ontwikkeld in het verlengde van de Avenue des Champs-Élysées. In het jaar van de film Buffet froid, 1974, was het nog een kille, lege bedoeling. Dat leverde natuurlijk wel een mooi decor op.

La Défense als moordmachine
Alphonse Tram (Gérard Depardieu) woont met zijn vrouw in een bijna lege flat in La Défense. De schaarse flatbewoners (een dakloze moordenaar, een commissaris die leeft tussen onuitgepakte kisten en Alphonse) komen bij elkaar als blijkt dat de vrouw van Alphonse is neergestoken.

En dan is er nog de weduwe. Ze ligt dan weer in het ene dan weer in het andere bed. Ze heeft koorts en roept mannennamen. De onderzoekend arts misbruikt haar en wordt vervolgens kordaat neergeknald door de commissaris. Vervolgens komen we terecht in een huis waar de commissaris geterroriseerd wordt door een kamerorkest – uitgerekend datgene waar hij een gloeiende hekel aan heeft.

Het verhaal is toch, in de kern, simpel: de architectuur van La Défense blijkt een moordmachine. De moderne tijd ingaan? Buffet froid waarschuwt ons voor optimisme. Moderne gebouwen zijn kil en gemeen.

De film vertelt dat verhaal gelukkig met een heerlijk lichtvoetige stijl. Alphonse komt op bezoek bij de commissaris. ‘Er ligt een dode man in de metrotunnel. Ik heb dus geen idee of ik die man heb vermoord. Ik bedoel, het was wel mijn mes.’ Reactie commissaris: ‘Kom eh, ik heb de hele dag al die ongein aan mijn hoofd, nu even niet.’

Een man belt aan bij Alphonse en erkent: ‘Ik heb net uw vrouw vermoord.’ Alphonse: ‘Oh, eh, kom binnen. Wil je wat wijn?’

De film heeft zo ook zijn eigen logica. Alle stadscènes spelen zich ’s nachts af. Iedereen vermoordt iemand en wordt zelf vermoord. De nachtmerrie van Alphonse. En het rood. De koffer, de boot, de lift, de nagellak. De dood zit die kleur achterna, lijkt het. En de natuur, ten slotte, troost niets maar maakt deze lieden nog gewelddadiger dan ze al waren.

Wat kun je ook anders verwachten van regisseur Bertrand Blier, maker van filmpareltjes als Préparez vos mouchoirs en Les valseuses.

Wolven in New York
Ook in Wolfen (1981) lijken gebouwen aan te zetten tot moorden. Mensen verdwijnen in South-Bronx. Merkwaardig genoeg ook een steenrijke ondernemer die daar gebouwen wilde neerhalen. Al deze mensen hebben dierenbeten en de sporen wijzen richting… wolven. Wolven in New York?

De gebouwen zijn een half gesloopte wijk in South-Bronx. Het lijkt alsof er een bombardement heeft plaatsgevonden. De locatie was toch echt niet in scène gezet, alleen het bouwvallige kerkje. Het is een droomlocatie voor een film.

Je verwacht een horrorfilm maar het is iets veel originelers: een politieverhaal met ‘bovennatuurlijke elementen’. Indianen, wolven, zielen. Weerwolven komen er niet aan te pas.


Voor regisseur Michael Wadleigh was Wolfen zijn enige film die niet over het festival van Woodstock gaat. Hij nam het project uiterst serieus. Hij weigerde zelfs het aanbod van Dustin Hoffman om de hoofdrol te spelen, want hij wilde per se Albert Finney. Het resultaat: een esoterische film van ruim vier uur. De studio ontsloeg Wadleigh, liet reshoots doen en voegde meer dialogen toe.

Aanpassingen of niet, Wolfen is nog steeds een goede film. Het verhaal neemt de tijd, de effecten zijn uitstekend, het spel is gepassioneerd. Zo zien we Edward James Olmos (bekend geworden in de jaren 80-serie Miami Vice) die een wolf nadoet op een strand, Albert Finney die met vrees een brug beklimt, Gregory Hines die met plezier een patholoog nadoet, en Diana Venora, een debutante die verrassend sterk is als leading lady.

De techniek verbijstert nog het meest. Vooral de thermografische beelden waarin je mensen en dieren ziet bewegen in het duister. Dan zie je ineens waar Predator (1987) de mosterd vandaan heeft.

Vier uur klinkt wel erg aan de lange kant, maar het is toch zonde dat we die versie van Wadleigh nooit gezien hebben, want er bestaat geen director’s cut. Wadleigh heeft hierna nooit meer een film gemaakt.

Bizar verhaal van Peter Greenaway
Gebouwen spelen ook een hoofdrol in The Belly of an Architect uit 1987. In Rome komt een overzichtstentoonstelling over Étienne-Louis Boullée, een architect die al modernistische gebouwen ontwierp in de achttiende eeuw. Een van zijn projecten was de Cénotaphe à Newton. Nooit gebouwd maar alom bewonderd.

Zo’n bewonderaar is ook Stourdey Kracklite. Als beroemd Amerikaans architect is het niet anders dan logisch dat hij de leiding krijgt over de tentoonstelling. Maar wat een feest voor de architect had moeten zijn, wordt een lijdensweg. Zijn vrouw gaat vreemd. De mede-organisatoren mogen hem niet. En het ergste van alles: enorme pijnen in zijn buik. Haalt ie de tentoonstelling wel?


Dit bizarre verhaal komt uit de koker van regisseur Peter Greenaway. Je kunt geen Greenaway aanzetten zonder een reeks filosofische commentaren op de menselijke natuur te zien. De gebouwen van Boullée blijken tamelijk fascistisch. Dan verbaast het ook niet zo dat Kracklite blijkt te kraken onder zijn enorme ego. Gaat de tentoonstelling over Boullée of over hemzelf? En dan de platheid van de elitaire Romeinse cultuur: veel seks, platheid, geroddel, verdorvenheid. Je denkt vrijwel meteen aan La grande bellezza.

Je moet bij Greenaway ook houden van zijn overdreven vormgeving. Geen wonder dat hijzelf ook doorschiet met zijn obsessie met symmetrie in deze film. Dit is Wes Anderson avant la lettre. De perfecte symmetrie weeft zich een weg door alle scènes, alle decors, alle karakters. Alle scènes zijn eraan ondergeschikt.

Zeker geen film voor iedereen maar wel een aanrader voor de liefhebber van auteurscinema. De film speelt met meer dan een handvol interessante ideeën, de filmstijl past als gegoten bij het onderwerp, de acteurs acteren in harmonie met het bizarre verhaal en ten slotte is er nog de muziek van Wim Mertens. Je hoort onmiddellijk de invloed op de muziek die Yann Tiersen maakte voor Amélie.

 

5 maart 2015

 

Alle Camera Obscura