Recensie Catch .44

**

recensie  Catch .44

Yes, we pecan

door Alfred Bos

Matige en uiteindelijk mislukte Tarantino-pastiche, inclusief sterke soundtrack, is met twee jaar vertraging alsnog in Nederland te zien. Met Bruce Willis als gangster op leeftijd, nu met haar.

Het is niet helemaal duidelijk waarom Catch .44, een ‘kleine’ misdaadfilm met enkele grote acteurs uit 2011, met twee jaar vertraging alsnog een Nederlandse release krijgt. Wie niet gelooft in de goede smaak van de Nederlandse filmdistributeurs houdt het erop dat Catch .44 inhaakt op de marketingcampagne rond A Good Day to Die Hard, het formulefilmspektakel rond Bruce Willis’ John McClaine.

Catch 44

Willis speelt in Catch .44 de gangster op leeftijd Mel. We zien de pecannoten kauwende psychopaat in welgeteld twee scènes, bij hem thuis en op de werkvloer, in dit geval een desolaat diner ergens op het platteland van Louisiana. Daar staat een drugsdeal op de rol, maar daar komt niets van, want iedere betrokkene heeft zo zijn of haar eigen plannen. Aldus belazert iedereen elkaar en ontwikkelt zich een hysterisch staaltje collectief bedrog. Met als resultaat een stapel lijken en één verrassende winnaar. Die heeft gewoon geluk. Of is het nuchterst; de rest gelooft teveel in de eigen hersenspinsels.

Komische noot
Naast Mel is er een groepje criminele meiden rond Tes (Malin Akerman) en de ogenschijnlijk bedaarde, maar volstrekt kierewiete Ronny (Forest Whitaker). Ze hebben allemaal een vertroebelde kijk op de werkelijkheid en handhaven hun waanzin met veel geweld. Dat geweld is zo alom aanwezig dat ieder personage dat in Catch .44 verschijnt voor het slot van de film is afgeknald, met als uitzonderingen de winnaar en de lokale sheriff, een kleine maar heerlijke rol van Brad Dourif, die al Robert Duvall persiflerend voor de komische noot zorgt. Hij is steevast te laat.

De onderlinge banden tussen Mel, Tes en Ronny worden mondjesmaat onthuld, in een reeks flashbacks die telkens vanuit een ander perspectief worden verteld. Niet alleen de niet-lineaire montage en de nouvelle violence zijn schatplichtig aan Quentin Tarantino, dat is ook de uitstekende soundtrack die de actie becommentarieert. De opening wordt begeleid door Fox On The Run van The Sweet en wanneer Tes in beeld komt, klinkt Bowie’s Queen Bitch. Maar er is niet alleen glamrock uit de jaren ’70: The Kills en The Raveonettes leveren meer eigentijdse toptracks. Grapje: Bruce Willis komt ook langs met (dubbele ironie) Respect Yourself.

Catch 44

Zwakke dialogen
Catch .44 is een veredeld hobbyproject van de jonge regisseur Aaron Harvey, die zijn bewondering voor de grootmeester QT op al te opzichtige wijze over het filmdoek smeert. Personages en scènes zijn regelrecht gekopieerd uit Reservoir Dogs, Pulp Fiction, Jackie Brown en Kill Bill. Het maakt Catch .44 niet alleen licht van gewicht, maar ook behoorlijk gedateerd. Vergelijk het met een Drive of een Trance en deze Tarantino-pastiche doet bepaald ouderwets aan.

Al die bezwaren zouden overkomelijk zijn geweest, als Harvey een script met sterke dialogen – het handelsmerk van Tarantino – had afgeleverd, maar juist op dat punt loopt het fout. Catch .44 weet ruim een uur te vermaken, tot de veel te lang gerekte sleutelscène, een driehoeks standoff zonder de centrale figuur, kopje onder gaat in onzinnig gewauwel. Dan gaan opeens de eerder genoemde manco’s irriteren en is Catch.44 een ballon die niet klapt, maar snel leegloopt.

 

25 juni 2013

 

 

MEER RECENSIES