Vijf onmisbare muziekdocumentaires

Vijf onmisbare muziekdocumentaires

The-Burger-and-the-king

IDFA 2014 is bijna voorbij. Daarom nog een keer een lijstje bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Dit keer als thema muziek.

Samenstelling: George Vermij

 

1. – Dig! (2004, Ondi Timoner) 

Als een inkijkje in de competitieve wereld van de alternatieve Amerikaanse rockmuziek is Dig! een essentieel document. Regisseuse Ondi Timoner volgde de bands The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols toen ze op het moment stonden om door te breken. Aan het begin zijn de bands nog bevriend en halen hun inspiratie en de nodige drugs van elkaar. Maar als The Dandy Warhols groter worden en voor een groot platenlabel tekenen wordt de rivaliteit tussen de bands grimmig. Het wordt een strijd tussen de charismatische, maar egocentrische Anton Newcombe van The Brian Jonestown Massacre en de koele Courtney Taylor-Taylor van The Dandy Warhols. Newcombe komt daarbij over als een creatieve duizendpoot die leeft voor zijn muziek ook al gaat dat ten koste van zijn relaties met zijn overige bandleden. Hij gedraagt zich als een bazig heerschap en heeft altijd het laatste woord. Het succes blijft echter beperkt tot een kleine kring bewonderaars. De Dandy’s zijn gewiekster en weten zich beter aan te passen aan de wetten die een groot succes voorschrijven, zoals concessies doen aan hun sound en de wensen van hun label. Dig! toont die harde werkelijkheid van moderne rock & roll waar de ego’s botsen ondanks de passie voor het muziek maken.

 

2. – Nico Icon (1995, Susanne Ofteringer) 

Zangeres, model en actrice Nico was een echt underground icoon. De Duitse flitste voorbij in wat scènes van Federico Fellini’s La Dolce Vita en had een affaire met Alain Delon. Toen ze in New York terecht kwam begon ze met hulp van Andy Warhol een muziekcarrière. Tegen de zin van Lou Reed en John Cale werd ze toegevoegd aan The Velvet Underground en zou zij bekend worden door haar unieke vertolkingen van de liedjes ‘All tomorrow’s parties’ en ‘I’ll be your mirror’. Susanne Ofteringer maakt in Nico Icon een mooi en eerlijk portret van een moeilijke en duistere vrouw die ondanks haar onwerkelijke schoonheid zich van binnen lelijk voelde. Ze raakte al snel verslaafd aan zware drugs en als je de interviews in de docu moet geloven hielp zij ook haar zoon aan de heroïne. Die zoon, het onwettige kind van Delon, is ook aan het woord over zijn excentrieke en destructieve moeder. De film bewijst daarnaast op overtuigende wijze dat Nico niet alleen een stem was, maar een zangeres die een uniek geluid nastreefde, zoals op haar prachtige en ijzige soloplaat The Marble Index.

 

3. – The Nomi Song (2004, Andrew Horn)

Een andere Duitser, net zo excentriek als Nico en gezegend met een ongelofelijke zangstem, was Klaus Nomi. Andrew Horns mooie portret van de aan aids overleden zanger begint met scènes van sci-fictionfilms over buitenaardse wezens uit de jaren vijftig. Het is een mooie vergelijking met de onwerkelijke impact die Klaus Nomi op mensen had in New York met zijn vreemde uitstraling, beleefde voorkomen en een bovenmenselijk hoog stembereik waarmee hij Maria Callas probeerde te imiteren. Al gauw kwam Nomi terecht in de punk scene  waar hij experimenteerde met zijn geluid en look, wat resulteerde in een bijzondere mix van cabaret, opera, pop en sci-fi symboliek. David Bowie was al snel onder de indruk en liet hem meezingen tijdens een liveoptreden. Nomi probeerde daarna zelf door te breken, wat helaas te snel werd onderbroken door zijn ongeneeslijke ziekte. The Nomi Song geeft een mooi portret van een geliefd man die zijn gave wilde delen en voor een kort moment een onuitwisbare indruk achterliet.

 

4. – Vinyl (2000, Alan Zweig)

Met de nieuwe interesse in vinyl die weer een boost geeft aan de platenindustrie is het interessant om Alan Zweigs zeer persoonlijke filmportret Vinyl  uit 2000 te zien. In de documentaire probeert hij door interviews met andere verzamelaars zijn eigen obsessieve verzamelwoede te vatten. Hij ontmoet zo wereldvreemde types die nog excentrieker zijn dan hij. De vraag die blijft opkomen is waarom je zoveel tijd steekt in dingen in plaats van mensen. Een inzicht dat Zweig ook zelf ontdekt en kenbaar maakt in confronterende monologen die hij tegen de camera houdt. Pijnlijk herkenbaar voor verzamelaars en op momenten tragikomisch als je ziet hoe verwijderd van de werkelijkheid mensen kunnen zijn. Vinyl  is ook het eerste deel in een serie films waarin Zweig zichzelf analyseert zoals in het grappige I, Curmudgeon over hoe het is om een oude zuurpruim te zijn.

 

5. – The Burger and the King: The Life & Cuisine of Elvis Presley (1996, James Marsh)

Deze bizarre voor de BBC gemaakte docu richt zich op droge en komische wijze op de overdadige eetgewoonten van The King of Rock & Roll. Daaruit blijkt dat eten voor Presley de ultieme luxe was. Van de magere maaltijden die hij at als arme jongen in het zuiden van de VS, zoals gefrituurde eekhoorn, tot aan de vette overdaad van zijn latere jaren. Voor Elvis was de hamburger als snel het symbool van rijkdom en succes en hij kon er geen genoeg van krijgen. In de docu komt onder meer de kok van The King aan het woord en zij geeft wat geheimen prijs zoals het recept van zijn geliefde peanut butter & banana sandwiches die met veel boter in de pan worden gebakken als een vettig wentelteefje. Regisseur James Marsh heeft een goed oog voor surrealistische Americana, net als zijn mooie en duistere docu van het dorpje Black River Falls in Wisconsin Death Trip. Hij is vooral bekend geworden van het spannende Man on Wire.   

 

29 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes