Leaning into the Wind

***

recensie Leaning into the Wind

Land Art voor beginners

door Bob van der Sterre

Leaning into the Wind. Het is dit keer niet het spreekwoordelijke dansende plastic tasje in de wind, maar een heuse kunstenaar die in de wind balanceert. De Schot Andy Goldsworthy maakt kunst van natuur en vindt zichzelf er onlosmakelijk onderdeel van. We zien dat in deze interessante, maar ook wat tamme documentaire.

Land Art is een lastig kunstgenre voor snelle kunstconsumenten. Geen fijn genre voor de New Yorkse galeriewereld. Het zou er niet eens in passen, al die bomen en rotsen. Andy Goldsworthy is een van de bekendste vertegenwoordigers van de stroming. Sinds de jaren zeventig maakt hij kunst van wat natuur hem biedt en vaak met behulp van materialen uit de natuur. Stenen, bomen, klei, blaadjes. Bekend zijn bijvoorbeeld zijn bogen.

Klasse apart
Land Art is net zo divers als de gewone kunst. Mensen als Richard Long, Michael Heizer en James Turrell (zie in Den Haag zijn Hemels Gewelf) vullen het weer anders in dan Goldsworthy. Toch is Goldsworthy een klasse apart in het genre. Vandaar deze tweede film over hem. Thomas Riedelsheimer, die deze film regisseerde, maakte in 2001 ook al Rivers and Tides over Goldsworthy. Leaning into the Wind kun je zien als de opvolger. Maar slechts losjes. De film verwijst niet naar zijn voorganger. We observeren hoe de kunstenaar anno nu werkt, hoe hij horizontaal door wilgenstruiken heen kruipt, in een boom klimt, stenen stapelt, nadenkt.

De documentaire leert ons dat Goldsworthy het heerlijke leven leidt van een man die elke dag lekker kan prutsen in en met de natuur. Of het nu Gabon, Schotland of Zuid-Frankrijk is, elk landschap biedt wel wat om mee te spelen. “Ik heb dit niet geleerd op de kunstacademie, maar op de boerderij.”

Wat opvalt is hoe intens en oneindig de relatie tussen de kunstenaar en de wereld om hem heen is. De documentaire fascineert vooral omdat je erbij bent, hoe ideeën komen en gaan in het hoofd van Goldsworthy. Een soort improv-optreden van een speelse geest. Hoe hij een hand van klei onder een waterval schoon spoelt. Met een straal zonlicht en zand een installatie maakt in een hutje. Een boom heen en weer wiegt en de stof sierlijk laat wegwaaien. Klaprozen spugen? Check!

Als het regent op straat gaan liggen
Ook een van Goldsworthy’s pleziertjes: als het regent op de straat gaan liggen en dan een droge plek achterlaten. Hij beseft dat veel van zijn werken vergaan (het merendeel is er zelfs maar eventjes) maar ook dat veel van zijn werken hem zullen overleven, tot misschien wel een verre toekomst. Een voordeel van een kunstenaar die niet op kwetsbaar canvas werkt. Toekomstige archeologen kunnen zich er dan straks hun kop over breken: “Deze stenen in de vorm van een graf moeten wel een religieuze betekenis hebben gehad.”

Leaning into the Wind

Uit de documentaire blijkt hij een nuchtere, vriendelijke vent, die je in het bos voor een enthousiaste hobbyist met teveel vrije tijd zou aanzien. Imponerende gedachtegangen over kunst hoef je niet te verwachten bij hem. Het woord kunst komt volgens mij in de docu niet eens voor.

Stap even opzij
Toch, zo recht-door-zee als zijn kunst is, soms zijn opmerkingen over kunst wel treffend. Zoals wanneer je ‘het’ voelt als kunstenaar: “Sommige momenten zijn helder, daarna is het weer onduidelijk.” Of deze, die ook niet vreemd had geklonken als uitleg van kunst door een zevenjarige: “Stap opzij van de normale manier van kijken naar dingen.”

De documentaire is net als zijn voorganger mooi en rustgevend – een soort vorm van Slow Cinema. Een type prettig wegkijkende documentaire zoals je wel vaker ziet in het kunstgenre. Maar ook tam en ongevaarlijk. Het is en blijft ook een lastig dilemma: staat de kunstenaar die je portretteert voorop, of is de film die je zelf maakt het kunstwerk? Observeren is het meest gepast in deze situatie maar je handen jeuken toch ook om zelf iets vernieuwends en eigenzinnigs te maken? Riedelsheimer komt er niet helemaal uit, maar het zal de fans van Goldsworthy niet tegenhouden om deze film stuk te kijken.
 

8 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Living the Light

***

recensie Living the Light

Altijd onderweg uit liefde voor licht

door Rob Comans

De cinematografie van director of photography Robby Müller was van invloed op films, filmmakers en cameramensen. Regisseur Claire Pijman brengt in Living the Light – Robby Müller een ode aan de even gedreven als bescheiden vakman, en geeft een zeldzaam inkijkje in zijn persoonlijke leven.

De Nederlandse cameraman Robby Müller was letterlijk beeldbepalend voor een generatie van cineasten, collega-cameralieden en filmliefhebbers. De in juli van dit jaar overleden director of photography werkte in zijn ruim veertigjarige loopbaan (soms meermaals) samen met regisseurs zoals Wim Wenders, Jim Jarmusch, Lars von Trier, William Friedkin, Alex Cox en Steve McQueen. De films waar Müller zijn visuele stempel op drukte waren al niet minder indrukwekkend, zoals Der Amerikanische Freund (1977), Paris, Texas (1984), Repo Man (1984), Down by Law (1986), Bis ans Ende der Welt (1991), Dead Man (1995), Breaking the Waves (1996) en Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999).

Living the Light

Regisseur Claire Pijman brengt in haar documentaire Living the Light – Robby Müller een ode aan Müller en zijn visuele nalatenschap, en schetst een intiem portret van de zoon, vader en partner die Robby Müller ook was. Voor het maken van haar film kreeg de regisseur toegang tot Müllers persoonlijke archief en kon beschikken over duizenden Hi8-videodagboeken, persoonlijke beelden, setopnamen, polaroidfoto’s en originele scenario’s die hij gedurende zijn carrière verzamelde. Daaruit ontstaat een beeld van een gedreven man die van zijn naasten hield, maar zijn camera zelden neerlegde en de nomadische levensstijl die bij filmen hoort, omarmde.

Nadruk op beelden
We leren Robby Müller kennen aan de hand van filmfragmenten, persoonlijke interviews, en verhalen en anekdotes van regisseurs, collega’s en familieleden. Eén daarvan is regisseur Jim Jarmusch, die samen met instrumentalist Carter Logan de film van een atmosferische soundtrack voorziet. Daarnaast maakt Pijmans filmisch essay veelvuldig gebruik van door Müller zelf geschoten beelden. Deze keuze ontstond deels uit noodzaak, omdat Müller later in zijn leven zijn spraakvermogen verloor. Door deze nadruk op beelden kent de film soms een hoge mate van abstractie die niet iedereen zal liggen, maar wel duidelijk maakt dat Müller altijd bezig was met zijn werk. In video-opnamen en foto’s legde hij voortdurend bewegingen, lijnen, patronen, en lichtschakeringen vast die zijn filmische visie, kadrering en gebruik van licht inspireerden.

Zijn liefde voor licht leverde Müller vergelijkingen op met schilders als Johannes Vermeer, zijn werk voor Im Lauf der Zeit (1976) werd geïnspireerd door de fotografie van Walker Evans. Het werk van schilder Edward Hopper vormde daarentegen een belangrijke inspiratie voor de visuele stijl van Der Amerikanische Freund (1977).

Living the Light

Bedrieglijke eenvoud
Naast een uitgesproken gevoel voor licht, waren eenvoud en het gevoel dat een beeld moest uitdrukken bepalend voor Müllers manier van werken. Maar deze eenvoud was slechts ogenschijnlijk: tijdens opnamen voor de film Barfly (1987) waren Müller en zijn belichtingsvoorman Frieder Hochheim maar liefst vier uur in de weer om een set uit te lichten. Dit werd zo geraffineerd gedaan dat regisseur Barbet Schroeder zich geërgerd afvroeg wat ze in hemelsnaam al die tijd hadden uitgevoerd.

DoP Agnès Godard roemt Müllers gebruik van een diopter, een lens die hem tijdens het filmen van Paris, Texas (1984) in staat stelde zowel voor- als achtergrond scherp in beeld te krijgen, hetgeen zijn beelden een schilderachtige helderheid gaf. Daarnaast besteedde Müller veel aandacht aan het kleurenpalet van de film dat in soms zonovergoten en uitgebleekte tinten, dan weer heldere, verzadigde kleuren het gevoel van ontworteldheid ving, wat essentieel voor de film is.

Regisseur Wim Wenders vertelt hoe de intensieve, langdurige opnameperiode van Bis ans Ende der Welt (1991) een tijd lang een zware wissel op zijn vriendschap met Müller trok. In de creatieve radiostilte die hiervan het gevolg was werkte Müller onder andere met regisseur Jim Jarmusch aan Dead Man (1995). In 1996 ging Müller met regisseur Lars von Trier in zee. Tijdens het werken aan diens films Breaking the Waves (1996) en het latere Dancer in the Dark (2000) experimenteert Müller met een lossere, 360° filmstijl en digitale technieken.

Naast de vakman eert Claire Pijmans documentaire de mens Robby Müller, en doet dat op een manier die de man zelf tekende: trefzeker, liefdevol en oprecht.
 

 16 september 2018

 
MEER RECENSIES

Love in the Afternoon

Love in the Afternoon heeft de ‘Lubitsch touch’

Het mysterieuze meisje en de rokkenjager

door Nanda Aris

Billy Wilder maakte met Love in the Afternoon in 1957 zijn tweede romantische comedy met Audrey Hepburn. Ze speelt de dochter van een detective. Ze besluit de rokkenjager die neergeschoten zal worden door een jaloerse echtgenoot, te helpen. 

Love in the Afternoon is niet verworden tot een van Wilders bekendste films, maar het is interessant werk om te bekijken, vanwege de invloed van regisseur Ernst Lubitsch.

Love in the Afternoon

Lubitsch
Dat Billy Wilder een fan was van Ernst Lubitsch, was duidelijk. In het kantoor van Wilder hing een bordje met: ‘How would Lubitsch do it?’ Wanneer Wilder – zowel schrijver als regisseur – er niet uitkwam, probeerde hij zich altijd voor te stellen hoe Lubitsch het gedaan zou hebben. De ‘Lubitsch touch’ inspireerde Wilder, waarover later meer.

In 1939 werkten Lubitsch en Wilder samen aan de film Ninotchka; Wilder schreef het scenario, en Lubitsch regisseerde. Een jaar daarvoor maakte Lubitsch de film Bluebeard’s Eighth Wife, die de inspiratie voor Wilder’s Love in the Afternoon vormde. Beide regisseurs waren joods en kwamen oorspronkelijk niet uit Hollywood. Lubitsch was van Duitse komaf, en Wilder van Oostenrijkse, maar woonde een tijd in Berlijn en Parijs, totdat Hitler in 1933 aan de macht kwam, waarna hij vluchtte naar Amerika. In de films van Lubitsch en Wilder zijn vaak Europese invloeden aanwezig.

Parisienne
Zo is Love in the Afternoon gesitueerd in Parijs, en geen betere actrice dan Audrey Hepburn toentertijd om een Parisienne te spelen. Een aantal jaren ervoor speelde Hepburn in de film Sabrina (1954) van Wilder een jonge vrouw die naar Parijs vertrekt, en bij terugkomst een ontwikkelde vrouw is geworden.

