Peter de Haan Dutch FilmWorks

Peter de HaanPeter de Haan – Filmpublicist Dutch FilmWorks

Peter de Haan studeerde Communicatie in Rotterdam en rolde via de reclamewereld in de film. In 2005 begonnen als publiciteitsmanager film bij RCV, later overgegaan in Entertainment One Benelux. Na vijfenhalf jaar besloot hij een half jaar te gaan reizen waarna hij zijn loopbaan kon voorzetten als publicity manager bij Dutch FilmWorks. Hiernaast is hij erg begaan met dierenwelzijn en vrijwilliger van Sea Shepherd Nederland.

 

Nederland is geen filmland. Wat nu?

In Nederland keken afgelopen zomer meer dan 9 miljoen mensen naar de wedstrijd Nederland – Argentinië. Bijna 55% van de totale bevolking dus. Een evenement als het WK leeft; er kijken (zowel hier als in vrijwel alle deelnemende landen) flink wat mensen naar dergelijke belangrijke sportwedstrijden. In Nederland heb je daarmee de kijkcijfertop wel te pakken; zelfs de finales van The Voice of Holland’s Got Talent komen daar niet (meer) bij in de buurt. Om over tv-premières van blockbusters en het Gala van de Nederlandse Film op tv (een schamele 361.000 kijkers dit jaar) maar te zwijgen.

In Amerika ligt dat gelukkig nog anders. Begin 2014 keken er 43 miljoen Amerikanen naar de Oscaruitreiking: 13,5% van de bevolking. Lang niet zoveel als naar de Super Bowl (daar keek 35% naar) maar uitgedrukt in marktaandeel over de ‘kijkende bevolking’ is dat percentage veel hoger. Hoeveel mensen keken er in Nederland? Film1 zet al enige jaren haar kanaal open voor niet-abonnees, maar het kijkcijfer is bedroevend laag. Het helpt natuurlijk niet mee dat de Oscars nachtwerk zijn, maar ook als je de volgende dag de journaals erop nakijkt is de aandacht minimaal. Een Nederlands tintje zoals een beeldje voor de animator van Life of Pi of hooguit een vaderlandse nominatie zoals Paradise Now in 2005 (de laatste Nederlandse kanshebber) lijkt nog net aanleiding te zijn voor iets meer dan een vermelding van de grote winnaars.

Life of Pi

Kijkcijfers
Rene Mioch doet al sinds mensenheugenis zijn best om de Nederland warm te krijgen voor films en sterren – alweer jaren met zijn gelijknamige filmmagazine op RTL5 – zaterdagmiddag tussen Lifestyle Xperience en Wist je Dat ingepropt. Het zorgt regelmatig zelfs voor een dipje in het marktaandeel van de zender, wat op dat tijdstip onder de 1% ligt. Als er samen met de beter bekeken zondagse herhaling op RTL4 100.000 mensen kijken is het veel. Over de kijkcijfers van iets als de Cannes filmfestival-coverage van de VPRO, ergens rond middernacht ook al, wil ik het niet eens hebben.

Het kijkcijfer van Films & Sterren is misschien niet het beste voorbeeld, maar wel een meetbaar voorbeeld van de geringe animo bij het brede publiek voor filmnieuws. Van alle landelijke dagbladen en de RTV-gidsen die een bioscoopfilmkatern hebben, weten we nauwelijks hoe het gelezen wordt. Wie bladert er naar pagina 39 voor de filmrecensies van Veronica Magazine? Hoeveel van de 1,4 miljoen AD-lezers staat stil bij de filmpagina’s achterin? Filmblad FilmValley bestaat al 5 jaar niet meer en in de bioscoop zie ik de hele maand door een stapel Preview Magazine, het nota bene gratis en vlot geschreven filmblad.

Geen levendige filmcultuur
Begrijp me goed: er gaan massa’s mensen naar de bioscopen en filmhuizen, maar van een levendige filmcultuur lijkt hier geen sprake. Als we het over die massa’s hebben, noemen we in onze business vaak het gemiddelde bioscoopbezoek. Dat kroop de afgelopen tien jaar van een krappe 1,5 naar 1,8 verkochte bioscoopkaartjes per Nederlander in 2013. Ter vergelijking; de VS en Canada noteren hier een 4,0. Een niet al te rooskleurig cijfer dus, en lager ook dan vergelijkbare laden als Denemarken, Ierland, Engeland en Noorwegen.

