Recensie The Salvation

***

recensie  The Salvation

Cowboy aan het kruis

door Alfred Bos

In zijn eerste Engelstalige film introduceert de Deense regisseur Kristian Levring een nieuw subgenre: de calvinistische western. Mooifilmerij verhult gebrek aan psychologische diepgang.

Hij is onverwoestbaar, de western. In de jaren tachtig leek het ooit oppermachtige genre – eind jaren vijftig was een op de drie Amerikaanse tv-series een western – een curiosum te zijn geworden, maar na Clint Eastwoods Unforgiven uit 1992 druppelen de rolprenten over bestobbelde vrijbuiters in gevecht met natuur en medemens de bioscoop weer binnen. The Salvation is na The Homesman van Tommy Lee Jones de tweede western die het filmpubliek  dit jaar krijgt voorgeschoteld.

De slordige achtduizend westerns die er sinds de jaren twintig in Hollywood en ver daarbuiten, tot in Rusland en Zuid-Korea aan toe, zijn gemaakt komen in vele soorten en maten. We noemen de wraakwestern, de cattle drive western, de eigentijdse western, de revisionistische western, de spaghettiwestern, de acid western en de komische western. Daar voegt de Deense regisseur Kristian Levring een nieuw subgenre aan toe, de calvinistische western. ‘Bad men will bleed’, meldt de poster.

Recensie The Salvation

Wraakmotief
Levring windt er geen doekjes om dat John Ford, Akira Kurosawa en Sergio Leone (allen regisseurs van klassieke westerns, in Kurosawa’s geval van de samoeraivariant) zijn grote voorbeelden zijn en dat laat zich aan The Salvation afzien. Het ontbreekt slechts aan een finale die is gesitueerd in Monument Valley, John Fords favoriete westernlocatie.

De film opent in een winderig treinstation op een godverlaten vlakte en ook de muziek herinnert aan Once Upon A Time In The West. Jon (Mads Mikkelsen) en Peter (Mikael Persbrandt) zijn na de tweede Duits-Deense oorlog, van 1864, naar de Amerikaanse prairie vertrokken om een nieuw leven op te bouwen. Jon wacht op zijn vrouw en zoon, hij heeft hen zeven jaar niet gezien. De hereniging is evenwel van korte duur.

The Salvation combineert verschillende stijlfiguren van de western. Er is het wraakmotief: Jon gaat op zoek naar de moordenaar van vrouw en kind. En er is wat we de High Noon-verhaallijn kunnen noemen: hij staat er alleen voor. De belager van Jons familie blijkt gelieerd aan Delarue (Jeffrey Dean Morgan), leider van de lokale boevenbende, en het dorp wordt door hem effectief geterroriseerd; niemand durft Jon te helpen. Heel modern: op de achtergrond loert het grootkapitaal dat het op de olie heeft voorzien.

Recensie The Salvation

Geaarde held
Deze door de studio van Lars von Trier geproduceerde, Engelstalige (en deels Deens gesproken) film heeft een paar onmiskenbaar Scandinavische trekjes. De lokale sheriff dubbelt als dominee (of is het andersom?) en de begrafenisondernemer klust bij als makelaar; het zijn politiek-correcte kwezels, hun piëteit maskeert een laffe inborst. Jon – en niet de schurken noch de angsthazen – betaalt zijn integriteit met bloed, in een pose die aan een kruisiging herinnert, en de enige vrouw in het verhaal, Delarue’s schoonzus Madelaine (Eva Green), heeft geheuld met de vijand, de indianen, en is letterlijk monddood. Ze blijkt Jons Maria Magdalena. De camera heeft opvallend veel aandacht voor voeten en Jon knalt liggend op de grond het geboefte af. Geen idee wat dat te betekenen heeft.

The Salvation ziet er gelikt, maar ook gekunsteld uit. De nachtscènes zijn prachtig doch volstrekt onnatuurlijk uitgelicht en Levring grijpt zo vaak naar dolly- en crane shots dat de meer gevoelige kijker moet waken voor wagenziekte. De plot points (van Denemarkens meest gevierde scenarist, Anders Thomas Jensen) worden subtiel gebracht en de shoot-out climax is Howard ‘Rio Bravo’ Hawks waardig en toch ontbreekt er iets. Het is de psychologische diepgang: de personages interacteren nauwelijks. Iedereen vecht zijn eigen gevecht. Zie, de western is met zijn tijd meegegaan.

 

11 december 2014

 

MEER RECENSIES