Notti magiche

***
recensie Notti magiche

De teloorgang van de Italiaanse cinema

door Ries Jacobs

In zijn nieuwste werk neemt regisseur Paolo Virzì de Italiaanse filmwereld onder de loep. Films hierover belichten vaak een wereld van glitter en glamour, bevolkt door steracteurs en weinig subtiele regisseurs. In Notti magiche zijn de hoofdpersonages origineler: scenarioschrijvers. 

Filmproducent Saponaro wordt dood aangetroffen in zijn te water geraakte auto. De jonge, ambitieuze scenarioschrijvers Antonino, Luciano en Eugenia zijn de hoofdverdachten. Als de carabinieri hen ondervragen, komt langzaam de waarheid aan het licht. Ondertussen blijkt hoe gejaagd en opportunistisch de filmwereld is.

Notti magiche

Wervelwind
Regisseur Virzì gaf de hoofdrollen in Notti magiche aan drie piepjonge acteurs die eerder nauwelijks voor de camera hadden gestaan. De onderlinge chemie is voortreffelijk. Het meest opvallende personage is Luciano, een wervelwind die handelt voordat hij nadenkt. Debuterend acteur Giovanni Toscano weet dit moeilijk te vertolken karakter – overacting ligt op de loer – geloofwaardig vorm te geven.

Notti magiche speelt zich af in de zomer van 1990. De titel is een zinsnede uit het lied Un’ estate Italiana, dat speciaal werd geschreven voor het wereldkampioenschap voetbal in Italië van dat jaar. In de film zien we regelmatig flarden van wedstrijden op tv. De sfeer en tijdsgeest weet de regisseur goed te vangen. De filmwereld met zijn afgunst en nijd, die vanonder een oppervlakkig laagje Italiaanse decadentie opborrelt. Waarschijnlijk niet geheel toevallig maakte Virzì zelf rond die tijd zijn entree als scenarioschrijver in de Italiaanse filmscene als coauteur van Time to Kill (1989) met Nicolas Cage in de hoofdrol. Dit werk gaf Virzì een voet tussen de deur. Hij bouwde naam op als scriptschrijver om vervolgens in 1994 zijn debuut als regisseur te maken met La bella vita. Na de successen van La prima cosa bella (2010) en La pazza gioia (2016) staat hij bekend als een van de grote Italiaanse regisseurs van deze tijd.

Bejaarde man
Virzì toont in Notti magiche hoe Antonino, Luciano en Eugenia gedurende die zomerse weken frivool opgaan in de Italiaanse filmscene, die door oude mannen (en een enkele oude vrouw) gedomineerd wordt. In een scène zien we een bejaarde Marcello Mastroianni huilen om een vrouw (Catherine Deneuve?) die hem verlaten heeft. De komedie staat bol van dit soort symboliek waarvan de boodschap duidelijk is: eind jaren 80 is de Italiaanse cinema een bejaarde man die zijn beste tijd achter zich heeft. Het beginnende trio scenarioschrijvers is ook nog even getuige van een opname van La voce della luna, de zwanenzang van Federico Fellini.

Notti magiche

Het is aan een jonge generatie van getalenteerde filmmakers om het stokje over te nemen. Maar het blijkt niet zo eenvoudig om in het kliekje van bijna uitgerangeerde, verwaande filmbonzen te komen. Dit gegeven brengt Virzì prachtig in beeld in de scène waarin een kantoor vol anonieme, fanatiek typende ghostwriters zo goed mogelijk probeert te voldoen aan de grillen van filmproducent Zappellini.

Beau monde van Rome
Notti magiche is een prima film, maar kan niet tippen aan Virzì’s beste werk. Dit komt doordat de drie hoofdrolspelers met horten en stoten hun weg in het wespennest van filmbonzen en steracteurs vinden, maar er verder weinig opbouw in het verhaal zit. Meer dan een uur lang bewegen de hoofdpersonages zich, alleen of gedrieën, in de beau monde van Rome en ontmoeten ze mensen die hen misbruiken en teleurstellen. Ondanks dat Virzì een unieke inkijk in de Italiaanse filmwereld van die periode geeft, moddert de plot wat aan totdat de regisseur pas op het allerlaatste moment het gaspedaal indrukt.

 

27 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Filmfestival Cannes 2019 deel 2

Filmfestival Cannes 2019, deel 2 (slot):
Terecht Gouden Palm voor Parasite

door Bert Goessen

Het grote gebeuren in de tweede week van het 72e Filmfestival van Cannes was natuurlijk de wereldpremière van de nieuwe film van Quentin Tarantino Once Upon a Time in Hollywood. Vooraf werd aan iedereen gevraagd zo weinig mogelijk over de film te spoilen. De film gaat pas op 26 juli in Amerika in première en vanaf 15 augustus is hij ook in Nederland te bewonderen. Omdat er zoveel tijd tussen de première in Cannes en de officiële release zit, zijn de producenten bang dat er al teveel prijs wordt gegeven over de film.

De bijna drie uur durende film is een lang uitgesponnen pistache over Tarantino’s jeugdherinneringen uit het jaar 1969 in Los Angeles. Leonardo DiCaprio speelt een mislukte B-acteur die wordt rondgereden door zijn chauffeur Brad Pitt, omdat hij zijn rijbewijs heeft verloren vanwege drankmisbruik. Er wordt veel gepraat over zaken die de mensen in 1969 in Hollywood bezighielden. Pas tegen het einde van de film worden we getrakteerd op de gebruikelijke geweldsuitbarsting. In zekere zin keert Tarantino terug naar de sfeer van JACKIE BROWN. Voor de liefhebbers van zijn laatste films zal dat enigszins teleurstellend zijn. Voor anderen het bewijs van de veelzijdigheid van een van de grootste regisseurs van deze tijd.

Bong Joon-ho met Gouden Palm

Gouden Palm
Een van de beste films zo niet dé beste film van het festival, getuige ook de toekenning van de Gouden Palm, is ongetwijfeld PARASITE van de Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon-ho, bij ons vooral bekend van THE HOST en SNOWPIERCER. Zijn nieuwe film is een vlijmscherpe sociale satire waarin de tegenstelling tussen rijk en arm op de spits wordt gedreven. Vier leden van een arme familie gaan werken bij een rijke familie. Eenmaal binnen volgt een genadeloze afrekening. De spanningsopbouw, de geniepige manier van binnendringen en de gestileerde stijl van filmen roepen herinneringen op aan de films van Michael Haneke, de Oostenrijkse grootmeester van de suspense.

In IL TRADITORE neemt de tachtigjarige Italiaanse regisseur Marco Bellocchio 150 minuten de tijd voor de biopic van maffiabaas Tommaso Buscetta. In de jaren 80 ging hij samenwerken met de Italiaanse justitie en heeft hij ervoor gezorgd dat 366 maffiosi in de loop der jaren tot zware gevangenisstraffen zijn veroordeeld. Vooral met de later vermoorde rechter Falcone had Buscetta een goede band. Een gedegen maffiadrama met een stuk Italiaanse geschiedenis.

Bert GoessenAbsurd
Regisseur Elia Suleiman speelt zelf de hoofdrol in zijn nieuwe film IT MUST BE HEAVEN, waarin hij van Nazareth naar Parijs en New York reist om met producenten te praten over zijn nieuwe film. Zonder zelf een woord te spreken, belandt hij in allerlei absurdistische situaties. Als een soort Jacques Tati geeft hij licht ironische en mild commentaar op alles wat hem verbaast. Dat zorgt voor een voortdurende glimlach. De filmtitel klinkt als een oud Talking Heads-nummer dat een plek beschrijft waar dingen in een droom gebeuren.

De uitgebluste psychotherapeute Sibyl keert in de nieuwe, gelijknamige film (SIBYL) van de Franse regisseuse Justine Triet terug naar haar eerste passie: romans schrijven. Ze neemt afscheid van de meeste van haar patiënten, tot de jonge, gekwelde actrice Margot haar plots om hulp vraagt. Margot werd per ongeluk zwanger van Igor, een acteur met wie ze weldra aan een film moet samenwerken en die bovendien ook een relatie heeft met de regisseuse van de film. Terwijl Margot haar tumultueuze leven uit de doeken doet, raakt Sibyl zeer gefascineerd door de actrice. Ze besluit haar stiekem als inspiratiebron te gebruiken voor haar roman en wordt zo opnieuw geconfronteerd met haar eigen, heftig liefdesverleden. Alles wordt nog complexer als Margot Sibyl vraagt om haar naar het Italiaanse eiland Stromboli te vergezellen voor het einde van de filmopnames. De uitmuntende acteerprestaties van Virginie Efira, Adèle Exarchopoulos en Sandra Hüller tillen de film boven het gemiddelde niveau uit.

Teleurstellingen
Ook in de tweede week van het festival vielen er weer een aantal teleurstellingen te noteren.

De gebroeders Dardenne leveren met LE JEUNE ACHMED dit keer een iets mindere film af dan we van hen gewend zijn. De dertienjarige Ahmed gaat steeds verder radicaliseren aan de hand van de giftige denkbeelden van zijn imam. Kiest hij definitief voor een leven in het teken van de dood? Of laat hij zich met beide benen op de grond zetten door begeleiders, rechters en psychologen? De camera zit dit keer niet zo dicht op de huid van de hoofdpersoon. Daardoor ontstaat de nodige afstand tussen kijker en hoofdpersoon, hetgeen de identificatie niet ten goede komt.

LE JEUNE ACHMED

De Canadese regisseur Xavier Dolan, die in 2014 imponeerde met zijn film MOMMY, weet met zijn nieuwe film MATTHIAS ET MAXIME waarschijnlijk veel mensen voortijdig de zaal uit te jagen. Er wordt flink gekibbeld, hysterisch gekrijst en er zijn ellenlange gesprekken tussen de twee hoofdpersonen en hun vrienden. Want Max gaat naar Australië verhuizen. Alleen stelt hij zijn vertrekt voortdurend uit. Na anderhalf uur heb je de neiging hem toe te schreeuwen: ga nou!! Want dan zijn we verlost van dit onzinnige gekrakeel.

Isabelle Huppert speelt de hoofdrol in FRANKIE, de nietszeggende, humorloze komedie van Ira Sachs. In het Portugese plaatsje Sintra verzamelen zich vrienden en familie van Huppert die er lustig op los kletsen zonder enig doel of richting. Het lijkt wel een late Woody Allen-film gesitueerd in een luxueuze, toeristische omgeving. Ook in deze films valt er weinig meer te lachen, terwijl ze wel als komedie bedoeld zijn.

Prijzen
Gouden Palm: PARASITE van Bong Joon-ho.

Grand Prix: ATLANTIQUE van Mati Diop.

Prix du Jury: LES MISERABLES van Ladj Ly en BACURAU van Filho en Dornelles.

Beste acteur: Antonio Banderas in DOLOR Y GLORIA van Pedro Almodóvar.

Beste actrice: Emily Beecham in LITTLE JOE van Jessica Hausner.

Beste regie: gebroeders Dardenne voor LE JEUNE AHMED.

Beste scenario: Céline Sciamma voor PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU

 

26 mei 2019

 

Deel 1 Filmfestival Cannes 2019


MEER FILMFESTIVAL

Wild Pear Tree, The

****
recensie The Wild Pear Tree

Meester van de nuance

door Cor Oliemeulen

De net afgestudeerde Sinan keert vanuit de stad terug naar zijn geboortedorp in Anatolië en wil liever schrijver dan leraar worden. Hij beschrijft de bekrompenheid van de streek en zijn visie op het leven in zijn boek The Wild Pear Tree, waarvoor hij een sponsor zoekt om het te kunnen uitgeven. Ondertussen botst hij met zijn vader, die als gevolg van gokken zijn aanzien heeft verloren.

Ook in zijn achtste speelfilm zadelt de bejubelde Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan zijn hoofdrolspeler op met een existentiële zoektocht naar de zin van het leven en de rol en verantwoordelijkheid van de mens. Net als in het geniale Winter Sleep draait de plot om familierelaties en meer om het gesproken woord dan om de gebeurtenissen in de overweldigende natuur. Ook The Wild Pear Tree (Ahlat Agaci) is zo traag als het dagelijkse leven in de contreien waar het verhaal zich afspeelt, maar trekt je daardoor wel in het lot.

The Wild Pear Tree

Prikkelend
Door de vele lange scènes met zijn gebruikelijke statische shots sneed Ceylan zijn werkstuk terug naar een speeltijd van ruim drie uur die nodig is om het karakter van Sinan (Dogu Demirkol) goed te kunnen uitdiepen en zijn relatie met zijn vader Idris (Murat Cemcir) betekenisvol te kunnen afronden. Sinans verplichte legerdienst in een besneeuwd gebied (ook een handelsmerk van de regisseur) aan het eind duurt slechts enkele minuten, terwijl het gesprek van Sinan met twee jonge imams, die hij betrapt op het stelen van appels, wel een paar minuten korter had gekund. Hun discussie over de betekenis van godsdienst en de Koran in deze tijd van technologie en vooruitgang is prikkelend, maar zoals altijd gaat Ceylan – die zich vaak laat inspireren door de Russische schrijvers Tsjechov en Dostojevski – qua statements zelden over het randje. Hoewel niet alle Turken daarover hetzelfde zullen denken.

In zijn jeugdige, rebelse overmoed en met een air dat hij de wijsheid in pacht heeft, zien we Sinan in een aantal confronterende ontmoetingen. Dat begint al direct met zijn terugkomst uit de universiteitsstad Çanakkale (waar regisseur Ceylan opgroeide) naar zijn geboortedorp Çan waar een winkelier Sinan op straat verwelkomt om hem vervolgens fijntjes te verzoeken of hij zijn vader kan bewegen zijn gokschulden af te lossen. Hierna volgt een stijlvol gefilmde ontmoeting vol ingehouden erotiek met Hatice, een vriendinnetje uit zijn jeugdjaren die op het veld werkt. Ook zij heeft dromen, maar voelt niet net als Sinan de urgentie om de in zijn ogen kleingeestige omgeving de rug toe te keren. Ze filosoferen verder en verschuilen zich achter een boom als Hatice haar hoofddoekje heeft afgedaan. Ze kussen elkaar, de wind steekt plots op en speelt met de bladeren en haar lange haren.

Respect
Thuis vervliegt Sinans laatste restje respect voor zijn vader, die zich in bochten wringt om zijn gokverslaving te verdoezelen, maar ondertussen zijn gezin wel regelmatig zonder elektriciteit laat zitten. Als er geld van Sinan is gestolen, gaan de gedachten direct uit naar vader, hoewel er ook enkele werklieden in de woning zijn gesignaleerd. Sinan zal zijn vader echter nooit direct beschuldigen, hoe goed Idris zijn zoon ook uitdaagt om zulks te doen. Sinan kan weliswaar openhartig met zijn moeder over zijn vader praten, maar zij verdedigt Idris, die volgens haar een goed hart en inderdaad ook gebreken heeft, maar hij slaat in ieder geval niet. Bovendien verslijt het halve dorp Idris voor gek omdat hij denkt dat hij door het graven van een diepe put nabij een wilde perenboom water kan vinden.

The Wild Pear Tree

Na een moeizaam gesprek met de burgemeester over financiering van zijn boek belandt Sinan bij een plaatselijke ondernemer. Ook deze past als hij merkt dat Sinan zich weigert te conformeren aan de sociale regels en gebruiken. “Educatie is prima. Maar dit is Turkije. Als je in dit land wilt overleven, moet je je aanpassen. De straat is anders dan de school. Wat je vandaag leert, is morgen waardeloos.” De ondernemer zal Sinans boek zeker niet sponsoren, want toeristen lezen liever positieve verhalen dan alleen maar kritiek op de regio.

Gave
Nuri Bilge Ceylan heeft de prettige gave om in dialogen alle partijen genoeg ruimte te geven en door verrassende nuances en subtiele humor zoveel mogelijk kanten van een kwestie te belichten. Dat geldt uiteindelijk ook voor het klassieke vader-zoondrama in The Wild Pear Tree als blijkt dat Sinan meer op Idris lijkt dan hij altijd heeft gewenst. Ook Ceylans jongste film is niet zo zwaarmoedig als zijn protagonist, hoewel die ten onder dreigt te gaan aan valse verwachtingen. Geen meesterwerk als Winter Sleep, maar een meanderende stroom van betekenisvolle woorden.

 

25 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Filmfestival Cannes 2019 deel 1

Filmfestival Cannes 2019, deel 1:
Mooiste film buiten competitie

door Bert Goessen

Halverwege het 72e Filmfestival van Cannes concluderen we dat de kwaliteit van de competitiefilms ook dit jaar redelijk hoog is. De mooiste en meest intrigerende film tot nu toe komt echter niet uit het competitieprogramma, maar uit het bijprogramma La Quinzaine des Réalisateurs. Het betreft The Lighthouse.

De Amerikaanse regisseur Robbert Eggers maakte een paar jaar geleden faam met zijn film THE WITCH. In zijn nieuwe film, volledig in zwart-wit en in 4:3 formaat, spelen Willem Dafoe en Robert Pattinson de hoofdrollen. Beide mannen zijn aan elkaar overgeleverd op een kleine rotspunt waar ze voor een vuurtoren moeten zorgen. In een soort horrorpoëzie voltrekt zich een tweestrijd om de macht. Vilein, geslepen, bonkig, spugend en scheldend gaan ze elkaar te lijf. De soundtrack met een voortdurend indringende misthoorn, het literaire gehalte van de dialogen en het ongekend hoge acteerniveau van beide acteurs doen je verlangen deze film nog een keer te mogen zien. Van de elf inmiddels vertoond competitiefilms steken er drie met kop en schouder boven de rest uit.

The Lighthouse

Laagje voor laagje
Allereerst PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU. Een kostuumdrama van Céline Sciamma dat begint als een ingetogen aquarel, maar geleidelijk uitgroeit tot een levendig en krachtig olieverfschilderij over de romantische relatie tussen twee jonge vrouwen. De setting is de kust van Bretagne, 1770. Portretschilder Marianne (Noémie Merlant) heeft de opdracht om een goed gelijkend portret van Héloïse (Adèle Haenel) te schilderen. Een andere schilder slaagde er niet in omdat Héloïse weigerde te poseren. Ze weet namelijk dat het portret door haar moeder zal worden gebruikt om haar te verkopen aan een vreemdeling die ze nog nooit heeft ontmoet in een land dat ze nog nooit heeft bezocht. Dus Marianne moet haar onderwerp heimelijk bestuderen, onder het mom van een betaalde metgezel te zijn. Zoals Marianne rustig en ongehaast te werk gaat, zo bouwt Sciamma ongehaast haar film op. Laagje voor laagje geeft de film zijn geheimen bloot om uiteindelijk tot een dramatisch hoogtepunt te komen. Knap staaltje cinematografie van de regisseuse die in 2014 ook al in Cannes wist te imponeren met GIRLHOOD.

