WO I van de kritische kant

WO I van de kritische kant

door Bob van der Sterre

Uomini Contro (Many Wars Ago) ♦ Oh! What a Lovely War ♦ Outskirts

 

Honderd jaar geleden had de Eerste Wereldoorlog zich muurvast gegraven in een loopgravenoorlog. De uitzichtloosheid hiervan is de laatste tijd vaak in beeld gebracht (zoals in War Horse, The Red Baron, The Silent Mountain, Paesschendale). Hoe zit het met de antioorlogsfilms van deze wereldoorlog? In andere tijden blijken de films een stuk sarcastischer dan nu. Deel 2 van Camera Obscura’s over de Eerste Wereldoorlog.

Een generaal bij een oorlogsfront tussen Italianen en Oostenrijkers kijkt niet op een mannetje of duizend meer of minder aan slachtoffers. Dat is niet vreemd voor generaals in die tijd, die nauwelijks een idee hadden van moderne oorlogsvoering. Gewoon recht op de machinegeweren afrennen, dat is de tactiek. Werkt het niet, dan moeten er gewoon méér op af rennen.

Niet vrijwillig het prikkeldraad doorknippen
In Uomini Contro (Many Wars Ago) van Francesco Rosi (1970) is er gelukkig nog de pragmatische luitenant Ottolenghi (Gian-Maria Volontè, Rosi’s vaste hoofdrolspeler). Hij wil het iets draaglijker maken voor zijn manschappen. Luitenant Sassu, een jonge vent die steeds minder gelooft in de oorlog, raakt met hem bevriend.

De deserteurs zijn talrijk in de Eerste Wereldoorlog. Geen wonder. De staf toont geen interesse in de gevaren aan het front. ‘Ga je vrijwillig dat prikkeldraad doorknippen?’ ’Nee.’ ‘Nee? Dat is laf.’ ‘Geen kwestie van lafheid. U stelde me een vraag en ik geef eerlijk antwoord.’

‘Het was een poging om een retorisch beeld van die oorlog belachelijk te maken’, zei Rosi zelf over deze film. De generaal die denkt dat bizarre stalen outfits de mannen onoverwinnelijk maakt. Of de mannen in de ziekenboeg die een militair tribunaal aan hun broek krijgen. Of als er zoveel worden neergemaaid dat zelfs de vijand hen smeekt om terug te keren. Of de bureaucraat die liever eigen mannen neerknalt dan de vijand. Oorlog is absurd en er is niets heroïsch aan.

Rosi als regisseur betekent dat er satirische speldenprikken worden uitgedeeld. Dit is oorlog met een wrangheid die je als het ware door het beeld voelt, dankzij het lichtspel, de montage en de muziek.

Iedere leider staat op zijn eigen landje
In de antioorlogsmusical Oh! What a Lovely War in 1969 staan de vijf leiders van de grootste Europese landen samen in een kamer. Een soort kleuterklasje, waarbij iedereen op zijn eigen landje staat. Een ruzie. Het loopt ontstellend snel uit de hand. In een notendop is dit hoe deze oorlog begon.

Met veel enthousiasme betreedt men in Brighton de speciale kermis ‘World War One’. Een Franse kapitein, met soldaten op carrouselpaarden, geeft er een wervelende show. Een burlesk musicaloptreden volgt. Jongens hollen naar voren om zich aan te melden voor het leger. ‘Maak je verloofde trots, jongeman!’

Ook hier komen maniakale generaals voor. ‘Het is schaakmat, Sir.’ ‘We gaan lopend door de vijandelijke linies heen.’ ‘We hebben er gisteren 30.000 verloren, voor lunchtijd.’ ‘Het offer van laat ons zeggen nog eens 300.000 man kan leiden tot geweldige resultaten.’

Ik ken geen film die hier op lijkt: een satirische oorlogsmusical. De voorgeschiedenis is ook al uniek. Een radioprogramma werd overgezet naar een theaterstuk en vervolgens verfilmd door een beginner (dit was de eerste film van Richard Attenborough, de broer van David). Met hulp van topacteurs die voor lage salarissen wilden werken zoals John Mills, Maggie Smith, Dirk Bogarde, Edward Fox, Laurence Olivier, Vanessa Redgrave, Cecil Parker.

De film vermijdt de valkuil die veel musicals hebben: gebrek aan stijl en aan humor. De montage is bijvoorbeeld zo goed, die alleen al is een blik op de film waard. Scènes zijn gebaseerd op werken van de schilder Nevinson. De geestige liedjes. Of de vermakelijke anekdotes rondom de film, zoals de kerstmisscène die op de heetste dag van het jaar op de vuilnisbelt van Brighton werd geschoten.

En niet te vergeten hoe geweldig de film werkt als antioorlogsprotest. Iemand ligt zwaargewond op een draagbaar. ‘Maak je niet druk, je bent zo weer terug aan het front.’ De Engelse adel op een feestje: ‘Saai hè, helemaal niet zoals vorig kerstmis.’ Of de frontsoldaten die zingen: ‘Gassed last night… and gassed the night before…’ Misschien is het wat veel zang voor de niet zo musicalliefhebber maar een bijzondere film is het absoluut.

Perfect tragikomisch evenwicht
Ook aan het oosten zijn er vraagtekens bij het fenomeen oorlog. In 1914, aan de grens van het Russische en Pruisische rijk, barst de oorlog in alle hevigheid los. De ene fabrieksarbeider gaat naar het front, de ander blijft thuis. Twee vrienden, een Duitser en een Rus, zijn geen vrienden meer. Een Russisch meisje vindt een Duitse krijgsgevangene leuk, tot afgrijzen van haar vader.

We zien het front zelf. Het regent er granaten (met een gek ploppend geluid). De tegenstander heeft machinegeweren. Hoe te overleven? En alsof dat niet genoeg is, is het land in revolutie, en volgt er nog een revolutie!

Voor de echte filmliefhebber is Okraina (Outskirts), die over deze tijd gaat, niet zo’n obscure film. De film uit 1933 is er immers eentje die wel in het filmcanon terecht is gekomen en duidelijk de stempel draagt van zijn maker, Boris Barnet. Die werd geroemd door regisseurs als Tarkovski en Godard.

Aan de andere kant is het wel redelijk obscuur als een paard ineens begint te praten in een oorlogsfilm. Maar het past. In Okraina heb je een perfect tragikomisch evenwicht. Slapstick, actie, romantiek: het zit er allemaal in. Genres deden er in vroegere tijden niet zo toe. De beelden van het front zijn ook fraai.

Barnet schildert zijn cynische wereldvisie met een soort duivels plezier. Hij had deze visie nota bene in een tijd dat Stalin aan de macht was. Wie meer wil weten van Barnets geschiedenis, kan bij dit essay terecht.

Het zijn mooie films maar het is treurig te beseffen dat deze absurde meesterwerkjes de bizarre werkelijkheid van zulke oorlogen niet eens bij benadering kunnen schetsen. Een antioorlogsfilm is een moment dat je je even kunt verplaatsen de vreselijke situaties waar soldaten en burgers zich toen in bevonden, en dat je boos kunt worden om een van de domste dingen die een mens kan doen.

 

8 augustus 2016

 

Alle Camera Obscura