Interview: Rob van Scheers, biograaf van Paul Verhoeven

Rob van Scheers, biograaf van Paul Verhoeven:

“Nu is hij een auteur, after all, n’est-ce-pas?”

door Alfred Bos

In 1991 schreef Rob van Scheers (Utrecht, 1959) een briefje aan Paul Verhoeven, of hij wilde meewerken aan een biografie. Vijfentwintig jaar later liep hij in het gezelschap van de regisseur over de rode loper van het Filmfestival van Cannes, waar Elle met een staande ovatie werd ontvangen. “Het is onwaarschijnlijk wat er is gebeurd.”

Toen Van Scheers in 1991 zijn eerste boek, Vuurvogels, een bundeling van zijn reportages en portretten van kunstenaars, met een begeleidend briefje in een envelop stak en opstuurde naar Hollywood, had hij Paul Verhoeven al enkele keren gesproken. Ten tijde van Total Recall, voor een omslagartikel in Elsevier, en enkele jaren daarvoor, toen hij stage liep bij Haagse Post, over Robocop.

Rob van Scheers

“Ik ben van de generatie die met Verhoeven is opgegroeid”, zegt Van Scheers. “Ik zat bij mijn moeder op schoot voor de pestkappen en spijkertonnen van Floris. Toen ik puber werd was Monique van de Ven onze Marilyn Monroe. Soldaat van Oranje komt uit wanneer je net belangstelling voor geschiedenis hebt. Je groeit met hem mee.”

Verhoeven wilde wel meewerken aan het boek, maar resideerde op dat moment in Hollywood. Hoe moest Van Scheers, freelance journalist, zijn Amerikaanse researchtripjes bekostigen? Subsidieverzoeken aan het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten werden afgewezen. Omdat het een boek over Verhoeven was, meent hij. Sans rancune, uiteraard.

“De eerste keer was het argument dat ik alleen maar sterren wilde interviewen. De tweede keer kon er wel een boek komen over de Nederlandse jaren, want in het Amerikaanse verhaal was toch niemand geïnteresseerd. Toen heb ik gezworen om nooit meer subsidie aan te vragen.”

De biograaf in spe benaderde de gerenommeerde Londense uitgeverij Faber & Faber – waar Pete Townshend ooit nog eens als redacteur had gewerkt – met een vertaling van het hoofdstuk over Robocop. Hij kreeg een contract voor 7.000 pond, dik 20.000 Nederlandse guldens. “Dat was voor mij een oceaan. Toen kon ik bijna een jaar naar Los Angeles om al die mensen te interviewen.”

Nieuwe journalistiek
Biografieën worden doorgaans geschreven over personen die niet meer onder ons zijn. De levensverhalen van mensen die nog dagelijks uit hun bed stappen, zijn een hoofdstuk apart. Het voordeel, ze kunnen meewerken aan het boek. Maar er zijn ook nadelen, speciale gevoeligheden; het onderwerp leest over de schouder van de schrijver mee. Daarom noemt Van Scheers zijn boek een journalistieke biografie.

“Veel biografieën zijn feitelijk wel correct,
maar het moet ook lekker lezen”

Een mensenleven, ook dat van kunstenaars, speelt zich af op een plaats en in een tijd, dus de culturele context kan in de biografie niet ontbreken. “En stijl wil ook wat”, zegt Van Scheers. “Veel biografieën zijn feitelijk wel correct, maar het moet ook lekker lezen. Dus ik heb me alle vrijheid gepermitteerd die ik me meende te kunnen veroorloven—een soort new journalism, eigenlijk.”

De Utrechtse biograaf is een groot fan van de Amerikaanse journalist en schrijver William Vollmann, die zich in de jaren tachtig voegde bij de Afghaanse Moedjahedien en tijdens lezingen wel eens een pistool met losse flodders laat knallen. “Hij is totaal gestoord. Ik ben bij hem thuis geweest. Hij woont in Sacramento en nam me mee naar de schietbaan. Daar stond een levensgrote Robocop. Hij schrijft zoals ik zou willen. Ik denk dat het boek aardig in de buurt komt.”

Een ander voorbeeld is het non-fictiewerk van Truman Capote, medegrondlegger van de new journalism, de literaire non-fictie die in het Amerika van de jaren zestig opgang maakte. Hij noemt ook de Hitchcock-biografie van Peter Ackroyd en het boek van Peter Cowie over Coppola. “Boeken waarvan ik vroeger dacht, wow. Dat heb ik geprobeerd.”