Regisseur kijkt terug op zijn leven
De 22e film van de Spaanse regisseur Pedro Almodóvar, DOLOR Y GLORIA, gaat over een regisseur die terugkijkt op zijn leven. De vraag is: in hoeverre komt het leven van de hoofdpersoon in de film, Salvador Mallo, overeen met dat van de inmiddels 69-jarige Pedro Almodóvar? Feit is dat hij lijdt aan allerlei fysieke ongemakken zoals zware hoofd- en rugpijn. Aandoeningen waarvan Almodóvar zelf ook al jaren last heeft. Net zoals bij Mallo in de film leidden de pijnen van de regisseur ertoe dat hij nauwelijks nog zijn appartement verliet en beetje bij beetje vereenzaamde. Het gevolg is een verhaal over leven en dood, liefde en lijden, creativiteit en angst, en vooral over het verstrijken van de tijd. Als op het einde van de film blijkt dat de flashbacks op zijn jeugdjaren tevens de opnamen zijn een nieuwe film over zijn eerste seksuele verlangens zijn, is het duidelijk dat het creatieve vuur zowel bij Mallo als Almodóvar nog niet is gedoofd. Zonder twijfel een van zijn meest persoonlijke films waarin hij zich andermaal als meesterlijke raamverteller etaleert.

Epos in de Bergen
Een aangename verrassing is A HIDDEN LIFE van Terrence Malick. Klaar met zijn in metafysica gedrenkte vorige films, met als bekroning de Gouden Palm voor THE TREE OF LIFE, komt Malick met  een drie uur durend filmepos over boer Franz die in 1943 wordt opgeroepen in het Duitse leger te dienen. Franz heeft daar geen zin in want hij woont met zijn vrouw en drie dochters in de idyllische bergen. Ze hebben het goed, zijn gelukkig en drijven een gezond boerenbedrijf. Hij kan zich niet voorstellen, als gelovig christen, dat God mensen naar het front stuurt. Hij weigert dan ook dienst, wordt opgepakt en gevangen gezet. Uiteindelijk wordt hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Een film over macht en onmacht, schuld en boete, geloof, hoop en liefde. En dat alles gedrenkt in prachtige beelden van een adembenemend berglandschap.

Working class hero
SORRY WE MISSED YOU is het zoveelste eerbetoon van de Britse cineast Ken Loach aan de working class hero. Dit keer worden de slechte arbeidsomstandigheden van de hedendaagse pakketbezorgers onder de loep genomen. Ricky woont met zijn vrouw en twee kinderen in Newcastle. Omdat hij nauwelijks ergens aan werk kan komen, besluit hij op zzp-basis pakketbezorger te worden. Maar dat gaat niet van een leien dakje. De werkdruk is hoog en de arbeidsomstandigheden zijn miserabel. Om een eigen bestelwagen te kunnen kopen, moet de auto van zijn vrouw verkocht worden. Zij offert zich op en gaat met de bus haar cliënten verzorgen. Conflicten thuis met zijn puberende zoon maken de situatie nog schrijnender. Als klap op de vuurpijl wordt Ricky tijdens zijn ronde beroofd en in elkaar geslagen. Een social-realistisch drama pur sang met een duidelijk keurmerk van Ken Loach (I, DANIEL BLAKE).

Occult met poëtische randjes
ATLANTIQUE de eerste lange speelfilm van de Franse actrice en regisseuse Mati Diop, speelt in Dakar, Senegal waar Ada verliefd is op Suleiman, maar gedwongen wordt te trouwen met Omar. Suleiman heeft met een aantal anderen de overtocht per boot naar Spanje gewaagd, maar is volgens haar vrienden gekapseisd op zee. Suleiman wordt beticht van brandstichting. De politie gelooft niet dat Suleiman dood is. Ada krijgt dagen later een bericht op haar telefoon van Suleiman dat hij haar wil ontmoeten. Volgens haar vriendinnen is het een valstrik van de politie. Als Ada toch besluit naar de afgesproken plek te gaan, ontmoet ze een soort reïncarnatie van Suleiman. Geheimzinnige Afrikaanse djinn-elementen dringen dan het verhaal binnen. Geesten die het onverklaarbare moeten verklaren. Wat begint als een onschuldige liefdesromance eindigt in een occulte belevenis met poëtische randjes.

Atlantique

Braziliaanse western
BACURAU, van de Braziliaanse regisseurs Kleber Mendonca Filho en Juliano Dornelles, die een paar jaar geleden Cannes verrasten met hun charmante film AQUARIUS verrassen nu weer maar dan met een soort moderne western. In opdracht van een plaatselijke, corrupte politicus moet het van God verlaten oord Bacurau van de kaart geveegd worden. Beetje bij beetje krijgen de bewoners dat in de gaten als er steeds meer vreemde moorden gebeuren. Maar ze laten zich niet zomaar verjagen. Op Tarrantino-achtige wijze nemen ze het heft in handen en wordt de boosdoener op een ezel het dorp uitgezet.

Bijzondere plant
LITTLE JOE heet de nieuwe film van de Oostenrijkse regisseuse Jessica Hausner die tien jaar geleden furore maakte met haar film LOURDES. Al haar films worden gekenmerkt door een heel eigen stijl van filmen. Strakke kaders, lege beelden, ingetogen acteerprestaties en eigenzinnige muziekscore zijn vaste onderdelen. Ook LITTLE JOE is ontegenzeglijk een ‘echte’ Hausner-film. Alice is een gescheiden moeder die met haar zoon Joe samenleeft. Op het plantenveredelingsbedrijf waar ze werkt, heeft ze een nieuwe plant ontwikkeld die veel liefde en aandacht nodig heeft. Omdat haar zoon vaak alleen thuis is, geeft ze hem er een cadeau. Ze noemen hem Little Joe. Maar de plant bezit bijzondere eigenschappen die van invloed zijn op het karakter van degenen die zijn geur opsnuiven. Minimalistisch en uiterst traag ontrolt zich het verhaal. Voor sommigen een verademing, voor anderen een gruwel. Hausners film kent alleen voor- of tegenstanders. Een middenweg is schier onmogelijk. De Japans aandoende muziekscore versterkt het minimalistische karakter op uiterst subtiele wijze.

Wraak in de banlieu
LES MISÉRABLES van Ladj Ly is een grimmig sociaal drama over een politie-eenheid die dagelijks patrouilleert in de banlieu. Het hoofd van de eenheid is een echte mannetjesputter die denkt de zaakjes goed op orde te hebben. Maar zijn autoritaire aanpak van de problemen in de wijk keert zich uiteindelijk tegen hem als de jonge gastjes die hij voortdurend kleineert op gewelddadige wijze wraak nemen.

Popidool Elton John
Het recente succes van de film BOHEMIAN RHAPSODY over Queen met de extravagante leadzanger Freddie Mercury zal niet snel worden overtroffen. Met ROCKETMAN geeft regisseur Dexter Fletcher een ander popfenomeen, Elton John, een menselijk gezicht. Maar of er net zoveel mensen geïnteresseerd zullen zijn in de levenswandel van Sir Elton John valt te bezien. Als je van zijn muziek houdt, zit je goed met deze film want al zijn hits passeren de revue. Tussendoor wordt zijn leven gepresenteerd als een aaneenschakeling van gemiste aandacht, liefde en affectie, hetgeen resulteert in drugsgebruik en alcoholverslaving. Als het Elton John uiteindelijk lukt om af te kicken in een kliniek neemt zijn leven een positieve wending. Vandaag de dag is hij gelukkig getrouwd en heeft hij samen met zijn man twee kinderen. ROCKETMAN mist helaas de diepgang van een film als AMY. Ondanks alle misère blijft het een net ietwat dik aangezet eerbetoon aan een van Engelands grootste popidolen.

Rocketman

Tegenvaller 1
De openingsfilm, THE DEAD DON’T DIE van Jim Jarmusch, is een zware teleurstelling. Een overbodige genrefilm over zombies die een klein Amerikaans plaatsje terroriseren. Drie politie-inspecteurs, gespeeld door Bill Murray, Adam Driver en Cloë Sevigny, staan voor de onmogelijke taak de bevolking tegen het onheil te beschermen. Afgezien van een paar leuke bijrollen, bijvoorbeeld Iggy Pop als overtuigende zombie, en een paar aardige grappen valt er aan dit Jarmusch-vehikel weinig eer te behalen. Jammer dat een regisseur van meesterwerken als STRANGER THAN PARADISE, DOWN BY LAW, BROKEN FLOWERS en PATERSON tot dit nietszeggende niveau is afgedaald.

Tegenvaller 2
THE WHISTLERS van de Roemeense regisseur Corneliu Porumboiu gaat over Cristi, een politieagent die naar Gomera gaat om een gevangen zakenman, Zsolt, te bevrijden. Maar eerst moet hij een lokale taal leren die volledig uit fluiten bestaat. Zo kan hij communiceren zonder argwaan te wekken bij de verschillende privé- en regeringsdiensten die zijn speurtocht en zijn bewegingen volgen. Cristi’s missie is echter vanaf het begin verdoemd. Niemand vertrouwt nog iemand, iedereen sluit dubieuze deals en maakt bij elke gelegenheid dubbele afspraken. Het labyrintische plot is bijna niet te volgen en eindigt in een ordinair hit-and-runspel. Een haast onherkenbare Porumboiu die eerder het meesterwerk POLICE, ADJECTIVE maakte.

Tegenvaller 3
THE WILD GOOSE LAKE is een totaal overbodige film van Diao Yinan, de regisseur van BLACK COAL, THIN ICE waarmee hij in 2014 de Gouden Beer in Berlijn wist te winnen. Twee rivaliserende motorbendes gaan elkaar te lijf. Een van de moordenaars slaat op de vlucht. Er wordt een hoge som losgeld op zijn hoofd gezet. Een slimme meid gaat er met de hoofdprijs vandoor en that’s it. Boring!