Billy WilderHepburn werd geboren in België, haar vader was een Brit en haar moeder Nederlandse. Haar gracieuze verschijning en de kleding die ze droeg, zorgden ervoor dat ze niet alleen een bekend actrice zou worden, maar ook een stijlicoon. Amerika genoot van de stijlvolle, moderne en kosmopolitische Europese sfeer die zowel Lubitsch als later Wilder neer wisten te zetten. Het zijn ook kenmerken die de ‘Lubitsch touch’ typeren: elegantie en stijl. “I’ve been to Paris, France, and I’ve been to Paris, Paramount”, zo zei Lubitsch ooit. “Paris, Paramount, is better.” Paris, Paramount had hij zelf zo’n beetje uitgevonden; het bevestigt de erkenning van zijn rol als culturele vertaler.

Deuren
Love in the Afternoon vertelt het verhaal van detective Claude Chavasse (Maurice Chevalier, ook een bekende in films van Lubitsch), die zijn cliënt vertelt dat hij diens vrouw inderdaad gezien heeft met rokkenjager Frank Flannagan (Gary Cooper, o.a. Bluebeard’s Eighth Wife). Eigenlijk zou Cooper te oud zijn om Hepburns tegenspeler te zijn – hij was 56 – maar Wilder loste dat op door een film noir-schaduw op zijn gezicht te laten vallen.

De bedrogen echtgenoot kookt van woede, besluit zijn vrouw op heterdaad te betrappen en Flannagan neer te schieten. Dat zou moeten gebeuren in de Ritz. Een prachtige locatie, omdat er zowel ín de hotelkamer als op de gang gefilmd kon worden. Die suspense – iets suggereren, iets niet direct vertellen of laten zien; door het tonen of niet tonen van het één het andere suggereren – is nog zo’n kenmerk van de ‘Lubitsch touch’. De hoteldeur is gesloten, de musici die speelden in de kamer, verlaten de kamer, en we zien het beeld van een gesloten deur. We weten dat er achter die deur een stel samen is.

De deur functioneert op meerdere momenten de scheiding van wat zich binnen en buiten afspeelt. Zo ook bij de detective thuis, als scheiding tussen de woonkamer en de slaapkamer. Op die manier hoort Ariane Chavasse (Audrey Hepburn), de dochter van de detective, van de plannen van de bedrogen echtgenoot, en besluit ze mr. Flannagan te helpen. Flannagan is gecharmeerd van de mysterieuze Ariane, en valt voor haar.

Love in the Afternoon

Muziek
De ‘Lubitsch touch’ spitst zich ook toe op het gebruik van muziek. In dit geval spelen de musici die Flannagan laat optreden in zijn kamer oneindig vaak Fascination van Fermo Dante Marchetti (1905) – en als zij het niet spelen, neuriet Ariane het deuntje wel.

In de volgende scène combineert Wilder het element muziek met de laatste te benoemen ‘Lubitsch touch’: humor. We zien Flannagan in zijn hotelkamer waar hij luistert naar de opname die Ariane voor hem heeft gemaakt. Ze bespreekt welke ‘items’ ze allemaal heeft gehad: de bankier uit Brussel, de chauffeur van de bankier, enz. Flannagan drinkt flink door, hij geeft niet graag toe dat de opname hem iets doet. De orkestleden spelen in hetzelfde tempo door en krijgen van Flannagan een tafel met drankglazen toegeschoven. En na het drankgelag sommeert hij de gipsy’s zelfs om mee gaan naar de sauna waar ze vrolijk, maar zwetend, verder musiceren.

Ondanks dat Love in the Afternoon niet Wilders belangrijkste werk is, is het een interessante film. Om de vergelijking met Ernst Lubitsch te kunnen maken, maar zeker ook omdat Audrey Hepburn de show steelt als de jonge charmante, elegante en soms aandoenlijke Ariane.
 

24 juli 2018

 

Kijk hier wanneer deze film nog draait in EYE Amsterdam.

 

MEER BILLY WILDER

Lost Weekend, The

****

recensie The Lost Weekend

Koorddansen over de Niagara-watervallen 

door Cor Oliemeulen

Een talentvolle schrijver in New York dompelt zich vier dagen lang bijna onafgebroken onder in de sterke drank. The Lost Weekend was de allereerste film die de alcoholist niet neerzet als een lollige karikatuur, maar is een serieus portret van iemand die worstelt met zijn verslaving. Dit drama over verloren dromen, verstopte flessen en gebroken beloftes is ruim zeventig jaar later nog uiterst relevant.

Billy Wilder was één van de meest veelzijdige filmmakers van Hollywood. Hij beheerste bijna alle genres en stijlen: film noir (Double Indemnity, 1944 en Sunset Blvd., 1950), drama (Ace in the Hole, 1951), oorlogsfilm (Stalag 17, 1953) en comedy (Some Like It Hot, 1959 en The Apartment, 1960). De ene film is nog klassieker en onvergetelijker dan de ander. The Lost Weekend (1945) verdient om meerdere redenen een bijzondere plaats in Wilders oeuvre. En niet alleen vanwege de Oscars voor beste film, acteur, scenario en regie.

The Lost Weekend

Worsteling
Dat de ervaringen van de alcoholist worden verhaald vanuit het perspectief van de eerste persoon was niet echt nieuw, maar wel bijzonder op momenten dat het lijkt alsof de drank de vertellersrol overneemt. Don Birnam (Ray Milland), de schrijver met een leeg wit vel in zijn typemachine, levert een voortdurende worsteling vol stress, pijn en waan naar de volgende slok in dit verloren weekend dat vier dagen zal duren. In verhelderende, soms hartverscheurende flashbacks zien we hoe het zover is gekomen en dat de toewijding van zijn broer (Phillip Terry) en zijn liefde (Jane Wyman) gedoemd lijkt te mislukken.

De in Wales geboren Ray Milland speelde voorheen vooral lichtvoetige karakters, zoals in Billy Wilders regiedebuut The Major and the Minor (1942). In The Lost Weekend vertolkt hij de rol van alcoholverslaafde grandioos. Don is een arme stumper, maar geen chagrijnige klootzak. Hij mag dan geen letter op papier krijgen, eenmaal in aangeschoten toestand lepelt hij de mooiste teksten op. Zoals tegen de barman van zijn favoriete buurtkroeg die hem graag wil redden van de ondergang, maar onder Don’s druk telkens maar weer bijschenkt.

