The Last Waltz: Toen muziek nog uniek en oprecht was

The Last Waltz heeft anno 2017 niets aan kracht ingeboet
Toen muziek nog uniek en oprecht was

door Cor Oliemeulen

“This film should be played loud!” Ik zal het nooit vergeten toen ik in 1978 als middelbare scholier naar de bioscoop ging en een plaatsje bemachtigde tussen overwegend oudere hippies en rockers. The Last Waltz mocht dan wel het afscheidsconcert van The Band zijn, voor mij betekende deze film de eerste kennismaking met grote muzikanten op het witte doek.

Mensen die niet zijn opgegroeid in de jaren 70 van de vorige eeuw hebben iets wezenlijks gemist. Okay, de lange haren en de te strakke terlenka broeken met wijde pijpen zagen er soms wat vaag uit. De meeste jongens rookten shag (en als je shag rookte, ging er bij gelegenheid hasjiesj of wiet in) en droegen snorren, maar ook de meeste meisjes lieten al hun lichaamshaar onberoerd.

The Last Waltz

Het was een onschuldige tijd. In de weekends en vakanties werkte ik op een groot selfservice tankstation waar je nog nooit van kogelvrij glas had gehoord. Politie en politiek straalden in de meeste gevallen nog autoriteit uit. Op maatschappelijk vlak had je democratisering en op cultureel gebied beleefde de populaire muziek zijn grootste vernieuwingen. Dat vooral hebben mensen die later zijn opgegroeid, jammerlijk gemist. Het is geenszins vreemd dat artiesten uit die periode bij leven en welzijn nog steeds optreden, want sindsdien is het meestal armoe troef.

Martin ScorseseNoord en zuid komen samen
Ik word meteen gegrepen door The Band. De charismatische frontman Robbie Robertson betreedt het podium met een flesje bier en een peuk in zijn hand. Ik hoor zijn typische tokkelende gitaargeluid, zie hoe hij zich langzaam in het zweet werkt en lach tussendoor om anekdotes over hun beginjaren als band: de worstelingen en de weg naar succes (Pas later las ik dat Robertson de film van Martin Scorsese had geproduceerd en dat enkele andere bandleden zich hadden beklaagd dat zij in de documentaire The Last Waltz minder aan bod waren gekomen). Ik hoor een mix van folk, rock, country en blues. Ik leer dat muziekstijlen van noord en zuid samenkomen, immers de band bestaat uit vier Canadezen en een Amerikaan.

Ik zie een vijftal sympathieke rasmuzikanten die spelen met hun hart. De met zijn bas (en soms viool) wiegende Rick Danko met zijn halve kopstem, de altijd lachende Richard Manuel achter de toetsen, de geniale multi-instrumentalist Garth Hudson die zijn ouders had verteld dat hij muziekleraar was (zijn collega’s van The Band vonden dat ook en betaalden hem in de beginjaren) en de enige Amerikaan in The Band, Levon Helm, de drummer, die de helft van de nummers zingt. Bijna het hele repertoire van The Band is meerstemmig. ‘The Night They Drove Old Dixy Down’ durf ik nog steeds uit volle borst mee te zingen. In de auto.

Kippenvel
Ze spelen hun eigen klassiekers en begeleiden een dozijn gastartiesten. Zoals hun eerste bandleider, rockabilly-zanger Ronnie Hawkins (The Band heette aanvankelijk The Hawks). Ik onderga vol bewondering de optredens van Dr. John, Joni Mitchell, Van Morrison, Muddy Waters, Neil Diamond en Eric Clapton. Iemand declameert beatnik-poëzie, iemand anders een alternatieve versie van het ‘Onze Vader’.

Op het moment dat Neil Young het podium betreedt, slaat even de vertwijfeling toe, ook zichtbaar bij de bandleden. De zanger lijkt compleet gedrogeerd en heeft een uitgelaten melige lach op zijn gezicht, die tijdens de slotact nog steeds niet is verdwenen. Maar nadat Neil Young zijn eerste gitaarklanken laat horen en vocaal de eerste strofe van ‘Helpless’ inzet, staat het kippenvel onmiddellijk op de armen en besef je hoe volstrekt uniek en oprecht zijn sound is.

De concertregistraties en een paar studio-opnames worden afgewisseld met korte interviews. Hoewel begonnen in 1960 ontstond pas acht jaar later hun uiteindelijke naam: The Band. Ze vertellen dat ze al een hoop namen hadden geprobeerd, maar niets viel bij hunzelf in de smaak. Aangezien de band inmiddels enkele tournees van Bob Dylan had begeleid, noemde iedereen hen simpelweg The Band.

Het afscheidsconcert (The Band noemt het liever “a celebration”) op Thanksgiving 1976 in San Francisco’s Winterland Ballroom wordt logischerwijs afgesloten met Bob Dylan. Hij was de reden dat ik destijds naar The Last Waltz ging, want hij was mijn grote held vanaf het moment dat ik de klanken en de tekst van ’Hurricane’ had gehoord. Ik kocht de elpee ‘Desire’, raakte volkomen in de ban van Bob Dylan en kocht met terugwerkende kracht al zijn albums van mijn salaris van de pomp.

De grote Bob Dylan
Ik had allang zijn ‘Hard Rain’-concert uit 1975 van het legendarische Duitse tv-programma Rockpalast op een VHS-band opgenomen en tot afgrijzen van mijn ouders knalhard grijsgedraaid, maar nu zag ik de grote Bob Dylan voor het eerst levensecht van dichtbij en in vol ornaat. Hij komt op: witte hoed met rood veertje, zwart leren jack, spijkerbroek, gitaar en mondharmonica om de nek. Hij lacht wat met zijn oude bandleden, zet in en brengt twee nummers ten gehore, waaronder ‘Forever Young’.

Nog toepasselijker is het slotakkoord met alle artiesten samen op het podium: ‘I Shall Be Released’. Bob Dylan zou doorgaan tot op de dag van vandaag, maar The Band stopt direct na deze geweldige en onvergetelijke show, bevrijd na zestien jaar bijna continu ‘On the Road’.

“There’s not much left that we really can take from the road”, bekent Robbie Robertson aan Martin Scorsese. “May be it’s superstitious, but you can press your luck. The Road has taken a lot of the great ones: Hank Williams, Buddy Holly, Otis Redding, Janis, Jimi Hendrix, Elvis… It’s a goddamn impossible way of life!“ 

The Last Waltz is de beste muziekfilm ooit gemaakt en voor mij de ultieme nostalgie.

 

21 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE