Every Thing Will Be Fine

**

recensie  Every Thing Will Be Fine

Gevoelstemperatuur onder nul

door Alfred Bos

De nieuwe film van Wim Wenders is een studie in afwezigheid. James Franco speelt een romanschrijver die buiten zijn schuld een kind doodrijdt. Al duurt het jaren, er komt verlossing.

Wim Wenders, de man van Paris, Texas en de Buena Vista Social Club-documentaire, is het slag regisseur dat vooral aandacht besteedt aan personages en sfeer, minder aan verhaal en intrige. Zijn laatste werkstuk is een goed voorbeeld van die aanpak. In Every Thing Will Be Fine moet een opkomende schrijver, gespeeld door James Franco, zijn intellect in balans brengen met zijn gevoel. Hoewel uiterlijk succesvol, schrijnt zijn ziel. Hij heeft buiten zijn schuld een kind doodgereden. Hij is een instrument van het lot en dat knaagt.

Recensie Every Thing Will Be Fine

James Franco als karakteracteur, wie had dat durven dromen. Hij komt er heel aardig mee weg, mede omdat zijn personage, auteur Tomas Eldan, vooral in diens hoofd leeft en nauwelijks emotioneel contact lijkt te maken met zijn omgeving. Zijn vriendin, Sara (Rachel McAdams), kan met zo’n afwezige man niet leven en verlaat hem. Wanneer ze elkaar jaren later tegenkomen – zij getrouwd en moeder, hij successchrijver en stiefpa – beseft Tomas nauwelijks wat hij bij Sara verkeerd heeft gedaan. Hij is meer geest dan mens.

Confrontatie
Zijn tegendeel is Kate (Charlotte Gainsbourg), de moeder van het verongelukte jongetje. Ze is een alleenstaande ouder, eveneens een geabsorbeerde creatieveling, een illustrator, die op het platteland van Quebec, Canada in haar eigen wereld opgaat. Anders dan Tomas accepteert ze haar rol in het drama. Kate koestert geen wrok tegen de man die haar jongste kind doodreed en helpt hem het trauma te verwerken. Ze is nuchter en aards, ziet schoonheid in de dagelijkse dingen, de natuur en de seizoenen.

Kate’s oudste zoon, Christopher (Robert Maylor), was getuige van het noodlottige ongeval en is in zekere zin het spiegelbeeld van Tomas, broeierig en bezeten. Hij groeit zonder broer op tot een getroebleerde tiener die geobsedeerd is door de man die zijn leven overhoop trok. Wanneer Tomas twaalf jaar later een roman publiceert waarin het incident een rol speelt, zoekt Christopher hem op. Door de confrontatie worden de wonden eindelijk geheeld, het gat gevuld.

Every Thing Will Be Fine

Mannelijke identiteitscrisis
Every Thing Will Be Fine is een film over absentie: Kate was er niet voor haar zoontjes, ze was verdwenen in het boek dat ze zat te lezen. De mannelijke hoofdpersonen, Tomas en Christopher, missen een emotionele basis, een fundament onder hun bestaan. De vrouwelijke personages daarentegen, Kate en Sara, zijn zeker van hun zaak. Zo is de film te ‘lezen’ als een eigentijdse zedenschets met een emancipatoire ondertoon, een politiek correct commentaar op de mannelijke identiteitscrisis. Feit is dat het draaiboek werd geschreven door de Noor Bjørn Olaf Johannessen; in zijn script van Nowhere Man (2008) staat eveneens een twijfelende man centraal.

Het tempo van Every Thing Will Be Fine is traag, onthecht bijna. Het suggereert een diepgang die nimmer manifest wordt en zo is de film zelf de uitdrukking van zijn hoofdthema, afwezigheid. Er valt op Wenders’ werk nauwelijks iets aan te merken: de fotografie is fraai, de acteurs competent, het thema verantwoord. En toch is het lastig om gevoelsmatig contact te maken met het verhaal, alsof het allemaal te afstandelijk, te netjes, te verantwoord is. Wenders’ laatste fictiefilm, Palermo Shooting (2008), had een mediterraanse esprit. Deze film staat daar haaks op. De Scandinavische kilheid slaat naar binnen en laat, helaas, de kijker koud achter.

14 juli 2015

 

MEER RECENSIES

 

Ex Machina

****

recensie  Ex Machina

Hoogstaand staaltje kunstmatige menselijkheid

door Suzan Groothuis

De scenarist van The Beach en 28 Days Later komt met een overtuigend speelfilmdebuut, waarin de vraag centraal staat of kunstmatige intelligentie zich nog laat onderscheiden van de menselijke. Maar vooral: wie manipuleert nu wie?

De jonge, gedreven Caleb (Domhnall Gleeson, recent nog te zien in Frank) kan zijn geluk niet op wanneer hij een door zijn internetbedrijf Bluebook uitgeschreven wedstrijd wint. De prijs? Een week lang doorbrengen in het verafgelegen en futuristische onderkomen bij de oprichter en eigenaar van Bluebook.

Recensie Ex Machina

De aankomst oogt als een Jurassic Park-achtige exclusiviteit: een afgelegen locatie te midden van grootse en prachtige natuur, alleen met helikopter te bereiken. Wanneer Caleb bij de kille, minimalistische woning arriveert, blijkt de afgelegen locatie geïntegreerd te zijn met de nieuwste technologie. Amper aangekomen bij de ingang wordt een digitale scan van Caleb gemaakt, waarmee hij via een pasje toegang krijgt tot het complex.

Sessies met een robot
Dan volgt de onconventionele ontmoeting met Bluebook-eigenaar Nathan (Oscar Isaac: Inside Llewyn Davis), die na een nachtje doorzakken een work-out nodig heeft om weer bij zinnen te komen. Terwijl de twee aan een biertje zitten wordt duidelijk wat het doel is van Calebs komst: in dagelijkse interviewsessies met Nathans zelfgebouwde robot Ava moet hij achterhalen of haar kunstmatige intelligentie zich nog laat onderscheiden van de menselijke. Geen makkelijke opgave, want Nathan heeft zijn robot buiten de nieuwste technologische snufjes een beeldschoon uiterlijk mee gegeven.

Vanaf het moment van de sessies neemt de spanning toe en ontstaat er een psychologisch steekspel tussen Caleb, Nathan en Ava. Ava blijkt over een menselijk karakter te beschikken, wat Caleb al snel in verwarring brengt. Simpelweg vragen op haar afvuren werkt niet, want Ava vraagt een wederdienst: Caleb moet ook over zichzelf vertellen. Hoe kan je anders een band krijgen? Ondertussen slaat Nathan de sessies, die af en toe ruw onderbroken worden door stroomstoringen, via een camera gade. Tijdens die storingen komen Ava en Caleb het dichtst tot elkaar en waarschuwt zij hem voor Nathans duistere bedoelingen. Waarmee zij – bewust of onbewust – een wig drijft tussen de twee.

Recensie Ex Machina

Verontrustend toekomstbeeld
Ex Machina is een knappe futuristische thriller die op alle fronten scoort. De kille, minimalistische art-direction, spitsvondige dialogen en de spanning rondom het vraagstuk kunstmatige intelligentie versus menselijke emotie en denken, leveren een film die de kijker van meet af aan geboeid weet te houden. Robot Ava (de Zweedse actrice Alicia Vikander) is daarbij prachtig en overtuigend vormgegeven: een mix van menselijke schoonheid en kwetsbaarheid én technologie. Terwijl de sessies vorderen neemt haar wens “mens” te zijn toe en is zij, gehuld in kleding en met pruik op, haast niet meer van echt te onderscheiden.

