Recensie Oasis: Supersonic

**

recensie Oasis: Supersonic

Nageboorte van John Lennon?
Definitely not.

door Alfred Bos

Hoe twee broers uit Manchester, de een een fantast en de ander een crypto-criminele hooligan, dankzij de borstklopperij van de Britse muziekpers uitgroeiden tot de meest overschatte band uit de muziekgeschiedenis.

Zelf noemen ze zich Abel en Kabel, naar de zonen van Adam en Eva. De Gallagher-broers, Noel de oudste (eigenlijk middelste) en Liam de jongste, kennen hun bijbel. Zelf schreven ze het nieuwe testament van de Britse popmuziek, de nabrander van een roemrijke traditie die midden jaren negentig als Britpop bekend is geworden. Het was de laatste hoezee van een popnatie in verval. Hun eerste langspeler Definitely Maybe (1994) werd het snelst verkopende debuutalbum uit de Engelse pophistorie.

Oasis: Supersonic

Oasis werd wereldberoemd in Engeland en Japan. Daarbuiten, Amerika voorop, was de ontvangst een stuk koeler. Omhoog geschreven door de Britse pers werd het vijftal het boegbeeld van Britpop, de Engelse reactie op de Amerikaanse grunge van Nirvana en Pearl Jam die begin jaren negentig domineerde. De mannen zelf gingen in al die hijgerige bijval geloven en waanden zich de evenknie van The Beatles en Elvis. Sla er het MOJO-interview van november 2007 op na.

Van de vier klassieke Britpop bands – Blur, Pulp, Suede en Oasis – had het vijftal uit Manchester als enige een groepsnaam met drie lettergrepen maar was veruit het minst bedeeld met rekenkracht, zoals de twee uur durende documentaire, door regisseur Mat Whitecross samengesteld uit het beeldarchief van de broers, overvloedig laat zien. Het is één lange litanie van grofheden en hooligangedrag, gepunctueerd door de zelfmythologiserende opmerkingen van Noel, de songschrijver en intellectueel van de band. Die ziet Oasis als de laatste grote Engelse rockband in een traditie die door internet kapot is gemaakt. Hij vergeet gemakshalve Muse.

Het is de schuld van de roadies
De door de broers gefinancierde documentaire concentreert zich op de eerste vijf jaar van de band, van de oefenruimte en het eerste publieke optreden (Boardwalk, Manchester, 18 augustus 1991) tot de optredens van 10 en 11 augustus 1996 op het festivalterrein van Knebworth voor in totaal een kwart miljoen mensen. Over de gretige zelfmedicatie en bijkomend zelfdestructief gedrag is men open, zelfs trots. Dat een cruciaal optreden in Los Angeles werd verknald door onprofessioneel gedrag, lag volgens Noel niet aan de muzikanten (high op meth), maar aan de roadies. ‘We hadden allemaal een andere setlist.’

Supersonic bevestigt de Oasis-mythe, met uitsluiting van alles wat niet strookt met het geïnflateerde zelfbeeld van de broers. De door de Engelse pers opgeklopte tweestrijd tussen de groep en hun tegenbeeld Blur (Manchester versus Londen, working class versus middleclass, lagere school versus kunstacademie) culmineerde in augustus 1995 in een heuse mediahype, the Battle of Britpop. Beide bands brachten in dezelfde week een nieuwe single uit, welke zou dat weekeinde de hitlijsten aanvoeren? Het werd Blurs Country House. De documentaire gaat aan het vermaarde voorval voorbij.

Ook de kwesties rond plagiaat blijven onbelicht. Bij single nummer drie, Shaker Maker, was het al raak en er zouden meerdere volgen. Noel Gallagher ziet zichzelf als een songschrijver van het kaliber Burt Bacharach, maar speelt leentjebuur bij zijn voorbeelden. Hij staat paf van zijn eigen genie.

Oasis: Supersonic

Het is de schuld van de muziekindustrie
Twee uur doorbrengen met de Lombroso-koppen van de Gallaghers en hun rockclichés is vermoeiend, niet in het minst omdat ze zowel verbaal als muzikaal maar één register kennen: bluf. Zelf zien ze zich als de geniale nageboorte van John Lennon, maar als we dan toch naar de jaren zestig moeten verwijzen komen eerder de ruziënde broers Ray en Dave Davies van The Kinks op het netvlies. En, zo leert Supersonic ten overvloede, eigenlijk is Oasis de reïncarnatie van jaren zestig band The Troggs, die van Wild Thing, in muzikantenkringen legendarisch vanwege hun onnavolgbare studioruzies, befaamd geworden als de Troggs Tapes.

Gelukkig valt er af en toe ook nog wat te lachen. Hilarisch is het verhaal van hun eerste concert buiten Engeland, in de Amsterdamse Melkweg. Voor ze afreizen op hun eerste buitenlandse tripje slaan de mannen een voorraad drugs in en maken het op de veerboot zo bont dat Liam wordt gearresteerd. Geen optreden in Amsterdam, waar – maar dat hadden de Gallaghers niet begrepen – de drugs aan de struiken groeien.

Supersonic, vernoemd naar de eerste Oasis-single, staakt het verhaal na de triomf van Knebworth. De lol was er al eerder vanaf, zo onthullen de broers: de managers en professionals van de muziekindustrie hadden de chaos gekanaliseerd. Kosmische eigendunk en een selectief geheugen maken van Supersonic een eenzijdige documentaire die grenst aan geschiedvervalsing.
 

3 oktober 2016

 
MEER RECENSIES