Gastblog George Vermij over regisseur Alan Clarke

Gastblog kunsthistoricus George VermijGeorge Vermij – Kunsthistoricus

George Vermij is kunsthistoricus en filmcriticus. Hij heeft onder andere geschreven voor 8weekly, Planeet Cinema, Tubelight en Kunstbeeld. Voor Extra Extra Magazine maakt hij podcasts over het snijvlak tussen cultuur en erotiek.

 

Alan Clarke: Woedende openbaringen

Het oeuvre van de Britse regisseur Alan Clarke (1935 -1990) is in Nederland helaas nog weinig te zien geweest ondanks zijn grote invloed op een breed scala van eigentijdse filmmakers. De eerste keer dat ik zijn naam tegenkwam was in een interview met Harmony Korine over inspiratiebronnen voor zijn film Gummo. Korine bekende dat hij bepaalde shots letterlijk van Clarke had gejat en dat hij zijn compromisloze en pure manier van filmen erg bewonderde. Nieuwsgierig geworden, probeerde ik iets van Clarke te vinden. Dat bleek moeilijk te zijn ondanks de lange filmografie die vermeld staat op IMDb.

Alan Clarke

Clarke heeft bijna uitsluitend films gemaakt voor de Britse tv en zijn relatie met dat medium is een complexe. In de jaren zestig begon hij zijn carrière bij de BBC. In die tijd bood de zender ruimte voor experiment en stonden ze open voor vernieuwende producties met een maatschappijkritische inslag. Vanaf midden jaren zeventig maakte Clarke naam met de tv-films Diane en Penda’s Fen. Die laatste is een curiosum in zijn oeuvre en kan worden omschreven als een surrealistische coming-of-agefilm doordrenkt van heidense symboliek die niet zou misstaan in The Wicker Man.

Te gewelddadig en choquerend voor tv
Clarke ondervond grote problemen met Scum (1979) waarin hij de schrijnende omstandigheden in een jeugdgevangenis aan de kaak stelt. De BBC vond de film te gewelddadig en choquerend en besloot de film daarom niet te vertonen. Ook werd hem verweten dat de film te veel zou lijken op een documentaire. In Scum maakt een jonge Ray Winstone indruk als de boze en rebelse Carlin die zich niet conformeert aan de strenge leiding van de bajes en aan de onderlinge pikorde.

Het personage van het kwade, gedesillusioneerde individu zou terugkeren in Clarke’s films van de jaren tachtig. Als karakter past het ook perfect in het tijdsgewricht na de Britse punkexplosie. De verontwaardiging en de hypocrisie over het Engelse klassensysteem schemert door in de film, waar de jongeren worden behandeld als working class tuig zonder kansen of een recht op een fatsoenlijke toekomst. Scum is ook nog steeds ongekend hard en rauw in het tonen van geweld en Clarke deinst niet terug om dingen te verbloemen of te versimpelen.

Made in Britain
Clarke maakte vervolgens Made in Britain (1982) met een ijzersterke Tim Roth als de skinhead Trevor. Vanaf de eerste scènes, waar je een close up ziet van Trevors gezicht met een swastika op zijn voorhoofd onder het geluid van keiharde skinheadpunk, kan je als kijker niet om hem heen. Hij is een boze aanwezigheid gedesillusioneerd over alles. Het knappe van Clarke´s portret en Roths vertolking is dat ondanks de weerstand die Trevor oproept hij geleidelijk aan een personage van vlees en bloed wordt. Zijn boosheid wordt tastbaar omdat je een idee krijgt van het kansloze Engeland waar Trevor in opgroeit.

Gastblog George Vermij over regisseur Alan Clarke - Tim Roth in Made in Britain

Clarke toont ook de bureaucratie van opvanghuizen en jeugdzorg die Trevor proberen te helpen, maar ook gebonden zijn aan regels en beperkingen. Ook hier weet Clarke een gebalanceerd beeld te geven en te tonen dat er geen makkelijke oplossingen zijn. Made in Britain zou de eerste keer zijn dat Clarke uitvoerig gebruik zou maken van steadicams voor lange ononderbroken shots. Deze methode versterkt het realisme en past perfect voor het vastleggen van de opgekropte woede die onder Trevors huid borrelt en op momenten tot uitspatting komt.

Lange shots als handelsmerk
De lange shots zouden een handelsmerk worden van Clarke die de stijl tot het extreme door zou voeren in zijn latere films. Zo volgt de korte film Christine (1987) een jonge heroïneverslaafde door de voorsteden van Londen terwijl zij van huis tot huis loopt om te scoren. De film heeft geen duidelijke verhaallijn en is bijna hypnotisch in zijn minimalistische lange shots. Clarke toont hiermee de verveling en monotonie van drugsverslaving. Een onderwerp dat in cinema vaak wordt verbeeld als een psychedelische trip die visueel wordt aangekleed. In Christine  ziet de kijker alleen de machinale handeling van het spuiten en daarna de glazige blik van de verslaafde die gevangen in een roes voor de toeschouwer ongrijpbaar blijft.

In Road (1987) volgt Clarke uiteenlopende personages in lange shots door typische Noord-Engelse arbeidswijken terwijl zij in een gedachtestroom praten over van alles. Road  lijkt qua stijl realistisch, maar is ook beïnvloed door het werk van toneelschrijver Samuel Beckett en op momenten absurd en poëtisch. Clarke´s meest experimentele gebruik van het long shot is de korte film Elephant (1989) die geheel bestaat uit mensen die gevolgd worden voordat ze worden neergeschoten. De film heeft geen dialogen en is niets meer dan een herhaling van moorden die kil worden vastgelegd. Clarke maakte de film om de situatie in Noord-Ierland te illustreren. Als hommage aan Clarke noemde Gus Van Sant zijn film ook Elephant waar hij dezelfde lange shots hanteert.

De makelaar als voetbalhooligan
Clarke´s laatste tv-film is het gewelddadige The Firm (1989) met een agressieve maar tegelijk ook charmante Gary Oldman als voetbalhooligan. De film toont de strijd tussen verschillende firms (hooliganbendes) die escaleert in de aanloop op de Europese kampioenschappen. Oldman is een makelaar die een schijnbaar respectabel leven leidt met zijn vrouw en kind in een Engelse suburb. Hij is een van de nieuwe klasseloze Britten die in het Engeland van Thatcher snel geld heeft gemaakt. Geweld is echter een onvermijdelijke drijfveer en met zijn maten zoekt hij de confrontaties op die leiden tot een fatale conclusie.

The Firm

Clarke overleed kort na The Firm. Zijn nalatenschap is groot ondanks zijn relatieve onbekendheid bij het grote publiek. Veel regisseurs hebben zijn stijl gekopieerd. In bepaalde gevallen zou je haast kunnen spreken van arthouse clichés die gemeengoed zijn geworden. Denk aan de lange vervreemdende shots, personages geschoten van hun rug en de voorkeur voor realistische settings in veel serieuze filmhuisfilms. Je ziet het terug in de cinema van de Dardennes en Haneke. Sociaal realisme is ook een term die vaak gehanteerd wordt om Clarke’s films te vatten, maar de term doet eigenlijk geen recht aan zijn unieke rauwheid en drang om zichzelf te vernieuwen. In vergelijking met zijn landgenoot Ken Loach is Clarke minder openlijk politiek en zijn zijn films complexer, confronterender en troostelozer.

Clarke was uiteindelijk ook essentieel in de ontwikkeling van de carrières van de Britse acteurs Ray Winstone, Gary Oldman en Tim Roth. Zij speelden hun eerste belangrijke rollen in Clarke’s films en kregen alle ruimte om op te gaan in de personages. Het is ook de geest van Clarke die ronddoolt in Gary Oldmans intense en confronterende regiedebuut Nil by Mouth waarin Winstone ook de hoofdrol speelt.

30 mei 2013

 

Alle gastblogs