In Spike Jonze’s veelgeprezen Her zien we een toekomstbeeld van operating systems met een menselijk karakter. Hoewel onzichtbaar, is Scarlett Johanssons stem en voorgeprogrammeerde karakter voldoende om Joaquin Phoenix van zijn stuk te brengen. In Ex Machina gaat regisseur Alex Garland nog een stapje verder: zijn Ava is dermate geëvolueerd dat mens en robot niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Als kijker word je voortdurend op het verkeerde been gezet, want wie manipuleert nu wie? Het levert een spanningsvol en intrigerend schouwspel op en een knap, maar ook verontrustend kijkje in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie.

Garland, die zijn sporen al verdiende als scenarioschrijver van 28 Days Later en Sunshine (films die eveneens een duistere toekomst belichten, maar dan met zombies en ruimte) balanceert met zijn Ex Machina perfect tussen vermaak, spanning en een dieperliggende boodschap. Robots, we moeten ze maar niet te menselijk maken.

27 april 2015

 

 

MEER RECENSIES

 

Expendables 3, The

***

recensie  The Expendables 3

Cartooneske actiekolder

door Alfred Bos 

Deel drie van de door Sylvester Stallone bedachte actiefranchise, waarin de freelancende spierbundels op leeftijd gezelschap krijgen van een clubje hi-tech savvy jonkies. En Antonio Banderas het element humor naar voren brengt.  

In de jaren tachtig waren het helden, maar in een cultuur van metromannen en travestueuze songfestivalwinnaars hebben ze het moeilijk. Of ze nu Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone of Dolph Lundgren heten, de tijd van de pratende spierbundels is voorbij. Ze stammen uit een periode waarin de wereld overzichtelijk en de schurk een evidente slechterik was. De boef van nu echter is het type Joker uit de recente Batman-films: niet alleen amoreel, maar vooral ondoorgrondelijk. 

Recensie The Expendables 3

Wat dat betreft appelleert de Expendables-franchise, die de generatie actiehelden van dertig jaar terug een welbestede oude dag biedt, aan het verlangen naar een eenvoudiger wereld waarin goed heel goed en slecht heel slecht was. Zo is de boef van aflevering drie niet de schimmige schurkenmagnaat die hij aanvankelijk lijkt, maar de gebrouilleerde ex-collega van opper-Expendable Barney Ross, de rol die Sylvester Stallone zichzelf bij het concipiëren van de franchise heeft toebedacht. Hij regisseerde tevens de eerste film in de reeks, uit 2010, en schreef mee aan het script van deel drie.  

Gibson glanst als schurk
Internationaal handelaar in illegaal wapentuig Conrad Stonebanks (Mel Gibson) is een goeddoener die op een kwade dag slechtdoener is geworden. Zijn motivatie is niet zijn handeltje beschermen tegen de bemoeienis van de CIA, vertegenwoordigd door een voormalige vechtjas (Harrison Ford), maar gewezen collega Ross en diens clubje freelancende mannetjesputters uit te roeien. Oei oei, houd je prioriteiten op een rijtje, Conrad, want als het persoonlijk wordt ga je fouten maken. Hetgeen gebeurt.  

Gibson is de afgelopen jaren op het filmdoek verschenen in glanzende schurkenrollen (Get The Gringo, Machete Kills) waarin zijn maniakale trekjes naturel aandoen. Hij is dus geknipt als de antagonist van Stallone’s diepgevroren cool-na-uiterste-houdbaarheidsdatum, compleet met verse tattoos. Diens rechterhand Lee Christmas (Jason Statham) is altijd goed voor een snedige riposte, maar moet ditmaal een stapje terug doen. Er wordt een blik jonkies opengetrokken omdat opa het niet langer vertrouwt: ‘We zijn de toekomst niet meer’.  

recensie The Expendables 3

Realtime  parallelmontage
De enerverende openingsscène pompt genoeg adrenaline in de toeschouwer om hem de twee uur van deze film op alarmniveau te houden. Wat nodig is, want tussen de daverende binnenkomer en het niet minder daverende slot – 25 minuten met realtime  parallelmontage waar in een verlaten industriecomplex een minioorlog wordt uitgevochten – slepen (te) veel overbodige scènes. Overbodig, omdat de Australische regisseur Patrick Hughes, die een paar jaar terug low budget debuteerde met de verdienstelijke eigentijdse western Red Hill, nauwelijks de kans krijgt de reeks cartoonkarakters een millimeter diepte mee te geven en we dus van cliché naar cliché waggelen.  

