Interview Manu Riche en Dimitri Verhulst

Dubbelinterview Manu Riche en Dimitri Verhulst, regisseur en schrijver van Problemski Hotel

Een ufo boven de stad

door Alfred Bos

Problemski Hotel is het speelfilmdebuut van de Belgische regisseur Manu Riche, naar de gelijknamige roman uit 2003 van Dimitri Verhulst. De film is een absurdistische vertelling rond de bewoners van een Brussels asielzoekerscentrum. InDeBioscoop sprak afzonderlijk met de regisseur en de schrijver.

“Het is typerend voor deze film dat de reacties zwart-wit zijn, en niet grijs”, zegt de regisseur, van huis uit documentairemaker en in Nederland wellicht het bekendst van zijn reeks Hoge Bomen  waarin hij de machtige mens portretteert.

“Ik wist meteen: dit wordt niet door iedereen gesmuld”, zegt de schrijver, wiens doorbraakboek in Nederland, De helaasheid der dingen, in 2009 door Felix van Groeningen werd verfilmd.

Het interessante van Problemski Hotel is dat je ook tegen de film kunt aankijken als een kerstsprookje of als een liefdesverhaal dat zich afspeelt in een azc. “Het is  een kerstfilm”, bevestigt de regisseur.

 
“Ik ben nooit bezig geweest met de vluchtelingenproblematiek.
Het is toeval dat we nu in die actualiteit zitten”
 
Manu Riche (foto: Danny Willems).

Manu Riche (foto: Danny Willems).

Riche moet lachen. “Het is zelfs een kerstfabel. Voor mij was dat altijd de bedoeling. Ik ben nooit bezig geweest met de vluchtelingenproblematiek. Het is toeval dat we nu in die actualiteit zitten. Natuurlijk formuleert de film een commentaar op het gebeuren, maar tegelijkertijd neemt de film daar ook afstand van. Daarom heb ik er een fictiefilm over gemaakt [en geen documentaire]. Omdat ik die afstand wou. De fictie gaf mij de mogelijkheid om anders om te gaan met de realiteit.”

De locatie is Brussel, maar het had willekeurig elke andere stad kunnen zijn. Het gebouw waarin de film zich afspeelt is zo’n archetypische modernistische kantoorkolos. In het boek is dat anders. U heeft met opzet voor zo’n vervreemdende locatie gekozen?

Riche: “Heel erg met opzet. In het boek staat die opvang in een dorp op het platteland. Ik wou het naar de stad brengen, maar ook in de hoogte brengen. Ik wou die plek portretteren als een ufo boven de stad, waardoor de locatie in contact en tegelijkertijd níet in contact is met de omgeving. We hebben gezocht naar zo’n plek en ik heb een aantal van dat soort torens gevonden. Deze locatie had bovendien het voordeel dat het immens was. Het gebouw is eigenlijk een bouwwerf. Er wordt gewerkt. Als ze naar buiten gaan, in de metro, zie je dat dat ook een bouwwerf is. Een van de dingen die ik zocht is dat niets definitief was. De elementen om het niet te doen kloppen waren voor mij heel belangrijk.”

Verhulst: “In het boek is de hoofdpersoon, die daar ook Bipul heet, een man zonder duidelijke afkomst. Dat hij geen geheugen heeft, is een toevoeging van de regisseur, die ik zeer geniaal vind, eigenlijk. In het boek heeft de hoofdpersoon vooral ook geen religie. Ook zoiets: maak daar een moslim van en de hele zaal begint hem al in te vullen, dus allemaal van afblijven.”

Het interessante van de locatie is: het is een schemerzone. De gemoedstoestand van de mens in overgang.

Riche: “Van de mens in het algemeen. Uiteindelijk zijn we allemaal in transitie. De film gaat over mensen die wachten op een soort van bestaan. In wezen weet niemand wat zijn bestaan gaat zijn. We zijn allemaal aan het wachten.”

Verhulst: “Het in transit-zijn. Het zich tussen twee kampen bevinden. Het onderweg zijn. Het nu nog onbestemd zijn. In die zin is een asielzoeker bijna een metafoor. In die zin kun je het boek lezen of de film zien als iets wat over ons allemaal gaat, zonder dat we asielzoeker zijn.”

Problemski Hotel.

Problemski Hotel.

