Echte Vermeer, Een

****

recensie Een echte Vermeer

Onderbreking van de kunst 

door Ralph Evers

Een echte Vermeer is geïnspireerd op het leven van meestervervalser Han van Meegeren. Vrijwel alles wat hij deed was doordrenkt van list en bedrog, behalve zijn liefde voor de vrouw van kunstkenner en nemesis Bredius.

De geschiedenis van het schildertalent Han van Meegeren spreekt tot de verbeelding. Een temperamentvol en chaotisch man, die moeite had de alcohol te laten staan. Een schilder die geïnspireerd door de oude meesters, experimenteerde om de craquelure (hetgeen je op oude schilderijen ziet doordat de tijd op de olieverf ingewerkt heeft) na te bootsen. Een talentvolle schilder, die snakte naar erkenning. Nergens haalde hij de door hem gewenste perfectie.

Een echte Vermeer

Muze
Ondertussen wordt Picasso wel op waarde geschat. Een gruwel! Totdat Han van Meegeren (Jeroen Spitzenberger) de beeldschone Jólanka (Lize Feryn) leert kennen. Zij moet zijn muze worden. Zijn relatie loopt erdoor op de klippen, wanneer hij betoverd in het theater zijn muze aanschouwt. De chemie tussen de geliefden vindt haar hoogtepunt in het portret dat Van Meegeren van haar maakt. Helaas blijkt Jólanka getrouwd met de bekende kunstcriticus (en nemesis van Van Meegeren) Abraham Bredius (Porgy Franssen). Die ziet de romantische avances van Van Meegeren niet zo zitten en vernedert hem publiekelijk. De gekrenkte Van Meegeren heeft iets nodig om zich te herpakken. Wanneer het hem lukt de craquelure na te maken heeft hij een kans om de critici, die hem vernederd hebben, op geraffineerde manier voor schut te zetten.

De film is echter meer dan alleen een wraakverhaal. Er is bewust voor fictie en niet voor een biopic gekozen. Dat blijkt al uit de flashbacks en -forwards. Er zitten wel waargebeurde elementen in, zoals het oplichten van de nazitop, door te doen alsof die echte Van Meegeren een echte Vermeer is – hetgeen hem overigens flink in de nesten werkt, vanwege een vermeend landverraad. Toch focust de film naast de fictie vooral op het getroebleerde personage Van Meegeren. Een fraai shot daarin is, wanneer we van Meegeren in Italië aantreffen en het kader scheef gehouden wordt, terwijl het langzaam inzoomt op het gezicht. De rechtlijnigheid, de rationaliteit is ten onder gegaan in de smart, de hartstocht en de alcohol.

De prijs van schoonheid
Een echte Vermeer gaat over de prijs van schoonheid en het verlangen naar eeuwigheid. Juist schoonheid is zo gevoelig voor de tand des tijds. Waarin wordt de meester zichtbaar? De oude meesters die wij nu kunnen aanschouwen in musea zijn allen ‘bekrast’ door de nagels van Kronos, hetgeen we als mooie, extra dimensie zijn gaan waarderen. Juist doordat het oude schilderijen zijn waarderen we het wellicht meer.

Een echte Vermeer

Een film over een kunstenaar ontkomt niet aan het denken over kunst. Niet alleen in de film, maar ook er buiten, hetgeen blijkt uit de goed verzorgde productie waarbij de liefde voor het project er afdruipt. De knappe cinematografie heeft veel oog voor detail en weet met de juiste filters de bij de scène passende sfeer te tekenen. De filmmuziek van componist André Dziezuk is een fijne vermenging tussen stemmige muziek met strijkinstrumenten en met een zwoele saxofoon gedomineerde jazzklanken. Het spel tussen de karakters kent een goede chemie; schelmenromantiek, met verve gespeeld door de cast. De kritiek op de film is dat hij net iets te braaf blijft gegeven de omstandigheden. Iets rauwer had de juiste toon binnen het verhaal gezet.

En hoe zit dat eigenlijk met het oplichten van de nazi’s? De parallel die te trekken is met de nazi’s en Van Meegeren is hun beider afkeer van moderne kunst, zie de beschimping van Picasso. De echte Van Meegeren zou zelfs nog een persoonlijke brief aan Hitler hebben gestuurd, vanwege hun overeenkomstige visie op kunst. Toch kiest in het proces Van Meegeren liever de straf van een zwendelaar dan de dood als landverrader. Zo leren we naast de romancier ook de laffe enkeling kennen, die na al zijn bravoure opnieuw tot eenzaamheid veroordeeld wordt. Een tragisch lot in een mooie lijst.
 

29 oktober 2016

 

Interview met regisseur Rudolf van den Berg.

 

 
MEER RECENSIES

Elle

*****

recensie Elle

Verknipte zielen

door Alfred Bos

Begeleid door een Hitchcock-achtige soundtrack van Anne Dudley daalt Paul Verhoeven af in de krochten van de mensenziel. Daar woeden primaire emoties en onbeheersbare wanen. Elle is wellicht zijn beste film.

Elle opent met een kaakslag, niet alleen figuurlijk. Zwart scherm, gesteun en brekend servies op de geluidsband. Eerste beeld: close-up van een zwarte kat. Die ziet wat de kijker vervolgens ook ziet, een brute verkrachting. Vrouw van middelbare leeftijd wordt in haar patriciërswoning belaagd door een gemaskerde man. Die verdwijnt na de daad weer even geruisloos als hij binnensloop.

Elle-nieuw

Paul Verhoeven zet zijn publiek direct recht in de cinemastoel. Hier worden geen slappe koekjes geserveerd, geen ulevellen rondgedeeld. Hier deelt het leven oorvegen uit. Zijn eerste film in tien jaar – een Franse productie – bevat alle elementen die we uit de Verhoeven-catalogus kennen en vervolgens nog iets meer: evenwicht. Alles in deze rijke, gelaagde, verontrustende en nimmer belerende of kokette film is in balans. Het is een evenwichtsoefening van pose en authenticiteit, van waan en werkelijkheid.

Lustobject?
Na het huiselijke geweld vervolgt Michèle Leblanc (een bloedsterke Isabelle Huppert) haar leven als directeur van een firma die gewelddadige games, inclusief virtuele verkrachtingen, produceert. Wel koopt ze een bus pepperspray en slaapt met een hamer op het kussen. Ze weigert slachtoffer te zijn en doet geen aangifte. Daar zijn redenen voor en die liggen in haar verleden, dat langzaam wordt onthuld. Michèle heeft een verknipte relatie met mannen –Simone de Beauvoirs De Tweede Sekse wordt terloops geciteerd – maar zo ongeveer iedereen in haar omgeving is in mindere of meerdere mate verknipt.

Sympathiek is deze protagonist niet, wel eindeloos fascinerend. Wat drijft Michèle? Is ze het lustobject van een stille (en gewelddadige) aanbidder, slachtoffer van een haatcampagne of is ze de masochistische wreker die haar prooi tergend langzaam maar trefzeker naar het schavot verleidt? Is ze een psychopaat of een sterke vrouw? De mens is een zwarte doos, zelfs van personen die je intiem kent weet je nauwelijks wat er in rondgaat. Elle zou een verfilming van Dostojevsky kunnen zijn, het zwarte wereldbeeld verluchtigd met Verhoeviaanse galgenhumor. Die overigens niet alleen op mensen, maar ook op de Lieve Heer is gericht.

Elle

Geen lekkertjes
De mannen die rond Michèle cirkelen zijn niet de fraaiste exemplaren van de soort, perverse loeders dan wel hypocriete vreemdgangers. Of ze zijn afwezig. Wie niet wordt gedreven door lust, leeft met de waan van liefde, zoals Michèles zoon Vincent (Jonas Bloquet), die evident wordt bedrogen door zijn bazige vriendin, en haar muizige overbuurvrouw Rebecca (Virginie Efira), die meer oog heeft voor haar antieke heiligenbeelden dan voor haar echtgenoot Patrick (Laurent Lafitte). De vrouwen zijn trouwens ook geen lekkertjes, alleen Michèles jeugdvriendin en collega Anna (Anne Consigny) is recht door zee. Maar juist die bedriegt ze.

Elle is geen thriller à la Basic Instinct noch een psychologische schets van een getroebleerde ziel in de sfeer van Polanski’s Repulsion. Het is psychodrama op zijn Verhoevens, een zwarte komedie dus, genadeloos in zijn analyse van de menselijke natuur, rauw in zijn humor en kritisch over de moraliteit van een wereld die geweld beschouwt als koopwaar, maar uiteindelijk voortreffelijk in balans, want met compassie. Wanneer je je afvraagt hoe de regisseur deze kluwen van perversie in hemelsnaam tot een acceptabele conclusie weet te breien, betoont hij zich geen cynicus maar een humanist: aan iedereen zit een steekje los. Het is de vraag of er dit jaar een betere film zal verschijnen.

 

31 mei 2016

 

MEER RECENSIES

Eye in the Sky

****

recensie  Eye in the Sky

De politiek gevoelige drone

door Wim Meijer

Eye in the Sky toont zowel het politieke als militaire aspect van drone-aanvallen en doet dat veelal goed. Van piloot tot president, iedereen passeert de revue en doet z’n plasje over de operatie, om het eens met managementtermen te zeggen. Want management is wel het sleutelwoord in dezen.

De missie: de nummer twee, vier en vijf van de meest gezochte terroristen van Oost-Afrika gevangen nemen. Ze bevinden zich allemaal in hetzelfde complex, ergens in Kenia. De situatie loopt echter al snel uit de hand, waardoor het leger dodelijk geweld in de vorm van Hellfire-raketten wil gebruiken.

Eye in the Sky

Besluitvorming
Een nieuwe missie kent ook nieuwe autorisatie en de vraag naar legitimiteit. Onschuldige Keniaanse burgers slijten hun handelswaar en omringen het complex van de terroristen. Een Hellfire eist wellicht ook burgerslachtoffers, naast een hoop negatieve publiciteit. Daarnaast is Kenia geen oorlogsgebied, althans niet voor Engeland en Amerika, en een drone-aanval ligt politiek zeer gevoelig. Wanneer ook nog eens een klein meisje broden verkoopt op straat en een inslag van een Hellfire-raket vermoedelijk niet zal overleven, lopen de gemoederen hoog op.

Door slim gebruik te maken van verschillende locaties creëert regisseur Gavin Hood overzicht. Piloot Steve Watts (Aaron Paul) zit in een container in Vegas, zijn meerdere in een barak iets verderop, de kolonel Catherine Powell (Helen Mirren) in een ondergronds hoofdkwartier in Londen, generaal Frank Benson (Alan Rickman) in een conferencehal en de Keniaanse troepen ter plekke bezetten een gebouw, rijden in een busje of verkopen spullen op straat. Meteen herken je als kijker wie de volgende schakel in de besluitvorming is. Een knappe prestatie met de hoeveelheid aanwezige personages.

