Recensie: T2 Trainspotting

***

recensie T2 Trainspotting

Ouder, niets wijzer, wel treuriger

door Alfred Bos

Met T2 Trainspotting keert regisseur Danny Boyle terug naar de cult-film die het escapisme en het nihilisme van de jaren negentig op celluloid wist te vangen. Sindsdien is de wereld ingrijpend veranderd, maar Renton, Spud, Sick Boy en Begbie niet.

Is het snugger om een cult-klassieker uit de jaren negentig te belasten met een vervolg? Zou P2 Pulp Fiction werken? Snugger is het laatste wat je de personages van Trainspotting, Danny Boyles verfilming uit 1996 van Irvine Welshs gelijknamige roman, kunt verwijten. Dat werkt in het voordeel wanneer Boyle een Linklater doet en het kwartet marginalen uit Schotland twintig jaar ouder, maar geen dag wijzer opnieuw naar het filmdoek brengt. Het belangrijkste verschil? Ze hebben nu een mobiele telefoon. Die is smart, zijzelf niet.

T2 Trainspotting

Na zijn maten een loer te hebben gedraaid is Renton (Ewan McGregor) ondergedoken in Amsterdam, leren de openingsbeelden. Nu is hij terug in Leith, het destijds verloederde havenkwartier van Edinburgh. Dat is inmiddels flink opgeknapt, maar Spud (Ewen Bremner) is nog steeds aan de heroïne, de psychopaat Begbie (Robert Carlyle) pakt vers uit het gevang zijn criminele carrière weer op en Sick Boy (Jonny Lee Miller) baat een kroeg uit op een vervallen industrieterrein. Hij scharrelt bij als afperser en zet zijn Bulgaarse vriendin Veronika (Anjela Nedyalkova) in als lokaas. Voor de achterblijvers is het nog steeds 1996. Ze zijn toeristen in hun eigen jeugd, zoals Sick Boy opmerkt.

Beeldcitaten
Met Fenton is tevens de buit van toen teruggekeerd en hij wil het geld eerlijk verdelen, maar ook nu gaat er iemand op gehaaide wijze met de poet vandoor. Eerst een kans, daarna het verraad—ook dat is niet veranderd. Wat wel is veranderd, is het tijdsbesef van de personages. Trainspotting speelde op het snijvlak van de jaren tachtig en negentig, maar voor de junks stond de tijd stil. Middels flashbacks op super 8-film toont Doyle herinneringen aan een jeugd zonder zorgen. Bovendien spelen in flashbacks nieuwe acteurs de twintigers van toen. Het geeft de personages een diepte die de eerste film ontbeert. Renton wil verzoening, Sick Boy wil geld, Spud wil liefde en Begbie wil wraak. Wat hen bindt: ze willen allemaal hun jeugd terug.

Wie de kennismaking met het viertal eertijds heeft gemist zal aan T2 Trainspotting hooguit een stoet van citaten uit de film van toen ontgaan, waaronder het bierglas dat door de kroeg vliegt en de verwijzing naar het Nederlandse voetbal. Rentons vriendinnetje Diane (Kelly Macdonald in haar debuutfilm) is nu jurist en speelt, helaas, een minimale bijrol. Auteur Irving Welsh is opnieuw aanwezig als Mickey Forrester, de gangster van dienst. Doyles verwijzing naar Once Upon A Time in The West – het drietal op een verlaten perron in de hooglanden – komt opnieuw langs. En ook ditmaal is er een Kubrick-citaat, nu uit The Shining (toen A Clockwork Orange).

T2 Trainspotting

Grafische grappen
Renton, Spud, Sick Boy en Begbie zijn weliswaar ouder maar geen steek wijzer geworden, in het nihilisme van hun wilde jaren is niettemin een vleugje melancholie geslopen, het zeurende besef van vergankelijkheid, van gemiste kansen. Wie wel wijzer is, is de regisseur. Danny Boyle was midden jaren negentig een tv-regisseur die de overstap maakte naar film, Trainspotting was zijn tweede. Inmiddels is hij een gelauwerde cineast, met een Oscar in de vensterbank, en dat is aan T2 af te zien. Over de dynamiek van de eerste film legt hij de visuele flair – inclusief grafische grappen – die zijn hyperkinetische beeldtaal is gaan kenmerken.

Trainspotting was midden jaren negentig de Engelse pendant van Tarantino’s groter dan het leven getekende scharrelaars aan de zelfkant en kreeg navolging met een stoet van Britse films over karikaturale kruimelcriminelen, Lock, Stock and Two Smoking Barrels voorop. Nu Boyle zichzelf kopieert doet hij dat met de lessen die hij heeft geleerd van de tien speelfilms die hij nadien maakte en zo blijkt T2 Trainspotting eigenlijk een betere film dan het indertijd bejubelde, maar met de blik achteraf toch een beetje eendimensionaal ogende origineel.

O ja, de soundtrack. Die is van Rick Smith, de toetsenman van Underwold, wier Born Slippy klonk onder de slotscène van Trainspotting; het bracht de groep naar het grote publiek. Ditmaal geen rave en Britpop, maar scheurende techno. En Iggy Pops Lust For Life, want sommige dingen kunnen maar beter niet veranderen. In 2038 verwachten we T3.
 

14 februari 2017

 
MEER RECENSIES