Interview met Christoph van der Bij, regisseur The Greenstone

Christoph van der Bij, regisseur van The Greenstone:

“In de Maori-cultuur is jade waardevoller dan goud”

door Alfred Bos

The Greenstone is een speelfilm van Nederlandse makelij, gedraaid in Nieuw-Zeeland met een Zuid-Afrikaanse actrice in de hoofdrol. De film is een onafhankelijke productie van DKLV, het Designer Kollektiv in Hilversum.

In The Greenstone gaat een jonge vrouw uit Zuid-Afrika, Jade Marias (Celé Du Plessis), na de dood van haar moeder in Nieuw-Zeeland op zoek naar haar biologische vader. Hij heeft de andere helft van het groene halssieraad waarnaar ze is vernoemd. De roadmovie is het speelfilmdebuut van regisseur Christoph van der Bij.

Christoph van der Bij

“Van jongs af aan ben ik geboeid door film
en bewegend beeld. En ook door verhalen”

Hoe komt iemand zonder enige ervaring op het idee om een film te gaan regisseren?

Van der Bij: “De techniek was beschikbaar, er was een betaalbare digitale camera op de markt gekomen. Van jongs af aan ben ik geboeid door film en bewegend beeld. En ook door verhalen. Je kijkt naar Paris, Texas en na afloop ben je leeg. Jaren later kijk je nog een keer en de film maakt nog steeds evenveel indruk. Het gaat om de kracht van de beeldtaal die je voor de duur van de film meeneemt naar een andere wereld.”

“Een speelfilm maken was lange tijd buiten ons financiële bereik. Celluloid is onbetaalbaar, de ontwikkelkosten zijn enorm. Toen kwamen de digitale camera’s, die begonnen qua prijs bij een halve ton en waren zo zwaar dat je er niet makkelijk mee kunt reizen. Vervolgens kwam Canon op het idee om de sensor van de fotocamera – de vervanger van de film – geschikt te maken voor bewegend beeld. Dat concept heeft Panasonic verbeterd en voor 1.500 euro op de markt gebracht. Toen zeiden we: nu kan het. We wisten dat die camera eraan kwam en we behoorden tot de eerste twintig in Nederland die er over konden beschikken. Dat was in oktober 2013.”

Van der Bij had regie-ervaring opgedaan met het draaien van films voor instore beeldschermen, promotiefilms van dertig seconden tot acht minuten. “Dat waren aanvankelijk marketing-achtige boodschappen, je prijst iets aan. Het winkelpubliek bleek meer geïnteresseerd in een verhaal dan een aanbieding of een boodschap. Daar kreeg mijn oude liefde voor het vertellen van verhalen een kans.”

The Greenstone

The Greenstone

Celé Du Plessis
In januari 2014 zette hij en zijn partner Nicole te Boekhorst (die met Tim Bonekamp de film produceerde) zich aan het schrijven van het draaiboek. Dat was klaar in mei, de productie stond op de rol en toen belde uit Nieuw-Zeeland de actrice die de hoofdrol zou spelen. Ze moest wegens tijdgebrek afzeggen.

“We moesten snel schakelen”, vertelt Nicole te Boekhorst. “De vliegtickets waren al geboekt.” De nieuwe hoofdrolspeelster werd Celé Du Plessis, tien jaar jonger dan het script aangaf. Het verhaal is herschreven, Van der Bij tikte de laatste dialogen op de vlucht naar Nieuw-Zeeland.

“Oorspronkelijk ging het over een Nieuw-Zeelandse vrouw die na de kredietcrisis vanuit Londen terug ging naar haar geboorteland”, aldus van der Bij. “Dus niet het verhaal van een jonge vrouw die op zoek gaat naar haar vader. We hadden kort daarvoor in Zuid-Afrika met Celé gewerkt aan een commercial van acht minuten over zonnebrillen, Daydreaming.”

Het budget voor de film, circa honderdduizend euro, kwam uit privémiddelen en het productiebedrijf. Van der Bij: “We hebben er zestigduizend euro spaargeld in gestoken. Iedereen die aan de film heeft meegewerkt is betaald.”

“De rest is gefinancierd met geld vanuit het bedrijf”, vult Te Boekhorst aan. “Toen de opnamen al liepen kwam de Kickstarter-campagne rond. Onze belangrijkste drijfveer om de film te maken was dat je later niet wilt terugkijken en denken: ik had het willen doen, maar ik heb het niet gedaan. Dat heeft ons tot twee keer toe bijna opgebroken, maar het is het waard. De film is er en het bedrijf leeft nog steeds.”

“Als je in Nieuw-Zeeland een camera
opstelt, is je beeld al goed”

Liefde op het eerste gezicht
Van eind juni tot eind augustus 2014 trokken ze met een team van zes tot tien man door Nieuw-Zeeland, waar het op dat moment winter was.Waarom Nieuw-Zeeland?

Van der Bij: “Als je in Nieuw-Zeeland een camera opstelt is je beeld al goed. We hebben feel met het land. Onze eerste grote opdracht als DKLV was voor een meubelbouwer uit Cuijk en had als thema Four Elements. Onze reactie: dat kan alleen in Nieuw-Zeeland. Daar hebben we onze eerste opdracht gedraaid. Het was liefde op het eerste gezicht. De schoonheid van het landschap, de cultuur, de mensen, de eenvoud.”

“In Nederland trekt iedereen gekke bekken als je op straat een camera opstelt, in Nieuw-Zeeland werkt iedereen mee. In Italië trouwens ook, hebben we gemerkt op een vol terras in Bologna. In Nieuw-Zeeland kun je probleemloos filmen. Niemand vraagt naar een vergunning, want die hadden we natuurlijk niet.”

Te Boekhorst: “We kwamen na die eerste keer jaarlijks één of twee maal in Nieuw-Zeeland, ook voor vakantie. Daar had je de tijd om dingen te laten bezinken. Het is net anders dan Europa. Daar zijn de verhalen ontstaan, ze komen vanzelf naar boven.”

The Greenstone

The Greenstone

Oranje strijklicht
In januari 2014 gingen ze op zoek naar locaties. Te Boekhorst: “Ik ben vervolgens gaan puzzelen voor overnachtingen. De gebruikelijke werkwijze was vijf of zes dagen op een locatie voor de betreffende scène. Van daaruit deden we de opnames die in die omgeving speelden. We hebben bijna elke dag gedraaid. ’s Avonds het gedraaide materiaal archiveren en het script voor de volgende dag doornemen.”

Van der Bij: “We zaten nooit verder dan een uur vanwaar we wilden schieten. Vanaf vijf uur ’s middags konden we niet meer filmen, want het werd donker. Sommige scènes die in de ochtend speelden, hebben we met avondlicht gedraaid. We hadden machtig licht, want de zon stond heel laag dus je hebt de hele dag hetzelfde licht. Prachtig oranje strijklicht. En we hebben ongelooflijk geluk gehad met het weer, nauwelijks regen of sneeuw.”

Niet alleen voor hen was het een nieuwe ervaring, een speelfilm draaien. Dat was het ook voor de hoofdrolspeelster, Celé Du Plessis. “Ze is opgeleid tot danser, ze beweegt goed. In Kaapstad had ze een paar commercials gedaan. En ze is vanaf haar vijftiende model geweest, dus ze had ervaring met de camera. Ze heeft zich tijdens de draaiperiode van acht weken maar vijf keer versproken, dat is ongekend.”

Te Boekhorst: “Ze zit in bijna iedere scène, dus ze had heel veel tekst. We hebben veel scènes vanuit verschillende standpunten gefilmd en dan merk je dat ze heel constant is, ze kan haar rol vasthouden.”

“Als je nooit een vader hebt gehad, neem je
de boodschap van oudere mannen veel serieuzer”

De film gaat over identiteit. Dat is altijd een issue, maar in de geglobaliseerde wereld van nu meer dan ooit. Wat waren jullie ideeën vooraf?

Van der Bij: “Bij DKLV werken veel jonge mensen. Die hadden allemaal hetzelfde issue: identiteit. Met name de identiteit die ze kwijt zijn geraakt toen hun ouders uit elkaar gingen. Het gebrek aan vaderschap. Het gebrek aan moederschap. En vandaar de hang naar wat oudere mannen. Als je nooit een vader hebt gehad, neem je de boodschap van oudere mannen veel serieuzer. Het zijn vervangende vaderfiguren. Dat zagen we veel om ons heen op de werkvloer van DKLV. Dat leek ons een mooi filmthema.”

Te Boekhorst: “Omdat Nieuw-Zeeland in zekere zin het einde van de wereld is, hebben veel jonge mensen daar het idee dat ze naar Europa of Amerika moeten om iets te zien van de wereld. Dat doen ze ook en onderweg komen ze iemand tegen. Dan komt de vraag: wat gaan we doen? Blijven we bij elkaar? Waar gaan we dan wonen? Die thematiek speelt in Nieuw-Zeeland en zit ook in de film.”

