Recensie A Hard Day’s Night

*****

recensie  A Hard Day’s Night

Stroomstoot tussen werkelijkheid en fictie

door Alfred Bos 

Op 6 juli 1964 ging de eerste speelfilm van The Beatles in roulatie. Toen was het een regelrechte sensatie en na vijftig jaar weet het werkstuk van regisseur Richard Lester nog immer te overtuigen als een van de beste muziekfilms ooit gemaakt.  

Gedraaid in het voorjaar van 1964, tijdens de hoogtijdagen van de Beatlemania en kort nadat John, Paul, George en Ringo – zoals iedereen hen toen kende – door het Amerikaanse publiek, jong en oud, aan het hart waren gedrukt, vormen A Hard Day’s Night, film en gelijknamig album, het hoogtepunt van de eerste fase in de roemrijke loopbaan van het viertal uit Liverpool.  

Recensie A Hard Day’s Night

De film is een glorieus succes, het bijbehorende album eveneens. De derde langspeler van The Beatles is hun eerste met uitsluitend eigen composities en tevens de beste uit de eerste act van het Fab Four-verhaal. Enkele maanden daarvoor had John Lennon een verhalenbundel met tekeningen gepubliceerd, In His Own Write. Op 6 juli ging de film in Londen in première en lag de langspeler in de winkel. In de zomer van 1964 leek het alsof de Beatles alles konden.  

Quasi-docu
De grote kracht van A Hard Day’s Night – en tevens de reden waarom hij vijftig jaar later nog steeds overtuigt – is dat de film draait om waar The Beatles goed in zijn: zichzelf vermaken – het verbale vuurwerk tussen de vier is legendarisch – en muziek maken. Het publiek is de lachende derde. Het verhaal van de film blijft dicht bij de werkelijkheid van de Fab Four, zonder een documentaire te worden. In 1964, een tijd waarin het idee van mediaverzadiging nog sciencefiction was, werkte het voor de miljoenen Beatles-fans als een langgerekte quasi-docu.  

A Hard Day’s Night volgt The Beatles tijdens de voorbereidingen van een tv-optreden. Het viertal reageert laconiek op de horden gillende meisjes en de niet begrijpende tv-regisseur. Tijdens de repetities vertolken ze nieuwe nummers, die de eerste kant van het derde Beatles-album vormen. De scènes in en rond de kleedkamers worden onderbroken door terzijdes rond Pauls zogenaamde opa en een zoekgeraakte Ringo.  

Recensie A Hard Day’s Night

Gewaagde beeldtaal
Regisseur Richard Lester gebruikt een beeldtaal die in 1964 voor een publieksfilm ronduit gewaagd was. Weinig statische shots, snelle montage, extreme close-ups, bewegende camera (ook in kleine ruimtes) en zelfs helikoptershots. Het is de beeldtaal die nadien gemeengoed zou worden en de film, ondanks het patina van vervlogen actualiteit, fris houdt. Over de muziek kan geen twijfel bestaan, het titelnummer bruist van een vitaliteit die vijftig jaar na dato nog steeds werkt als een stroomstoot. Voor velen was het indertijd de aansporing om te breken met de lifestyle van hun ouders, het startschot voor een ‘happening’ jaren zestig.  

A Hard Day’s Night is even origineel en eigenzinnig als het befaamde akkoord (een F met een toegevoegde G) waarmee film en album aftrappen. De keuze voor zwart-wit was indertijd een tikje archaïsch, maar werkt nu in het voordeel: beter geconserveerd, meer authenticiteit. Ook de absurdistische humor is raak en volkomen in de geest van de Fab Four. Het werkte inspirerend op bijvoorbeeld het team dat later Monty Python zou vormen. Kortom, alles aan A Hard Day’s Night treft doel. De film groeide uit tot het ijkpunt waaraan muziekfilms zich konden meten.  

A Hard Day’s Night is opnieuw uitgebracht op dvd in een gerestaureerde, digitale kopie met drie audio opties: mono, stereo en 5.1 surround, verzorgd door Giles Martin, zoon van de oorspronkelijke producer George Martin. De gerestaureerde film draait tevens in enkele bioscopen.

 

3 juli 2014

 

 

MEER RECENSIES