Politiek spel
Het politieke spel en de spanning zijn bijzonder effectief verfilmd. Pas als een meisje haar broden heeft verkocht zal ze de plek des onheils verlaten en langzaam raakt ze door haar voorraad heen. Spanning gegarandeerd. Hier tegenover staan banale situaties: de minister van BuZa die met Chinezen pingpongt en het hele voorval afdoet als een formaliteit op het moment dat hij gebeld wordt. Natuurlijk wil hij een raket door dat dak jagen, hij kijkt immers niet op de monitoren.

Eye in the Sky is bij tijden bijzonder luchtig en ja, de komische scènes doorbreken de spanning op effectieve wijze, maar schieten hun doel ook voorbij. Lachsalvo’s om scènes als pingpongende ministers zijn toch misplaatst in een film als deze. Wanneer kolonel Powell vervolgens op een volstrekt belachelijke manier haar luitenant onder druk zet om een herberekening van de collateral damage door te voeren, komt dat de geloofwaardigheid niet ten goede. Toch zijn dit details in een verder sterke film.

Eye in the Sky

De actuele dilemma’s in Eye in the Sky zijn al eens getackeld door Good Kill, maar dan op kleine schaal. Het gaat steeds om de afweging tussen onschuldige mensenlevens versus het uitschakelen van een gevaarlijke terrorist. Good Kill beleeft de kijker door de ogen van de dronepiloot, gespeeld door Ethan Hawke, en diens persoonlijke situatie. De film geeft de impact van dit soort missies op individueel niveau mooi weer.

Eye in the Sky vergroot de scope en brengt op fraaie wijze alle lagen van de besluitvorming in beeld. Dat daarbij ook de politiek wordt meegenomen geeft de film de nodige relevantie, gezien het feit dat ook de Nederlandse luchtmacht onlangs heeft besloten drones te kopen. Je vraagt je af hoe Nederland straks omgaat met dit soort situaties, wanneer ze ook de wapens voor de drones bestelt.

Alan Rickman
Helen Mirren geeft een daverende performance als de doortastende kolonel Powell. Haar toenemende frustratie is knap gespeeld wanneer de terroristen dreigen te ontkomen. Alan Rickman vertolkt zijn laatste rol – hij overleed in januari aan pancreaskanker. Onverwacht voor velen, want Rickman had vrijwel niemand op de hoogte gesteld van zijn ziekte. De Britse gigant, zowel in toneel als cinema, zal bij het jongere publiek vooral bekend zijn als Severus Snape in Harry Potter, maar schitterde al decennia voordat hij drankjes mixte.

Zijn laatste rol – Rickman verleent alleen nog zijn iconische stem aan de nieuwe Alice in Wonderland – speelt hij met verve en samen met Helen Mirren voert hij de spanning tot ongekende hoogte op. Eye in the Sky is mede dankzij een ijzersterke cast enorm spannend tot aan de daverende finale toe.

 

8 mei 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Experimenter

**

recensie  Experimenter

Minder geslaagd film-experiment

door Ralph Evers

Deze biopic over de geruchtmakende sociaal psycholoog Stanley Milgram weet een goed overzicht van zijn experimenten en leven te tonen, maar faalt in het betrekken van de kijker.

Stanley Milgram is bekend zijn onderzoek naar gehoorzaamheid. Kort gezegd heeft hij aangetoond dat wanneer iemand aangemoedigd wordt door een autoriteitsfiguur (een professor in zijn onderzoek) om moreel twijfelachtige handelingen uit te voeren (zoals het in oplopende mate uitdelen van elektrische schokken aan relatief onbekende mensen), men dit over het algemeen geneigd is te doen.

Persoonlijke ervaring
Tijdens een college over Milgram vroeg de docent aan een zaal met 450 eerstejaars psychologiestudenten, wie het onderzoek zinvol vond, los van de morele invulling. Eén vinger ging omhoog. De microfoon werd onder mijn de mond geschoven om te vragen waarom ik het een goed onderzoek vond. Mijn antwoord was iets met dat de illusie naar onze goedheid doorgeprikt werd. De anderen zijn slecht, maar wij zijn verheven. Helaas.

Het was het jaar 2000, ik was net begonnen met een studie psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na mijn toelichting gingen er nog een paar vingers omhoog, er waren meer mensen die het spraakmakende en controversiële onderzoek van Milgram toch wel belangrijk vonden.

Experimenter

Milgram is in zijn leven vaak door collega’s en critici aangevallen. Achteraf bleek keer op keer de ontsluiering van onze verheven moraal boven die van de slechteriken het heikele punt te zijn. Daar kan Milgram zelf niet zoveel aan doen. Toch is er een kritiek die wel hout snijdt, en die ook in Experimenter niet aan de orde komt. In zowel de film als in veel tekstboekbeschrijvingen wordt genoemd dat het overgrote merendeel tot het uiterste ging, terwijl in werkelijkheid het percentage dat tot het uiterste ging 62,5% was. In de film zien we echter slechts één man weigeren. Toevallig een Nederlander. Anderen sputteren wel tegen, maar gaan toch door tot het uiterste van 450 volt, overeenkomstig de onderzoeksresultaten.

Sterk begin
De film start sterk en belooft een interessante mix te worden van historische feiten, de persoon Milgram en een daaromheen geschreven verhaal. Echter, na het sterke begin, waarin we op een meeslepende manier meegenomen worden in het onderzoek en de “dierentuin” van de laboratoriumbewoners, kiest de film er voor om vooral op de persoon Milgram in te gaan en hem te plaatsen in de tijdsgeest. Die tijdsgeest is op zich leuk gedaan door met een blue screen  te werken in de jaren zestig en met een lelijke, doch prominente baard in de jaren zeventig (de jaren tachtig heeft men, gezien de wansmaak, maar niet meer gemodelleerd).

Ook krijgen we een inkijkje in de vele interessante experimenten die Milgram gedaan heeft, waarbij opvalt dat zijn eerste onderzoek. Daarbij kijkt hij steevast in de camera om de kijker, à la Kevin Spacey in House of Cards, op de hoogte te brengen van de context.

Hiermee stapt de film als het ware uit zichzelf, en begint de kijker de band met de overige personages op het scherm te verliezen. De film verwordt zo tot een chronologische opsomming van de experimenten, zonder dat er nog een spanningsboog aanwezig is. Om maar te zeggen: het geheel begint wat saai en afstandelijk te worden. En dat is jammer, want gezien de stof die Milgram heeft doen opwaaien, was daar echt wel een vurige film uit te maken. Daarbij is Peter Sarsgaard goed gecast; met z’n laconieke glimlach is het nooit volstrekt duidelijk wat er in hem omgaat.

Experimenter

Opmerkelijke geschiedenis
De geschiedenis van de psychologie is op z’n minst opmerkelijk. Een jonge wetenschap die door middel van experimenteren de menselijke geest, maar in de praktijk vooral het menselijk gedrag blootlegt. Dat begon al bij de voorvader van de psychologie, Wilhelm Wundt (die door middel van experimenten ons bewustzijn trachtte te verklaren en ging via Reich en Perls richting de lichaamsgerichte stromingen).

De ironie is dat de frontale lobotomie een Nobelprijs opleverde, de enige voor de psychologie ooit, terwijl dat nu net niet is wat je wil. De ingreep komt erop neer dat er een paar sneetjes in de hersenen worden gemaakt, waardoor ernstig gestoorde, of verstorende individuen tot kasplantjes verworden. Het is de ironie van een geestelijke wetenschap dat zij eigenlijk al haar pijlen gericht heeft op het technocratisch, biologisch, “hard” wetenschappelijk model en haar spirituele, morele model nauwelijks aandacht heeft gegeven.

Binnen de lijn van de experimentele aard van psychologisch onderzoek, valt de proefneming van Stanley Milgram in het bijzonder op. Vorig jaar kwam dat andere spraakmakende experiment opnieuw onder de aandacht, The Stanford Prison Experiment (een groep studenten wordt verdeeld in gevangenen en bewakers). Een film die in vergelijking met Experimenter in het experiment zelf duikt en daarmee een boeiendere zit oplevert, doch niet aan het experiment zelf voorbij gaand.

28 maart 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Eddie the Eagle

***

recensie  Eddie the Eagle

Meedoen is belangrijker dan winnen

door Wim Meijer

Eddie the Eagle toont de underdog Michael Edwards op lange latten die alle verwachtingen overtreft en zijn Olympische schansspringdroom waarmaakt. Het is een sympathieke film met dito hoofdpersoon die gekkere sprongen maakt dan de film zelf.

Michael Edwards (Taron Egerton), zoals Eddie the Eagle eigenlijk heet, is een kleine, doortastende jongen die je alles gunt. Zijn droom om een Olympiër te worden begint al in de openingsscène, waarin hij verscheidene zomersporten uitprobeert. Er sneuvelen vele brillenglazen tijdens pogingen te kogelstoten of hordelopen, maar de maat voor Eddie’s vader is pas echt vol wanneer er een speer rakelings langs hem door het raam vliegt. Eddie moet maar stukadoor worden, net als hijzelf.

Recensie Eddie the Eagle

Eddie raakt meerdere malen in de film overtuigd van zijn onvermogen – niet geheel onterecht overigens – maar klautert telkens weer overeind. Eddie blijkt zelfs zowaar voor skiën enigszins talent te hebben. Het is echter niet genoeg, want hij plaatst zich niet bij het Britse Olympische team op de slalom. Maar Eddie geeft niet op, hij krijgt z’n moeders spaargeld en jat z’n vaders busje om te gaan schansspringen.

Even onnozel als komisch
Eddie gaat trainen in Duitsland en springt oud-schansspringer Bronson Peary tegen het lijf. Peary is een cynische zuiplap, een rol die Hugh Jackman ondertussen kan dromen na alle X-Men films. Peary moet niets weten van Eddie, maar ontwikkelt een zwak voor zijn doorzettingsvermogen en al snel vormen de twee een onafscheidelijk duo met maffe trainingsmethoden, zoals trainen op aerodynamica door op het dak van een rondrijdend busje te staan. Het levert wel leuke scènes op waarin de twee protagonisten naar elkaar toe groeien.

Fijn aan de film is het karakter van Eddie zelf. Eerst zou hij gespeeld worden door Steve Coogan – je moet er niet aan denken – maar gelukkig is later de relatief onbekende Taron Egerton gecast. Hij vertolkte Eggsy in het fantastische Kingsman: The Secret Service en lijkt sprekend op de echte Michael Edwards. Eddie’s blik achter zijn enorme bril is goud waard, zijn opmerkingen even onnozel als komisch, zijn volharding tekenend voor een Olympiër. Het is een vermakelijke set kwaliteiten die Eddie als karakter een stuk interessanter maken dan zijn coach.

Contrast
Je ziet het al helemaal gebeuren natuurlijk, een Brit die zonder enige ervaring van schansen springt in een trainingsgebied in Duitsland. Het contrast is haast zo groot als in Cool Runnings waar we allemaal juichten voor Jamaicanen in een bobslee. Regisseur Dexter Fletcher liet zich inspireren door die culthit uit 1993 en dat is te merken. Eddie the Eagle heeft dezelfde Disney feelgood vibe, met veel vrolijke muziek, excentrieke personages, een enorme underdog en een happy ending waar de gemiddelde massagesalon in Amsterdam nog een puntje aan kan zuigen. De film refereert nog kort aan zijn spirituele voorganger in een radiobericht tijdens de Olympische Winterspelen van Calgary in 1988.

Eddie the Eagle

Dexter Fletcher maakte eerder Wild Bill, een film over de terugkeer van een crimineel naar zijn twee verlaten zoontjes na jaren gevangenschap. Een prima debuut, vermakelijk met een rauw randje. Eddie the Eagle blijft echter keurig binnen de lijntjes en weet nergens te verrassen. De chemie tussen Jackman en Egerton maakt een hoop goed, maar de film is bijzonder voorspelbaar. De scènes gemaakt door een ‘helm-cam’ waarin Eddie als een gek van een schans naar beneden raast, spreken wel tot de verbeelding, met prachtige shots in mid-air.

Eddie the Eagle, in tegenstelling tot de hoofdpersoon bepaald geen hoogvlieger, speelt erg in op het underdoggevoel en haalt het onderste uit de kan. Van enige diepgang is nauwelijks sprake, zowel qua script als karakterontwikkeling. Ondermaats is de film echter allerminst en valt hij te vergelijken met de titulaire hoofdpersoon: ’t is niet goed, maar wel behoorlijk vermakelijk.

 

25 maart 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Enfants du paradis, Les

****

recensie  Les enfants du paradis

Gedoemde liefdes in Parijs theater

door Cor Oliemeulen

Er is weinig paradijselijks aan Les enfants du paradis, dat direct na de bevrijding van Frankrijk in première ging. Bovendien heeft slechts één kind een rol. Dit meesterwerk van Marcel Carné, volgens sommige critici de beste Franse film ooit, is digitaal gerestaureerd en de komende tijd te bewonderen in een aantal bioscopen.

Het ruim drie uur durende romantische drama uit 1945 speelt zich een eeuw voor die tijd af in het overweldigende Parijse theaterdistrict Boulevard du Temple – in de volksmond Boulevard du Crime, verwijzend naar de vele crimineel getinte melodrama’s die er destijds in de talloze theaters werden opgevoerd. Centraal staat het Funambules-theater waar zich een relatie ontspint tussen een schone dame en vier aanbidders: een acteur, een pantomimespeler, een moordenaar en een graaf.

Recensie Les enfants du paradis

De magie van het theater
De productie was een heuse tour de force, aangezien de film werd opgenomen tijdens de Duitse bezetting, waardoor joodse medewerkers, zoals de decorbouwer, de componist en enkele acteurs, angstvallig verborgen moesten blijven. Toch is niets nagelaten om de toenmalige magische theatersfeer op te roepen. Zo werden alle voorgevels van de boulevard over een afstand van vierhonderd meter minutieus nagebouwd (het grootste decor uit de Franse filmgeschiedenis), een paar duizend uitstekend uitgedoste figuranten opgetrommeld en is de mise-en-scène van begin tot eind oogstrelend.

De tijdgeest is gevangen in een gelaagd scenario met zowel dramatische als frivole gebeurtenissen, uitmondend in krachtige dialogen – sfeerrijk en niet zonder humor op schrift gesteld door dichter Jacques Prévert, die met Les enfants du paradis een Oscar won en zijn jarenlange samenwerking met regisseur Marcel Carné bekroonde. Zonder uitzondering spelen alle acteurs fantastisch en geloofwaardig. Prévert modelleerde drie van zijn hoofdpersonages naar historische figuren, slechts de beminde dame Garance (een rol van Arletty) is fictief.

Allereerst is daar de niet-onsympathieke rokkenjager Frédérick Lemaître (Pierre Brasseur). Hij begon in het volkse Funambules en eindigde als gevierd acteur in de grote theaters. Frédérick is de eerste die Garance in zijn armen mag sluiten, maar omringt zich liever met gemakkelijker knuffelbare meisjes. Pierre-François Lacenaire (Marcel Herrand) was een mislukte dichter, die zich bezighield met criminele activiteiten (in het echte leven zou hij worden geëxecuteerd wegens een dubbele moord) en in Garance slechts een bewonderaar van zijn stoere verhalen vindt. En tenslotte de zachtaardige Baptiste Debureau (Jean-Louis Barrault), die als wit geschminkte mime-artiest furore maakte in Funambules, het theater van zijn vader, en daar zijn hele carrière voor een grote schare fans zou blijven spelen.

Les enfants du paradis

Alleen weelde is niet genoeg
Baptiste wordt verliefd op Garance en Garance op Baptiste, maar zij laat zich wegens dwingende omstandigheden inpalmen door een graaf, met wie zij in weelde gaat leven. Desondanks keert Garance jaren later incognito terug om de inmiddels getrouwde Baptiste weer te kunnen zien. Dat klinkt als een melodrama, en zo eindigt het relaas ook. Hoe tijdloos en universeel de waanzin der liefde ook is, voor de slotactie van Baptiste valt niet heel veel begrip op te brengen.

Baptiste’s beslissing past evenwel in het plaatje van het poëtisch realisme, een filmbeweging waarvan Les enfants du paradis het hoogtepunt en het sluitstuk is: een gestileerde werkelijkheid met marginale karakters die ondanks romantische oplevingen ten onder gaan aan nostalgie, melancholie en fatalisme. Zijn zij – de dame, de acteur, de mimespeler, de moordenaar en de graaf – dan cynisch gezegd de ‘kinderen van het paradijs’? Zoals je wilt, hoewel de filmtitel in eerste instantie refereert naar de tweede ring in het theater, waar volkse toeschouwers dicht op elkaar gepropt voor een paar dubbeltjes op luidruchtige wijze carrières konden maken en breken.