Billy WilderCompetent
“Het krimpt mijn lever, nietwaar, Nat? Het pakt mijn nieren aan, ja. Maar wat doet het in mijn gedachten? Het gooit de zandzakken overboord zodat de ballon kan stijgen. Plots ben ik boven het gewone. Ik ben competent, uiterst competent. Ik dans koord over de Niagara-watervallen. Ik ben één van de groten. Ik ben Michelangelo, die de baard van Mozes vormt. Ik ben Van Gogh, puur zonlicht schilderend. Ik ben Horowitz, die de Emperor Concerto speelt. Ik ben John Barrymore voordat de films hem bij de keel grepen. Ik ben Jesse James en zijn twee broers – alle drie. Ik ben W.  Shakespeare. En daarginds is het niet langer Third Avenue: het is de Nijl, Nat, de Nijl – en daar naartoe beweegt het schip van Cleopatra.”

Op momenten dat Don Birnam niet beeldend spreekt, maar zich in een naderend delirium bevindt, sleurt de filmmuziek van Miklós Rózsa de kijker verder mee in de malaise. De herhaaldelijk opklinkende elektronische klanken van de theremin laten niemand nog twijfelen aan de verwarde toestand van de alcoholist. De Hongaarse componist had al in hetzelfde jaar in de psychoanalytische setting van Spellbound de theremin in de cinema geïntroduceerd en won vanwege die originaliteit een Oscar – overigens tot ergernis van Alfred Hitchcock die klaagde dat het jankende gejengel zijn regie had dwarsgezeten. Thrillerregisseurs zouden de theremin nog vele jaren inzetten om extra spanning te creëren.

Inlevingsvermogen
The Lost Weekend is gebaseerd op het bekendste boek van de Amerikaanse schrijver Charles Jackson, die het verhaal baseerde op zijn eigen leven. Billy Wilder schreef met Charles Brackett het scenario. Dit duo vormde een van de meeste bejubelde samenwerkingen in de geschiedenis van de cinema; Life Magazine noemde het tandem ooit ‘the happiest couple in Hollywood’. Na veertien filmscenario’s samen – variërend van Ninotchka (1939) tot en met Sunset Blvd. (1950) waarvoor ze opnieuw een Oscar wonnen, gingen ze ieder hun eigen weg.

The Lost Weekend

Wilder en Bracket hadden het voordeel dat filmmaatschappij Paramount het duo relatief veel vrijheid gaf. The Lost Weekend verscheen in een periode dat vooral patriottistische avonturenverhalen en romantische komedies de Amerikaanse bioscopen domineerden. De film kwam echter precies op het juiste moment en werd een onverwacht succes. Zeer waarschijnlijk had dit te maken met het toegenomen inlevingsvermogen, want veel teruggekeerde soldaten van de Tweede Wereldoorlog hadden door lichamelijk en geestelijk letsel een alcoholprobleem ontwikkeld.

Hoewel The Lost Weekend af en toe neigt naar melodrama, maakte Billy Wilder een geloofwaardig en compromisloos portret, hoewel hij de latente homoseksualiteit van schrijver Charles Jackson buiten beschouwing laat. Desalniettemin is het opvallend dat de film zijn weg vond door de censuur, want volgens de toen geldende Hays Code waren films over verslaving taboe. Dat verklaart in ieder geval het Hollywood-einde: een optimistische finale met een prekerige toon. Het neemt niet weg dat alle latere films over verslaving schatplichtig zijn aan deze krachttoer. Zelfs het geniale Le Feu Follet (1963) van de Franse cineast Louis Malle waarin de alcoholist in kwestie wél ten dode is opgeschreven.
 

7 juli 2018

 
Kijk hier waar deze film is te zien! 

 

MEER BILLY WILDER

Lean on Pete

***

recensie Lean on Pete

Galopperend ontsnappen aan armoede

door Yordan Coban

Lean on Pete is de naam van het racepaard wiens vriendschap van grote waarde is voor de vijftienjarige Charley als het leven hem ongezind is. We volgen zijn bittere leven en zijn ontvluchting aan afhankelijkheid.

Geboren in armoede moet Charley vechten voor zijn plekje op de wereld. Daar waar hij eigenlijk buiten zou moeten spelen met leeftijdsgenoten, is een paard zijn enige vriend in de harde grotemensenwereld.

Lean on Pete

Zelfstandig
Charley woont bij zijn vader maar als zijn vader plots niet meer voor hem kan zorgen, staat hij er helemaal alleen voor. Hij gaat op zoek naar zijn tante, met wie hij vroeger een sterke band had. Hij moet niks hebben van jeugdzorg en leunt enkel op Pete voor kracht en genegenheid. Echter kent Pete een onzeker bestaan aangezien hij naar de slachterij gestuurd zal worden als hij zijn race niet wint.

Net als in Chop Shop (2007), waarin een jongen zich stort op het repareren van auto’s, hebben we hier te maken met een krachtig kind-personage dat aan zijn eigen lot is overgelaten. Wat Charley ook op zijn pad krijgt, ze krijgen hem niet klein. Hij zet door. Maar wat Charley ook leert is dat zonder middelen hij soms niet anders kan dan een dubbeltje van de duivel te lenen.

De ethiek van een hongerige dief is een uitvoerig behandelde kwestie in zowel film als literatuur. Zij die ver van armoede af staan kunnen makkelijk oordelen over de mensen die er in vast zitten. Als de neorealistische klassieker The Bicycle Thieves (1948) ons iets geleerd heeft, is het wel dat het makkelijk is om te praten over goed en kwaad als je buik gevuld is.

Charlie Plummer speelt Charley als een erg timide jongen, wat past in deze kalme film. Lean on Pete kent ook intense momenten maar is misschien wel juist het sterkst als hij ingetogen is. Regisseur Andrew Haigh, bekend van 45 Years (2015) en Weekend (2011), geeft zijn film de natuurlijke elan van een meanderende rivier. Als kijker drijf je mee op de rustige stroming van de film, met hier en daar een dramatische stroomversnelling.

