Recensie Stonehearst Asylum

**

recensie  Stonehearst Asylum

De relativiteit van waanzin

door Suzan Groothuis

Dat je niet zomaar alles moet geloven wat je ziet, wordt duidelijk na de proloog in Stonehearst Asylum. De film, waarin een jonge, gedreven arts klinische ervaring opdoet bij een psychiatrisch ziekenhuis, speelt met gezondheid, waanzin en macht. En dat allemaal met een groot gebaar. 

De film opent met een medische les, waar een chirurg (een korte rol van Brendan Gleeson) een voorbeeld van hysterie laat zien. Een scène die wat doet denken aan de vertoning van The Elephant Man in From Hell (2001). Het is het Victoriaanse tijdperk, waar de psychiatrische ziektebeelden zoals wij die nu kennen nog een mysterie waren. ‘Krankzinnigen’ werden opgesloten in een gesticht, ver weg van de samenleving, terwijl artsen zich over hun problematiek bogen en dubieuze behandelmethoden toepasten. 

Recensie Stonehearst Asylum

Onorthodoxe behandelmethoden
Stonehearst Asylum is zo’n gesticht: een imposant, angstaanjagend gebouw ver weg van alles en iedereen. De jonge arts Edward Newgate (Jim Sturgess) is als arts afgestudeerd aan Oxford en wil er klinische ervaring opdoen. Zijn verzoek wordt gehonoreerd, maar bij aankomst is het toch even slikken. Het gesticht, omgeven door zwaar hekwerk, wordt beveiligd door een vervaarlijk uitziende crew onder leiding van Mickey Finn (David Thewlis, Naked). Na de wat vreemde en niet bepaald vriendelijke ontvangst wordt Edward het pand ingeleid, waar hij de hoofdarts, dr. Lamb (Ben Kingsley), ontmoet. 

Lamb staat wat achterdochtig tegenover de intenties van de jonge arts. Verbetermethoden zijn niet nodig, het gesticht functioneert immers prima! Maar een rondleiding door het gebouw en een kennismaking met zijn bewoners roept op zijn minst vragen op. Lamb houdt er namelijk onconventionele en onorthodoxe methoden op na. Van een behandeling lijkt nauwelijks sprake: de patiënten worden in hun wanen gelaten en daarin zelfs aangemoedigd. 

Schoonheid en intriges
Maar dan wordt Edward gegrepen door de schone Eliza Graves (Kate Beckinsale), een jonge vrouw die de kijker herkent als hysterische patiënte uit de openingsscène. Gefascineerd door haar besluit Edward zijn verblijf op Stonehearst Asylum een kans te geven. Al snel raakt hij verwikkeld in intriges en duurt het niet lang voordat hij de ware bedoelingen van de diabolische dr. Lamb en zijn crew achterhaalt. 

Stonehearst Asylum (oorspronkelijke titel Eliza Graves) is gebaseerd op een kort verhaal van Edgar Allan Poe. In handen van regisseur Brad Anderson, bekend van de donkere thrillers Session 9 (2001) en The Machinist (2004), is het een zwaar aangezette mix van thriller, horror, kostuumdrama en satire geworden. Prachtig geschoten, dat wel, met veel oog voor decors en setting. De opnamen vonden plaats in Bulgarije, waarin het statige, spookachtige gebouw een goede keuze is, maar het bergachtige landschap weinig overeenkomsten vertoont met het Britse platteland. 

Recensie Stonehearst Asylum

Bombastisch en gladgestreken
Net als in zijn vorige films speelt Anderson met plottwists, die voor de kijker in Stonehearst Asylum echter onverrassend zijn. “Believe nothing you hear, and only one half that you see”, horen we niet voor niets meerdere malen als quote in de film terug. Het van meet af aan geforceerd op je hoede zijn (denk d’r om, niets is wat het lijkt!) in combinatie met een voorspelbaar narratief verloop maken dat mindfucks ontbreken, in tegenstelling tot het sterkere Shutter Island (2010) van Scorsese of de recente horrorserie American Horror Story: Asylum (2011).  

Het gevoel dat de kijker overmeestert is dat van bombast, alsof Anderson alles uit de kast heeft moeten trekken om met zijn film te overtuigen. De topcast (Ben Kingsley en Michael Caine zijn aangetrokken als grote namen) en de dure productie ten spijt, gaat Stonehearst Asylum gebukt onder zijn eigen pretenties. Het duistere randje aan het begin maakt plaats voor een zoete happy ending, waarbij waanzin maar een relatief begrip blijkt te zijn.

 

20 oktober 2014

 

MEER RECENSIES