 

21 mei 2019

 

Deel 2 Filmfestival Cannes 2019


MEER FILMFESTIVAL

Preview Amsterdam Spanish Film Festival 2019

Preview Amsterdam Spanish Film Festival 2019
Vrouwen in de schijnwerpers

door Cor Oliemeulen

Het drama Quién te cantará, dat gaat over een zangeres met geheugenverlies die een comeback wil maken, is dinsdag 28 mei de openingsfilm van het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF). In een aantal films staan vrouwen centraal. Wij lichten daaruit twee pakkende regiedebuten.

 

Carmen y Lola

Carmen y Lola – Liefde is sterker dan cultuur
Net als in de nieuwe film van Isabel Coixet – het wonderlijke biografische drama Elisa & Marcela over het eerste homohuwelijk in 1901 – draait het plot in Carmen y Lola van debuterend speelfilmregisseur Arantxa Echevarria om een lesbische relatie. Plaats van handeling is een diepreligieuze Romagemeenschap in een buitenwijk van Madrid, niet bepaald een omgeving om af te wijken van de daar geldende waarden en normen. De 17-jarige Carmen (Rosy Rodríguez) is voorbestemd om te trouwen met Rafa, zelf heeft ze daar niets over te zeggen. Haar ouders zijn marktkooplieden die antiek en kitsch verkopen. Op een dag raakt Carmen in gesprek met de 16-jarige Lola (Zaira Romero), wiens ouders op dezelfde markt fruit aan de man brengen. Lola heeft andere ideeën over hoe haar toekomst in te richten: ze is artistiek, spuit graffiti op muren en wil naar de universiteit. Bovendien valt ze op meisjes. Bij de eerste toenadering wijst Carmen Lola resoluut af, maar gaandeweg ontstaan er wederzijdse gevoelens en de drang naar vrijheid.

De twee hoofdrolspeelsters van Carmen y Lola verschijnen weliswaar voor het eerst op het witte doek, maar spelen overtuigend genoeg om de nodige sympathie voor hun belabberde perspectief op te wekken. Ook Carmen probeert zich te onttrekken aan het idee om spoedig te trouwen, veel kinderen te baren en verder alleen maar te koken en te poetsen. Als ze spontaan een kapperszaak binnenloopt omdat ze heeft gelezen dat er een nieuwe medewerker wordt gezocht, is de eerste vraag of ze zigeuner is. Na de zoveelste frustratie breekt ze met Rafa en zoekt ze troost en warmte bij Lola.

Vooral door de onderhuidse gevoelens en de subtiele manier waarop de meisjes in beeld worden gebracht, kun je zien dat dit Spaanse opgroeidrama is gemaakt en geschreven door een vrouwelijke regisseur. Verwacht geen onbedwingbare uitspattingen als in La Vie d’Adèle, maar oprechte seksloze romantiek. Tussen de mooie plaatjes en de gepassioneerde dans en muziek is het wachten op de reactie van de directe omgeving als de verboden liefde aan het licht komt. Die mondt uit in een zeer hartverscheurende scène tussen Lola’s vader en moeder, waarna de dochter zelf als een mak schaap naar de godsdienstige slachtbank wordt geleid.

Carmen y Lola beleefde afgelopen week zijn wereldpremière in Cannes en is voor het eerst in Nederland te zien tijdens het ASFF waarna hij landelijk in de bioscoop gaat draaien.

 

Viaje al cuarto de una madre

Viaje al cuarto de una madre – Ingetogen drama over loslaten
Verstoken van melodramatische momenten is het ingetogen drama Viaje al cuarto de una madre van Celia Rico Clavellino, die eveneens voor het eerst een speelfilm schreef en regisseerde. Tijdens de economische crisis beproeven veel Spaanse jongeren hun geluk over de landsgrenzen. Zo ook Leonor (Anna Castillo) die samen met haar moeder Estrella (de Spaanse topactrice Lola Dueñas) woont in een kleine stad in Andalusië. Leonor is van school gegaan om geld te verdienen als strijkster in het atelier waar haar moeder heeft gewerkt. Thuis hangt een sfeer van rouw. Er wordt nooit over Leonors overleden vader gesproken, slechts zijn accordeon herinnert aan gelukkigere tijden. Hoewel moeder en dochter momenteel sterk op elkaar zijn aangewezen, besluit Leonor, aanvankelijk met tegenzin van Estrella, te gaan werken als au pair in Londen.

Waar de eerste helft van de film wordt beschouwd door de ogen van de dochter verschuift na haar vertrek het perspectief naar de moeder, een geslaagde keuze van de filmmaakster. Estrella appt en belt af en toe met Leonor en moet erg wennen aan het feit dat ze moederziel alleen is. Het summiere verhaal speelt zich bijna geheel af in de met gordijnen verduisterde woning. Als Estrella niet ongeïnteresseerd voor de tv hangt of op bed ligt, vindt ze afleiding in het naaien van kleren voor Leonor en een lokaal theatergezelschap. Andere doelen lijkt ze niet hebben; pijn, verdriet en gemis sijpelen door elke blik en handeling. Het fijnzinnige acteerwerk van Dueñas voelt erg authentiek en realistisch, de film wordt nergens te sentimenteel. Op die manier ontwikkelt Viaje al cuarto de una madre zich in een rustig tempo tot een kleine thematische film over loslaten: van het verleden, en van elkaar. Kleine meisjes worden groot en ouders moeten daaraan wennen, maar elkaar missen kunnen ze uiteindelijk nooit.

Deze moeder-dochterfilm won de jeugdprijs op het San Sebastian Festival en is, net als Carmen y Lola, geschikt en interessant voor iedereen, in het bijzonder opgroeiende dochters en worstelende opvoeders.

Het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF) 2019 heeft plaats van 28 mei tot en met 2 juni in Pathé Tuschinski, Pathé De Munt, Eye en Cinecenter. De reprise is van 4 tot en met 9 juni in LantarenVenster te Rotterdam.

 

20 mei 2019


MEER FILMFESTIVAL

Christo: Walking on Water

**
recensie Christo: Walking on Water

Ronddobberen in het ondiepe

door Sjoerd van Wijk

Het ontbreekt Christo: Walking on Water aan de visie die de kunstenaar in de filmtitel wel etaleert. Er is weliswaar humor en een ontwapenende eerlijkheid, maar geen thematische keuze. Christo blijft zo enigmatisch door gebrekkig inzicht.

De documentaire volgt Christo in 2016 als hij in het Iseomeer (Italië) een nieuw project onderneemt. The Floating Piers is een wandelpad van vlotten op het wateroppervlak van de wal naar het kleine eilandje San Paolo. Wereldberoemd geworden met zijn wijlen vrouw Jeanne-Claude, met wie hij diverse gebouwen zoals de Rijksdag in Berlijn heeft ingepakt, grijpt dit project voor Christo terug naar de herinnering aan zijn vrouw. Het idee stamt uit begin jaren 70, maar het koppel lukte het nooit dit van de grond te krijgen. The Floating Piers is niet alleen een artistiek project, maar in documentaire blijkt dat er ook menig logistieke uitdaging aan zit. Het levert spannende momenten op als de bezoekersaantallen veel groter zijn dan verwacht.

Christo: Walking on Water

Ontwapenend eerlijk
In Christo: Walking on Water zit een eerlijkheid die ontwapent. Waar documentaires als Ants on a Shrimp zich vooral bezighouden met het bewieroken van de artiest, toont regisseur Andrey Paounov meer interesse in reacties op technische mankementen en de onvermijdelijke stress als de hordes toeristen onhoudbaar blijken. Geen hosanna over Christo of een of ander verheven verhaal van de man over zijn drijfveren, maar gezever over printjes draaien en een microfoon die niet meteen werkt. Terwijl de buitenwereld wel volop aan het bewieroken is, zit Christo moeilijk te doen over welk type kettingen ze moeten gebruiken voor het bevestigen van doek aan de vlotten. Dit is gewoon een artiest die iets moois wilt maken en alles bloedserieus neemt.

Dat betekent niet dat er geen komische factor aan het geheel zit. Dikwijls vindt de documentaire de humor in dit megalomane project. Een goed idee hebben, blijkt niet te betekenen dat de uitvoering als vanzelf goed gaat. Het kibbelen van en met Christo over mondaine zaken tot aan gewichtige problemen laat hem met beide benen op de grond staan. Het heeft een anticlimactische kwaliteit terwijl er toch sprake is van een uiterst gedreven artiest. De vermoeide blikken en intonatie van zijn naaste verantwoordelijken maken het geheel af.

Geen prangende vraag
Toch laat Paounov ondanks de rücksichtslose observaties na om prangende vragen te stellen. Buiten een idee van hoe het is om met Christo samen te werken (lastig met voldoening aan het eind) is er weinig om dieper inzicht in zijn drijfveren te krijgen. De franke waarnemingen betekenen niet dat er automatisch sprake van een kritische blik is. Er is uitgebreid aandacht voor de knappe logistieke prestatie van The Floating Piers en de chaos achter de schermen, waarbij Christo een beetje uit het oog wordt verloren. In een zeldzaam moment van adoratie valt Paounov eenmalig in de valkuil van bewieroken met banale beelden van God in de Sixtijnse kapel. En in plaats van te zien wat het einde van dit persoonlijk significante project met Christo doet, kiest Walking on Water voor een zinloze epiloog.