Lean on Pete

Armoede
Dit is een film over armoede. Armoede als kwaal wordt vaak te makkelijk aan de verantwoordelijkheid van haar slachtoffers gekoppeld. De film toont ons alcoholistische daklozen die elk misgelopen fortuin aan zichzelf te wijten hebben. Maar hij toont ons ook de situatie van kinderen als Pete die nooit een eerlijke kans gekregen hebben om aan hun armoede te ontsnappen.

Als er in de film één personage is dat zich zonder er zelf van bewust te zijn in beangstigende onzekerheid bevindt, is het Lean on Pete wel. Als hij niet hard genoeg rent, moet hij naar de slacht.

Een maatschappij zonder een fatsoenlijk sociaal vangnet is niet ver verwijderd van een vergelijkbare realiteit. Competitie kan prachtige resultaten teweeg brengen, maar het kan niet de bedoeling zijn dat de verliezers in absolute armoede achterblijven.

Armoede is een neerwaartse spiraal, vaak beginnend met depressie gevolgd door verslaving en isolatie. Niet iedereen is sterk genoeg om zich tegen de greep van armoede te verzetten. Niet iedereen kan hard genoeg rennen.
 

29 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Lady Bird

****

recensie Lady Bird

Gewoon het leven zoals het is

door Nanda Aris

Ontroerend, speels en komisch opgroeiverhaal over een 17-jarig meisje dat botst met haar moeder en haar plaatsje probeert te veroveren in het Californië van 2002. 

‘I wish I could live trough something’, verzucht Christine in de auto met haar moeder. ‘Well, aren’t you?’, vraagt haar moeder lichtelijk geïrriteerd en ze starten te kibbelen – precies zoals een moeder en dochter dat kunnen. De opmerkingen worden venijniger en al snel worden er dingen gezegd die geen van beiden zo vervelend bedoeld heeft te zeggen. Het is een prachtige opening van de film, waarin de moeder-dochterrelatie een belangrijke rol speelt. 

Lady Bird

Debuut
Lady Bird is de solo-debuutfilm van actrice Greta Gerwig (Frances Ha, Maggie’s Plan, 20th Century Women), en dat bleef niet onopgemerkt. Ze kreeg meerdere prijzen en nominaties voor haar schrijven en regisseren van Lady Bird. Ze maakt dankbaar gebruik van een goede cast, zoals hoofdrolspeelster Saoirse Ronan, die in 2008 op 13-jarige leeftijd haar eerste Oscar-nominatie voor haar rol in Atonement (2007) in de wacht sleepte en ook dit jaar kanshebber voor de Academy Award was. Ook Timothée Chalamet, Christine’s geliefde Kyle in Lady Bird, kreeg toen een Oscar-nominatie: voor zijn optreden in Call Me by Your Name.

Sacramento
Het verhaal speelt in 2002, Sacramento, Californië, waar Gerwig zelf opgroeide. De 17-jarige Christine, oftewel Lady Bird, zoals ze zichzelf graag noemt, heeft weinig affiniteit met haar geboortestreek (net als Gerwig vroeger zelf). Liever zou ze richting het oosten gaan – daar waar cultuur is –  naar een stad als New York. Ze besluit zich aan te melden voor studies aldaar, zonder medeweten van haar moeder, maar met haar vaders steun.

Ondertussen gaat het laatste jaar op de christelijke school door, met alle perikelen die daarbij komen kijken. Jongens, vriendschappen, en cijfers maken het voor een 17-jarige niet makkelijk. De film is komisch, zoals wanneer Lady Bird achter de auto van de non op school een bord ‘Married to Jesus’ hangt. Gelukkig kan de non er zelf ook om lachen.

Lady Bird

Arm
Het gezin waarin Lady Bird opgroeit is niet rijk. Haar vader is net zijn baan verloren, haar moeder werkt als verpleegkundige en haar broer werkt samen met zijn vriendin in de supermarkt. Ze wonen ‘aan de verkeerde kant van het spoor’, zoals Lady Bird dat zelf noemt. De favoriete zondagsbesteding van moeder Marion en Lady Bird is het doen alsof ze interesse hebben in dure huizen, en daar rondkijken en wegdromen.

Marion is een mooie rol van Laurie Metcalf. We proeven de liefde die ze voelt voor haar dochter, maar tegelijkertijd wil ze haar ook opvoeden, haar behoeden voor misstappen en daardoor kan ze soms behoorlijk pinnige opmerkingen maken.

Speels
Gerwig’s stijl doet denken aan films als 20th Century Women (waarin ze dus zelf speelt) en aan Boyhood (2014). De luchtige en grappige speelsheid waarmee belangrijke thema’s als opgroeien, volwassen worden, vriendschappen en het leven in al zijn facetten behandeld worden zijn vergelijkbaar. Het is fijn dat personages geen karikaturen zijn, en dat situaties begrijpelijk zijn. Geen grote tragedies, gewoon het leven zoals het is.
 

1 april 2018

 
MEER RECENSIES

LBJ

****

recensie LBJ

President tegen wil en zonder dank

door Alfred Bos

Lyndon B. Johnson werd na de moord op John F. Kennedy Amerika’s 36ste president. Hij voltooide een historische taak en doorbrak een traditie. Acteur Woody Harrelson toont de man achter het mediabeeld.

Lyndon B. (Baines) Johnson was de eerste ‘Zuidelijke’ Amerikaanse president. Hij was tevens de machtigste man van het land (en de wereld) tijdens de meest turbulente periode uit de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. De strijd om de burgerrechten, de escalatie van oorlog in Vietnam die het land diep verdeelde en de culturele revolutie van de jaren zestig bereikten hun crescendo tijdens LBJ’s periode in het Witte Huis. In 1968 had hij er genoeg van. Het land was onherkenbaar veranderd. De politieke traditie in Amerika eveneens.

LBJ

Johnsons voorganger, John F. (Fitzgerald) Kennedy, was net als diens voorganger Eisenhower en alle Amerikaanse presidenten voor hem, afkomstig uit de elite van de Amerikaanse oostkust. Na 1968 heeft Amerika geen presidenten meer gekend die hun machtsbasis hadden in New England. Nixon en Reagan kwamen uit Californië; Carter, Bush Senior, Clinton en Bush Junior uit het Zuiden; Obama leerde het politieke vak in Chicago. De huidige president, Trump, is in meerdere opzichten een anomalie. In één aspect zet de vastgoedbaron uit New York het door LBJ geïntroduceerde patroon voort: hij is geen elite.

