Camera Oscura: Lang leve het experiment

Lang leve het experiment

door Bob van der Sterre

Che ♦ Private vices public pleasures ♦ Fando y Lis

 

De categorie bizarre experimentele films begint eind jaren zestig en eindigt eind jaren zeventig. De experimentele deur stond een decennium lang wagenwijd open. Daardoor kwam veel seks, sociale kritiek en buitenissigheid. Zie hier drie voorbeelden.

Tijdens een reis door Italië wordt een Amerikaanse dame bijna verkracht maar ze weet te ontsnappen en vlucht halfnaakt een huis binnen. Het is het huis van kunstverzamelaar Noblart met overal familieleden of vrienden (dat wordt nooit helemaal duidelijk) die daar leven op Noblarts kosten; ongewoon zijn ze in elk geval bijna allemaal.

Dwalen door een onbekend huis
Nancy eigent zich een van de kamers toe. Ineens lopen er Engels en Italiaans pratende Amerikaanse toeristen binnen. Nancy wordt met een hoofdknik opgemerkt en ze doet mee in een discussie over taal. Zo gaat dat in deze villa.

Ze ontmoet Alex, een man die ervan geniet om tafeltennisballetjes onder zijn sandaal kapot te trappen en tijgers na te doen. Een sadomasochistische affaire volgt. (Een van de meer uitzinnige rollen van Marcello Mastroianni – en hij slaagt grandioos; alleen hij kan met zoveel klasse een vunzerik spelen.)

Che? (What?)  uit 1972 is met afstand Roman Polanski’s vreemdste film. Volgens de verhalen begon dat al bij de producer, die aldoor che? zei toen hij de film zag. De trailer geeft in dit geval een erg goed idee van wat je kunt verwachten:

Van zo’n film moet je anders  genieten: logica overboord zetten en je laten meevoeren naar een andere wereld. Dwalen door een onbekend huis. Een lichtzinnig sfeertje zonder plat te worden. Onpeilbare types. Leuk spelende acteurs. Een mooie vrouw die naakt rondloopt met een servetje om en  een blauw been (Sydney Rome). En natuurlijk dat mooie decor in Italië.

In feite kijk je naar Alice in Wonderland, maar een ironische, decadente, jaren zeventig versie. Voor ieder karakter uit dat boek, vind je in deze film ook een karakter. De Filmkrant haalt dan nog aan dat de film ook een beetje over Polanski’s eigen leven gaat en dat hij in deze film met zichzelf spot. Wat wil je nog meer?

Vrolijke, dansende blote mensen
In Private vices public pleasures (1976, originele titel Vizi privati, pubbliche virtù) zien we hoe een troonpretendent van het Habsburgse rijk (prins Rudolf) met zijn aristocratische vrienden zijn vrije tijd indeelt. De agenda bestaat uit seks, knuffelen, seks, zingen, lachen, opnieuw seks en eten. Hij is biseksueel en zijn bezoekers doen ook nergens moeilijk over.

Is dit een serieuze troonpretendent of een iemand die niet goed bij zijn hoofd is? Hij is in elk geval niet van plan te luisteren als een generaal hem namens de keizer komt ophalen. Die generaal kijkt moeilijk; wat moet je met deze losbandige bende? Die kun je moeilijk aan de macht brengen. ‘Hij heeft een mooie kont. Maak hem minister van oorlog!’

Mensen die naakt ronddansen; een naakte dame op een schommel; blote mensen die hand-in-hand rondrennen; dames die champagne drinken; mannen die seks hebben met kalkoenen. De generaal eet maar een augurkje.

Menig persoon zal de film interpreteren als seksfilm. Maar de film is totaal niet erotisch. Het is haast infantiel hoe de aanwezige heren en dames zingen, muziek maken, dansen, knuffelen. Deze vorm van slow seks zal nog veel vragen van de meest tantrische der geliefden.

Deze Hongaarse film van Miklós Jancsó (eind vorig jaar overleden) is eerder een soort jaren zeventig variant van Tokyo Decadence. Net als in die film is decadentie de hoofdrolspeler. Zelf noemde Jancsó zijn films ‘politieke musicals’. Wat dan een beetje lastig is, is dat er nauwelijks een dialoog is, nauwelijks enige context waarom de mensen dit doen. Je moet er al kijkend zelf wat van maken. Het is een vriendelijke film die je kunt aanzetten als rustige trip met veel vrolijke, dansende blote mensen.

Op weg naar de mythische stad Tar
Kampioen der vreemde-films-makers is Alejandro Jodorowsky. Hij had maar een modus van denken: totaal radicaal. Bevriend met surrealisten Roland Topor en Fernando Arrabal, tekende bizarre strips samen met Moebius, werkte als mime-artiest met Marcel Marceau.

Hij maakte drie speelfilms in de periode 1968 – 1973 die nog steeds een grote schare fans hebben. Dat is wonderlijk, want je zal zelden een minder toegankelijke film zien, welke van de drie je ook kiest.

Neem Fando y Lis uit 1973, naar een toneelstuk van Arrabal. Fando zeult met verlamde Lis en een grammofoonspeler in een karretje door de bergen. Ze zoeken de mythische stad Tar. Onderweg komen ze van alles tegen. Eieren, zwepen, mensen in de modder, kalfskoppen, autowrakken, travestieten, kaartende oude vrouwtjes, lijken, gaten in de grond, ga zo maar door.

Je moet je dan even voorstellen dat het 1968 is. Je bent een argeloze Mexicaan die tijdens het Acapulco Filmfestival een film van ene Jodorowsky gaat zien. ¿Que? De producer van Polanski zou er vermoedelijk een hartaanval van hebben gekregen.

Geen wonder dat Jodorowsky zich destijds op de achterbank van een limousine moest verbergen. Onthutste bioscoopgangers wilden hem stenigen. Bijna moest hij het land ontvluchten.

Hij vraagt dan ook niet weinig van de kijker. Deze film heeft geen overgangen, geen logisch verhaal, geen karakterontwikkeling, nauwelijks dialogen. Het openingsshot is typisch voor de film: een vrouw die een roos eet en geluid van bombardementen. Toch zien liefhebbers er allerlei moois in. En als je goed kijkt naar een film als Eraserhead dan moet je toch erkennen dat uit deze radicale cinema iets moois is voortgevloeid. Het zit alleen niet in deze  film.

Eresaluut
Het is makkelijk om deze films te bespotten maar de vrijheid die ze nemen dwingt beslist respect af. In ons commerciële tijdperk nemen regisseurs, al dan niet gedwongen, meestal te weinig vrijheid. Daarom, hier nog eenmaal een eresaluut voor nog een paar van cinema’s meest radicale filmmakers: Hans Richter, José Mojica Morins, Marco Ferreri en Dusan Makavejev. Ze proberen betekent soms pijn lijden als filmkijker… Maar het is voor een goed doel: het ervaren van wat dat nou is, totale vrijheid.

 

6 september 2015

 

Alle Camera Obscura