The Wolf of Wall Street

Erger nog: slechts 7,3 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder kwamen überhaupt ergens naar kijken. Dat is 53% van de (16+) bevolking, die 30,8 miljoen kaartjes kochten. Kortom, de helft van de 16+ bevolking kocht bioscoopkaartjes, zo’n 4,2 per bioscoopbezoeker. Maar nu komt het: bijna de helft van de bevolking gaat dus helemaal niet. Ze worden net als ieder ander (uitgezonderd groepen als blinden, baby’s gehandicapten en hardwerkende agrariërs) geconfronteerd met campagnes op billboards, radio, tv, banners, YouTube, apps, festivals, in-store acties, in dagbladen, gidsen, week- en maandbladen. Maar wat de helft van onze landgenoten ook voorgeschoteld krijgt, niets krijgt ze zover hun schoenen aan te trekken om naar de bioscoop te gaan. Onvoorstelbaar voor ons, filmliefhebbers. Hebben ze dan echt Titanic, Fight Club, Avatar en The Wolf of Wall Street alleen hooguit op tv gezien? Of ook dat niet? Of downloaden ze alles wat los en vast zit en zien ze hier af en toe wat van; volgens sommige onderzoeken kijken downloaders ongeveer 10% van wat er wordt binnengehaald. Of zelfs dat niet?

Desinteresse
Volgens de bioscoopmonitor 2013/2014 is 35% van deze niet-bioscoopbezoekers (2,3 miljoen zielen) sowieso niet geïnteresseerd in film. Dat kan natuurlijk. Sommige mensen kijken liever naar schilderijen, aandelenkoersen, de bodem van hun bierglas, game-controllers, internetporno, burlende herten op de Veluwe, dumpert.nl of iets anders in hun vrije tijd. Ook prima. Maar dat verklaart maar ten dele de desinteresse van ‘de Nederlander’ om iets te willen zien en lezen over films.

Waar in Frankrijk een filmtraditie leeft om één avond in de week met het gezin naar de cinema te gaan (met het op één na hoogste bezoekgemiddelde van Europa tot gevolg), speelt dat hier helemaal niet. Natuurlijk; als er een James Bond-film draait, of een The Hobbit of Harry Potter, dan is de keus voor de kerstfilm snel gemaakt. Die titels scoren gigantisch zo in de laatste weken van december. En Gooische Vrouwen doen het ook bijzonder goed, zelfs in Neerlands populairste genre – de romantische komedie.

Gooische Vrouwen

Entertainen, verrassen en verwonderen
Onderzoeken wijzen steeds op de bezwaren van film minnend publiek over comfort, geluid (niet in het minst dat van andere bezoekers), horeca en prijs. Dat laatste is niet onbelangrijk; maar ook de Nationale Filmdagen dit najaar stuitte vooral op laconieke reacties van publiek dat van niets wist aan de kassa. Een clubje diehard filmliefhebbers daargelaten is Nederland nauwelijks met cinema bezig; dat kunnen we wel vaststellen. Daar kunnen we als filmbedrijven heel misnoegd over doen en het moede hoofd nog eens schudden, maar dat helpt niet. Wat we kunnen doen, moeten we vooral heel goed doen. Films binnenhalen, uitbrengen en programmeren die de bezoekers blijven entertainen, verrassen en verwonderen. Dat eerste lijkt overigens het belangrijkste; al laten recensenten vaak andere factoren zwaar wegen. Maar het publiek betaalt vooral om vermaakt te worden, zo lijkt.

De sector moeten zorgen dat de hele ervaring vlekkeloos is. Van parkeerplaats tot horeca en van stoel tot projectie moet alles kloppen. Alleen als we films vertonen die beter zijn dan men verwacht tijdens een avond die beter georganiseerd is dan verwacht kunnen we verwachten dat men die ervaring deelt met iemand die zelden of misschien wel nooit gaat. De helft van ons land komt hier blijkbaar voor in aanmerking; kansen te over. Die helft verkleinen is de belangrijkste missie van de nationale filmbusiness. Daarvoor hebben we bioscoopbezoekers nodig die het enthousiasme verspreiden. Laten we het iedereen gunnen: dat onbetaalbare gevoel om totaal opgezogen en meegevoerd te worden in een mythisch verhaal naar een wereld die waarschijnlijk nooit de onze zal zijn. Maar waar we niet van zonder zouden willen. De bioscoopfilmerij, dat ben jij.

11 december 2014

 

Alle gastblogs