 

12 december 2015

 

MEER RECENSIES

 

Er ist wieder da

***

recensie  Er ist wieder da

Een klucht van nazistische proporties

door Damian Uphoff

De Duitse regisseur David Wnendt zette zich met zijn twee eerste speelfilms, het controversiële drama Kriegerin en de komedie Feuchtgebiete, direct in de schijnwerpers. Met zijn excentrieke Hitler-satire scoort hij in zijn thuisland een gigantische hit. Duitsers blinken doorgaans niet uit in een geweldig gevoel voor humor, maar Er is wieder da mag daar gerust een uitzondering op heten.

Adolf Hitler – een man die geen nadere uitleg behoeft – wordt op een dag wakker op de plek waar vroeger zijn beruchte bunker stond. Van het hoe, wat en waarom heeft hij geen enkele notie, en ook de kijker blijft erover in het ongewisse. Zijn plotselinge terugkeer zorgt voor veel consternatie in het land; men denkt dat hij een Hitler-imitator is. Hij trekt er op uit om het in zijn ogen zwaar gedegenereerde Duitse volk weer op de been te brengen, alleen gezien hij nog een aantal jaartjes achterloopt, gaat dat natuurlijk niet bepaald van een leien dakje.

Recensie Er ist wieder da

One-man-show
Nochtans lukt het Hitler – de geschiedenis herhaalt zich – om het volk bij de kladden te vatten. Hij duikt, na ontdekt te zijn door de onlangs ontslagen filmmaker Sawatzki, op in allerhande tv-shows, waarna hij al snel tot een grote publiekslieveling uitgroeit. Niet louter vanwege zijn geweldig accurate Hitler-‘imitatie’, maar ook omdat het Duitse volk vindt dat hij een aantal valide punten over de huidige situatie in Duitsland heeft. U kunt het al ruiken: dat wordt stront aan de knikker.

Het zal vast geen eenvoudig karwei geweest zijn: een geschikte acteur vinden die Hitler adequaat kan vertolken. Maar met Oliver Masucci heeft Wnendt een echte troef in handen. Zijn kop is misschien net wat te robuust om als een echte Hitler-lookalike door te gaan, maar met zijn mimiek, zijn maniertjes en zijn bij vlagen hilarische spel compenseert hij dat ruimschoots. Een knappe performance, helemaal met de wetenschap dat we met een relatief onbekend acteur te maken hebben.

De Führer als komiek
Er ist wieder da  is in eerste instantie bedoeld als een komische film. Gedurfd is het wel, de notoire Adolf Hitler als ‘clown’. De gelijknamige satirische roman van Timur Vermes, die ook al het nodige stof deed opwaaien, bemachtigde de eerste plek op de bestsellerlijst van Der Spiegel, dus de lat lag hoog.

Hoewel deze verfilming, logischerwijs, niet bij iedereen in even goede aarde valt, heeft hij tot dusver niet veel last van boycotgekkies en andere protestacties. Er ist wieder da  is – hoewel het weinig scrupules kent – qua humor dan ook niet ál te plat. Wnendt weet een aantal vervaarlijke valkuilen (makkelijke Jodengrapjes, voor de hand liggende humor) te ontwijken en komt geregeld zelfs best scherp uit de hoek. De verwijzing naar Der Untergang is daar een uitgelezen voorbeeld van, evenals het moment waarop de schijn gewekt wordt dat de film afgelopen is, terwijl er nog een flink stuk volgt.

Recensie Er ist wieder da

Scripttrucjes
Gaandeweg lijkt het humoristische karakter wat te verwateren, maar telkens wanneer je denkt dat de boel inzakt, komt Wnendt met een nieuwe komische uithaal. Later komen er zelfs wat ludieke scripttrucjes bij, zoals het film-in-film principe: je ziet hoe de personages bezig zijn met het maken van de film. Zoiets heeft een grappig, speels effect.

De eindscène is wat serieuzer van toon, wat een beetje detoneert met het komische karakter van voorheen. Typisch dat de regisseur het nodig vindt om wat oude archiefbeelden van stal te halen, om nog even snel een soort obligaat maatschappijkritisch randje mee te geven. Maar erg veel doet het niet af aan dit komische schouwspel.

 

20 november 2015

 

 

MEER RECENSIES

 

Enfance, Une

**

recensie  Une enfance

Het recht op zorgeloos opgroeien

door Cor Oliemeulen

Gebroken gezinnen zijn voer voor schrijvers en filmmakers. Hoe integer hun bedoelingen ook mogen zijn, verhalen over kinderen die zijn genoodzaakt op te groeien als beide ouders hun verantwoordelijkheid ontlopen, bieden lang niet altijd nieuwe inzichten.

De Franse schrijver Philippe Claudel lijkt zich sinds zijn sterke filmdebuut Il y a longtemps que je t’aime (2008) meer toe te leggen op sociaalrealisme, naast komedie een van de huidige trends in de Franse cinema. Na het winterse drama in Avant l’hiver  (2013) keert hij terug naar de zomer, waar het verhaal en de toon het tegenovergestelde zijn van zijn romantische komedie Tous les soleils (2011). In zijn vierde speelfilm Une enfance portretteert Claudel de 13-jarige Jimmy (prima debuut van Alexi Mathieu) die zijn weg in een disfunctioneel gezin probeert te vinden.

