Recensie: Poesía sin fin

****

recensie Poesía sin fin

Autobiografie zonder einde

door Bob van der Sterre

Alejandro Jodorowsky, de meester van het surrealisme in de strip, maker van een paar filmklassiekers, is begonnen met het verfilmen van zijn eigen levensverhaal. Natuurlijk wel op zijn Jodorowsky’s: bizar en compromisloos.

Fando and Lis, El Topo en The Holy Mountain. Deze drie klassieke Jodorowsky’s uit de jaren zeventig leveren doorgaans maar twee soorten reacties op: dat het briljant is of het is het allerergste wat je ooit in cinema hebt moeten doorstaan. Welke andere regisseur moest tijdens een première (Fando and Lis 1968 in Mexico) na een rel uit de zaal sluipen om vervolgens bekogeld te worden met stenen?

Poesía sin fin

Hoe bizar ook, Jodorowsky’s invloed in cinema kan niet worden onderschat. Hij vormt een uniek hoekje. Zoals in het eerder op IDB gepubliceerde essay van Alfred Bos staat te lezen: ‘De Chileense filmmaker, die wordt gezien als belangrijke inspirator van Dennis Hopper, David Lynch en Nicolas Winding Refn, leverde het scenario voor de fameuze Incal-strip van Moebius/Jean Giraud, die werd gepubliceerd in de jaren tachtig.’

Dat maakt het interessant om te zien waar het allemaal vandaan kwam, in een door hemzelf gekleurde autobiografische geschiedenis. Zijn leven is een reclamespot voor een brede creatieve ontwikkeling. Het tegenovergestelde van wat de maatschappij nu van mensen eist. Alle kunstvormen kwamen juist bij hem uit. Inspiratie uitte hij in poëzie, circusoptredens, stripverhalen, theater en dus film.

Opera zingende moeder
Aangezien dit deel 2 is van een vijfdelige (!) autobiografie gaan we verder waar La danza de la realidad drie jaar geleden eindigde. Kleine Alejandro wordt grote Alejandro. We zien de metamorfose (geestig stukje) hoe de stad met grote prenten verandert in hoe het er vroeger uitzag. Het strikte regime thuis zint Alejandro niet en hij ontsnapt uit het benauwende wereldje.

In een kunstenaarscollectief voelt hij zich eindelijk thuis. Ontmoet symbiotische dansers, ‘polypainters’ en een ‘ultrapianist’ (bespeelt piano met een hamer). Hij is zelf een dichter en moet een muze zoeken. In café Iris vindt hij er een.

En dan begint zijn dichtersbestaan. Hij behoort tot de dichters die woorden vooral thuis laten en hun handelingen als poëzie zien. Een periode toen het werpen van rotte eieren ook iets poëtisch betekende. Of het lopen van een rechte lijn vanuit je eigen huiskamer.

Poesía sin fin

Het begin heeft een hoog tempo, loopt lekker, ook al zie je meteen dat het acteerwerk slordig is. Maar dat hoort ook bij Jodorowsky’s stijl, die is losjes en lichtvoetig. Zo komt de zoon na een nacht slapen als man uit de slaapkamer, hoewel de anderen niet ouder zijn geworden. Stripachtige overdrijving combineert vrolijk met de mogelijkheden van filmsets.

Bundeling van losse scènes
Het tweede gedeelte van de film is minder sterk. De dichters met hun ondichtende dichtwerk zijn een bundeling van wat losse scènes waarvan de ene wel werkt en de andere niet. Met de typische Jodorowsky-compromisloosheid om een scène te maken waarin een vrouwelijke dwerg (die flink menstrueert) seks heeft met de hoofdpersoon.

Het is sowieso opvallend hoe dik de vrouwenpersonages zijn aangezet. De muze is opzettelijk opgeblazen tot een mollige dame die alle clichés van eigenzinnige vrouw vertegenwoordigt. De moeder is immer bezorgd en communiceert in aria’s. Er moet een verklaring zijn in hoe Jodorowsky zijn beleving van toen schetst. Die overdrijving is dan juist een compliment.

Hier en daar vind je wat geniale momenten, zoals de dichter die een deur opent, daar wit gepoederde mensen laat zien, op de achtergrond een schilderij waar een tank op staat, een radio die babbelt over bommenwerpers, waarna de dichter kalm zegt: ‘Mijn ouders, ze raken niet uitgepraat over de oorlog.’

En de film heeft prima, passend camerawerk van Christopher Doyle, die met films als 2046 en Underwater Love wel het juiste op zijn cv heeft staan om de film Jodorowsky-proof te maken. Helemaal bij de tijd is hoe Kickstarter en Indiegogo hebben geholpen om de film te financieren.

Poesía sin fin

Wat de film helaas erg mist is een spanningsboog. Je zit vooral naar uitzinnige mensen te kijken zonder dat het ergens heen gaat. Wat je ook echt mist zijn een paar kalme, verbindende scènes. Mensen die gewoon een beetje eten en kletsen. Zulke breaks hadden de film toegankelijker en meer volwassen kunnen maken, hadden de karakters meer mens kunnen laten zijn.

Vol Jodorowsky’s
Poesía sin fin (Endless Poetry) is een beetje Being Alejandro Jodorowsky. De film zit bijvoorbeeld vol Jodorowsky’s. Alejandro zelf, Adan (ene zoon) en Brontis (andere zoon). Adan speelt de rol van Alejandro (en deed de muziek). Brontis speelt Alejandro’s vader, met wie Alejandro in onmin leeft.

Het wordt wel een beetje Jodorowsky-inception als Alejandro zijn eigen zoon poedelnaakt zichzelf laat spelen met z’n minnares van toen. Het zou niemand moeten verbazen als hij zijn zoon zelfs in een latere episode zichzelf laat verwekken. Als je principieel niets vreemd vindt, wat is er dan nog raar?
 

30 december 2016

 
MEER RECENSIES