Sommige asielzoekers lijken het onbepaald-zijn wel prettig te vinden…

Verhulst: “Het wordt een state of being, de vreemdeling zijn, de reizende zijn, de zoekende zijn. Joden praten graag in die termen over zichzelf: de wandelende jood. Het woord jood zou dat ook betekenen: zwerver. Ze hebben dat, die odyssee altijd maar meedragen. En eigenlijk is er ook een romantisch deel van mij dat daar met jaloezie naar kijkt. Het is een mooi gegeven in het leven, altijd die odyssee ondernemen. We zijn nog niet zo heel lang sedentair, als je naar de wereldgeschiedenis kijkt. En ik heb het gevoel dat we in een fase gekomen zijn waarbij dat sedentaire ongemakkelijk begint te zitten. Dat we ergens in ons gen nog altijd die odysseeënde mensen zijn. Dat trekken, dat rondgaan, dat zoeken, dat doet zo’n deugd aan onze hersenpan, man. We zijn dat aan het verleren.”

Door omstandigheden komt de film uit na ‘Parijs’ en ‘Keulen’. Is dat een voordeel of een nadeel?

Riche: “Ik zou zeggen dat het een nadeel is, maar tegelijkertijd: elk nadeel heb zijn voordeel. Het is een nadeel omdat mensen zoeken naar antwoorden en mijn film biedt geen antwoorden. Hopelijk wel een aantal vragen. Misschien is dat wel goed, want ik denk dat we eerst heel veel vragen moeten gaan stellen eer we antwoorden kunnen bieden. De film probeert een ander geluid te geven dan die van actualiteitsmachine die de media zijn. Om een beetje afstand te nemen. Enerzijds hoop ik dat de mensen zin hebben om naar iets anders te kijken, anderzijds ga ik ze misschien afschrikken met wat ik vertel.”

 
“We zijn het onderwerp stilaan kotsbeu. En actueel is
het natuurlijk niet, want het boek is vijftien jaar oud”
 
 

Verhulst: “Ik denk een nadeel. We zijn het onderwerp stilaan kotsbeu. En actueel is het natuurlijk niet, want het boek is vijftien jaar oud. Het probleem was er toen ook al. Ik vond het toen al nieuws.”

Problemski Hotel.

Problemski Hotel.

Riche: “Het punt is dat asielzoekers niet binnenkomen met het idee: ik ben asielzoeker. Nee, die komen binnen met het idee: ik ben die en die, en ik hoop maar dat ik daar kan geraken. Het zijn uiteindelijk mensen, met bepaalde verlangens en dromen. Maar ja, sprookjes zijn hard. In die situatie zijn de keuzes heel scherp.”

De film doet qua thematiek denken aan het recente werk van Thomas Bidegain, denk aan zijn draaiboeken voor Dheepan en The Wakhan Front, en zijn debuutfilm Les Cowboys. Het raakt aan migratie en, vooral, identiteit. Het personage dat in de film het best functioneert, de hoofdpersoon Bipul, heeft geen probleem met zijn identiteit.

Riche, verbaasd: “Ik heb daar niet aan gedacht… Ik denk dat Bidegain een hele grote scenarist is. Ik denk dat Un prophète (Jacques Audiard, 2009) een van de sterkste films van de laatste tien jaar is. Daar gaat het ook over: hoe word je iemand, hoe transformeer je. Ik moet bekennen, zo heb ik er zelf nooit over gedacht. Ik moet zeggen dat de films van Jacques Audiard, Un prophète en De battre mon coeur s’est arrêté (2005), mij wel gemarkeerd hebben. Wat sterk is aan het werk van Audiard: de film start in de realiteit en die werkelijkheid probeert hij naar een ander niveau te brengen.”

Dimitri Verhulst (foto: Ringel Goslinga).

Dimitri Verhulst (foto: Ringel Goslinga).

De balans tussen realisme en absurdisme is heel delicaat. Ik vond persoonlijk de running gag met de kerstboom heel leuk. Zijn ze er nu nog niet klaar mee?

Riche: “De film is het verhaal van de boom. Hij illustreert de vertelling en neemt er ook afstand van, want het is natuurlijk een slecht kerstverhaal. Het zal ons niet doen wegdromen. Als er iets identiteit heeft in dit verhaal is het de kerstboom. Het was ook een manier om de absurditeit van het gebouw te tonen. En de absurditeit van het verhaal. En de absurditeit van onze mythes ook. Maar we hebben die mythes ook nodig, hè. We komen samen rond de boom. Het is nog steeds onze manier om via rituelen onze gemeenschap op te bouwen.”