Christo: Walking on Water

Stuurloos dobberen
De oppervlakkige houding komt ook tot uiting in het ontbreken van een gerichte thematische keuze. Elk te verwachten aspect van een artistieke onderneming als deze komt aan bod, zonder ooit de diepte in te gaan. Zo is er een intrigerend intermezzo over de commercialisering van kunst, als Christo op het kleine eiland omgetoverd tot vipruimte de elitaire bezoekers moet inpakken. Dit gaat weer overboord voor lichte politieke spelletjes om de autoriteiten verantwoordelijkheid voor de uit de hand lopende bezoekersaantallen te laten nemen. En zo verder. Het geheel dobbert voort en stipt thema’s aan om deze vervolgens weer te laten varen. Het maakt Christo: Walking on Water tot een stuurloze documentaire die ontzag brengt voor het project maar wat betreft de uitvoerders aan de oppervlakte blijft.

 

19 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Mademoiselle de Joncquières

***
recensie Mademoiselle de Joncquières

Filosoferen over de liefde

door Yordan Coban

Er zijn weinig dingen leuker dan filosoferen over de liefde. Film lijkt het perfecte platvorm hiervoor. Mademoiselle de Joncquières toont ons de vele perspectieven van liefde die haar karakters uitdragen in woord en actie.

De liefde van Madame de La Pommeraye (Cécile de France) en Le marquis des Arcis (Edouard Baer) is idealistisch en zelfzuchtig. Madame de La Pommeraye is een welgestelde weduwe in het achttiende-eeuwse Frankrijk en Le marquis de Arcis is de edelman die haar aanhoudend en uiterst galant probeert te verleiden. Madame speelt graag het spel der verleiding en geeft, na lang het hof gemaakt te zijn, toe aan de avances van de markies.

Mademoiselle de Joncquières

Verlangen
Le marquis des Arcis is een man van hunkering en verlangen die snel verveeld raakt met Madame. Psychoanalyticus Jacques Lacan beschreef dit als de eeuwige leegte die niet gevuld kan worden. De relatie tussen fantasie en op te vullen leegte is een bekend fenomeen dat je ook ziet in grote meesterwerken als Citizen Kane (1941), Vertigo (1958) en La Dolce Vita (1960).

Sigmund Freud stelde dat de liefde van de man het verlangen om te verlangen betreft, en dat de liefde van de vrouw meer gaat over het verlangen begeerd te worden. Deze rolverdeling heeft Denis Didot (filosoof en schrijver van het boek waarop het kostuumdrama is gebaseerd) toebedeeld aan Marquis en Madame.

Marquis stelt aan de met liefdesverdriet gepijnigde Madame voor om vrienden te blijven en raakt verliefd op de mysterieuze Mademoiselle de Joncquières (Alice Isaaz), een kennis van Madame de La Pommeraye. Wat volgt is een spel van jaloezie en afgunst.

Eerder dit jaar liet The Favourite van Yorgos Lanthimos op een bijzonder effectieve en ludieke manier zien hoe de onderdrukte driften van de achttiende-eeuwse adellijke stand tot uiting komen in een spel van hoffelijkheid.

Ook in Barry Lyndon (1974) van Stanley Kubrick zien we goed hoe in de statische etiquette vurige hartstocht zich subtiel aan de oppervlakte toont. Kostuumdrama’s hebben in deze zin dezelfde kuisheid en intrige als die van een highschoolromance. Een ingetogen liefde met de onderdrukking van excessieve uitingen van lust die het sterkst terug te vinden is in The Remains of the Day (1993).

Mademoiselle de Joncquières

Confronterend sprookje
Er zijn vele goede films met expliciete gesprekken over de liefde. De meest tot de verbeelding sprekend zijn Annie Hall (1977) van Woody Allen, de Before-trilogie (1995, 2004 en 2013) van Richard Linklater en Jean-Luc Godards À bout de souffle (1960). Films waarin de karakters zelf reflecteren op hun verliefdheid en relaties in een directe, eerlijke en kwetsbare manier. In Mademoiselle de Joncquières analyseren de karakters hun lust en hartstochten maar missen ze ware zelfkennis om dat wat ze zeggen te eleveren tot iets intiem herkenbaars en betekenisvols. Wel vertelt het de kijker veel over hoe de personages in het leven staan en helpt het ze te begrijpen.

Het verval van hartstochtelijke verliefdheid is een van de moeilijkste dingen aan liefde. De langzaam insluipende afstand tussen twee geliefden moet je volgens Lacan bestrijden met een berusting in een bepaalde mate van eenzaamheid, niet met jaloezie en ontkenning. Liefde is dus een confronterend sprookje, ook in Mademoiselle de Joncquière.

 

18 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Filmmaker Don Letts over punk en rebellie

Filmmaker Don Letts over punk en rebellie:
“We zijn in de 21ste eeuw niet waakzaam geweest”

door Alfred Bos

Don Letts is filmmaker, deejay en punk van het eerste uur. Hij belichaamt een essentieel stuk cultuurgeschiedenis en is nog even betrokken als veertig jaar geleden. “Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot kunstenaars die niet worden gedefinieerd door hun huidskleur.”

Don Letts is te gast bij IN-EDIT, het muziekdocumentairefestival. Hij beantwoordt publieksvragen over zijn meest recente film, Two Sevens Clash: Dread Meets Punk Rockers. Punk is het thema van die festivaldag en Letts is ervaringsdeskundige. Hij was erbij, midden jaren zeventig in Londen, toen punk de gevestigde orde uitdaagde. En hij stond vooraan, zijn super-8 camera in de aanslag.

Don Letts

Don Letts is 63 jaar jong en nog steeds punk. Hij gaat gekleed in de vrijetijdsversie van een legerkloffie. Los vallen zijn dreadlocks tot ver over zijn billen; vandaag gaan ze schuil onder een gebreide muts, ook legergroen. Hij praat met het vuur van iemand die zijn leven lang de status quo heeft bevraagd. Hij staat met alle plezier de verslaggever te woord en vraagt om koffie. Maar eerst buiten een sigaret roken.

“Laat je niet in de luren leggen door
een fucking T-shirt van de Ramones”

“De mainstreammedia schrijven over punk alsof het geschiedenis is”, zeg ik wanneer we hebben opgestoken. Letts reageert als door een wesp gestoken. “Niet voor mij!” Achter zijn brillenglazen gloeien de ogen even fel als het puntje van de sigaret waar hij aan zuigt. “Ik denk nog steeds dat een goed idee uitgeprobeerd beter is dan een slecht idee geperfectioneerd. Je moet betrokken zijn bij jouw eigen toekomst en punk kan je daar bij helpen. Laat je niet in de luren leggen door een fucking Ramones-T-shirt.”

The Punk Rock Movie
In 1975 had Don Letts (Londen, 1956) een kledingwinkel, Acme. Hij draaide er reggae en dub, gemuteerde instrumentale tracks. In de winkel hing een kliek verveelde jongeren rond die na sluitingstijd nergens terecht konden. Voor hen ging op 1 januari 1977 The Roxy open, de eerste Engelse punkclub. Don Letts stond er achter de draaitafels en draaide reggae, want er waren nog nauwelijks punkplaten. Na afloop ging het door bij hem thuis.

The Punk Rock Movie (1978)

The Punk Rock Movie (1978)

Het is allemaal vastgelegd door Letts’ super-8 camera. Londense punks die in The Roxy hangen en dansen. John Lydon (Sex Pistols), Joe Strummer en Mick Jones (The Clash), Chrissie Hynde (Pretenders), Ari Up en Vivian Albertine (The Slits), Billy Idol (Generation X), Siouxsie Sioux (The Banshees) en Gaye Black (The Adverts) die in de woonkamer van Letts kennismaken met dubreggae en marihuana. Het unieke beeldmateriaal vormde in 1978 het hart van zijn eerste documentaire, The Punk Rock Movie.

“Die is nooit bedoeld als documentaire”, zegt Letts wanneer we uitgerookt zijn. “Zo heb ik de beelden niet geschoten. Ik was aangestoken door de energie van punk en het idee van Do It Yourself. Daar wilde ik actief deel van uitmaken. Het was niet genoeg om alleen een fan te zijn. Ik begin de dingen te filmen die mijn bloed sneller deden stromen.”

Op een dag las hij in de New Musical Express, het invloedrijke Engelse muziekweekblad: Don Letts maakt film. “En ik dacht: ‘Shit, dat is een goed idee’. Zo is het idee geboren. Daarom heet de film The Punk Rock Movie. Dat stond in de NME: Don Letts is making a punk rock movie. Ik dacht, oké. Het was nooit bedoeld als film. Het was mijn manier om het vak van filmer te leren.”

Muziekdocumentaires
In 1972 zag Don Letts The Harder They Come, de eerste internationaal verspreide speelfilm uit Jamaica. Begin jaren zeventig was een interessante tijd, aldus Letts. “We hadden reggae, we hadden een soundtrack. Maar er was geen visueel tegendeel. Dat veranderde met de komst van Bob Marley. En door The Harder They Come begreep ik de kracht van cinema. Niet alleen om te vermaken, maar ook om te informeren en te inspireren.”

“Als zwarte Engelsman kon je alleen maar
buschauffeur, vuilnisman of postbode worden”

“Toen dacht ik bij mezelf: wow, ik zou graag willen dat ik mezelf in een visueel medium kon uitdrukken. Maar begin jaren zeventig kon je als zwarte Engelsman alleen buschauffeur, vuilnisman of postbode worden. Vijf jaar later explodeerde punk. Do it yourself. En ik vind mezelf opnieuw uit als Don Letts, de filmmaker.”

The Harder They Come (1972)

The Harder They Come (1972)

Hij is goed bevriend met The Clash en schiet voor hen de video van hun debuutsingle, White Riot. Na The Punk Rock Movie wordt Letts door new wave- en post-punkbands gevraagd om video’s te maken. De eerste was voor Public Image Ltd., de groep die John Lydon startte na het opbreken van The Sex Pistols. “En daarna alle Clash-video’s. Ik heb zo’n 350 videoclips gemaakt. Dat doe ik niet meer.”