Bruggenbouwer
Johnson is derhalve een markante president, maar – al wordt zijn verblijf in het Witte Huis in- en uitgeleid door twee politieke moorden: op president Kennedy en Martin Luther King, voorman in de strijd voor burgerrechten en in die functie Johnson voornaamste politieke kompaan – minder mythisch dan zijn voorganger, Kennedy, of zijn opvolger, Nixon. De speelfilm van Rob Reiner corrigeert dat gebrek en concentreert zich op de aanloop naar en eerste maanden van Johnsons presidentschap.

Woody Harrelson speelt Johnson als boerse pragmaticus met mensenkennis en haarfijn politiek inzicht. Hij is ambitieus én bescheiden, een geboren bruggenbouwer. Wanneer de senator voor Texas het in 1960 tegen Kennedy opneemt als presidentskandidaat van de Democraten, verliest hij in de eerste stemronde. John F. Kennedy (Jeffrey Donovan, hij speelde Robert Kennedy in J. Edgar) kiest Johnson, in bijna ieder opzicht zijn tegendeel, als running mate. Zijn broer Robert (Michael Stahl-David) wantrouwt de Texaan vanaf dag één, maar Kennedy ziet in Johnson de man die hem de Zuidelijke stem zal geven.

De voormalige leraar uit West-Texas wil eigenlijk geen vicepresident worden. Zijn vrouw, Lady Bird (Jennifer Jason Leigh): “Hij is bang dat de mensen niet van hem houden.” John F. Kennedy: “Het is een gevoelige man met een enorm ego.” Hij is niet te beroerd om zijn mentor, de senator voor Georgia, Richard Russell (Richard Jenkins), in diens gezicht een racist te noemen. Johnson zit met Lady Bird in de derde auto van president Kennedy’s motorcade, wanneer die op 23 november 1963 in Dallas, Texas wordt vermoord. Om 15:39, drie uur na de aanslag, wordt Johnson ingezworen als de 36ste president van de Verenigde Staten.

LBJ

Kennedy’s erfenis
LBJ telt opvallende parallellen met Darkest Hour, de recente film over Winston Churchill. We zien een man die op een moment van crisis ongevraagd de macht in handen krijgt geschoven en vier dagen later, op 27 november, in een historische toespraak tegen het Congres (zijn eerste als president) het martelaarschap van Kennedy inzet om diens omstreden beleid door het politieke systeem te loodsen. Johnson is de geschiedenis ingegaan als een man van daden, maar Reiner toont hem als man van het woord, Shakespeare en Lincoln citerend.

Met de Civil Rights Act van 2 juli 1964 zette Johnson niet alleen Kennedy’s ideeën om in wettelijk vastgelegde praktijk, als eerste Zuidelijke president voltooide hij tevens de taak die zijn voorganger Lincoln zichzelf in 1861 had opgedragen en hielp Amerika daarmee af van een kwestie die het land sinds de Burgeroorlog had verdeeld. Een maand later begon de escalatie van Kennedy’s andere erfenis, de oorlog in Vietnam, die bepalend zou blijken voor Johnsons reputatie als president. Amerika raakte opnieuw tot op het bot verdeeld, maar daar gaat LBJ niet over.

Regisseur Rob Reiner werd bekend als de acteur die Meathead speelde in de befaamde jaren zeventig tv-serie All In The Family en als de regisseur van de rockparodie This Is Spinal Tap en de klassiek geworden romcom When Harry Met Sally. Zijn curriculum telt meerdere films over politieke onderwerpen en LBJ past daar naadloos tussen. Deze ode aan een miskende man is degelijk, bijna ‘ouderwets’ vakwerk zonder knaleffecten of fictieve feel good scènes. Zonder hype dus, net als LBJ zelf.
 

13 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Lumière! L’Aventure Commence

*****

recensie Lumière! L’Aventure Commence

De eerste filmmaker die het leven onthulde

door Cor Oliemeulen

De vrouw van een gouverneur gooit munten naar bedelende kinderen. Het is één van de 144 schitterende gerestaureerde filmpjes in Lumière! L’Aventure Commence. Niet eerder was er zo’n fantastische documentaire over de fascinerende beginjaren van de cinema.

Louis Lumière is de vader van de cinema. Samen met zijn broer Auguste bedacht hij de cinematograaf, een apparaat waarmee je niet alleen filmbeelden kon opnemen en ontwikkelen, maar ook op een scherm kon vertonen. Dat gebeurde op 28 december 1895 voor het eerst voor een betalend publiek in het Parijse café Salon Indien. De voorstelling van tien korte filmpjes – variërend van arbeiders die een fabriek verlaten tot een sproeiende man die zelf wordt natgespoten – groeide uit tot een gigantisch succes. Een jaar later maakten zes cameramannen namens Lumière opnames in alle uithoeken van de wereld.

Lumiere! L'Aventure Commence

Unieke tijdsbeelden in perfecte kaders
Wie goed zoekt op het internet vindt tientallen van die filmpjes, in de oorspronkelijke – en dus ook belabberde – beeldkwaliteit. In navolging van Le Voyage dans la Lune van Georges Méliès is gelukkig nu ook materiaal van de gebroeders Lumière in 4K gerestaureerd, geopenbaard in de werkelijk oogverblindende documentaire Lumiere! L’Aventure Commence. Thierry Frémaux, directeur van het filmfestival van Cannes en het Institut Lumière, koos uit het omvangrijke, grotendeels onbekende, oeuvre 144 filmpjes van ongeveer vijftig seconden geschoten tussen 1895 en 1905. Pas nu zie je het pure vakmanschap: perfecte beeldkaders waarin alle details plotseling haarscherp zichtbaar zijn. Lumière blijkt niet alleen een geniale technicus met de behoefte om de geschiedenis op beeld vast te leggen, met zijn meer dan vierhonderd filmpjes onthulde hij vooral het leven.