In Nederland beleven we een golfje van Vlaamse films: onlangs Le tout nouveau testament, nu Problemski Hotel en Black, en gelijk daarop D‘Ardennen, en daarna volgen Belgica en Moonwalkers. Waarom is België op dit moment een bijzonder filmland?

Riche: “Een van de verklaringen is dat, zeker aan de Franstalige kant, de beweging om met auteurs te werken – denk aan de gebroeders Dardenne en Jaco van Dormael – tien jaar voor Vlaanderen is begonnen. Met een heel gestructureerde aanpak, en de gebroeders Dardenne zijn daar het boegbeeld van. Vlaanderen heeft zich daar op geïnspireerd en heeft op dit moment een goede aanpak van het Vlaams Filmfonds.”

 
“Veel Vlamingen en Walen hebben lang geleden
aan een soort minderwaardigheidscomplex”
 

Verhulst: “Een deel van de verklaring is het geloof van de fiscus in de Belgische film. Dat maakt dat ook veel buitenlandse filmmakers België weten te vinden. Dat draagt zijn vruchten af. Het andere is, denk ik, het volgende. Veel Vlamingen en Walen hebben lang geleden aan een soort minderwaardigheidscomplex. Gestaag zijn wij beter naar de wereld gaan kijken en hebben we gedacht: wat er rondom ons wordt gemaakt is toch niet zoveel beter? Ik herinner me in de muziek dat toen dEUS kwam, we voor het eerst durfden te zeggen: ‘wow, we hebben iets gemaakt dat ertoe doet.’ Wij kunnen namelijk geweldige rockmuziek maken. De film is dan gevolgd en toen kwam ik als schrijver en gebeurde het ook in de literatuur, hahaha.”

Le tout nouveau testament

Le tout nouveau testament.

Riche: “Er is ook meer ingezet op het doen groeien van de Vlaamse film. Ik hoop dat men dat blijft doen, want een Oscar of een nominatie kan nooit de reden zijn om films te maken. Dan zijn we slecht bezig, naar mijn mening, en ik hoop dat de auteurs sterk genoeg zijn om dat in te zien. De auteurscinema is iets van Europa. Ik denk ook dat Vlaanderen daar toch nog altijd achter hinkt. Ik denk dat de Vlaamse literatuur al langer bezig is om kwaliteitsvolle auteurs af te leveren. In cinema is het komende en het wordt goed ondersteund, maar we zullen die vrijheid nog zeker tien, vijftien jaar moeten hebben, anders gaan die auteurs verdorren. We moeten in die auteurs blijven investeren. We moeten verhalen willen blijven vertellen die over iets gaan. We moeten ook niet te hoog van de toren blazen. We staan nog maar aan het begin van iets.”

 
“We staan nu op een kantelmoment. We moeten niet
in de val van de zelfgenoegzaamheid trappen”
 

Verhulst: “We staan nu op een kantelmoment. We moeten niet in de val van de zelfgenoegzaamheid trappen. Ik voel aan mijn blaas dat we die kant opgaan, dus we moeten onze zelfkritiek scherp houden. En terug een beetje scherper afstellen. Ik heb het gevoel dat we het tien jaar geleden beter deden dan nu.”

Meneer Riche, ik heb begrepen dat u als mediaman uw ideeën heeft over de mediasamenleving waarin we leven. Ik zou zeggen, steek van wal.

“Ik heb vrij veel documentaires gemaakt die proberen te achterhalen waar de macht zit [Hoge Bomen] en heel vaak hebben de media de macht overgenomen. Daar moeten we een tegenwicht tegen bieden. Ben ik tegen media? Nee toch. De media worden op hun beurt gemanipuleerd door het bedrijfsleven en de politiek. Het gaat om die wisselwerking, hoe de media een spreekbuis worden voor bepaalde groepen. En meestal de machtige groepen. Daarom moeten we dit soort films blijven maken en dit soort boeken blijven schrijven, zodat je altijd een afstand kunt blijven bouwen tot de mainstream. Er worden steeds groepen gecreëerd, dus is het heel moeilijk om een individuele stem te hebben.”

Vandaar het belang van auteurs.

“Voila.”

 

1 februari 2016

 

Lees ook de RECENSIE van Problemski Hotel.

 

Alle interviews