Driedubbele woordwaarde
De oer-editie van de Verhoeven-biografie verscheen in 1996 bij Bijleveld, dezelfde Utrechtse uitgeverij die zijn debuut Vuurvogels had uitgebracht; Faber & Faber publiceerde de Engelse uitgave. In Hollywood had de regisseur na 1985 en zijn vertrek uit Nederland al een complete succescyclus doorlopen – van toast of the town dankzij Basic Instinct tot modderschuit via Showgirls – maar in zijn thuisland stond de gemoedsbarometer in relatie tot Verhoeven nog steeds op ‘storm’, zo moest de biograaf tot zijn stomme verbazing constateren.

“Ik was verbijsterd over de
agressie die het boek opriep”

“Bij het werken aan de eerste editie merkte ik dat Verhoeven nog steeds veel agressie opriep. Ook in mijn vriendenkring van linkse semi-intellectuelen. ‘Dat hoef ik dus niet te lezen’, was de reactie. Ik was verbijsterd over de agressie die het boek opriep. Ik werd er op aangevallen. Dat boek is dezelfde weg gegaan als Verhoeven. Ik was de buitenstaander.”

Waarom roept Verhoeven, in Nederland in de eerste plaats, zoveel weerstand op?

“Hij is een bèta in een alfa-wereld. Hij maakte connectie met het publiek, zijn films trokken in Nederland miljoenen kijkers. Dat was tegen de regels, want dan was het geen kunst.”

Maar waarom roept Verhoeven, vooral in Nederland, bij het linkse deel der natie zoveel weerstand op?

“Kijk maar naar die uitzending met Sonja Barend over Spetters. Dat kruisverhoor, ongelooflijk. Een standrechtelijke executie. Die afwijzing kwam vooral van mensen die ouder waren dan ik. Toen hij instemde met mijn voorstel om een biografie te schrijven dacht hij, strategisch heel slim, dit is een nieuwe generatie. Met de vorige had hij bonje.”

Soldaat van Oranje

“Toen Verhoeven onlangs twee Golden Globes won voor Elle, schreef Het Parool: ‘Zoete wraak van Verhoeven’. Diezelfde krant schreef in 1977 over Soldaat van Oranje: ‘De flapdrolhelden Guus en Erik’. Later is die film geherwaardeerd als dé film over de oorlog. Verhoeven loopt ons allemaal een stukje voor. Hij maakt iets, mensen zien het niet 1-2-3 en in retrospectief blijkt het hartstikke goed te zijn.”

Je zou kunnen denken: het is de satire en de zwarte humor die veel mensen als een graat in de keel zit.

“En het geweld. En het expliciete. Dat is de bètakant.”

Als dat waar zou zijn, kan heel Hollywood in de beklaagdenbank.

“Misschien is het zijn gedrevenheid, ik hou hem qua energiepeil niet bij. En hij stelt de dingen graag scherp. Dat zijn we ook niet zo gewend. Maar nu is-ie Cruijff. Fascinerend.”

Verhoeven is niet diplomatiek of tactvol?

“Nee. Maar dat maakt het voor het boek ook veel leuker.”

En het maakt de films veel leuker.

“Hij meent ook wat hij zegt. Daar staat hij volledig achter. Hij heeft verbaal soms een wat ingewikkelde manier van vertellen. Daar moet iemand tussen zitten, zoals ik. Hij kwam voor dat Jezus-boek naar mij toe om hem te helpen om het voor een breed publiek begrijpelijk te maken. Er is vaak sprake van spraakverwarring.”

“Ik ken er maar één die nog sneller
spreekt en dat is Scorsese”

Waar komt dat dan vandaan? Is dat zijn intelligentie?

“Hij is te slim. Hij doet alles met driedubbele woordwaarde, heb ik wel eens gezegd. Ik ken er maar één die nog sneller spreekt en dat is Scorsese.”

Hij ziet het grote plaatje heel snel en is de anderen daarmee …

“… vier stappen voor. Dat is het.”

