Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Wraak verdampt tot karma

door Alfred Bos

Ook digitaal opgelapt is de eerste rol van Henry Fonda als schurk, 48 jaar na de eerste vertoning van Sergio Leone’s monumentale spaghettiwestern, nog steeds gedenkwaardig. Betere westerns zijn er niet gemaakt. Betere filmmuziek ook niet.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Is Once Upon a Time in the West de beste western ooit gemaakt? Het verhaal is simpel: geheimzinnige vreemdeling met mondharmonica en schurk met lokale reputatie beschermen weduwe tegen lafhartige moordenaar die werkt voor spoorbaron. De uitwerking is groots: een kleine drie uur durende breedbeeldcollage van westerntropen en nouvelle vague-technieken (lange tracking shots, techniek als stijl, speciale aandacht voor geluid, de regisseur als auteur) in tergend traag tempo, ondersteund door een majestueuze soundtrack. Sergio Leone’s vierde spaghettiwestern is een meesterwerk.

En niet zijn eerste. Toen Once Upon a Time in the West vlak voor kerst 1968 in de Italiaanse bioscoop verscheen, had de wereld er een chaotisch jaar op zitten. De politieke moorden van Martin Luther King en presidentskandidaat Robert Kennedy (broer van JFK) in Amerika, de escalatie van de oorlog in Vietnam, de studentenrellen in Parijs, Berlijn en andere westerse steden, de inval van de Russen in Praag—de wereld snakte naar een moment van bezinning en eenheid. Dat kwam op kerstavond, toen Apollo 8 rondjes om de maan vloog en het publiek thuis achter de buis trakteerde op de eerste ruimte-selfie: planeet aarde gezien van buitenaf. Wat ontbrak was de soundtrack van Ennio Morricone.

Die was te horen onder Sergio Leone’s vierde spaghettiwestern. De regisseur had een naam hoog te houden, want zijn vorige film, The Good, The Bad and The Ugly (1966), was een epos op een schaal waarbij de doorsnee western van dat moment – en zijn eigen A Fistful of Dollars (1964) en For A Few Dollars More (1965), gedrieën de Dollars Trilogie met Clint Eastwood als de man zonder naam – bleekjes afstaken. Alles aan Once Upon a Time in the West ademt ambitie.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Moreel besef
Het verhaal komt uit de koker van collega-regisseurs Benardo Bertolucci en Dario Argento, plus Leone zelf. Het basisgegeven is dat van The Good, The Bad and The Ugly: drie mannen, geharde individuen, strijden met en tegen elkaar. De inzet is geen verborgen schat, zoals in het slotstuk van de Dollars Trilogie, maar een goede zaak. Een jonge weduwe, Jill McBain (Claudia Cardinale), wordt belaagd door de sterke man, Frank (Henry Fonda, in zijn eerste rol als schurk), van treinbaron Morton (Gabriele Ferzetti). Die aast op de boerderij van haar familie, door Frank vermoord. Er zit water onder de grond, daar moet het station komen te staan.

De motieven van de mannen die haar te hulp schieten, elk om zijn eigen redenen, maken dat Once Upon a Time in the West ondanks overeenkomsten in plot en beeldtaal een gans andere film is dan The Good, The Bad and The Ugly. Cheyenne (Jason Robards), de beruchtste outlaw van het stadje Flagstone en omgeving, krijgt de schuld voor de moord op de McBains in zijn laarzen geschoven. De man met de harmonica, domweg Harmonica geheten (Charles Bronson), heeft met Frank een rekening te vereffenen.

Eer en reputatie zijn de inzet, niet geldgewin; moraliteit is de prettige bijvangst. Dat moreel besef, plus de aanwezigheid van een vrouw in het kwartet hoofdrollen, maken Once Upon a Time in the West tot een rijkere film dan zijn directe voorganger, met een emotionele diepgang die de Dollars Trilogie mist.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Gletsjer-tempo
Welke rekening er voor Frank openstaat ontvouwt zich langzaam. En langzaam is het sleutelwoord aangaande Once Upon a Time in the West. Waar veel regisseurs het verhaal er in anderhalf uur doorheen zouden jassen, neemt Leone bijna drie uur de tijd. De film heeft het tempo van een gletsjer en dat dient een doel.

De openingsscène op het station van Cattle Corner middenin de leegte van een winderige prairie – twee jaar terug nog gekopieerd in de Deense western The Salvation – zet de toon. Tien minuten lang gebeurt er hoegenaamd niets. Drie langjassen (na deze film een index van slechteriken) wachten op hun prooi. De tijd wordt gevuld met geluid en extreme close-ups; triviale voorvallen – een hinderlijke vlieg, druppelend water – uitvergroot tot epische proporties.

Leone rekt de tijd, die daardoor zijn normale betekenis verliest. Het geeft de regisseur tevens de gelegenheid om het medium film in te dikken tot zijn kern: beeld en geluid. De scène is nagenoeg woordloos, zoals de dialogen van deze 175 minuten lange film passen op tien A-viertjes. Ook het beeld wordt van zijn gangbare betekenis ontdaan, de close-ups abstraheren het getoonde tot textuur. Temidden van alle zwijgzaamheid krijgen de spaarzame dialogen extra lading. Verschillende zijn klassiek geworden, zoals deze: “Je ziet, we komen een paard te kort.” “Nee, jullie hebben er twee teveel.”

