Gastblog: Yordan Coban over 8 1/2 van Fellini

Yordan Coban – Rechtsstudent

Yordan Coban is een 23-jarige in Rotterdam wonende rechtsstudent aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef een aantal jaren recensies en columns voor FilmAbides en schrijft sinds kort voor InDeBioscoop. Verder verdient hij de kost met het geven van wiskundebijles aan middelbare scholieren.

Yordan Coban

 

8½: Een gelaagdheid om van te dromen

gaat over het leven van Federico Fellini zelf. Vervelende journalisten, arrogante acteurs en sceptische filmstudio’s die alles beter weten. De film uit 1963 is een wandeling in het leven van een bijzondere kunstenaar.

Het personage van Fellini heet Guido en wordt gespeeld door de altijd charmante Marcello Mastroianni. Guido heeft een schrijversblok en trekt zich terug in een kuuroord waar hij naar inspiratie zoekt voor zijn nieuwe film. Hij geeft niks prijs over de film met voornaamste reden dat hij zelf nog niet weet waar de film over zal gaan. Simpel gezegd is de film een film over het maken van de film waar je nu naar kijkt, met de ogen van de regisseur. De kijker beleeft met hem al zijn fantasieën, herinneringen en dagdromen.

Wat is de werkelijkheid?
Als toeschouwer is het moeilijk te vatten of men naar het werkelijke verhaal, een film in de film of een droom van Guido kijkt. Fellini speelt met zijn publiek en buigt met de grenzen der werkelijkheid in 8½. Hij lijkt hiermee te willen aantonen dat film in principe een geprojecteerde vorm van dromen is. Een visueel spinsel van onze menselijke perceptie geboren uit de alledaagse waanzin.

Elke scène voelt vreemd en er is altijd iets net niet kloppend. Dit zorgt ervoor dat je als kijker met verwonderde fascinatie tot elke scène aangetrokken wordt. Er is één cruciale scène waarin de gelaagdheid van de film prachtig zichtbaar is. Dit is wanneer de personages een preview van de film van Guido te zien krijgen, wat tevens de scène is waar de kijker nu naar kijkt. De film en de film in de film lopen op dat moment dus gelijk. Enorm complex en toch zo simpel, dat maakt een waarlijk meesterwerk.

8½

De openingsscène zal je ook niet snel vergeten. Guido zit vast in een file. De auto staat voor onze eigen realiteit waarin wij door het leven gaan en allemaal dezelfde weg volgen richting de dood. Guido stikt bijna in zijn auto en vecht zich een weg naar buiten om daar uit de file te ontsnappen om zo vrij te zijn. Het blijkt een nachtmerrie.

De vrouwen van Fellini
De film heet omdat hij hiervoor acht films maakte waarvan één samenwerking (Luci del Varietà met Alberto Lattuada). Alle elementen van wat een film een échte Fellini maakt zijn aanwezig: de persoonlijke jeugdsentimenten van het latere Amarcord (1973), de circusfiguren van La Strada (1954), zijn zoektocht naar eeuwige schoonheid in La Dolce Vita (1960) en de perfect passende muziek van Nino Rota.

Maar het interessantste in Fellini’s films zijn de vrouwen in het leven van de hoofdpersonages. Elke man kan erkenning vinden in Mastroianni’s spel van verleiding en verlangens. In zowel La Dolce Vita als dansen er primair drie soorten vrouwen rond hem heen. De vrouw die enkel het libido deert, maar men liever niet hoort spreken. De vrouw die zijn gelijke is op intellectueel gebied maar hem nooit werkelijk gelukkig zal maken. En als laatste de engel, de vrouw die Guido nooit zal krijgen. Een geïdealiseerde vrouw waarvan men alleen mag dromen. In deze film is dat de prachtige Claudia (Claudia Cardinale).

8½

Als Guido naar de oudere mannen in zijn leven kijkt wordt hij bang. Uitgebluste mannen van simpel genot zonder dromen of passie in hun leven. Want dat is precies wat Fellini namelijk is, een romantische dromer. Zijn personages zijn nooit werkelijk gelukkig maar voor altijd gedoemd rusteloos te zoeken naar schoonheid en hemels genot.

Fellini flirt met de eerst beschreven vrouw, verbindt zich met de tweede vrouw en droomt van de laatste. De vrouwen symboliseren ook zijn films. Het simpele commerciële tegenover kwaliteitsfilms waarbij filmmakers moeten vechten tegen studio’s en zijn zoektocht naar perfectie in de kunst.

Elke scène van werkt als een aparte shortfilm met als einde de parade van het leven. Net als in het einde van de ‘Ode to Joy’ van Beethoven komt alles samen in een carnavalesk slot. Alle figuranten komen voorbij in deze laatste parade. Iedereen die een rol speelde in zijn film, zijn leven, zijn dromen, zijn circus.

 

15 september 2017

 

Alle gastblogs