Muziekvideo’s werden documentaires, over muziek en subculturen. Voor The Clash: Westway to The World kreeg Don Letts in 2001 een Grammy. Daar is hij trots op. Ook is hij trots op Dancehall Queen, zijn speelfilm uit 1997 die op Jamaica nog steeds wordt gewaardeerd als de populairste film na The Harder Day Come. Van zijn hand is de beste documentaire die er over punk is gemaakt, Punk: Attitude (2005). Hij maakte documentaires over George Clinton, Gill Scott-Heron en Sun Ra, Afro-Amerikaanse muzikanten met een visie.

“Mijn identiteit wordt niet
gedefinieerd door mijn huidskleur”

Don Letts: “Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot kunstenaars die niet worden gedefinieerd door hun huidskleur. Ik luisterde als tiener naar Led Zeppelin. Punk? Al mijn zwarte vrienden dachten dat ik gek was geworden. Mijn smaak, je kunt zeggen: mijn identiteit, wordt niet gedefinieerd door mijn huidskleur. Sun Ra, Clinton, Scott-Heron, Prince, Jimi Hendrix—dat zijn artiesten die me aantrekken. Ze vallen buiten de definitie van wat zwart wordt verondersteld te zijn. En die mensen zijn altijd heel interessant.”

Punk: Attitude (2005)

Punk: Attitude (2005)

Urban folks devils
In 2016 maakte Don Letts voor de Britse staatsomroep de documentaire Skinhead. Onderwerp is de subcultuur van Engelse arbeidersjongeren die eind jaren zestig ska, de Jamaicaanse popmuziek van dat moment, omarmen. Kaalgeschoren koppen, schoorsteenpijpenjeans op hoog water boven legerkissies—het skinheaduniform van nu associeert men met ultrarechts. Maar zo begon het niet.

“Je had politici die inspeelden op de angsten
van oudere blanken. Klinkt dat bekend?”

“Tot 1968 was er in Engeland veel immigratie uit de Afro-Caraïben”, vertelt Letts. “Het interessante is dat daar twee soorten dynamiek uit voortkwamen. Je had politici die inspeelden op de angsten van oudere blanken. Klinkt dat bekend? Maar op straatniveau hielp de cultuur die de emigranten uit Jamaica meebrachten naar Engeland om de bevolkingsgroepen te verenigen.”

“In 1968 veranderde alles met de beruchte toespraak van Enoch Powell en de ‘rivieren van bloed’. Dat polariseerde het landschap. Voor die toespraak werd ik op school door mijn blanke klasgenoten gezien als my mate. De dag na die toespraak was ik die black bastard.”

“Trump doet vandaag precies hetzelfde en het is spijtig om te zien dat die afgekloven trucs keer op keer worden ingezet. We hebben het over Verdeel & Heers. In mijn optiek is cultuur iets om te omarmen. Het helpt om mensen tot elkaar te brengen. Het is niet iets om bang voor te zijn, Donald Trump. Fucking dick.”

“Ik blijf het tegen mensen zeggen: stel je Engeland eens voor zonder die mix van culturen. Het eten zou saai zijn. De mode zou saai zijn. En de muziek zou heel saai zijn.”

Dan zou muziek uit Engeland extreem saai zijn: indierock en Britpop.

“Toen ik opgroeide luisterde ik naar The Beatles, The Stones, The Kinks en The Who. And I love that stuff! Veel mensen zeggen tegen me dat de invloed van immigranten zoals ik het idee heeft veranderd van wat het betekent om Brits te zijn. Maar niemand heeft het erover hoe de impact van de blanke cultuur mij heeft veranderd. Of mensen als Jazzy B en Roots Manuva en Goldie en Daddy G . Ik heb het over onze duale identiteit: zwart en Brits. Met andere woorden: wij gaven iets aan de Britse cultuur, maar de Britse cultuur gaf ook iets aan ons. Maar daar heeft niemand het over.”

“Skinhead was de eerste multiculturele beweging,
maar werd rond 1972 gekaapt door ultrarechts”

De subcultuur van de skinheads kwam op kort na die toespraak van Enoch Powell in 1968.

“Skinhead was in de grond van de zaak een beweging van arbeidersjongeren die niet het geld hadden om er even goed gekleed uit te zien als hun Mod-broers. Ze hadden een minder opgetuigde stijl, die aanvankelijk was afgekeken van de Jamaicaanse cultuur. Toen skinhead begon, was het feitelijk de eerste multiculturele beweging in de UK. Veel mensen hebben dat niet door. En men vergeet dat, omdat rond 1972 skinhead werd gekaapt door ultrarechts, het National Front. Daar is de pers opgedoken en dat ene negatieve element werd benadrukt: skinhead staat voor racisme. Skinhead-cultuur heeft nooit om racisme gedraaid. De skinheads die ik kende, waren bezig met fashion, niet met fascisme.”

Met punk is een paar jaar later hetzelfde gebeurd, zowel in Engeland als in Amerika.

“In Engeland portretteren de media nieuwe jeugdbewegingen als urban folk devils. Mensen voor wie we bang moeten zijn. Dat verkoopt kranten. Ik heb me altijd afgevraagd hoe de situatie zou zijn geweest wanneer de kranten een kop hadden afgedrukt als ‘Blanke en zwarte jeugd verenigd op de dansvloer door een wederzijdse liefde voor mode en muziek’. Daar verkoop je echter geen kranten mee.”

Engelse jeugdcultuur jaren 60

Engelse jeugdcultuur jaren 60

“Dat kun je de tabloid press verwijten. Maar grappig genoeg is de negatieve aandacht van de tabloids de reden dat de jeugdcultuur zo dynamisch is en zo snel verandert. In de tweede helft van de twintigste eeuw evolueerde de Engelse jeugdcultuur voortdurend. Ieder twee tot drie jaar was er iets nieuws. Zodra de media dat definieerden, zeiden pioniers: ‘Nee, zo zit het niet in elkaar’. En ze begonnen weer iets nieuws. Soms zijn etiketten gevaarlijk.”

“Op mijn 63ste sta ik open voor
alles wat de wereld heeft te bieden”

Niet alleen soms. Dat zijn ze doorgaans.

“Plak jezelf een label op en dan ben je dat, méér kun je niet zijn. Ik noem mezelf geen rasta. Ik noem mezelf geen punk. Ik noem mezelf Don Letts. Jij kunt mij niet vertellen wat dat is. Ik bepaal wat dat is. Op mijn 63ste kies ik ervoor om open te staan voor alles wat de wereld heeft te bieden.”

Die dynamiek werkt nog steeds. U noemde Trump. Ik noem Brexit.

“Dat klopt. Het verschil met toen is dat er tegenwoordig geen protest meer is. De laatste vijftien jaar lijkt de westerse jeugd in coma te zijn. De zaken die brandstof gaven aan punk gebeuren nog steeds, maar ik zie geen massale reactie. Waarom is dat zo? Wat is er nu anders? Dat zijn de ambities van de westerse jeugd. Wij werden punk omdat we anti-establishment waren. Nu worden veel – niet alle – jonge mensen muzikant om deel te worden van het establishment. Ze willen een carrière. Als je dat wilt, weet ik niet hoe je kunt rebelleren.”

“In de 21ste eeuw is de sleutel tot overleven en werkelijke creativiteit: nieuwe waarden. Fuck MTV. Fuck de rode loper. Dan is de wereld een heel opwindende plek.”

Brexit

Waarom jonge mensen naar mijn idee tegenwoordig in coma zijn: de werkelijkheid is verdwenen achter een scherm van technologie en marketing.

“Jonge mensen hebben toegang tot meer informatie dan ik ooit heb gehad. Ze kunnen geïnformeerde keuzes maken. En zie waar ze voor kiezen! Ik denk niet dat je dat soort onbenul nog langer kunt excuseren. Neem Brexit: Brexit gebeurt vanwege bange oude mensen.” Letts accentueert ieder woord met een klap op tafel: bange (klap) oude (klap) mensen (klap). “Als de hippe jonge mensen waren gaan stemmen, zou Brexit niet zijn gebeurd.”

“Trump is iemand zonder enige kwalificatie,
alsof een vuilnisman hersenchirurg is geworden”

“Ik geloof dat het Abraham Lincoln was die zei: ‘De prijs van vrijheid is eeuwige waakzaamheid’. En weet je, in de 21ste eeuw zijn we niet waakzaam geweest. Hoe heeft een lul als Trump president kunnen worden? Iemand zonder enige kwalificatie, alsof een vuilnisman hersenchirurg is geworden.”

“Het is de tijd van de verwijten. De media en vooral de sociale media staan er vol mee. Mensen moeten kijken naar hun eigen rol in het probleem. We zijn allemaal deel van het probleem. Het is veel te makkelijk om alle schuld af te schuiven op wat ik noem de pantomime-griezels. Als er morgen opnieuw over Brexit kan worden gestemd, wint Leave opnieuw. Tenzij de hippe jonge mensen van hun reet komen. Wat we nodig hebben, is een creatieve, punk-achtige revolutie.”

Als er ooit een tijd is geweest waarin de slogan Do It Yourself relevant is, dan is het nu wel.

“Helemaal. En ik begrijp niet waarom mensen dat niet oppakken. Het is alsof ze zijn vergeten dat muziek wel degelijk verandering in gang kan zetten. Ik geef toe, de laatste twintig jaar hebben ze weinig goede voorbeelden gehad. Ik vraag vaak aan jonge mensen: ‘Wie zijn de rebellen van de 21ste?’. Dan kijken ze me schaapachtig aan. Rebel? Wat is dat? The only counter culture of the 21st century is the over the counter culture.