Fotografisch geheugen
In 2016, tijdens het filmfestival van San Sebastian, zitten Paul Verhoeven en zijn biograaf sjiek te dineren wanneer de laatste een lijst met niet-gerealiseerde filmprojecten ter tafel brengt (in het boek zijn ze terug te lezen op pagina 569 tot en met pagina 575). Van Scheers: “Toen zag ik een soort kortsluiting in zijn hoofd. Hij moest toch wel even slikken. Al die projecten! Al die ideeën die nooit meer gerealiseerd kunnen worden, gegeven de tijd. Er was een kaart met 28 soorten tapas, een wijnkaart met honderd soorten wijn en een lijst met veertig mislukte films. Dat ging door elkaar lopen. Zijn brein kookte over.”

Wat Van Scheers ook aan Verhoeven kan waarderen: “Hij is zo heerlijk dwars altijd.” Hij noemt het concept van de A (artificieel) en de F (fictie) emotie, twee manieren om films te zien. Word je gegrepen en vergeet je naar een film te kijken, dan zit je in de F-modus. Let je vooral op hoe de cineast zijn werk heeft gedaan, dan kijk je in de A-modus. Filmcritici moeten tussen die twee modi kunnen schakelen. “Ik vroeg aan Verhoeven: ‘Ken je dat Paul, die theorie van de A- en de F-emotie?’ ’ Nee, dat hoeft niet, want ik maak die films.’ Ik moest zo lachen.”

De dwarse regisseur denkt in beelden en heeft daar een speciaal geheugen voor. Hoe ver dat gaat blijkt uit ‘Het Zevende Zegel-incident’ – in de derde editie terug te lezen op pagina 580. Regisseur en biograaf zijn het niet eens over de slotscène van Bergmans film. Volgens de publiciteitsfoto’s én Bergmans autobiografie lopen de personages van links naar rechts achter de dood aan, stelt de biograaf. Klopt niet, zegt Verhoeven. Dvd erbij gepakt, en ja hoor, ze lopen van rechts naar links. Van Scheers: “Hij heeft een fotografisch geheugen.”

Rob van Scheers en Paul Verhoeven

Van Scheers had toegang tot het persoonlijke archief van Verhoeven. In de epiloog van zijn biografie citeert hij uit diens dagboeken. De regisseur is gefascineerd, zeg maar gerust geobsedeerd, door de nietigheid van de mens in een groot en onverschillig universum. Toen hij in 2010 te gast was bij het VPRO-programma Zomergasten vertelde Verhoeven over sterrenstelsels die op elkaar botsen en complete beschavingen die achteloos worden weggevaagd. “Hij wordt gedreven door angst voor de dood”, zegt zijn biograaf. “Daarom is hij maar het liefst aan het werk. Staat hij niet alleen in, Woody Allen hoor je daar ook altijd over.”

Surrealisme
Na de tweede editie uit 2008, is de derde, opnieuw aangevulde editie uitgegroeid tot een baksteen van zeshonderd-plus pagina’s: Paul Verhoeven. Een filmersleven. Ook daarin loopt als een rode draad het idee van de verborgen continuïteit. Dat is ooit geformuleerd door de Spaanse cineast Luis Buñuel en komt erop neer dat creatieve geesten vaak onbewust lenen van anderen. Ze presenteren het als een eigen vondst, maar het lag opgeslagen in het onderbewustzijn. Verdrongen uit hun herinnering.

Buñuel is een van de grondleggers van het surrealisme en Paul Verhoeven is een alleskunner – er is onder meer de Spielberg-Verhoeven met zijn actiefilms en de Billy Wilder-Verhoeven met zijn sociale satire, die soms samenvallen, zoals in Starship Troopers – maar in de ogen van schrijver dezes vormt het surrealisme het substratum van zijn oeuvre. Verhoeven legt zijn geruchtmakende rauwe realisme als een beschermende deken over zijn onderbewustzijn, waar – zoals bij een ieder – twijfels en angsten borrelen. Zijn realisme en surrealisme in balans, dan maakt hij zijn beste films.

De spanning tussen waan en werkelijkheid zit expliciet in De Vierde Man, Total Recall, Basic Instinct (in zekere zin een remake van De Vierde Man) en het speelt ook een voorname rol in Elle. “En in stukken van Showgirls en in zijn vroege werk, zijn eerste korte films”, vult Van Scheers aan. “Al zijn films gaan over onderwerpen die hem interesseren en alle films passen binnen zijn fascinatie. Daarom is Elle ook zo goed. Daarin zijn zes of zeven genres verweven. Komedie, sociale satire, thriller, suspense, whodunit, surrealisme, verkrachting, sterke vrouw die wint. Meesterwerk.”

