Recensie: The Only Living Boy in New York

*

recensie The Only Living Boy in New York

Toiletwaardige hattrick met walgelijk coming-of-age drama

door Vincent Hoberg

Het leven van een opgroeiende blanke jongeman in een grote Amerikaanse stad kan óók best lastig zijn, ondanks die stinkend rijke pa en een vrachtwagen vol privileges. Tenminste: als we Marc Webb’s The Only Living Boy in New York mogen geloven. De film is pure ellende en de schuld ligt niet bij de regisseur. Screenwriter-from-hell Allan Loeb scoort een toiletwaardige hattrick met dit walgelijke coming-of-age drama.

Er zijn duizenden bars en restaurants in Los Angeles, het hart van de Amerikaanse filmindustrie, en daar werken vrijwel geen professionele obers, barmannen of afwassers. Want eigenlijk willen ze bijna allemaal maar één ding: werken in Hollywood. Als acteur vooral, of als screenwriter. In menig bureaula van de stad der Engelen ligt een manuscript te verstoffen en dat zal waarschijnlijk nooit verfilmd worden, al is het nog zo geniaal.

The Only Living Boy in New York

Daarom stemt het extra droef dat er werkende scenaristen bestaan als Allan Loeb die jaar in, jaar uit hun rotzooi op de – inmiddels niet meer zo – nietsvermoedende wereld mogen loslaten. In een tijdspanne van twee (!) jaar vonden drie scenario’s van deze flutschrijver hun weg naar de bioscoop: het abominabele misbaksel Collateral Beauty, het sentimentele prul The Space Between Us en nu The Only Living Boy in New York. Het is de voorlopige kroon op zijn immer groeiende mesthoop en dat is een prestatie, gezien het niveau van die andere twee films.

High Five met een baksteen
Het leven is hard voor Thomas Webb (Callum Turner), althans dat vindt hij zelf. Als New Yorkse twintiger, die na zijn afstuderen het dure huis van zijn ouders heeft ingeruild voor een klein appartementje aan de Lower East Side, brengt hij zijn dagen door met verliefd zijn op platonische vriendin Mimi (Kiersey Clemons), en zeuren over, nou ja, alles eigenlijk. Al na tien minuten in de film wil je het vervelende ventje highfiven met een fikse baksteen en is het volkomen duidelijk waarom Mimi de boot heel erg ver afhoudt. Maar goed, het is nog vroeg in het verhaal en ach, is iedereen niet een beetje zo op die leeftijd? Door met frisse moed, want daar is Jeff Bridges!

Bridges, de man die in een rol zelfs de meest gruwelijke dictator nog sympathie zou kunnen meegeven, duikt op als W.F., de nieuwe buurman van Thomas en hij begint een – vooralsnog – onbegrijpelijke vriendschap met de oninteressante zeurpiet. Knap irritant, zeker wanneer de mysterieuze dronkaard zijn buurjongen van levenslessen gaat voorzien over zijn onbereikbare liefde, samen te vatten als: ‘Trek het je niet aan jongen, vrouwen op die leeftijd doen nou eenmaal moeilijk.’ Jeff Bridges doet badinerend over vrouwen, het kan-het-nog-erger?-alarm mag officieel af en we zijn nog geen half uur op weg.

The Only Living Boy in New York

Mislukte masturbatiefantasie
Het komt daarna niet meer goed met The Only Living Boy in New York, laat dat maar aan Allan Loeb over. Met droge ogen serveert hij ons een plot waarin Thomas ontdekt dat zijn vader (Pierce Brosnan) een affaire heeft met ene Johanna (Kate Beckinsale). Hij gaat haar dagenlang stalken en als beloning belandt Thomas bij haar in bed. Want dat kan in het universum van Loeb: timide twijfelaars veranderen in een oogwenk in alfamannetjes en zelfverzekerde vrouwen vallen daar blind voor.

Het is de mislukte masturbatiefantasie van een tiener die iets te vaak The Graduate heeft gezien. Of The Apartment. Of eender welke duizend keer betere film die soortgelijke thema’s aansnijdt. Als Mimi ontdekt van Thomas’ affaire wordt ze meteen jaloers. Want Allan Loeb. Het is werkelijk niet te geloven dat dit misogyne broddelwerk niet door een studiobaas onder handen is genomen met een vlammenwerper. Of vier. Wie vond dat Baby Driver, de andere recente film die een songtitel van Simon & Garfunkel leende, geen sterke vrouwelijke karakters heeft, kan de messen nu pas echt gaan slijpen.

The Only Living Boy in New York

Masochistisch drinkspel
Loeb slaat de plank zo vaak mis dat het een wonder is dat zijn script niet doordrenkt was van vingerwondenbloed (en daardoor – wishful thinking – onleesbaar). Tijdens een diner bij Thomas’ ouders thuis wordt de dialoog slechts gevoerd door de blanke aanwezigen. Een Aziaat en een Latina zitten voor piet snot aan tafel en mogen slechts braaf knikken als er wijsheden over het Verval van Het Oude New York en yada yada yada gedebiteerd worden.

Thomas’ moeder (een uitstekende Cynthia Nixon) is neurotisch, depressief, aan de drank en pillen (want Allan Loeb) en zegt dingen als: ‘de langste afstand in de wereld is die tussen waar je bent en waar je had willen zijn’. Gênant moment nummer zoveel: Bridges mompelt tijdens een gesprek iets te geforceerd tig keer ‘Visions of Johanna’ en hopla! Daar schalt het gelijknamige nummer van Bob Dylan over de beelden.

Dit is een film voor een masochistisch drinkspel, waar het glas leeggedronken moet worden bij elk ergerlijk moment. De slijters zullen bijzonder goede zaken gaan doen. En bestaat er al een variant op een straatverbod met betrekking tot laptops, computers, pennen en potloden? Zo ja, gaarne een eeuwige voor Allan Loeb. Krijgen al die stoffige, geniale scenario’s in de L.A. laatjes hopelijk ook eens een kans.
 

18 augustus 2017

 
MEER RECENSIES