Two Sevens Clash (Dread Meets Punk Rockers) (2017)

Two Sevens Clash (Dread Meets Punk Rockers) (2017)

Punky reggae
De meest recente documentaire van Don Letts is Two Sevens Clash (Dread Meets Punk Rockers), over de kruisbestuiving van punk en reggae in het Londen van midden jaren zeventig, waarin hijzelf een sleutelrol speelde. Punk broeide al, maar kwam op temperatuur na de Notting Hill Carnival-rellen van zomer 1976. Tijdens het jaarlijkse volksfeest van de West-Indische gemeenschap in Londen wilde de politie een aantal feestende Jamaicanen arresteren. Het liep finaal uit de hand. Op de hoes van Black Market Clash, de 10 inch van The Clash uit 1980, is Letts te zien. Hij staat tegenover een falanx van agenten.

Voor Two Sevens Clash dook Don Letts opnieuw in zijn filmarchief. “2017 was het veertigjarig bestaan van punk. Naar aanleiding daarvan heb ik nog eens naar het materiaal van toen gekeken. Ik realiseerde me dat er een verhaal in zat dat nog niet eerder was verteld. Veel mensen praten over punky reggae, maar hoe zijn die blanke en zwarte jongeren feitelijk samengekomen? Dat heb ik duidelijk willen maken met Two Sevens Clash. Het kijkt naar de mythe en de realiteit van wat er toen is gebeurd.”

“De Engelse punks lazen strips, de Amerikaanse
punks lazen Rimbaud en Allen Ginsberg”

De documentaire toont een cruciaal moment in de ontwikkeling van de naoorlogse populaire muziek. Eigenlijk twee cruciale momenten, kort na elkaar. Allereerst de reeds gememoreerde ontmoeting tussen reggae en punk.

“Dat onderscheidt Britse punk van punk in Amerika”, stelt Letts. “Daar was geen zwarte invloed op punk. Het klinkt triviaal, maar de punks in New York waren een paar jaar ouder dan in Londen. In Engeland was de gemiddelde leeftijd 18, in New York 23. Op die leeftijd is dat een enorm verschil. De Engelse punks lazen strips, de Amerikaanse punks lazen Rimbaud en Allen Ginsberg. Patti Smith, Tom Verlaine en Richard Hell waren belezen intellectuelen. Ze waren het verlengde van de beatgeneration. Engelse punks waren stupid kids trying to find a voice.”

Ramones

Ramones

Culture Clash Radio
Maar er is meer. De clubmuziek van de jaren negentig en de popmuziek van de 21ste eeuw rust op twee pijlers: dub uit Jamaica en elektronische muziek uit Duitsland. John Lydon was al een liefhebber van de Duitse groep Can voor hij als Johnny Rotten bij The Sex Pistols ging zingen. In februari 1978, kort na het uiteenvallen van The Sex Pistols, ging hij met Don Letts op muzikale bedevaart naar Jamaica. Two Sevens Clash toont beelden van die reis. Na terugkeer in Londen begon Lydon de groep Public Image Ltd., in muzikaal opzicht een huwelijk van dub en krautrock.

“Als de aarde een geluid zou maken,
zou het een basgeluid zijn”

Wat de vraag opwerpt, wat heeft reggae aan de wereld gegeven? “Bas”, zegt Letts. Hij heeft nooit begrepen wat de aantrekkingskracht van de bas is. “Ik weet alleen dat de bas een soort taal is. Het verbindt mensen, gelijkgestemde mensen, met elkaar. Maar ook met de planeet. Als de aarde een geluid zou maken, zou het een basgeluid zijn.”

En zonder bas geen dub, de gestripte, instrumentale versie van vocale tracks waarin beat en bas de hoofdrol spelen. “Dub is ontstaan door de mengtafel als een instrument te gebruiken, wat een revolutionair idee is. Niet als studioapparatuur om muziek mee op te nemen.” Door de mengtafel als instrument te gebruiken, muteert de opgenomen muziek tot iets anders. “Dat heeft heel veel muziek van de 21ste eeuw beïnvloed, elektronische muziek in het bijzonder.”

Big Audio Dynamite

Big Audio Dynamite

Aan die ontwikkeling hielp Don Letts actief mee. In 1984 begon hij met Clash-gitarist Mick Jones de groep Big Audio Dynamite. Letts stond als deejay achter de draaitafels, componeerde en zong mee. Dat deejayen deed zijn vader Duke in de jaren vijftig al, hij draaide elke zondag platen na afloop van de kerkdienst. Ook Letts’ zoon, Jet (1985), is actief als deejay en producer. Don Letts is wekelijks op zondagavond via BBC Radio 6 te horen met zijn Culture Clash Radio, ook online via streaming.

Sociale media
We zitten inmiddels aan de derde koffie en Don Letts draait de rollen om. Hij stelt mij een vraag: waar is punk in de 21ste eeuw? “Vanuit mijn perspectief voelt de 21ste eeuw alsof punk nooit is gebeurd”, meent hij. Mijn antwoord: punk is tot mode-item gemaakt, een consumptieartikel, handel, lifestyle. Zoals alle cultuur is verworden tot lifestyle.

“Punk is een geest en een houding
die ouder is dan muziek”

“Rondlopen met een Ramones-T-shirt maakt je geen punk”, reageert Letts. “Veel mensen denken dat punk in de jaren zeventig in Engeland is begonnen. Dat is onzin. Punk is een geest en een geesteshouding die ouder is dan muziek. En ook bestaat buiten muziek. Je kunt een punkarts zijn. En een punkleraar. En we hebben zeker een paar punkpolitici nodig. Die geest en attitude heeft niets met nostalgie van doen. Punk is een levend en ademend iets. Je hebt maar twee dingen nodig: een idee en motivatie.”

En een kritische, open geest. Frank Zappa was een punk.

“Absoluut. Mensen snappen niet dat de geboorte van de folkbeweging in de jaren zestig een punkmoment was. Toen we rebelleerden tegen de hippies, rebelleerden we niet tegen dat meisje dat bloemen stak in de loop van een geweer. We rebelleerden tegen Cheech & Chong, tegen wat het was geworden. Toen de hippiebeweging begon, was het punk! Uiteindelijk worden al die bewegingen het slachtoffer – niet alleen van hun succes – maar van de commercie die het adopteert. Dat zorgde ervoor dat de tegencultuur zich telkens opnieuw bleef uitvinden. Tot de 21ste eeuw. En ik heb geen idee wat er toen gebeurd is. Ik weet het wel: de digitale revolutie. Het internet is gebeurd.”

“In Afrika gebruikt men internet voor praktische’
zaken als landbouw en het gebruik van medicijnen”

“Ik ben niet tegen technologie, ik ben geen Luddite. Technologie is niet het probleem. Mensen zijn het probleem. Technology is great. People are shit. Don Letts said that. In Afrika gebruikt men internet voor praktische zaken als landbouw en het gebruik van medicijnen. In het westen gebruiken we sociale media om selfies te plaatsen of om te laten zien wat we eten en drinken.”

The Who in 1970

The Who in 1970

Er is geen medicijn tegen domheid.

“Maar technologie zal zijn plek vinden. Nu zijn we als kinderen in een snoepwinkel: het is overweldigend. Voor de jongste generatie – de kinderen van drie, vier van nu – is het allemaal normaal. Als die volwassen zijn komt er een nieuw evenwicht.”

“Veel muziek van de 21ste eeuw draait om escapisme. Hier is de waarheid: je kunt niet je hele leven op de dansvloer staan. Op een gegeven moment stopt de muziek en zul je de werkelijkheid onder ogen moeten zien. Guess what? Als je bullshit-detector goed staat afgesteld – Joe Strummer heeft dat gezegd – is er goeie muziek die je ook helpt om met de werkelijkheid om te gaan. Niet iedereen probeert je een T-shirt te verkopen. Er zijn nog steeds mensen die menen dat muziek een middel voor sociale verandering kan zijn. En persoonlijke verandering. Ik weet dat, omdat muziek mij heeft veranderd.”

“De eerste band die ik ooit live zag was The Who. Ik zag The Who optreden toen ik veertien was. Het heeft mijn leven veranderd, voor altijd. Ik was daar in mijn schooluniform. Ik wist niet wat er gebeurde, maar ik wilde daar deel van uitmaken. Ik wilde in die wereld verblijven. En dat heb ik mijn hele leven volgehouden.”

Kunt u zich een wereld zonder muziek voorstellen?

“Muziek is een integraal onderdeel van de westerse cultuur; eigenlijk van iedere cultuur. Ik heb altijd een documentaire willen maken waarin ik twintig klassieke tracks uit de periode van 1960 tot en met nu laat horen aan mensen die de muziek nog nooit hebben gehoord. Ik ben benieuwd hoe ze daarop reageren. Muziek is voor sommigen van ons als zuurstof. Ik zou niet kunnen overleven zonder. Een wereld zonder bas, hoe verschrikkelijk.”

 

15 mei 2019

 

MEER INTERVIEWS

Wild Rose

***
recensie Wild Rose

Drie akkoorden en de waarheid

door Paul Rübsaam

Wat is er mooier dan een muziekfilm met een jonge, veelbelovende actrice die tevens hartverwarmend kan zingen in de hoofdrol? In Wild Rose wil de Schotse ex-gedetineerde en countryzangeres Rose-Lynn Harlan per se haar geluk gaan beproeven in het legendarische Nashville.

