Martin Scorsese-maand: Hebzucht en walging in Casino’s Las Vegas

‘The fucking bottom line is cash’
Hebzucht en walging in Casino’s Las Vegas

door Alfred Bos

Casino (1995) is een van de films die het thema visualiseert dat als een rode draad door het werk van Martin Scorsese loopt: de overlevingsstrijd van het individu in een vijandige wereld.

In het oeuvre van Martin Scorsese zitten een aantal films die fungeren als wegwijzer. Ze staan op afstand van elkaar en markeren de centrale route door het psychische landschap van Scorsese’s cinemavertellingen. Hoezeer de regisseur ook afdwaalt naar B-wegen en afgelegen oorden – kinderfilm: Hugo, kostuumdrama: The Age of Innocence (Scorsese’s Barry Lyndon), psychologische thriller: Shutter Island, de ‘spirituele trilogie’ The Last Temptation of Christ, Kundun en Silence – hij komt vroeg of laat terug op het hoofdpad. Daar is het niet pluis.

Casino

Kleine gangsters met grote ambities
Dat pad begint met Mean Streets (1973) en loopt via Goodfellas (1990) voor dit moment door tot The Wolf of Wall Street (2013). Het pad is de kruisweg van de kleine gangster met grote ambities, de hellevaart van de morele twijfelaar die zich moet handhaven in een wereld zonder scrupules. Langs dat pad, al staan ze iets verder van de weg, zou je ook films als Cape Fear (1991) en The Aviator (2004) kunnen plaatsen, maar het zijn vooral Scorsese’s ‘gangsterfilms’ (bij gebrek aan een beter woord) die de weg wijzen. Langs dat pad vinden we ook Casino (1995).

Mean Streets en Goodfellas schetsen het milieu van Italiaanse immigranten die zich in de Nieuwe Wereld handhaven door vast te houden aan de mores van hun Oude Wereld. De films tonen een botsing van beschavingen, of eigenlijk: gebrek aan beschavingen. Ze gaan over integratie, of eigenlijk: het gebrek aan integratie. Wat de kleine gangsters met de grote ambities bindt aan de Amerikaanse samenleving is het kleinste gemene veelvoud dat de smeltkroes van nationaliteiten en culturen bijeen houdt: materialisme en geweld.

Gaandeweg wordt de wereld waarin Scorsese de existentiële strijd van zijn personages situeert steeds groter. En het gevecht minder Italiaans en meer algemeen menselijk. Mean Streets speelt in de Italiaanse wijk van New York, Goodfellas in het Italiaanse milieu van het nabijgelegen New Jersey (waar Clint Eastwood zijn biopic Jersey Boys over The Four Seasons draaide, waarover later meer) en in The Wolf of Wall Street is de cirkel uitgedijd tot de Amerikaanse samenleving, waarvan de financiële wereld van Wall Street het hart is.

Shakespeareaanse allure
Casino
ligt halverwege de haltes Goodfellas en The Wolf of Wall Street. Het is gebaseerd op het boek Casino: Love and Honor in Las Vegas van de Amerikaanse misdaadjournalist Nicholas Pileggi, net als Scorsese zoon van immigranten uit Zuid-Italië. Goodfellas is eveneens gebaseerd op een boek van Pileggi, Wiseguy: Life in a Mafia Family.

Casino grondt in de werkelijkheid en vertelt de Werdegang van twee gangsters, Frank ‘Lefty’ Rosenthal (in de film Sam ‘Ace’ Rothstein, gespeeld door Robert De Niro) en diens jeugdvriend Tony ‘The Ant’ Spilotro (in de film Nicky Santoro, gespeeld door Joe Pesci). Ze zijn door een kabal van schimmige maffiabazen aangewezen om het casino van het Stardust Hotel (in de film het Tangiers Hotel) in Las Vegas te managen.

Rothstein is de hersens van het tweetal, maar krijgt van de staat Nevada geen vergunning vanwege zijn verleden als professionele gokker. Santoro is de spierbal bij Rothsteins brein, behept met een onmogelijk temperament en de onbeheersbare drang tot juwelenroof. Beiden hebben hun zwakheden: Rothstein valt voor de getroebleerde prostituee Ginger McKenna (Sharon Stone in wellicht haar beste rol, goed voor een Golden Globe en een Oscar-nominatie); Santoro kan zijn driften niet beheersen.

