Recensie Danny Collins

***

recensie  Danny Collins

Al Pacino als popster op leeftijd

door Alfred Bos

Maar goed dat er in 1971 nog geen e-mail was, anders was het bericht van John Lennon wél aangekomen. Nu heeft scenarist en debuterend regisseur Dan Fogelman een mooie aanleiding om Al Pacino te laten schitteren.

Popsterren op leeftijd, ze zijn al snel een karikatuur en derhalve een dankbaar onderwerp voor komische verwikkelingen. Altijd het middelpunt van de belangstelling, nooit gebrek aan bewondering of materieel gemak – het ego kan tot surrealistische omvang uitgroeien. Al Pacino speelt Danny Collins, in de jaren zeventig een gevierde zanger die veertig jaar later nog steeds met veel succes zijn danspasjes vertoont voor zalen vol nostalgisch zwelgende huisvrouwen. Hij is AOW-gerechtigd, maar gedraagt zich als een feestbeest.

Recensie Danny Collins

Wanneer Collins van zijn manager een bijzonder geschenk ontvangt, besluit hij zijn wilde haren te kammen. Veertig jaar eerder heeft hij, als veelbelovend groentje, zich in een interview laten ontvallen doodsbang te zijn voor het succes dat hem werd voorgeschoteld. Daarop heeft John Lennon hem een bemoedigende brief geschreven die nimmer bij Collins is besteld. Wanneer hij als stuk gefeeste zestiger de brief alsnog ontvangt, verschuift er iets in zijn ziel. Hij gaat zichzelf serieus nemen.

Lennon-soundtrack
Het uitgangspunt van de film is gebaseerd op een waar gebeurd voorval – de in Britse folk-kringen gevierde songschrijver Steve Stilton stond model – maar de verwikkelingen komen uit de pen van scenarist Dan Fogelman (onder meer Cars, Last Vegas  de tv-serie The Neighbors), die met Danny Collins  als regisseur debuteert. De Lennon-link wordt letterlijk uitgespeeld op de geluidsband, die bijna exclusief uit bekende nummers van de voormalige Beatle bestaat. De Lennon-liefhebber kan er zelfs een quizje mee spelen: welke track zou bij deze scène passen? Afkicken? Ah, Cold Turkey. Woedetoeval? Instant Karma.

Pacino speelt het popidool met de van hem bekende zwier en al zijn z’n danspasjes een tikje stram, het is bepaald geen straf om hem zien los te gaan als de gelooide branieponem met een menselijk hart. Het tegenwerk komt van Annette Bening, wier pantser als stugge manager van een provinciehotel langzaam wordt ontmanteld door het niet aflatende charmeoffensief van Collins. Het levert een aantal gevatte dialogen op.

Recensie Danny Collins

Meesteracteur
Collins verkeert quasi-anoniem in de provincie om de scherven van zijn leven te lijmen en de belangrijkste scherf is de ooit in een dronken moment verwekte zoon die hij nimmer heeft gezien, gespeeld door Bobby Cannavale. Buiten de voor de hand liggende verlatingsissues speelt er een gezondheidsprobleem. Dat resulteert in een magnifieke slotscène waarin de afwezige vader en de afgewezen zoon tot elkaar komen. Het is zo’n moment waarop de klasse van de meesteracteur Pacino bijna achteloos over het scherm dwarrelt.

Danny Collins is een feelgoodfilm à la The Best Exotic Marigold Hotel, gericht op vijftigplussers maar charmant genoeg om ook jongere generaties te behagen. De bonus is natuurlijk Pacino, die zijn personage qua muziekstijl en podiumverschijning op Neil Diamond (op de grens van pop en ‘middle of the road’) lijkt te hebben gemodelleerd. Zie hem glimlachen in het portret op de toerbus, groter dan het leven zelf. Wie kan daar koud onder blijven?

 

22 juni 2015

 

 

MEER RECENSIES