De remedie tegen (te) veel verloren tijd aan het zoeken van jeugdige Expendables is het altijd effectieve wapen van de humor, hier vertegenwoordigd door de absurd gedreven vrijwilliger Galgo (Antonio Banderas). Hij brengt iets van balans, waar de aanwezigheid van een andere nieuwkomer, de Doctor Death (Wesley Snipes) om wie de explosieve proloog handelt, slechts meer van hetzelfde biedt. Over de enige vrouwelijke Expendable, Luna, gespeeld door de op het filmdoek debuterende Mixed Martial Arts-ster Ronda Rousey, is het beter uit piëteit te zwijgen. Go  oudjes, go.

 

9 augustus 2014

 

 

MEER RECENSIES

 

Enemy

***

recensie  Enemy

Jezelf lastigvallen met vervelende vragen

door Bob van der Sterre 

Het is een duister bestaan, dat van de dubbelgangers. Er is geen codex voor hoe je je gedragen moet. Ga je de hand schudden van je dubbelganger? Of ga je naar het andere eind van de wereld om hem te mijden? 

Adam is leraar Geschiedenis op een universiteit. Niet bepaald een vrolijke Frans. Een collega denkt hem te helpen door te vertellen over een komedie waarvan hij misschien zal opfleuren. Het dvd’tje is niet wat hij ervan verwachtte maar dan valt Adam ineens iets op. Hij zet het beeld op pauze. Een bagagesjouwer. Is dat…? Een seconde is voldoende voor realisatie: maar dat ben ik !

Recensie Enemy

Verwarring
Hij valt ten prooi aan verwarring. Moet hij de acteur, een man genaamd Anthony, lastigvallen? Maar met wat? De wetenschap maakt hem benauwd. Toch is de nieuwsgierigheid sterker. Hij vindt uit waar de acteur woont, kan zich niet inhouden en belt op. Maar hoe zou je zelf reageren als iemand aan de lijn zegt dat hij sprekend op je lijkt? Toch ook de hoorn erop gooien?

Hij belt nog eens en dan gaat de vriendin van de acteur poolshoogte nemen. Dankzij zoekmachines vindt ze Adams werkadres. Ze bezoekt hem, gaat naast hem op een bankje zitten. Ja, het is hem, haar vriend, onmiskenbaar, en toch ook weer niet. Ze is verbijsterd.

De rare situatie lijkt dood te bloeden totdat Anthony Adam toch opbelt en ze een merkwaardige ontmoeting hebben in een hotel. Vervolgens gaat het snel: de twee belanden in elkaars levens, en niemand weet meer wie wie is. En wat als je eigen vriendin je dubbelganger niet uit elkaar kan houden? Kun je die verleiding als dubbelganger weerstaan?

Smaak in setting
Het verhaal van Enemy beloopt bekend terrein, maar de kwaliteit ligt elders. De film van Denis Villeneuve (Prisoners, Incendies) heeft vooral smaak in setting. Het is wat morsig, ranzig, zonder in clichés te vervallen. Jake Gyllenhaal kan daar wel wat mee. Hij laat de twee karakters geloofwaardig een eigen leven leiden. De dubbelrol Adam/Anthony doet denken aan Sam Rockwells rollen in Moon (2009).

Enemy

Bovendien waait er in de film aldoor een aangename bries van mysterie. Hoe zit het met de moederrol? Het vreemde, mysterieuze begin, en natuurlijk het einde. De cast tekende een contract waarin werd afgesproken dat ze niets mochten uitleggen.