Casino

Al is de ecotoop van Casino dat van het Italiaanse misdaadmilieu van Mean Streets en Goodfellas, de cirkel is ditmaal wijder. Rothstein is Jood, geen Italiaan, en de misdaad in Las Vegas is een paar ordes van grootte ambitieuzer en lucratiever dan de pot waar in Mean Streets en Goodfellas om wordt gestreden. De film is in filmische en vertel-technische termen evenredig ambitieuzer. Het is een drama van Shakespeareaanse allure met een speelduur van 2 uur en 58 minuten, verteld op een manier die volstrekt uniek is in de – niet alleen Amerikaanse – cinema.

Casino is een virtuoos gemonteerde collage van traditionele scènes en panoramavertelling, van voice-over (in twee perspectieven, dat van Rothstein én Santoro) en dialoog, van episodisch vertellen en muziekclip, en al die stijlvormen worden zo vloeiend verweven dat het niet eens opvalt dat de eveneens briljante soundtrack even vaak wel als geen directe relatie met het beeld op het scherm heeft. Het is een masterclass in filmisch vertellen, avant-garde in de vorm van een publieksfilm.

Joe Pesci als oerkracht
Casino is ook een studie in moraliteit. Rothstein is het interessante, meer gelaagde personage van het vriendenduo, want Santoro heeft geen enkel moreel besef. Dat leidt weer tot geestig (wan)gedrag, zoals het inbreken in luxe villa’s om juwelen te stelen, want 1) er zijn veel juwelen in Vegas 2) de politie is met andere dingen bezig en 3) het is nu eenmaal de aard van ‘The Ant’.

Het boeiende aan de door Joe Pesci meer dan overtuigend neergezette Santoro is diens volstrekte gebrek aan enig inzicht: in zichzelf, in anderen, in het systeem. Hij is een natuurkracht, een speelbal van zijn emoties, afgunst en jaloezie voorop. Onmogelijk te dresseren, niet door Rothstein (van wiens echtgenote hij niet kan afblijven, met desastreuze consequenties) en niet door de schimmige maffiabazen. Zijn ondergang is een van de gruwelijkste scènes die Scorsese op het filmdoek heeft gebracht.

Pesci, die dankzij zijn rol in Raging Bull als filmacteur door Hollywood werd ontdekt, speelt in Casino in essentie dezelfde rol als in Goodfellas, maar diens Tommy DeVito is klein bier vergeleken bij de animale agressie van de psychopaat Santoro. Dit is het moment om een uitstapje te maken naar Clint Eastwoods Jersey Boys, want werkelijkheid en film lopen met Joe Pesci en Tommy DeVito op onnavolgbare wijze door elkaar.

Casino

Pesci’s Tommy DeVito uit Goodfellas is een fictief personage, gebaseerd op de gangster Tommy DeSimone. In het echte leven was Tommy DeVito de oprichter en gitarist van de Amerikaanse jaren zestig-popgroep The Four Seasons, het onderwerp van Eastwoods biopic. Daarin speelt acteur Joey Russo de rol van—Joe Pesci, de man die Tommy DeVito introduceerde bij Bob Gaudio, het latere groepslid en voornaamste songschrijver van The Four Seasons. De echte Tommy DeVito was een kruimelcrimineel met een kort lontje die een aantal maanden had gebromd, jaren voor zijn groep uitgroeide tot hit-act. Om kort te gaan: Pesci kent het milieu en de types uit eigen ervaring. ‘The fucking bottom line is cash’ filosofeert Santoro hardop.

Stabiliserende factor
‘Ace’ Rothstein heeft als personage meer reliëf. Hij kent zijn kracht: wedstrijduitslagen juist voorspellen. En zijn zwakte: vanwege zijn criminele verleden is het twijfelachtig dat de Licensing Commision van de staat Nevada hem een vergunning zal verlenen, dus moet hij buiten het zicht van het gezag als casinodirecteur opereren. Zijn flamboyante kledingstijl staat in contrast met zijn ingetogen karakter en waakzame natuur. Hij complementeert Santoro. En stuurt hem, voor zover mogelijk.

Voor Rothstein draait het leven om vertrouwen. Zijn grootste zwakte is echter zijn liefde voor en loyaliteit aan een geestelijk labiele vrouw, de junkie-societyhoer Ginger McKenna. In de driehoek Rothstein-McKenna-Santoro vormt hij de stabiele factor, maar een driehoek op zijn kop is, zoals bekend, gedoemd te kantelen. En dat gebeurt. De set-up is perfect: de geldstroom van het casino wordt afgeroomd en die room weer afgeroomd, terwijl de overheid machteloos toekijkt. Toch rafelt het maffiasprookje uiteen. Eerst langzaam, dan sneller, tot er geen redden meer aan is.

