Recensie Suburra

****

recensie Suburra

Riool aan het Romeinse strand

door Alfred Bos

Suburra is een eigentijdse thriller uit Italië, waarin politiek en misdaad in hetzelfde bed slapen. Regisseur Stefano Sollima (bekend van de tv-series Romanza Criminale en Gomorra) toont regen en neon, neo noir dus. Volgend jaar als tv-serie via Netflix, nu als film in de bioscoop.

Vroeger had je politieke thrillers en misdaadfilms waarin helden en schurken duidelijk van elkaar waren onderscheiden, net zoals beide genres van elkaar verschilden: politiek was politiek en misdaad was misdaad. Tegenwoordig is het verschil tussen gezag en geboefte vervaagd en heeft de misdaadthriller een politieke ondertoon, en vice versa.

Suburra

Een voorbeeld van de eigentijdse thriller waarin misdaad politiek is en politiek misdaad, is Suburra, de tweede speelfilm van de Italiaan Stefano Sollima. Hij is als regisseur van de internationaal gewaardeerde tv-series Romanzo Criminale en Gomorra gepokt en gemazeld in het genre en dat is aan Suburra af te zien. Net als La Isla Minima, de verrassende Spaanse zomerhit van vorig jaar, is het een met veel overmacht geregisseerde genrefilm die draait om de psychologie van het verderf. De filmtitel verwijst naar een wijk van het oude Rome waar senatoren en misdadigers elkaar troffen voor duistere zaken.

Las Vegas in Ostia
Suburra toont een röntgenfoto van het maatschappelijke systeem dat in het Italië van Berlusconi is ontstaan. De film verhaalt hoe in november 2011 in een week tijd de corrupte machinaties rond een groot bouwproject ontaarden in de dood van de voornaamste betrokken maffiosi en de val van de politicus die verantwoordelijk is voor het project, de constructie van een groot uitgaanscomplex aan de Romeinse kust. Dat moet van Ostia, het strand van Rome, het Las Vegas van Italië maken en de onderwereld is dronken van het vooruitzicht.

De verwevenheid van misdaad en politiek, en zelfs het Vaticaan, is niet nieuw voor het filmdoek, maar het aardige van Suburra is dat het laat zien hoe verdeeld de wereld in de schemerzone van de legaliteit is. Er zijn maar liefst vier partijen die een scheve schaats rijden.

Samurai (Claudio Amendola) is een schimmige figuur, een beroepscrimineel op leeftijd die achter de schermen het bouwproject controleert. Hij doet geheime zaken met Numero 8 (Alessandro Borghi), de criminele zoon van een van Samurais vroegere handlangers en eigenaar van een nachtclub in Ostia, die op hardhandige wijze grond en vastgoed opkoopt voor het bouwproject. Ze houden de lokale afperser, de zigeuner Anacleti (Adamo Dionisi), schielijk buiten de plannen. Die krijgt er echter lucht van wanneer zijn jongere broer wordt ingehuurd om een lijk te doen verdwijnen. Dat lijk is de partner van een luxehoer, haar pooier Sebastiano (Elio Germano) is de vierde criminele partij en de schakel tussen onder- en bovenwereld.

Suburra

Stortregens
Sollima liet in ACAB (All Cops Are Bastards), zijn debuutfilm over de mobiele eenheid van Milaan, al zien dat hij actie, misdaad en psychologie kan versnijden tot een krachtige cocktail en Suburra is nog een tandje ambitieuzer van opzet. Het complexe verhaal wordt klip en klaar verteld, de personages treffend neergezet zonder karikaturaal te worden – wat vooral in het geval van de zigeuner en diens huishouden geen sinecure is – en het geweld zonder enige opsmuk, bijna achteloos getoond.

Treffend is de positie van de politicus, Filippo Malgradi (Pierfrancesco Favino), die moeiteloos ambtenaren, bestuurders en zelfs de kerk kan corrumperen, maar moet vrezen voor een schandaal rond seks met een minderjarige. Tegenover die hypocrisie van de heersende klasse staat de oog-om-oog moraal van onderwereld én de wrekende engel. Op zijn Kurosawa’s stortregent het op de sleutelmomenten van dit fictieve drama en op de dag van de ondergang treedt de Tiber heel symbolisch uit zijn oever. In het echt viel op 12 november 2011 de regering van Berlusconi.

Al zijn er voornamelijk verliezers en geen duidelijke winnaars, de donkere moraal van Suburra biedt toch een sprankje hoop. Het zijn de krabbelaars, zij die overleven door te schipperen tussen wat goed en wat slecht is, die het slagveld, zij het geschonden, levend weten te verlaten. Toch nog gerechtigheid, van de bruut-poëtische soort. En goed om de uitstekende Franse wave-groep M83 op de soundtrack te horen.
 

16 juli 2016

 
MEER RECENSIES