De film is gebaseerd op het boek van de Portugese schrijver José Saramago, O homem duplicado. In het boek heten de karakters Tertuliano Máximo Afonso en António Claro. Je proeft ook wel wat Latijns temperament in de film. Het is interessant om je af te vragen hoe de film zou zijn geworden in de handen van een Spaanse regisseur. In het thematisch verwante Intacto (2001) is meer snelheid, meer drama, meer mysterie. Karakters denken instinctmatiger en de filmstijl neemt dat naadloos over. Dat ontbreekt in Enemy, waardoor je een nogal afstandelijke, koele blik op de personages krijgt.

Goede spanning
Niettemin verbaast Enemy omdat de film zo foutloos is. Het sterke is dat je meteen in de film zit. Hoe zelden maak je dat nog mee met moderne films? Er is geen tel aan verveling, geen moment dat je je ergert aan een mal script of arthouse-clichés. Gewoon goede spanning.

Maar buitengewoon  presteren, nee, dat gebeurt ook niet. Je mist daarvoor net iets te veel onvoorspelbaarheid, of de absurde schrijvershersenen van iemand als Charlie Kaufman, die het verhaal van deze film vermoedelijk alleen maar als beginnetje zou hebben beschouwd.

 

26 mei 2014

 

MEER RECENSIES

Ender’s Game

***

recensie  Ender’s Game

Ultiem leiderschap

door Karina Meerman 

Hoogbegaafde kinderen worden spelenderwijs klaargestoomd voor het ultieme leiderschap in een buitenaardse oorlog.  

Jonge hersenen kunnen meer data verwerken dan oude en daarom worden in de toekomst kinderen en tieners opgeleid tot soldaten met behulp van complexe computersimulaties. De vijand is een insectachtig ras (‘kruiperds’), dat aarde aanviel in een oorlog die miljoenen levens kostte. Om herhaling van een dergelijke slachting te voorkomen, selecteert het leger de slimste jongens en meisjes voor Krijgsschool. Ze leren in teams vechten in een omgeving zonder zwaartekracht en hun strategisch en tactisch denken wordt getraind met computerspellen. Spelenderwijs worden ze getraind voor een strijd die de aarde moet redden.

Recensie Ender's Game

Heldere ster
Het is de hoop van Colonel Graff (Harrison Ford) en Major Gwen Anderson (Viola Davis) tussen de groentjes een briljante geest te vinden, die te vormen is tot een commandant die de vijand voor eens en voor altijd vernietigt. Vijftig jaar na de eerste oorlog is de helderste ster de jonge Ender Wiggins (Asa Butterfield). Zijn gewelddadige broer Andrew is uit de opleiding gezet. Zijn invoelende zus Valentine had te veel mededogen. Ender zou wel eens de ideale mix van beide kunnen zijn. Een tweede oorlog nadert en alle hoop is op hem gevestigd. Om zijn potentieel tot volle bloei te laten komen, wordt hij gemanipuleerd en gestuurd. Zijn drang tot winnen wordt gescherpt tot een briljante oorlogsmachine, die de gevolgen van zijn daden niet kan overzien.

Ender’s Game is het prijswinnende boek van homofoob Orson Scott Card die, ondanks zijn uitgesproken persoonlijke overtuigingen, in 1985 een geniale SF-klassieker schreef. Volwassenen zetten hoogbegaafde kinderen in voor hun eigen doeleinden, met weinig aandacht voor de emotionele gevolgen daarvan. Juist de beschrijvingen van die lastige emoties en de persoonlijke groei van Ender Wiggins door vriendschap en leiderschap, maken het boek bijzonder. In de film is daar weinig ruimte voor. Vooral in het eerste deel worden de zo belangrijke vriendschappen weggewuifd en de tergende eenzaamheid van Ender is niet echt af te lezen van het gezicht van Asa Butterfield. Tijd verstrijkt in een onduidelijk tempo en kleine voorvallen leiden soms onbegrijpelijk tot grootse inzichten.

Weinig poppetjes
Pas wanneer Ender oog in oog komt te staan met Ben Kingsley krijgt de film meer diepte en drama. Wie het boek kent, weet wat er speelt lang voor Ender dit ontdekt en dat creëert compassie voor de jongen. Niet dat kennis van het boek nodig is om van de film te genieten. Het geheel is visueel aantrekkelijk en Butterfield een plezier om naar te kijken. Regisseur Gavin Hood heeft groots uitgepakt met computer gegeneerde ruimteschepen en zwermende vijanden. Toch heeft vooral het eerste deel een leegte. Letterlijk, omdat er in die enorme ruimteschepen wel heel weinig poppetjes rondlopen, maar ook figuurlijk. Er is een emotionele leegte in de interactie tussen de handvol personages die er toe doen.

Recensie Ender's Game

Het kan niet eenvoudig zijn geweest voor Hood om trouw te blijven aan het boek (dat jaren overbrugt) en een onderhoudende film af te leveren die een breed publiek aanspreekt. Al met al zwabbert Ender’s Game tussen actiefilm en psychologisch drama, terwijl het met een snufje meer diepgang beide had kunnen zijn.

20 januari 2014

 

MEER RECENSIES

Elysium

***

recensie  Elysium

Het Eden van het roofkapitalisme

door Alfred Bos 

Op papier is Elysium de sciencefictionklapper van dit seizoen. Maar na zijn fantastische debuut, District 9, hadden we van Neill Blomkamp meer verwacht dan een generieke genrefilm. Al ziet die er wel geweldig uit. 

Op voorhand leek Elysium de meest interessante film van een zomerprogramma vol sciencefictionspektakel. Regisseur Neill Blomkamp verraste in 2009 met District 9, een van de beste SF-films van het afgelopen decennium. Dat was een overrompelende cocktail van actie, maatschappijkritiek en humor – vergelijkbaar met de SF-films van Paul Verhoeven – en een nauwelijks vehulde satire van het politieke systeem van Blomkamps geboorteland Zuid-Afrika. Zulke sterke debuten zie je niet wekelijks. 

Recensie Elysium

In zijn tweede feature film begeeft Blomkamp zich wederom in het sciencefictiongenre en opnieuw is het een metafoor voor de manco’s van onze eigen wereld. Het is 2154, de aarde is overbevolkt en zwaar vervuild; het Spaanstalige Los Angeles is èèn grote krottenwijk waar de verpauperde massa huist. De één procent rijken geniet exorbitante privileges op de kunstmaan Elysium, het Eden van het roofkapitalisme: een lappendeken van villa’s en gelandschapte tuinen, waar iedere grasspriet op zijn plek staat en alle bewoners perfect van lijf en leden zijn. Daar waakt minister Delacourt (Jody Foster) over de veiligheid. 

Uiteengereten vechtrobot
Na de blonde pruik van Behind The Candelabra acteert Matt Damon ditmaal met kale knar. Hij speelt Max, een getatoueerde fabrieksarbeider die door het fascistoïde systeem in een onmogelijke positie wordt geplaatst. Hij ontpopt zich als een Messias tegen wil en dank die de macht op de knieën krijgt en de superieure gezondheidszorg van Elysium toegankelijk maakt voor de vertrapten op aarde. Sharlto Copley, die in District 9 de rol van de protagonist speelde, vertolkt ditmaal de slechterik: een geheim agent met grootheidswaanzin. 

Elysium overtuigt het meest in de verbeelding van een uitgewoonde planeet, denk Gazastrook maal honderd. Ook Blomkamps evocatie van het totalitaire kapitalisme, met robotpolitie en een kunstmatige intelligentie als rechter, is raak getroffen. En net als District 9 blinkt ook Elysium uit in krankzinnig wapentuig, wat de schietscènes extra adrenaline geeft. Visueel indrukwekkend is het beeld van een vechtrobot die in slo-mo uiteen wordt gereten. 

Elysium

Generiek en humorloos
Toch laat Elysium geen bevredigend gevoel achter. Waar Blomkamp alles klaar zet voor een superieure SF-film, drukt hij als het erop aan komt niet door, maar valt terug op generieke verhaallijnen en uitgekauwde personages. Alsof het omvangrijke budget (naar verluidt honderd miljoen dollar) hem intimideerde en heeft doen kiezen voor de veilige weg. Het eerste uur overtuigt het meest, als de plot wordt opgezet. Maar zodra Max’s jeugdvriendin Frey (Alice Braga) en haar doodzieke dochtertje Matilde zich bij het verhaal voegen, is het gedaan met de geloofwaardigheid. 

Het gaat snel van kwaad tot erger en mondt uit in een feelgood finale die het glazuur van je gebit slaat. Waar is de satire van District 9  gebleven? Waarom is Elysium zo humorloos? Zo voorspelbaar? Het ligt niet aan Damon, die zich een solide actieheld-met-hart betoont. Het ligt ook niet aan de art directors, want die hebben een overtuigende toekomstwereld neergezet. Het ligt aan het script, ook van Neill Blomkamp. Goed, maar niet goed genoeg.

 

12 augustus 2013

 

 

MEER RECENSIES

 

End of Watch

***

recensie  End of Watch

Eerbetoon aan politie in pakkend drama

door Cor Oliemeulen

In zogenaamde buddy cop films  zie je meestal een tegenstelling tussen de twee hoofdrolspelers. In End of Watch, dat zich laat kijken als semi-documentaire, draait alles om collegialiteit, motivatie en opoffering.

‘Ik ben de politie. Ik kom je arresteren, want je hebt de wet overtreden. Als je wegrent, achtervolg ik je. Als je met me vecht, dan vecht ik terug. Als je op me schiet, dan schiet ik terug. Ik ben je noodlot met een badge en een pistool. Maar achter mijn badge zit een hart, net als dat van jou. Achter mij staan duizenden broers en zussen die hetzelfde zijn als ik. Zij beschermen mij, zoals ik hen bescherm. Samen beschermen we de prooi tegen de roofdieren, de goeden tegen de kwaden. Wij zijn de politie.’

End of Watch

Routineklussen en gruwelijke strafbare feiten
De monoloog van agent Brian Taylor (Jake Gyllenhaal) zou zomaar uit een promotiefilm van de politie kunnen komen. Met zijn maatje Mike Zavala (Michael Peña) patrouilleert hij in een minder aantrekkelijk deel van Los Angeles. Tijdens een routineklus vinden ze geld en wapens die blijken te behoren tot leden van een berucht drugskartel. Aanvankelijk leidt dit niet tot enige paniek, maar later zal een verschrikkelijke confrontatie volgen. Tot die tijd houdt het duo zich bezig met het opsporen van, soms onvoorstelbaar gruwelijke, strafbare feiten en zijn ze zelfs niet te beroerd om kinderen uit een brandend huis te redden.

Achtervolgingen en schietpartijen zijn opgenomen met een surveillancecamera vanuit de politiewagen. Er zijn shots vanuit alle hoeken en gaten, maar ook van de videocamera van Taylor zelf. Tot ergernis van zijn superieuren heeft hij het apparaat namelijk altijd in de aanslag. Hij wil het dagelijkse leven als politieagent vastleggen. Of dat nu tijdens arrestaties, het invullen van papierwerk, in de kleedkamer of privé is. Net als in The Blair Witch Project (1999) en Cloverfield (2008) is het idee van een schokkerige cameravoering functioneel. Hoewel soms een tikkeltje overdreven, zet deze documentaireachtige aanpak je regelmatig op het puntje van je stoel.

End of Watch

Geloofwaardig
De boeven in LA South Central zijn wel wat stereotiep. Het zijn in het bijzonder Afro-Amerikanen en Spaanstaligen die zich bezighouden met drugshandel en overdadig gebruik van wapentuig. Vroeger kennelijk veel gespijbeld, want ze kennen alleen maar de krachtterm ‘fucking’ als bijvoeglijk naamwoord. Realistischer is de communicatie tussen Taylor en Zavala. Ze ogen volstrekt geloofwaardig als integere en gemotiveerde politieagenten, die het ook buiten het werk goed met elkaar kunnen vinden. Dat maakt End of Watch niet alleen een mooi eerbetoon aan de politie, maar bovenal een pakkend en soms bloedstollend filmdrama.

 

13 oktober 2012

 

MEER RECENSIES

 

Essential Killing

***

recensie  Essential Killing 

Doden om te overleven

door Cor Oliemeulen

Van sommige films word je niet vrolijk. In Essential Killing zit nauwelijks tekst en is er slechts elke vijf minuten actie. Toch sleept het trieste relaas je mee.

De Poolse regisseur Jerzy Skolimowski brak door in het alternatieve circuit met Deep End (1970) waarin een 15-jarige jongen geobsedeerd raakt door een volwassen vrouw. Hierna volgde een tiental films met een vooral controversiële benadering en zonderlinge figuren. Essential Killing – zijn tweede film pas in twintig jaar – is in die zin geen uitzondering. Wel nieuw is de vertelling zonder enige opsmuk en met slechts één essentieel thema: de strijd om te overleven.

Essential Killing

Achtervolging in de sneeuw
Overleven is al vanaf de eerste minuten het doel. Mohammed (we zien pas op de aftiteling zijn naam) wordt ergens in de woestijn (Afghanistan?) geconfronteerd met drie Amerikaanse soldaten. Nadat hij uit zelfbescherming zijn tegenstanders met een verwoestend schot doodt, begint de achtervolging. Hij wordt gepakt en gemarteld. Tijdens een transport weet hij te ontsnappen. Aanbeland in een ijskoude, besneeuwde omgeving (Polen?) wordt hij opgejaagd door een helikopter en militairen met speurhonden. Hij is zijn belagers steeds te slim af.

Vincent Gallo (net als Jerzy Skolimowksi regisseur, acteur, schilder en excentriekeling) vertolkt zeer geloofwaardig de zwijgende, bebaarde protagonist in dit overlevingsdrama. De spanning van het eerste kwartier slaat om in een trage exercitie van minimalistische beeldpoëzie. De uitzichtloosheid van Mohammed werkt confronterend. Je krijgt zowaar wat sympathie voor de vluchter en lijdt mee in zijn worsteling. De terrorist (?) krijgt gestalte als mens die geen andere optie ziet als doden om zelf te kunnen overleven; Essential Killing.

Mieren, boomschors en moedermelk
Zijn perikelen zijn vele malen heftiger dan die van bijvoorbeeld Harrison Ford als de onterecht van moord beschuldigde dokter in The Fugitive (1993). Of als die van Robert Shaw en Malcolm McDowell als gevangenen die continu worden opgejaagd door een helikopter in het verwante Figures in a Landscape (1970). Mohammed verwondt zich lelijk in een berenval, moet met één schoen verder door de barre wildernis, valt in ijswater, vecht met een cirkelzagende houthakker, steekt een agressieve hond dood en kotst bloed.

Essential Killing

Hij eet mieren, boomschors en mogelijk giftige bessen. De meeste moeite nog heeft hij met het zich toe-eigenen van melk van een zogende vrouw. In Les Valseuses (1974) deden schavuiten Gérard Depardieu en Patrick Dewaere dit uit balorigheid, Mohammed om geen hongersnood te sterven. Steeds verder strompelt hij in een spiraal van uitzichtloosheid en wanhoop, versterkt door indringende geluiden en schokkerige camerabeelden. In flashbacks zien we flitsen van Allah, boerka’s en een krant met 9/11, maar echte referenties aan historische feiten zijn er niet.

Fout moment, foute plaats?
Mohammed is dus niet per se een Talib. Hij kan net zo goed iemand zijn op het foute moment op de foute plaats. Skolimowksi beweert dat hij films puur voor zichzelf maakt. En inderdaad is Essential Killing gespeend van elke vorm van commercie. De volstrekt ongeromantiseerde strijd van het individu in een vijandige omgeving doet een klemmend beroep op het uithoudingsvermogen van zowel Mohammed als van de kijker. Maar fascinerende cinema is het wel.

 

8 september 2011

 

MEER RECENSIES