Een perfecte Franse eenzaamheid

Een perfecte Franse eenzaamheid

door George Vermij

Het is weer herfst en de dagen worden korter. Daarom tijd voor drie mooie boekverfilmingen die gaan over eenzaamheid en depressie in Parijs. Want naast het epicentrum van de romantiek is de stad in de filmgeschiedenis ook een existentialistisch labyrint waar antihelden worstelen met hun bestaan.

Frankrijk heeft een waardig pantheon van tobbende antihelden die twijfelen aan de zin van het bestaan of geconfronteerd worden met de absurde grillen van de werkelijkheid. Albert Camus had zijn Meursault die in het boek L’Étranger symbool stond voor la condition humaine  in een tijd zonder zingeving. Eerder beschreef Louis-Ferdinand Céline de uitzichtloze weg die de moderne mens moet afleggen in zijn Voyage au bout de la nuit. Binnen dit gezelschap vormt Pierre Drieu La Rochelle een geval apart. Binnen de Franse letteren is zijn positie omstreden. Net als Céline had hij fascistische en antisemitische sympathieën. Anders dan Céline pleegde Drieu La Rochelle aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zelfmoord. Het is ook zelfmoord wat het hoofdthema vormt in zijn roman Le feu follet waarvan Louis Malle in 1963 een filmbewerking maakte.

boekcovers-eenzaamheid

Emotioneel uitgeblust
Malle verplaatste de setting van het Parijs van het interbellum naar een bruisende stad in de jaren zestig. Daar volgen wij de emotioneel uitgebluste Alain Leroy. Een alcoholist die aan het bijkomen is in een rehabilitatiekliniek in de buitenwijken van Parijs. Hij kampt met liefdesverdriet, maar ook met de kennis dat zijn wilde jaren nu echt voorbij zijn. Zijn dandy levensstijl blijkt uiteindelijk oppervlakkig en zinloos te zijn geweest.

Marice Ronet speelt Alain met een verleidelijke en eerlijke kwetsbaarheid. Hij besluit om zelfmoord te plegen, maar voordat hij zich overgeeft aan die onomkeerbare daad, gunt hij zichzelf nog een dagje Parijs. Misschien dat er iets is dat hem tot inkeer kan brengen. Malle volgt Leroy tijdens zijn tocht en levert een prachtig portret van een melancholiek Parijs.

Leroy komt oude bekenden en geliefden tegen. In een mooie scène praat hij met een oude vriend die zijn passie heeft gevonden in de archeologie. Hij probeert Leroy nog op andere gedachten te brengen als hij ziet hoe hij twijfelt aan de zin van zijn leven. Een oprechte dialoog ontvouwt zich als Leroy de diepten van zijn depressie probeert uit te leggen. Malle contrasteert dit echter met een levendig Parijs. Ze wandelen langs L’Odéon en Le Jardin du Luxembourg en zien de schoonheid van de stad. Verleidelijke vrouwen lopen vluchtig voorbij en alles is gefilmd met de vernieuwende frisheid van de nouvelle vague.

Het is die tegenstelling die Le feu follet zo sterk maakt. Het is geen film die zwelgt in misère, maar de depressie van de hoofdpersoon juist invoelbaar maakt door scènes die mooi en poëtisch zijn. Ondanks de troost van die momenten blijft er iets knagen aan de ziel van Leroy. De film is daarmee eerlijk in de getrokken conclusies over leven en dood en is een krachtig en onverouderd portret van een man aan de rand van de afgrond. 

Lethargisch labyrint
Parijs vormt ook een labyrint zonder hart in het opmerkelijke Un homme qui dort uit 1974 van Bernard Queysanne. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Georges Perec en wordt geheel verteld door middel van een vrouwelijke voice-over. Zij spreekt in de tweede persoon over een student die zich langzaamaan terugtrekt uit het leven. Queysanne toont beelden van de student die zich door Parijs begeeft of zit te piekeren in zijn kleine en claustrofobische appartement. Geleidelijk aan krijg je als kijker het gevoel dat je vastzit in zijn hoofd. De voice-over vertelt treffende details en zijn overpeinzingen terwijl zijn onverschilligheid toeneemt en hij streeft naar een pure lethargische staat.

Net als Malle weet Queysanne een deprimerende en uitzichtloze situatie te contrasteren met beelden en scènes die een rauwe en onwerkelijke schoonheid hebben. Het leven gaat zoals in Le feu follet gewoon door. Un homme qui dort is verder bijzonder omdat het een film is waar de laatste stuiptrekkingen van de nouvelle vague nog merkbaar zijn. Het is een experimentele, serieuze maar speelse trip van een schimmige regisseur die nog onbekend is binnen de filmgeschiedenis. Ten onrechte als je getuige bent van deze krachtige film die je mee zuigt in de vervreemding en eenzaamheid van de hoofdpersoon. 

Eigentijdse isolatie
Veel eigentijdser is de depressie van de naamloze antiheld in Extension du domaine de la lutte uit 1999. Maar net als de hoofdpersoon in Un homme qui dort wordt hij in zijn gedachten ook bijgestaan door een alwetende verteller. We zitten in het Parijs van de jaren negentig en volgen een eenzame ambtenaar die peinst over zijn mislukte leven. Gebaseerd op het gelijknamige boek van Michel Houellebecq heeft de film ook de nodige quasifilosofische tirades die gericht zijn tegen de moderne maatschappij.

Regisseur Philippe Harel, die ook de hoofdrol speelt, balanceert de zwartgalligheid echter met humor. In bepaalde gevallen wordt het karikaturaal, maar het versterkt ook de momenten waarop de hoofdpersoon alleen is met zijn gedachten. De film verandert van tempo in de tweede helft als hij gedwongen wordt om met een andere ambtenaar door de provincie te trekken voor een zinloos project. Er ontstaat een herkenbaarheid en een spanning tussen de mannen die beiden iets pathetisch hebben.  

Er zijn ook komische incidenten die je een plaatsvervangende schaamte doen voelen zoals in de Britse serie The Office. Maar er zijn ook scènes die surreëel zijn zoals een segment waarin de hoofdpersoon dwaalt door een verlaten stad in de nacht en nadenkt aan de erfenis van het revolutiejaar 1968. Het was het moment dat alles stilstond en alles mogelijk leek, herinnert de hoofdpersoon zich. Maar al snel ging alles onverbiddelijk door. Het zijn die overpeinzingen over de grotere krachten tegenover de nietigheid van het bestaan die je aan het denken zetten. 

Ondanks de uitzichtloosheid weet Harel wel in een poëtisch einde ruimte open te laten voor schoonheid en troost zonder te vervallen in een simpele catharsis. Dat geldt voor al deze films die eerlijk zijn in hun uitbeelding van depressie en eenzaamheid, maar tegelijk een mate van troost bieden wegens de empathie die zij teweegbrengen tussen personage en publiek.

 

28 oktober 2014

 

Alle essays