Recensie Une enfance

Vluchten in een roes
Jimmy’s jeugd speelt zich af in een Noord-Frans industriestadje, waar de regisseur zelf werd geboren en nog steeds woont. Dit Dombasle-sur-Meu groeide gestaag nadat een grote Belgische sodafabriek er zich eind negentiende eeuw vestigde en zoals dat in die tijd vaak ging arbeiderswoningen, scholen en een ziekenhuis bouwde. In een van de typische straatjes met de in rood baksteen opgetrokken huisjes woont Jimmy met zijn kleine broertje Kevin, hun moeder Pris en haar vriend Duke. De enige bewoner die daadwerkelijk de handen uit de mouwen steekt is Jimmy. Hij zorgt niet alleen voor Kevin en zichzelf, maar ontfermt zich soms ook over hun moeder die door drugsgebruik regelmatig in laveloze toestand verkeert.

Hoewel Pris haar best doet haar zoontjes wat liefde te geven, is haar verantwoordelijkheidsgevoel ver te zoeken. Ze vindt het leven lastig genoeg om regelmatig te vluchten in een roes van alcohol en drugs. Haar relatie met de uitgesproken en agressieve Duke (Pierre Deladonchamps, in 2013 doorgebroken in L’inconnu du lac) maakt de situatie er niet beter en gezelliger op in huis. We zien Duke pas vrolijk als hij kan wapperen met bankbiljetten, verkregen door louche activiteiten. Hij dwingt ook Pris haar steentje bij te dragen.

Recensie Une enfance

Zonder dromen
Jimmy lacht nooit. Hij laat het allemaal maar over zich heen komen zonder dat hij in opstand komt of hij zich uit over zijn gevoelens. Als de leraar op school aan de kinderen vraagt wat hun dromen zijn, antwoordt Jimmy: “Ik heb geen dromen.” Hij maakt nauwelijks contact met anderen en heeft geen vrienden. En in de zomervakantie, als Kevin een tijdje naar oma mag en het meisje dat hij leuk vindt met haar familie vertrekt, worden Jimmy’s dagen langer en leger en is het de vraag wanneer de bom barst. Echter Philippe Claudel laat zijn jeugdige protagonist niet ontploffen en kiest daarmee voor een drama dat blijft verstoken van verrassingen. We missen een serieus conflict en blijven tevergeefs hopen op een krachtige plottwist.

Daarentegen is Claudels Une enfance sfeervol gefilmd en een integer onderzoek naar volwassen worden. Er is een mooie balans tussen het grauwe arbeidersleven in het industriestadje en de omringende natuur waarin een opgroeiende jongen, die recht heeft op onschuld, plezier en zorgeloosheid, keuzes moet maken omdat hij botst met zware omstandigheden, terwijl hij zijn enige vrijheid proeft op zijn fietsje. Maar hopeloos is de situatie gelukkig niet, wat blijkt uit het slotfragment als we eindelijk iets van een gelukzalige grijns op Jimmy’s gezicht zien.

 

11 oktober 2015

 

MEER RECENSIES

 

Everest

***

recensie  Everest

Visueel spektakelstuk blijft aan de oppervlakte

door Ashar Medina

Indrukwekkend in beeld gebracht natuurgeweld staat aan de basis van deze enerverende, doch enigszins vlakke avonturen/rampenfilm die realisme verkiest boven het persoonlijke drama van een gedoemde expeditie. En het is nog allemaal waargebeurd ook.

Everest  volgt een ensemble-cast van topacteurs (Jason Clarke, Josh Brolin, Jake Gyllenhaal, Emily Watson, Robin Wright) die, verdeeld over twee rivaliserende teams, de barre tocht naar de top van ’s werelds hoogste en meest beruchte berg ondernemen. De teams, met de prikkelende namen Adventure Consultants en Mountain Madness, worden geleid door Rob Hall (Clarke) en Fischer (Gyllenhaal), twee klim-pro’s die de omgeving kennen als hun handpalm.

Het zijn thrillseekers die de fascinerende drang hebben altijd de menselijke grens op te zoeken, net als de stoere mannen, en vrouw, die goed geld betalen voor een uitzicht en een ervaring die je nergens anders zal vinden. Maar dit zou geen waargebeurd verhaal zijn als er niet een aantal dingen gruwelijk mis zouden gaan, met alle angstaanjagende gevolgen van dien.

Recensie Everest

Man versus Berg
Regisseur Baltasar Kormákur gaat dus voor realisme. Dat valt enerzijds te prijzen omdat we het hier hebben over echte mensen en hun families die in sommige gevallen te maken kregen met het tragische overlijden van hun dierbaren. Anderzijds ondermijnt deze keuze hier en daar de intrigerende psychologie die mensen ertoe drijft hun leven in de waagschaal te leggen. Kormákur investeert veel tijd in het introduceren van de personages, maar dit zijn er zoveel dat we ze nooit écht goed leren kennen.

Waarom iemand ervoor zou kiezen om dit bijna buitenaardse natuurgeweld te trotseren is een buitengewoon interessante vraag die nooit bevredigend wordt beantwoord. Dit zorgt er wel voor dat we ons als kijker al snel overgeven aan de achtbaanrit die vooral in de tweede helft van de film wordt voorgeschoteld. Visueel gezien is de film dan ook meer dan geslaagd: strijkende helikoptershots geven indrukwekkende impressies van de schijnbare oneindigheid van de Himalaya en de overdonderende lawines zijn huiveringwekkend. De primaire overlevingsdrang die zich van bergbeklimmers meester maakt is vele malen beter neergezet dan in popcornflicks als Vertical Limit of Cliffhanger, wat dat betreft is Everest een uitschieter binnen het genre.