Zowel McKenna als Santoro desintegreren in crescendo, uitgezonderd een laatste moment van relatieve rust, wanneer ze stabiliteit bij elkaar zoeken en voor even vinden. Maar het overspel vormt de inleiding tot de definitieve onttakeling, het misdaadparadijs gaat spectaculair ten onder. Santoro en McKenna sterven zoals ze geleefd hebben, als gangster respectievelijk junkie. Zij hebben het vertrouwen – van Rothstein, van de maffiabazen – beschaamd. Daar is in de wereld van clans maar één straf voor.

Casino kent geen helden, alleen overlevers en de enige die na 2 uur en 58 minuten aan het eigenhandig gecreëerde noodlot blijkt te zijn ontsnapt, is Rothstein. In de epiloog zien we hem in een luw bestaan, als Henry Hill (Ray Liotta) in Goodfellas, bezig met zijn oude activiteit, het voorspellen van wedstrijduitslagen en het plaatsen van winnende weddenschappen. Hij heeft rust gevonden.

Flirt met het kwaad
Robbie Robertson, voormalig gitarist van The Band, is verantwoordelijk voor de samenstelling van Casino’s geluidsband. Die is het beste voorbeeld uit Scorsese’s filmoeuvre van de aanpak die hij introduceerde met Mean Streets: een collectie populaire muziek van uiteenlopende stijl en achtergrond. Die methode is in Casino geperfectioneerd.

Casino

De film is een virtuoos vlechtwerk van allerhande manieren van filmisch vertellen en bij uitstek geschikt om Scorsese’s grote innovatie als het gaat om de geluidsband – muziek visualiseert het innerlijk van de filmpersonages – toe te passen. De voorbeelden zijn legio, een selectie: Heart of Stone van The Rolling Stones wanneer Rothstein Ginger ontmoet; Roxy Musics Love Is The Drug voor de relatie tussen Ginger en haar ex-vriend, de pooier en gokker Lester Diamond (James Woods); Can’t You Hear Me Knocking, opnieuw van de Stones, wanneer Santoro uit inbreken gaat.

Can’t You Hear Me Knocking is om meerdere redenen vermeldenswaard (en bovendien een van de sterkste nummers uit de Stones-catalogus). De direct herkenbare gitaarriff waarmee Keith Richards het nummer opent valt samen met een harde cut in de montage, niet alleen naar een nieuwe scène, maar tevens naar een andere vertelstijl. Vervolgens illustreert het nummer de handeling op het doek. Dan is die episodische scène klaar—maar het nummer loopt gewoon door onder de volgende scène. En het klopt nog ook.

Robertson koos muziek uit een veelheid van genres, veel rhythm & blues uiteraard (zijn specialiteit), maar ook Italiaanse pop, jazz standards en hits uit de jaren zeventig en begin tachtig, de periode waarin Casino speelt. Er zijn maar liefst zeven Stones-nummers op de soundtrack te horen, (I Can’t Get No) Satisfaction in de vorm van een coverversie door de new wave-act Devo. Het is bekend dat Scorsese veel affiniteit heeft met de muziek van de Rolling Stones en Casino windt daar geen doekjes om.

Rolling Stones maakten van hun hang naar het donkere, het satanische, hun imago en ook Scorsese is in zijn films gefascineerd door de worsteling met verleiding, de omgang met het kwaad. Casino is een moreel drama over mensen die flirten met het kwaad dan wel het omarmen, en de prijs die ze daar voor betalen.

Er zijn echo’s van Abraham Polonksy’s film noir-klassieker Force of Evil (1948): Amerika is gebouwd op naakte hebzucht en er is geen wezenlijk verschil tussen de corporate en de onderwereld. Casino verhaalt over de teloorgang van het klassieke Las Vegas waar de rol van de maffia vervolgens is overgenomen door de zakelijke bovenwereld; in die zin is The Wolf of Wall Street feitelijk Casino 2.

Casino is de Scorsese’s meest onderschatte film, een meesterwerk met een geheel eigen, afwijkende vorm en een geheel eigen, persoonlijke toon. Voor dit soort films is de bioscoop uitgevonden.

Casino @ EYE: zaterdag 22 juli, 13:00; donderdag 27 juli, 18:30; dinsdag 8 augustus, 20:30.

 

14 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE