Vijf andere films van Yasujirō Ozu

Vijf andere films van Yasujirō Ozu

Yasujiro-Ozu-

Van de Japanse regisseur Yasujirō Ozu (1903-1963) is diens bekendste film, Tokyo Story (1953), in een gerestaureerde versie opnieuw in omloop. Tokyo Story geldt als een van de beste films ooit gemaakt, maar het is niet het enige meesterwerk van ‘de meest Japanse aller Japanse regisseurs’. Als robotten ooit een inburgeringscursus moeten doen, zullen de films van Ozu op het lesprogramma staan. Het zijn monumenten van menselijkheid die universele thema’s op toegankelijke wijze behandelen. Films zonder helden of schurken, actie of geweld, meestal zonder noemenswaardige plot. Er gebeurt twee uur lang vrijwel niets; mensen praten over triviale zaken of over het leven. Maar de kijker raakt gehypnotiseerd en merkt na afloop dat er in zijn ziel iets is verschoven.

Samenstelling: Alfred Bos

 

1. – Late Spring (Bashun, 1949)

Wat is voor Fellini, is Late Spring voor Ozu: de film waarin hij zijn stem, zijn vorm en zijn thema vindt. De stem is die van van de Zen-meester: met empathie, maar onthecht. De vorm: het beroemde lage camerastandpunt (waardoor de toeschouwer als het ware vanuit de theaterstoel naar het toneel kijkt); de statische camera; de lange en perfect getimede shots; de tot in het detail gestyleerde mise-en-scène, waardoor interieurs als abstracte schilderijen van Mondriaan overkomen. Het thema: het gezin en de relatie tussen de generaties, vooral tussen vaders (vaak weduwnaar) en dochters (vaak ongetrouwd). Dat alles tegen de achtergrond van het na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo veranderende Japan: traditie versus moderniteit.

Late Spring is Ozu’s eerste meesterwerk en het begin van zijn ‘late’ periode, waarin hij eigenlijk alleen maar superieure films heeft gemaakt. Het is tevens de eerste van de ‘Noriko-trilogie’ met actrice Setsuko Hara, die de jonge, ongehuwde dochter Noriko speelt, maar telkens als een ander personage. De filmtitel verwijst naar het seizoen van Noriko’s leven: het wordt tijd dat ze trouwt.

 

2. – Early Summer (Bakushu, 1951)

De tweede uit de ‘Noriko-trilogie’, wederom met Setsuka Hara als Noriko (zij het een andere Noriko dan in Late Spring of Tokyo Story, het slot van de trilogie). Opnieuw is Noriko een ongetrouwde dochter, van wie een bezoekende oom meent dat ze nodig aan de man moet. Daarop begint iedereen van haar uitgebreide familie mogelijke partners te opperen, tot haar baas aan toe.

Ozu is subtiel: hij schetst niet alleen de emotionele ontwikkeling van Noriko, maar stelt de positie van de jonge, onafhankelijke vrouw in de snel moderniserende Japanse samenleving ter discussie. Er is ook een wijze levensles, een typische Ozu-boodschap. Noriko’s vader, de pater familias, beseft dat het gezin zijn laatste gouden momenten beleeft, vóór zoon en dochter uit huis gaan. “Mensen moeten niet teveel willen.”

 

3. – Good Morning (Ohayo, 1959)

Ozu wist dat verandering de kern van het leven vormt, maar haastte zich nimmer om de moderniteit te omarmen. Hij bleef lang in zwart-wit filmen en heeft nooit gedraaid in breedbeeld, altijd in de klassieke 1/1:37 (TV) beeldratio. En filmde elke scène met 50 millimeter lenzen. Dat maakt zijn oeuvre extreem vormvast, wat alle ruimte laat voor subtiliteit en nuance. Binnen dertig seconden weet je dat je naar een film van Ozu zit te kijken.

Good Morning is Ozu’s tweede film in kleur en heeft zowaar iets wat op een plot lijkt. In een wijkje met goedkope houten huisjes onder energiemasten ontstaat onrust over de nieuwe wasmachine van het wijkhoofd. Daarnaast rebelleren twee schooljongens tegen hun ouders. Ze weigeren te praten tot hun vader ook zo’n moderne televisie aanschaft. Als running gag zijn er de winden die de schooljongens op commando kunnen laten. Good Morning is met zijn boertige humor en kolderieke verwikkelingen het Ozu-equivalent van Jacques Tati’s Monsieur Hulot-films. Het geeft hem de kans het moderne fenomeen van de televisie te becommentariëren en Good Morning maakt nieuwsgierig naar wat Ozu met sociale media zou hebben gedaan. Onder het Japanse bioscooppubliek bleek de film een hit. Wijze les: “Juist de nutteloze dingen geven het leven glans.”

 

4. – The End of Summer (Kohayagawa-ke no aki, 1961)

The End of Summer is de laatste van de zes films die Ozu maakte met actrice Setsuko Hara. Ze schitterde een jaar later nog in de 47 Ronin-verfilming van regisseur Hiroshi Inagaki en trok zich vervolgens terug uit het openbare leven. In de zes films met Ozu speelt Hara de ongehuwde dochter, een rol die dicht op de werkelijkheid zat: ze is nooit getrouwd. Een enorme ster in Japan, en een icoon van de gloriejaren van de Japanse cinema, luidde haar bijnaam ‘de eeuwige maagd’. Ozu zelf woonde tot kort voor zijn dood thuis bij zijn moeder.

In The End of Summer vertolkt Hara het personage van Akiko,een van de twee ongetrouwde dochters van een biermagnaat op leeftijd. Diens familie begint aan zijn geestelijke gezondheid te twijfelen wanneer ze erachter komen dat pa er een scharrel op nahoudt, een jeugdliefde bij wie hij een dochter heeft verwekt. De bekende Ozu-thema’s komen samen: de buitenechtelijke dochter is behoorlijk materialistisch en verwesterd; Akiko en haar zus Noriko zijn traditioneel en lopen rond in kimono. Wederom wordt er voor de dochters een man gezocht. Akiko is afwachtend, Noriko verkiest romantische liefde boven een gearrangeerd huwelijk. En de bierbrouwerij wordt opgeslokt door een grotere concurrent. Wijze les: “Het leven is veranderlijk als stromend water.”

 

5. – An Autumn Afternoon (Sanma no aji, 1962)

Het was niet zo bedoeld, maar An Autumn Afternoon is het passende slotstuk van de ‘late’ Ozu. Op 13 december 1963, op zijn zestigste verjaardag, overleed de regisseur aan kanker, een ziekte die mogelijk het gevolg was van Ozu’s diensttijd in het Japanse keizerlijke leger; hij diende in een regiment met chemische wapens. An Autumn Afternoon is Ozu ten voeten uit, qua thematiek en qua stijl. Na twaalf films in dertien jaar is de Ozu-aanpak zo verfijnd dat hij bijna onzichtbaar is geworden. Zijn veel gebruikte stijlfiguur van de ellips (sleutelscènes niet laten zien, alleen de aanloop en de afloop) wordt meesterlijk toegepast. Met de ‘stillevens’, anonieme tussenshots om scènes te markeren, door Ozu toegepast vanaf Silent Spring, introduceerde hij een manier van monteren die tegenwoordig standaard is, maar in de jaren vijftig nieuw en gedurfd was.

An Autumn Afternoon is het spiegelbeeld van de film waarmee Ozu zijn reeks meesterwerken opende, Silent Spring. Acteur Chishû Ryû – die in bijna alle films van Ozu te zien is, vaak in de hoofdrol – speelt een weduwnaar die wordt verzorgd door zijn inwonende dochter. In Silent Spring wil de dochter niet trouwen omdat ze gelukkig is met haar vader, ditmaal wil de vader dat zijn dochter niet trouwt omdat hij tevreden is met de huidige situatie. Door een vergelijkbaar voorbeeld in zijn omgeving ziet de vader zijn egoïsme in. Laatste scène, en laatste tekst van het Ozu-oeuvre:  “Alleen, hè.” Ozu, die ongetrouwd bleef, ligt begraven met zijn moeder. Op de steen staat het Japanse karakter voor ‘Het Niets’.

 

Naast Tokyo Story worden in mei en juni vier andere, eveneens gerestaureerde (kleuren)films van Ozu opnieuw vertoond: Equinox Flower (Higanbana, 1958), Good Morning (Ohayô, 1959), Late Autumn (Akibiyori, 1960) en An Autumn Afternoon (Samna no aji, 1962). De gerestaureerde films worden later dit jaar als dvd-box uitgebracht. De dvd van Tokyo Story verschijnt in juni.

 

14 mei 2015

 

Alle leuke filmlijstjes