De locatie en de thematiek van de film hebben met elkaar te maken?

Te Boekhorst: “Zeker. Wat ook Nieuw-Zeelands is, de vraag: waar kom ik vandaan? Oorspronkelijk komen de de mensen die naar Nieuw-Zeeland zijn geëmigreerd uit Schotland, uit Nederland, uit Frankrijk, uit Italië. Hun geschiedenis in Nieuw-Zeeland is heel kort en ze gaan op zoek naar hun roots.”

Er zit ook een oorspronkelijke bewoner van Nieuw-Zeeland, een Maori, in de film. Die brengt het element spiritualiteit in. Dat zal geen toeval zijn.

Van der Bij: “De Maori-cultuur is vrij gesloten, daar kom je niet snel binnen. We zijn jarenlang naar Nieuw-Zeeland op vakantie geweest en we zaten een keer aan een strand op het Noordereiland. Het was bekend dat daar een dolfijn was die graag met mensen speelde. Na uren wachten had we die dolfijn nog niet gezien.”

“Komt er een Maori-meisje op ons af en ze vertelt dat we het water in moeten gaan, met onze vlakke hand op het water slaan en dan komt die dolfijn. Ik loop het water in en kijk achterom: meisje verdwenen. Een paar klappen op het water en daar was de dolfijn. We hebben een half uur met dat beest rondgehangen. Fascinerend, het beest vond het ook geweldig. Er kwamen steeds meer mensen bij. Ballen in het water en op een gegeven moment was de dolfijn weg. Bal ook. Want dat deed-ie, ballen jatten.”

The Greenstone

The Greenstone

“Op de locatie van de laatste scènes, de boerderij, was een plek die voor de Maori’s een spirituele betekenis heeft. Daar was een bijeenkomst waar we bij zijn geweest. Opeens is er op die plek heel veel mist, iets wat daar nauwelijks voorkomt. En gaat er een albatros voor ons zitten. In die omgeving komen geen albatrossen voor, die zitten bij Dunedin, vijfhonderd kilometer naar het zuiden. Opeens is de mist weg, is de albatros ook weg. Dan weet je, dat zijn boodschappers. Daar kunnen we als Westerlingen niet bij.”

“Maori’s hebben de regel: als je ergens een stuk greenstone (jade) vindt, laat het waar het is. Neem het niet mee. Je vindt het, het is niet van jou. Greenstone moet je geschonken worden, mag je niet wegnemen. Dat brengt zeven jaar ongeluk. In de Maori-cultuur is greenstone ongemeen krachtig, het is waardevoller dan goud.”

“We hebben vijfduizend kilometer gereden en veertig
cinema’s bezocht. Dertig hebben hem gedraaid”

Vijfduizend kilometer
The Greenstone
is opgedragen aan Sophia Pendragon Wallace. Het is de kleindochter van acteur Pete Wallace, die de rol vertolkt van Old Lenny, de stenensnijder. “Pete is een halve Maori”, vertelt Van der Bij. “Op de set vroeg hij me hoe ik aan dat Maori-meisje in het script kwam. Wat bleek? Zijn kleindochter van tien was twee jaar daarvoor van de pick-up truck gevallen, op haar hoofd. Op slag dood. Een freak accident, niks aan de hand, spelende kinderen. Pete vertelde dat ze al een paar keer was gezien en dat ze ook mensen helpt.”

The Greenstone ging op 24 mei van dit jaar in première in Nieuw-Zeeland en draaide daar in dertig filmtheaters. Ook dat heeft het team zelf geregeld. Van der Bij: “Er zijn nauwelijks nog filmdistributeurs over in Nieuw-Zeeland en die zijn te druk om je te woord te staan. We hebben vijfduizend kilometer gereden en veertig cinema’s bezocht. Dertig hebben ‘m gedraaid. Ze vonden het geweldig dat we langskwamen.”

Jullie hebben alles zelf gedaan, inclusief de distributie. Zou je The Greenstone een punkfilm kunnen noemen?

Van der Bij: “Eigenlijk wel. Het was voor ons de enige manier om het te kunnen doen. Als je gaat zitten wachten op een geldschieter houdt het op.”

De voorpremière van The Greenstone vindt plaats op zaterdag 10 september om 11:00 uur in Filmtheater Hilversum (Herenplein 5) in aanwezigheid van hoofdrolspeelster Celé Du Plessis en regisseur Christoph van der Bij. Ook de ambassadeurs van Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika zullen hun opwachting maken.

6 september 2016

 

Alle interviews