Recensie: Wonderstruck

***

recensie Wonderstruck

Da Vinci Code voor jongvolwassenen

door Alfred Bos

Verfilming van een boek voor jongvolwassenen, met twee tijdlijnen en twee dove kinderen in de hoofdrol. Julianne Moore schittert wederom in haar vierde film met Todd Haynes.

De films van Todd Haynes zijn gestileerd en dat is een understatement. Net als zijn vakbroeders Wes Anderson en Tom Ford is hij een estheet die kunstmatige werelden creëert,  poppenhuizen en schaalmodellen waarin geen spijkers uit de vloer steken en kousen nooit ladderen. Werelden zonder ezelsoren, perfect van vorm tot vier decimalen achter de komma. Werelden ook waarin alles metaforisch is verbonden, waarin de filmtitels op de gevel van de cinema verwijzen naar de film die we zien.

Als het werkt, zoals in zijn pastiche van Douglas Sirks melodrama’s uit de jaren vijftig, Far From Heaven (2002), is het resultaat betoverend. Dan wordt het plaatjesboek-perfecte beeld ingevuld met echte mensen-emotie, in Far From Heaven gerealiseerd door een verbluffend goede Julianne Moore. Die speelt opnieuw, in haar vierde samenwerking met Haynes, een voorname (dubbel)rol in diens zevende film. Wonderstruck is een sprookje voor volwassenen, met kinderen in de hoofdrollen. Het is opnieuw, net als zijn voorlaatste, Carol, en de drie films en tv-serie Mildred Pierce daarvoor, een tijdsdocument.

Wonderstruck

Museum als rariteitenkabinet
Het dove meisje Rose (een schitterende rol van de debuterende Millicent Simmonds) reist van Hoboken, New Jersey met de pont naar New York. Ze is op zoek naar haar moeder, de gevierde actrice Lilian Mayhew (Julianne Moore) en de ster van de hitfilm Daughter of the Storm. Haynes filmt in zwart-wit, zonder geluid, want het segment speelt in 1927 en cinema is nog stom. De symboliek is vet aangezet: de afwezige moeder is zonder stem en die dochter van de storm—dat verklappen zou een spoiler zijn, want Wonderstruck is een film als een puzzeltocht over een puzzeltocht.

Die verhaallijn is versneden met een tweede tijdlijn die vijftig jaar later speelt, ook in New York en ditmaal in kleur. Het 12-jarige jongetje Ben (Oakes Fegley) is doof geworden door een blikseminslag. Zijn moeder is kort daarvoor verongelukt en tussen haar nagelaten spullen treft hij een boek over rariteitenkabinetten, Wonderstruck getiteld. Daarin vindt hij een oude bladwijzer met het adres van een boekhandel in New York en Ben vertrekt vanuit landelijk Minnesota naar de grote stad. Ook de in 1977 spelende tijdlijn is deels zonder geluid, in de scènes die we zien door de ogen van Ben.

De centrale locatie is het American Museum of Natural History, met zijn opgezette dieren in nagebootste ‘natuurlijke’ settings en rariteitenkabinetten. De nagemaakte wereld zit vol hints en symbolische verwijzingen – op veel momenten lijkt Wonderstruck een Da Vinci Code voor jongvolwassenen – en wanneer model en werkelijkheid samenvallen, vallen ook de stukjes van de puzzel op hun plaats. De ontknoping is, heel symbolisch en opnieuw vet aangezet, gesitueerd in het New York Panorama in het Queens Museum, een kartonnen model op schaal 1:1200 van de megastad.

Wonderstruck

Kunstzinnige namaakwerelden
Wonderstruck is de verfilming van het gelijknamige boek van Brian Selznick, wiens The Invention of Hugo Cabret in 2011 is verfilmd door Martin Scorsese. Haynes vouwt het idee van kunstzinnige namaakwerelden op zichzelf terug in een film die tot in het kleinste detail gestileerd is. In de zwart-witscènes spelend in 1927 overdrijven de acteurs hun mimiek en lichaamstaal, zoals acteurs in stomme films dat deden. De vet aangezette symboliek in het museum is overgestileerd; de niet-lineaire vertelvorm, al is die integraal onderdeel van de plot, eveneens. De film legt zoveel nadruk op de vorm – schitterend, toegegeven – dat de inhoud, in dit geval letterlijk, uit beeld raakt.

Op veel momenten is Wonderstruck even doods als de opgezette dieren in hun geënsceneerde tableaus, op andere momenten een saaie variatie op Night at the Museum. Dat de film niettemin prikt en bij vlagen ontroert komt volledig op het conto van de twee vrouwelijke hoofdrollen. Het charisma van de jeugdige debutante Millicent Simmonds spat van het scherm en het verbaast niet dat de dove actrice is gecontracteerd voor een andere film zonder geluid, A Quiet Place (volgend jaar in de bios).

En waar Julianne Moore in Far From Heaven kan schitteren in haar rol van huisvrouw in een leugenpaleis door zwijgend peilloos verdriet uit te drukken, zo trekt ze Wonderstruck uit het moeras van briljant gestileerde maar loze banaliteit. Haar doofstomme personage zegt met ogen en gelaat meer dan de meesten met spraakwatervallen uitdrukken. Aldus is Wonderstruck een typische Todd Haynes-film: het zijn de vrouwen die zijn filmwereld maken.
 

5 december 2017

 
MEER RECENSIES