Unieke tijdsbeelden gevangen in 24 frames per seconde. We zien een foto, dan nog een foto, steeds sneller zodat er een film ontstaat. Maar film is meer dan het achter elkaar zetten van foto’s die snel worden afgespeeld. Film beweegt, wat je goed kunt zien als de wind speelt met boomtoppen. Hoewel nagenoeg alle filmpjes van Lumière een stilstaand camerastandpunt hebben, zit er veel beweging in die statische shots. De fotografische kaders zijn onberispelijk qua perspectief, mise-en-scène en beeldcompositie. Vaak zie je meerdere gebeurtenissen in één frame, bijvoorbeeld kleren wassende vrouwen aan de oevers van de Seine met daarboven passanten op de weg onder een ochtendhemel met vogels.

Lumiere! L'Aventure Commence

Poort naar de kennis van de wereld
Louis Lumière begon vooral met filmpjes van familie en vrienden, vaak in de stijl van de impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir. Later kreeg hij oog voor de samenleving in al zijn geledingen. Een stoet van vier brandweerwagens elk voortgetrokken door galopperende tweespanpaarden, spelende kinderen, metaalarbeiders, bergbeklimmers en de eerste wielrenwedstrijden. Opvallend zijn de komische filmpjes met bijster originele en visuele grapjes die we pas veel later weer tegenkomen bij de grote Amerikaanse komieken van de stomme film, Charlie Chaplin en Buster Keaton. Ook zien we leuke staaltjes overacteren, zoals de ober in een filmpje dat is gebaseerd op De Kaartspelers van Cézanne. Die neiging tot overacteren in het aanschijn van de camera zie je ook goed terug tijdens een potje jeu-de-boules en acrobatische toeren met een paard.

Lumière en zijn goed geïnstrueerde cameramannen – Alexandre Promio, Gabriel Veyre, Francesco Felicetti, Constant Girel, Félix Mesguich en Charles Moisson – werden spoedig actief in veel grote Europese steden en op verschillende continenten. De camera ging fungeren als poort naar de kennis van de wereld. Lumière werd volgens de amusante commentaarstem van regisseur Thierry Frémaux zo populair dat leiders hem uitnodigden om hen voor de eeuwigheid vast te leggen. Een voorbeeld van perfecte regie zien we in het filmpje van Egypte, want in krap vijftig seconden vangt de camera de essentie van het Arabische land: kamelen met begeleiders in lokale klederdracht tegen de achtergrond van de Sfinx en piramide van Chefren.

Lumiere! L'Aventure Commence

Inspiratie voor latere filmmakers
Het pionierswerk van Louis Lumière heeft ongetwijfeld geleid tot inspiratie voor latere filmmakers. Naast de hoofdzakelijk statische shots zie je al eind negentiende eeuw zo nu en dan een tracking shot, zoals het panorama van Lyon gefilmd vanaf een trein (deze phantom rides waren in die tijd vooral bij Engelse filmpioniers populair), maar ook zijn er bewegende camerabeelden vanaf een boot, vanuit een luchtballon en gezeten op een door Vietnamese dorpelingen gedragen stoel.

We zien zowaar de eerste montage (van een auto-ongeluk), een techniek die illusionist Georges Méliès enkele jaren later veelvuldig ging toepassen, terwijl je de beeldwisselingen van close-ups, medium shots en long shots (in een roeibootje) pas in de jaren twintig terugziet bij andere filmpioniers zoals Abel Gance en Serge Eisenstein. Het kniehoge tatami-shot van liggende opiumrokers zou niet hebben misstaan in een film van de Japanse meesterregisseur Yasujiro Ozu, en met de soms contrastrijke diepte in de beelden was Lumière ook Orson Welles een stapje voor. Met Lumière! L’Aventure Commence begint het intrigerende avontuur om op een nieuwe manier te kijken naar de filmgeschiedenis.
 

4 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Lucky

****

recensie Lucky

De weg naar Verlichting

door Tim Bouwhuis

“Realisme is een ding. Het is de gewoonte om een situatie te accepteren zoals ze is en de bereidheid hebben daarnaar te handelen”. Woordenboeken hebben de gewoonte om simpele betekenissen te vermommen als tegeltjeswijsheden. Lucky doet feitelijk niets meer dan een poging om zijn kruiswoordpuzzel af te maken, als zijn zoektocht naar synoniemen hem bij de kern van zijn persoonlijkheid brengt.

De negentigjarige Lucky (Harry Dean Stanton) is eigenzinnig, cynisch, maar ook goudeerlijk. Altijd en overal is hij op zoek naar de essentie van dingen. Naar de wetenschap dat alles eens zal verdwijnen, dat de ‘ziel’ niet bestaat. Je zou Lucky een atheïst kunnen noemen. Tijdens de film valt die term echter geen moment. De nadruk ligt niet op labels en categorieën, maar op Lucky’s menselijkheid. Als we oud zijn, en onze dood gedwongen onder ogen zien, worden onze illusies en dromen ons ontnomen. We kijken naar de wereld zoals we die op dat moment zien. Al het andere is opgeslokt door de tijd.

Lucky

Heilige regelmaat
Voor Lucky is het menszijn een symfonie van dagelijkse routines. Terug komen de yogaoefeningen, de quizprogramma’s. Er is een vaste buurtshop, een vast koffiehuis en een vaste kroeg. De koelkast is gevuld met melkpakken van hetzelfde merk. Je kunt met Lucky te doen hebben, hem een zielige einzelgänger noemen. Het is echter alsof de scenaristen (een samenwerking tussen Logan Sparks en Drago Sumonja) al van meet af aan op zo’n houding anticipeerden: een ongeruste buurtbewoner krijgt te horen dat ‘alleen zijn’ toch echt iets anders is dan eenzaamheid.

Lynchiaans leven
Stanton bijt op een heerlijk droge wijze van zich af, en brengt daarmee de verhouding tussen drama en humor in balans. Komische hoogtepunten zorgen ervoor dat de emotionele kern van het verhaal er nooit te dik bovenop komt te liggen. De scène waarin Lucky een onbeholpen advocaat (Ron Livingston) te kijk zet is goud waard, en de bijrol van David Lynch brengt alles wat de film verder nog nodig had.

Lynch lijkt gewoon zichzelf  te spelen: de gerenommeerde regisseur verschijnt als een eigenaardige barganger die op zoek is naar zijn weggelopen landschildpad. Met zijn geloof in de aantrekkingskracht van het onverklaarbare (zie Twin Peaks) is Lynch de perfecte ideologische tegenpool van Stanton, die er tot Lynch’ ergernis nog niet eens in slaagt water- en landschildpadden van elkaar te scheiden.

Lucky

Een simpel verhaal
Bovenstaande omschrijving mag misschien wat absurdistisch overkomen, met Stanton en Lynch blijft alle integriteit gewaarborgd. Sterker nog, de schildpad speelt een symbolische sleutelrol, ook al moet je daar toch echt de film zelf voor bekijken. Debuterend regisseur John Carroll Lynch (eerder als acteur in onder meer Fargo, Shutter Island en Jackie) slaagt erin met een uiterst minimale film veel te verbeelden. Door het lome tempo, de rurale en desolate setting en de muzikale toon doet Lucky sterk denken aan The Straight Story van David Lynch.

Lynch zelf maakte zijn meest conventionele film als een door en door menselijk portret, waarin de belangrijkste emoties onuitgesproken bleven. De tocht die Alvin (Richard Farnsworth) ondernam is bij Lucky van een meer spirituele aard, maar dat maakt de uitkomst niet minder waardevol.

Licht na het zwarte gat
Integendeel, de meest ingrijpende scène van de film vindt plaats als Stanton voorbij zijn dagelijkse routines en zijn starre cynisme moet redeneren. Uit het niets valt de acteur flauw in zijn woonkamer, en dan treedt de angst in: de angst voor wat komen gaat, de angst voor het zwarte gat na het einde. Stanton verwerkt zijn bangheid eerst nog als een geheim, maar geleidelijk zal hij zijn gemoedstoestand moeten accepteren. Met een grote glimlach, en zonder spijt.

Harry Dean Stanton stierf veertien maanden na de laatste opnames van Lucky.
 

3 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Last Fight, The

****

recensie The Last Fight

Verslaafd aan vechtsport

door Ries Jacobs

Vechtsporter Marloes Coenen staat aan de wereldtop. Ze is halverwege de dertig en weet dat ze nog maar enkele gevechten in zich heeft voordat ze moet stoppen met het beoefenen van haar passie. “Vechten is zo puur, wie ben ik als ik stop met de sport?”

Loodzware trainingen, bloemkooloren en sessies bij een energetisch therapeut, alles heeft ze ervoor over om dat ene doel te behalen: de overwinning. Coenen beoefent Mixed Martial Arts (MMA), een vechtsport waarin verschillende disciplines met elkaar gecombineerd worden. In Nederland staat deze sport ook bekend als kooivechten.

The Last Fight

Documentairemaker Victor Vroegindeweij volgt haar gedurende de laatste jaren van haar carrière. Hij legt vast hoe Coenen traint en zich mentaal voorbereid op de gevechten, hoe ze terugkijkt op haar carrière en worstelt met de wetenschap dat die carrière eindig is. We zien geen terminatorachtige vechtmachine, maar een intelligente vrouw die de laatste jaren haar loopbaan zorgvuldig vormgeeft. Ondanks twijfels over de toekomst werkt Coenen gedisciplineerd toe naar haar laatste gevecht.

De documentaire is voorzien van een prachtig diepe en tegelijk rauwe voice-over die op filosofische wijze de essentie van de vechtsport belicht. Dit is de stem van acteur Bruce Dern, tweemaal genomineerd voor een Oscar (in 1979 voor Coming Home en in 2014 voor Nebraska) en bij het jonge publiek vooral bekend vanwege zijn rollen in Django Unchained en The Hateful Eight.

Zingeving
Vroegindeweij werkte eerder al met Coenen samen. De korte documentaire Tiny Love uit 2013 gaat over een gevecht van Coenen in Tokio. Langere documentaires van hem zijn Mattheus en Ik (2013) over evangelist Mattheus van der Steen en Gaandeweg (2008) over zijn dichtende vader Rien, die terugkijkt op zijn leven. In deze films staat de zoektocht naar zingeving centraal.

Ook The Last Fight gaat in essentie niet over MMA, maar over de vraag hoe Coenen haar leven vormgeeft op een manier die voor haar zinvol is. “Ik heb heel veel opgegeven”, zegt Coenen als ze haar leven vergelijkt met dat van andere mensen. “Zij hebben mooie huizen, gaan een paar keer per jaar op vakantie en hebben kinderen. De klok begint nu wel te tikken.” Dit soort zelfreflectie uit ze vaker. Heb ik voorheen de juiste keuzes gemaakt? Wat doe ik na mijn professionele carrière? Kan ik nog kinderen krijgen of heb ik hiervoor teveel van mijn lichaam gevraagd? Vragen die Coenen zichzelf stelt, maar waar ieder mens mee te maken krijgt.

The Last Fight

Spiegel
Het leven van Coenen en Roemer Trompert, die zowel haar partner als haar trainer is, staat volledig in het teken van haar sport. Zij hebben een andere keuze gemaakt dan de meeste mensen door niet te gaan voor de mooie koopwoning en de zekerheid van een vast contract. Hun enige zekerheid is onzekerheid.

Vroegindeweij geeft de twee een podium en houdt daarmee ook de kijker een spiegel voor. Doet de kijker wel echt wat hij het liefst wil? Heeft hij in het verleden wel de juiste keuzes gemaakt? De introspectieve beschouwingen van Coenen maken dat de toeschouwer bijna niet anders kan dan naar zichzelf kijken. De welhaast levensbeschouwelijke vragen die de film stelt, gecombineerd met  keiharde actie tijdens trainingen en wedstrijden en de raspende stem van Dern, maken van The Last Fight een documentaire maken die tot het laatste moment boeit.
 

5 februari 2018

 
MEER RECENSIES