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Zen-cowboy
Al oogt Once Upon a Time in the West oppervlakkig gezien als een voorbeeld van naturalisme, alles aan de film is gestyleerd. Niet wat zich vóór de camera afspeelt, maar hoe de regisseur het op het filmdoek brengt is van a tot z geësthetiseerd. In dat opzicht loopt de film vooruit op het hyperrealisme dat in zwang kwam na de introductie van de digitale camera.

De visuele stijl is een voortzetting en verfijning van de beeldtaal die Leone gebruikt in The Good, The Bad and The Ugly: breedbeeldformaat, telelens, close-ups; de laatste vaak extreem. Al is zijn film hoogst gestileerd, de regisseur past een stijlmiddel toe dat het Italiaanse neorealisme regelmatig hanteert: de flashback die visualiseert wat zich in het hoofd van het personage afspeelt, een gedachte of een herinnering. Hij gebruikt het meesterlijk in de finale, wanneer voor Frank – en de kijker – met een schok duidelijk wordt wie Harmonica is en wat hem drijft.

Dan wordt ook duidelijk waarom de film zo’n tergend traag tempo heeft. Dat is de gemoedstoestand van Harmonica, de man die zo onthaast, zeg maar gerust onthecht is dat hij een zen-cowboy is geworden. Once Upon a Time in the West handelt niet om wraak, zoals talloze westerns—hij gaat over karma. Harmonica is geen wreker, hij is het noodlot dat Frank over zichzelf heeft afgeroepen.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Operateske soundtrack
Filmcomponist Ennio Morricone heeft voor zijn soundtrack veel lof gekregen; die heeft de allure van een opera. Morricone geeft twee van de drie mannelijke hoofdrollen zijn eigen muzikale motief dat hun personage typeert en hun karakter schetst. De man met de harmonica gaat vergezeld van drie omineuze dissonanten uit, hoe kan het anders, de harmonica. Cheyenne wordt geïntroduceerd met een klossende deun, wat de blanke pit in de ruwe bolster verraadt. Frank is zielloos en moet het dus zonder muziek doen.

Het hoofdthema met de woordloze vrouwenzang is het motief van de weduwe. Die keuze van de regisseur benadrukt haar centrale rol in het verhaal: de voormalige hoer uit New Orleans fungeert als de beschavende factor in de vertelling. Leone en Morricone waren bevriend sinds hun schooltijd; de componist voorzag alle films van Leone van muziek, met uitzondering van diens debuut, de sword & sandal-film Il Colosso di Rodi (1961). Na de release van Once Upon a Time in the West belde Stanley Kubrick met Rome: hoe had zijn Italiaanse collega beeld en geluid zo perfect op elkaar weten te laten aansluiten? Eenvoudig, de muziek was al geschreven en de scènes waren gedraaid terwijl Morricone’s soundtrack speelde.

Maar meer nog dan de dramatische orchestraties blinkt Once Upon a Time in the West uit door zijn gebruik van omgevingsgeluid. Ook daarin was de film vernieuwend, het zet ambient geluid in als textuur. Zoals Leone flashbacks hanteert om de gedachten van Harmonica zichtbaar te maken, zo gebruikt hij sfeergeluid om te tonen wat er rondgaat in het hoofd van treinbaron Morton, voor hij zijn laatste adem uitblaast. Voor de filmsoundtrack is 1968 een sleuteljaar, Stanley Kubrick gebruikte bestaande opnamen op revolutionaire wijze als filmmuziek in 2001: A Space Odyssey.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Ongenaakbare klassieker
Once Upon A Time In The West, de meest onthaaste, bijna ambient, anti-actiefilm die Leone maakte, werd net als de Dollars Trilogie gedraaid in het Zuid-Spaanse Almería. Voor een film die textuur centraal stelt is het landschap van beslissende betekenis en Leone schoot Jills reis van het stadje Flagstone per kar naar de McBain-boerderij Sweetwater in Amerika. De camera glijdt over de iconische Monument Valley, bekend van talloze westerns van John Ford. Die liet na het zien van Leone’s spaghettiwestern aan zijn collega weten dat hij in hem zijn meerdere erkende.

Once Upon a Time in the West is de diamant in het kleine, maar gave oeuvre van de Italiaanse regisseur. De film werd indertijd in Europa beter ontvangen dan in Amerika, waar distributeur Paramount complete scènes uit het verhaal sneed. Hij groeide – net als de Dollar Trilogie en The Good, The Bad and The Ugly in het bijzonder – in de loop der jaren uit tot ongenaakbare klassieker. De Engelse auteur Barry Stone beschouwt die twee Leone-films in zijn eerder dit jaar verschenen boek The 50 Greatest Westerns met Seven Samurai (Akira Kurosawa, 1954) en The Wild Bunch (Sam Peckinpah, 1969) als de beste westerns ooit gemaakt. Daar valt weinig tegen in te brengen.
 

30 oktober 2016

 
Alle essays