Filmkennis delen
In 2012 verscheen Volgens Verhoeven, de boekbundeling van een vijftigtal gedetailleerde filmanalyses door Verhoeven, Van Scheers tekende ze op voor de Volkskrant. Daarvoor ontving het tweetal in 2013 de Louis Hartlooper Prijs voor de Beste Filmpublicatie. Het succes vroeg om een vervolg: Meer Verhoeven, uit 2014.

“Een privécursus film kijken door Verhoeven,
dat is echt iets bijzonders”

Van Scheers: “Ik heb veel geleerd van die serie filmbeschouwingen met Verhoeven. Hij is mijn leermeester. Een privécursus film kijken door Verhoeven, dat is echt iets bijzonders. Ik ben daar een betere filmjournalist van geworden. Ook door de biografie. Ik heb in Hollywood achter de schermen kunnen kijken. Dat is de best denkbare opleiding geweest.”

Verhoeven is eveneens enthousiast over die filmboeken, zegt Van Scheers, “Hij vindt het heel leuk om zijn kennis te delen. Bovendien heeft hij er veel aan gehad, zegt hij, door al die classics weer eens terug te zien.” Na afloop van hun gezamenlijke optreden in De Wereld Draait Door werd Verhoeven benaderd om filmcolleges te verzorgen. Dat heeft hij geweigerd, want dat kan hij naar zijn idee helemaal niet. “Volgens hem kan hij dat alleen een-op-een”, zegt Van Scheers.

Elle

Gelauwerde stokebrand
In filmland Frankrijk is Paul Verhoeven inmiddels de keizer. Op 28 februari won Elle de César in de categorie beste speelfilm. Hoofdrolspeelster Isabelle Huppert kreeg de onderscheiding als beste actrice, haar tweede César. “Voor de generatie boven Verhoeven was hij een verfilmer, geen auteur”, zegt Van Scheers. “De grap van het boek is natuurlijk dat hij eindigt als auteur in Cannes, waar ze het bedacht hebben. Auteur, after all, n’est-ce-pas?”

En zo is Paul Verhoeven van stokebrand in Nederland, via Saturn én Razzie Awards in Hollywood, uitgegroeid tot filmauteur in Frankrijk. Van Scheers: “Als ik dat als een scenario zou inleveren, zou het worden afgewezen.”

Verhoeven is in al die hoedanigheden altijd dezelfde gebleven, de Paul Verhoeven van Elle is de Paul Verhoeven van Een hagedis teveel, de korte zwart-witfilm waarmee hij in 1960 debuteerde. Wat is veranderd, is Nederland. Werd hij in de jaren tachtig door links Nederland verketterd, nu twitterden PVV-aanhangers na afloop van zijn optreden bij De Wereld Draait Door over ‘Verhoeven met zijn linkse vriendjes’. Rob van Scheers: “Het moet niet veel gekker worden.”

“Mijn favoriete scène is mijn
bezoek aan Sharon Stone”

De Verhoeven-biografie heeft hem veel gegeven, stelt hij. “Overal entree. En veel plezier in het schrijven. Mijn favoriete scène is mijn bezoek aan Sharon Stone. Ze liet me een half uur wachten en haar adoptiekinderen wilden Addams Family-tje spelen—de dingen die we doen voor journalistiek. Tegenwoordig schrijf ik zulke curieuze scènes gewoon op. Dat doorbreekt alle wetten.”

Het boek verschijnt binnenkort in Frankrijk en een internationale agent werkt aan uitgaves in Duitsland, Engeland en Amerika. Dat komt goed uit, want “alles is op, het volledige voorschot van uitgeverij Podium, ik heb er alles in gestopt. Het duurt altijd veel langer dan je denkt. Het is de hoogste vorm, literaire non-fictie. Met alle vrijheid en exclusiviteit die je je maar wensen kunt. Dat is mijn kick.”

Rob van Scheers – Paul Verhoeven. Een filmersleven (Podium), met een voorwoord van Martin Koolhoven, 652 pagina’s, € 20,=.

4 maart 2017



MEER INTERVIEWS