Voor wie niet als een blok valt voor iedere countryzangeres even het volgende. Country is niet country-and-western. Denk ook niet te veel aan het gesuikerde, burgerlijke geluid van Dolly Parton of Tammy Wynette. Ook niet direct aan de wat jankerige stem van Emmylou Harris. Bezorgt Bonnie Raitt je meer kleur op de wangen? Dan zit je bij Wild Rose misschien wel goed. In ieder geval voor de muziek en de vrouwelijke performer.

Wild Rose

Evenals Raitt dat soms deed (en doet) speelt Jessie Buckley (en haar personage Harlan) met haar stem die aan schuurpapier met een laag honing erover doet denken af en toe leentjebuur bij upbeat-popgenres. Zoals in Country Girl, oorspronkelijk uitgebracht door de Schotse rockband Primal Scream, waarbij ze zelf het vrouwelijke personage gestalte kan geven waarover de heren van Primal Scream zongen.

Raitt is bij uitstek het icoon van de Ierse actrice Jessie Buckley, die zich steeds meer al zangeres begint te ontpoppen. Buckley, wier eveneens roodharige Schotse personage Rose-Lynn Harlan bier uit een flesje drinkt en haar witte cowboylaarzen onder een spijkerrok of over een spijkerbroek draagt, was dan ook als een kind zo blij toen ze de 69-jarige Raitt in het kader van de opnames van Wild Rose kon ontmoeten.

Boel op orde?
Maar in een film moet er ook nog een verhaal worden verteld. Rose-Lynn (23) heeft er net tien maanden cel op zitten vanwege haar betrokkenheid bij een heroïnetransport. Ze is voorwaardelijk vrij en voorzien van een elektronische enkelband, die haar belet deel te nemen aan het nachtleven in Glasgow. Later zal ze  voor de rechter die moet beslissen over het intrekken van die voorwaarde verklaren dat ze tijdens haar criminele activiteiten (het ergens dumpen van een of ander pakketje) te dronken was om te begrijpen wat ze deed. 

Wild Rose

Ondertussen moet ze thuis de boel op orde zien te krijgen. Als ze daar tenminste zin in heeft. Als tiener heeft ze een dochter en later ook nog een zoon gekregen, Tijdens haar detentie heeft haar in een bakkerij werkende moeder Marion (Julie Walters) voor de twee kinderen gezorgd. Ook houdt Rose-Lynn er een vriend op na (niet de vader), tot zijn ongenoegen vooral voor de seks. Eigenlijk wil ze maar één ding: carrière maken als countryzangeres in Grand Ole Opry in Glasgow, maar veel liever nog in Nashville in de Amerikaanse staat Tennessee, de bakermat van de countrymuziek. 

Klassenverschillen   
Tegen heug en meug en op aandringen van haar moeder accepteert Rose-Lynn een baantje als schoonmaakster in het riante landhuis waar de welgestelde Sussanah met haar gezin woont. De schoonmaakdiscipline van Marie-Lynn laat te wensen over, maar haar werkgeefster is meteen verkocht als ze haar een keer hoort zingen. Met haar betere connecties weet Susannah deuren voor haar hulp in de huishouding te openen, zoals die van een beroemde BBC-diskjockey, de Britse expert op het gebied van countrymuziek.

De geestdrift waarmee Susannah haar pareltje van een werkster vooruit wil helpen, heeft onbedoeld een elitair tintje. Moeder Marion moet niets van Susannah hebben. Ze wenst slechts een goed en rustig leven voor haar te wilde dochter en niet in de laatste plaats voor haar kleinkinderen. Rose-Lynn hoort en ziet ondertussen niets meer. Ze wil alleen maar zingen en ruikt Nashville. Maar wie gaat haar trip daar naartoe financieren en hoe? 

Wild Rose

Plotwendingen
Wild Rose is een muzikale feelgoodmovie. Verwacht niets dat je niet verwacht had. Of het zou moeten zijn dat de rol van Susannah, die een hogere sociale klasse vertegenwoordigt dan die van Rose-Lynn en haar moeder vertolkt wordt door een actrice met een donkere huidskleur (Sophie Okonedo). Maar echt bijzonder is dat (gelukkig) niet. Voor het overige koersen we naadloos af op een tranen trekkende slotsong, die het verhaal op aangename wijze afrondt. 

Toch heeft het geesteskind van scenarioschrijfster Nicole Taylor en regisseur Tom Harper (hij castte Buckley eerder voor de zesdelige BBC-serie War and Peace) door zijn eenheid en eenvoud een charme die de voorspelbaarheid ontstijgt. De essentie van countrymuziek, zo leren we, is: ‘Three chords and the truth’. Rose-Lynn heeft dat credo zelfs op haar arm laten tatoeëren.

De film, die door de alom aanwezigheid van de muziek korter lijkt te duren dan de honderd minuten die hij beslaat, is als een countrysong. Drie plotwendingen en de ontknoping, zou je kunnen zeggen. Mede door het multitalent van Jessie Buckley groet Wild Rose naar zichzelf toe, wordt de film ‘echt’. Zo is onder andere de slotsong gedeeltelijk door Buckley zelf geschreven. ‘I had to find my own way, make my own mistakes. But you know that I had to go. Ain’t no yellow brick road running through Glasgow…’

 

14 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Shadow

****
recensie Shadow

Een kunstwerk gehuld in grijstinten

door Michel Rensen

De Chinese grootmeester Zhang Yimou is terug met een visueel overdonderende film. Shadow is een waar kunstwerk dat sterk geïnspireerd is door traditionele Chinese schilderkunst. 

Nadat Zhang Yimou in de jaren 80 en 90 furore maakte met hoofdprijzen op grote filmfestivals verschoof zijn aandacht rond de eeuwwisseling naar de genrefilm. Na de flop van zijn mainstreamspektakel The Great Wall met Matt Damon, zoekt de Chinese regisseur in Shadow een tussenweg tussen het toegankelijke spektakel en de beeldende schoonheid die hij onder andere in Raise the Red Lantern en Hero al heeft laten zien. Het is zeer terecht dat hij met dit prachtige kunstwerk twaalf nominaties verdiende voor de Golden Horse Awards, de Chinese Oscars, en met vier beeldjes naar huis ging, voor beste regie, art design, kostuumontwerp en visuele effecten.

Shadow

Schaduw
In de derde eeuw is de stad Jing na een jarenlange oorlog in handen van de vijand gevallen. De koning van Pei, Zi Yu, wil het gesloten vredespact niet op het spel zetten, maar zijn generaal denkt daar anders over. Deze is echter ernstig verwond geraakt en fysiek niet in staat zijn oude rol te vervullen. Zonder weten van de koning heeft de generaal een dubbelganger (ook gespeeld door Chao Deng) zijn plaats laten innemen, terwijl hij in het geheim een plan smeedt om Jing terug te veroveren.

De film ontwikkelt zich tot een heerlijk machtsspel tussen de figuren aan het hof, maar schroomt niet ook klassenproblemen aan te stippen. De schaduw is een gewone burger die gedwongen wordt de rol van de generaal op zich te nemen, wetende dat zijn moeder gevaar loopt als hij het spel niet meespeelt.

Traditionele Chinese schilderkunst
In zijn ontwerp haalt Shadow sterke inspiratie uit traditionele Chinese schilderkunst in gewassen inkt. Met verschillende verdunningen van zwarte inkt worden vaak wonderschone landschappen in grijstinten geschilderd. Deze schilderkunst kenmerkt zich door het gebruik van suggestie. Bergen verdwijnen in het niets, enkel de omtrek van de berg wordt afgebeeld, waarna de kijker zich de rest inbeeldt. Water wordt vrijwel altijd weergeven door afwezigheid van inkt, maar voor de kijkers van het kunstwerk is het altijd duidelijk dat het water betreft. Het niet kleuren heeft net zo’n sterke expressie als het aanbrengen van de inkt.

Het vrijwel volledig in grijstinten gehulde setontwerp van Shadow heeft sterke overeenkomsten met deze traditie. De bergen die de stad Jing omringen verdwijnen in de mist, slechts de omtrek is zichtbaar. Deze techniek creëert zeer veel diepte in het landschap, hoewel je als kijker feitelijk de diepte niet kan waarnemen door de mist. Het is jammer dat de film vaak te snel wegsnijdt naar het volgende shot, waardoor je als kijker niet de kans hebt deze fenomenale shots als een schilderij te aanschouwen.

Shadow

Hangende, doorzichtige doeken creëren in het paleis op een vergelijkbare manier diepte. De personages bewegen zich tussen de verschillende lagen, waardoor in beperkte ruimtes veel diepte ontstaat. Ook in de kostuums is deze traditie op een inventieve manier doorgevoerd. De kleurloze gewaden van de personages lijken doordrenkt met inkt, een wirwar van grijstinten, enkel verstoord door het trage doorsijpelen van bloed.

Grijze moraal
Het is jammer dat de suggestiviteit niet in de vertelling van Shadow terugkomt. De motieven van en relaties tussen de personages worden meerdere keren en door verschillende karakters uitgelegd. De personages zijn geen van allen tot goed of slecht te definiëren en hebben allemaal een grijze moraal. Desalniettemin wordt alles ingekleurd en hoeft de kijker zelf de leegtes niet in te vullen.

Shadow neemt zijn tijd om alle schaakstukken op de goede plek te zetten en de regels nog eens grondig uit te leggen voor het actiespektakel losbarst. Het vereist wat geduld, maar een zeer inventief gebruik van multifunctionele metalen paraplu’s maakt het onvermijdelijke conflict tot een weergaloos spektakel. Waar het verhaal in creativiteit bij vlagen tekortschiet, maakt het visuele genot van Shadow een must see op het grootste scherm dat je kunt vinden.

 

13 mei 2019

 

ALLE RECENSIES