Recensie Everest

Het geluid van de wind
Naast het visuele aspect is er terecht veel aandacht besteed aan hoe het daar op de top van zo’n berg moet klinken. De razende wind is alomtegenwoordig en zorgt samen met het vervaarlijk krakende ijs voor een dreigende atmosfeer die de klimmers nooit met rust laat. Het is alsof de berg constant op hen inpraat en laat weten dat ze niet zullen ontsnappen. Wanneer een van de meedogenloze lawines onder een hangbrug door raast, trilt het geluid van tonnen voorbij woedend sneeuw en ijs ons bijna uit onze stoel. In contrast voelen scènes die zich elders afspelen, zoals wanneer Hall belt met zijn zwangere vrouw die thuis achterblijft (gespeeld door Keira Knightley), uiterst sereen. Het maakt duidelijk dat onze helden zich haast letterlijk in een ‘andere wereld’ bevinden.

Dergelijke scènes leggen echter ook meteen de vinger op de zere plek. Knightley speelt de loyale echtgenote die nooit helemaal zal snappen waarom haar man doet wat hij doet en moet toekijken vanaf de zijlijn. Dit geldt ook voor ons als publiek. De vraag waarom je vrijwillig die monsterachtige berg zou willen beklimmen wordt het best beantwoord met de oneliner ‘Because it’s there’.

 

14 september 2015

 

 

MEER RECENSIES

 

Every Thing Will Be Fine

**

recensie  Every Thing Will Be Fine

Gevoelstemperatuur onder nul

door Alfred Bos

De nieuwe film van Wim Wenders is een studie in afwezigheid. James Franco speelt een romanschrijver die buiten zijn schuld een kind doodrijdt. Al duurt het jaren, er komt verlossing.

Wim Wenders, de man van Paris, Texas en de Buena Vista Social Club-documentaire, is het slag regisseur dat vooral aandacht besteedt aan personages en sfeer, minder aan verhaal en intrige. Zijn laatste werkstuk is een goed voorbeeld van die aanpak. In Every Thing Will Be Fine moet een opkomende schrijver, gespeeld door James Franco, zijn intellect in balans brengen met zijn gevoel. Hoewel uiterlijk succesvol, schrijnt zijn ziel. Hij heeft buiten zijn schuld een kind doodgereden. Hij is een instrument van het lot en dat knaagt.

Recensie Every Thing Will Be Fine

James Franco als karakteracteur, wie had dat durven dromen. Hij komt er heel aardig mee weg, mede omdat zijn personage, auteur Tomas Eldan, vooral in diens hoofd leeft en nauwelijks emotioneel contact lijkt te maken met zijn omgeving. Zijn vriendin, Sara (Rachel McAdams), kan met zo’n afwezige man niet leven en verlaat hem. Wanneer ze elkaar jaren later tegenkomen – zij getrouwd en moeder, hij successchrijver en stiefpa – beseft Tomas nauwelijks wat hij bij Sara verkeerd heeft gedaan. Hij is meer geest dan mens.

Confrontatie
Zijn tegendeel is Kate (Charlotte Gainsbourg), de moeder van het verongelukte jongetje. Ze is een alleenstaande ouder, eveneens een geabsorbeerde creatieveling, een illustrator, die op het platteland van Quebec, Canada in haar eigen wereld opgaat. Anders dan Tomas accepteert ze haar rol in het drama. Kate koestert geen wrok tegen de man die haar jongste kind doodreed en helpt hem het trauma te verwerken. Ze is nuchter en aards, ziet schoonheid in de dagelijkse dingen, de natuur en de seizoenen.

Kate’s oudste zoon, Christopher (Robert Maylor), was getuige van het noodlottige ongeval en is in zekere zin het spiegelbeeld van Tomas, broeierig en bezeten. Hij groeit zonder broer op tot een getroebleerde tiener die geobsedeerd is door de man die zijn leven overhoop trok. Wanneer Tomas twaalf jaar later een roman publiceert waarin het incident een rol speelt, zoekt Christopher hem op. Door de confrontatie worden de wonden eindelijk geheeld, het gat gevuld.

Every Thing Will Be Fine

Mannelijke identiteitscrisis
Every Thing Will Be Fine is een film over absentie: Kate was er niet voor haar zoontjes, ze was verdwenen in het boek dat ze zat te lezen. De mannelijke hoofdpersonen, Tomas en Christopher, missen een emotionele basis, een fundament onder hun bestaan. De vrouwelijke personages daarentegen, Kate en Sara, zijn zeker van hun zaak. Zo is de film te ‘lezen’ als een eigentijdse zedenschets met een emancipatoire ondertoon, een politiek correct commentaar op de mannelijke identiteitscrisis. Feit is dat het draaiboek werd geschreven door de Noor Bjørn Olaf Johannessen; in zijn script van Nowhere Man (2008) staat eveneens een twijfelende man centraal.

Het tempo van Every Thing Will Be Fine is traag, onthecht bijna. Het suggereert een diepgang die nimmer manifest wordt en zo is de film zelf de uitdrukking van zijn hoofdthema, afwezigheid. Er valt op Wenders’ werk nauwelijks iets aan te merken: de fotografie is fraai, de acteurs competent, het thema verantwoord. En toch is het lastig om gevoelsmatig contact te maken met het verhaal, alsof het allemaal te afstandelijk, te netjes, te verantwoord is. Wenders’ laatste fictiefilm, Palermo Shooting (2008), had een mediterraanse esprit. Deze film staat daar haaks op. De Scandinavische kilheid slaat naar binnen en laat, helaas, de kijker koud achter.

14 juli 2015

 

MEER RECENSIES