Phantom Thread

****

recensie Phantom Thread

Capitulatie in de liefde

door Yordan Coban

De achtste film van Paul Thomas Anderson gaat over de strijd in de verhoudingsstructuur binnen een relatie en de zoektocht naar een balans tussen de liefde die we willen krijgen en de liefde die we te bieden hebben.

Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) is een elitaire kledingmaker. Zijn jurken zijn alleen bedoeld voor de meest gefortuneerde. Woodcock is een erg elegante maar moeilijke man. Hij is ijdel, verwend en obsessief bezig met de perfectie in zijn vakmanschap. Alles draait om zijn wil en hij dwingt ieder tot een passantenrol in zijn wereld. Alleen de relatie met zijn assistente Cyril is gebaseerd op wederzijds respect. Cyril (Lesley Manville) is een erg strenge no-nonsense vrouw die weet hoe ze een blaffende hond in bedwang moet houden.

Phantom Thread

Reynolds is nooit getrouwd en formuleert zijn leven stellig als een liefdeloze eenling die toebedeeld is aan zijn vak. Hier komt verandering in als hij valt voor de jonge Alma (Vicky Krieps), in wier imperfecties hij perfectie ziet. De film leert ons aan het begin dat er een routine is in de manier waarop Woodcock verliefd wordt. Hij valt voor uiterlijke schoonheid en raakt na geringe tijd geïrriteerd op de vrouwen uitgekeken. Hij is even veeleisend voor zijn vrouwen als voor zijn jurken.

Alma lijkt in het begin te bezwijken onder zijn regie in de relatie. Echter kan Alma door zijn poppenkast heen prikken. Het is interessant om te zien wie nu werkelijk de bespeler van wie is. Reynolds had een bijzondere relatie met zijn moeder. Hij vertelt Alma hierover tijdens hun eerste etentje. Hij is op zoek naar bemoederende liefde, al laat zijn neurotische drang naar controle dit niet toe. Alma is echter een sterke vrouw en kent hem beter dan hij zichzelf kent.

Transitie in stijl
De regiestijl van Paul Thomas Anderson heeft in de loop van zijn carrière een verandering ondergaan. Hij begon met flitsend, dynamisch camerawerk. Snel bewegende scènes waarin veel informatie zich snel na elkaar opvolgde onder begeleiding van catchy popmuziek, zoals in Boogie Nights (1997) en Magnolia (1999). Deze flashy heersende filmdoctrine uit de jaren negentig, die begon met de innovaties van Goodfellas (1990), kleurde zijn werk op significante wijze. Regisseurs als Martin Scorsese, Quentin Tarantino, Oliver Stone en David Fincher zijn collega’s die een overeenkomende regiestijl hanteerden.

Phantom Thread

Paul Thomas Anderson is echter sinds de 21ste eeuw een andere richting ingeslagen. Een richting die minder op het werk van Scorsese lijkt maar meer overeenkomsten heeft met de stijl van Stanley Kubrick en Terrence Malick. Deze transitie begint subtiel in Punch-Drunk Love (2002) maar is radicaler in There Will Be Blood (2006) en The Master (2012). Paul Thomas Anderson gebruikt nu voornamelijk klassieke of experimentele melodieën om zijn werk te ondersteunen. Verder is het camerawerk (wat hij in Phantom Thread voornamelijk zelf deed) rustiger en eleganter geworden met scènes die nu meer ademruimte krijgen maar nooit statisch zijn. 

Maar misschien wel het belangrijkste in Paul Thomas Anderson’s werk is ook het hoogtepunt in Phantom Thread: het acteerwerk. De drie grote rollen in de film worden heel genuanceerd gespeeld. Het kan geen toeval zijn dat de films van Anderson misschien wel het beste acteerwerk van de laatste twintig jaar bevat. Joaquin Phoenix, Julianne Moore, Philip Seymour Hoffman, Daniel Day-Lewis of Adam Sandler, Anderson weet altijd een maximale performance uit zijn acteurs te halen.

Overgave
Er gebeurt niet veel in Phantom Thread. Er zijn geen grote gebeurtenissen waaraan het verhaal zich optrekt. We kijken naar twee mensen en de verloop van hun relatie. Er is geen overdreven romantiek, maar een psychoanalytische studie over de liefde die ze delen. De twee dansen een wals vol compromissen, strijd en acceptatie. De overgave aan dat wat zij zoeken in een partner.
 

28 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Call Me by Your Name

*****

recensie Call Me by Your Name

Ode aan de overgave

door Alfred Bos

Slotstuk, aldus de Italiaanse regisseur Luca Guadagnino, van zijn drieluik over de liefde. Jongen en man, beiden hetero, vallen voor elkaar. Zinnelijker cinema dan Call Me by Your Name is er zelden gemaakt.

Liefde is grillig en genadeloos. Zit je als 17-jarige zoon van een professor klassieke kunsten te lummelen in de vakantievilla van je ouders en foezel je onwennig met een meisje dat graag je vriendin zou willen zijn, komt er een exotische Amerikaan je leven binnen wandelen. Hij gaat je vader een zomer lang lang helpen bij diens onderzoek van antieke beelden en krijgt de kamer naast jouw kamer aangeboden als logeerverblijf. Jij bent hetero, hij is hetero, maar voor je het weet broeit er erotiek. Liefde is blind.

Call Me by Your Name

Call Me by Your Name is de vijfde speelfilm van Luca Guadagnino, de Italiaanse regisseur van broeierige, sensuele films over mensen op zoek naar liefde. Of liefde op zoek naar mensen. Elio, de jongen op de rand van volwassenheid, en Oliver, de zelfverzekerde vroegdertiger, zijn door toeval voor een zomer samengebracht en overkomt een mysterie. De regisseur toont het zoals het is: onwennig, verwarrend, maar bovenal—zuiver. Er is geen politiek, geen verklaring of excuus, geen intrige. Alleen aantrekking en passie. Dit is liefde als universele oerkracht.

Perzik als surrogaatvagina
Net als in zijn beide voorgaande films, Io Sono l’amore (Ik ben liefde, 2009) en A Bigger Splash (2015), is Call Me by Your Name gesitueerd in een besloten wereld buiten de dagelijkse maatschappelijke orde. De materiële zaken zijn geregeld, de personages hebben alle tijd om in luxe te lummelen. De vakantievilla van professor Perlman (Michael Stuhlbarg) ademt cultuur en mondaine elegantie. Pa leest ter ontspanning Dante’s Goddelijke Komedie en door het hele huis slingeren stapels boeken. Onderling wordt er Frans, Italiaans en Engels gesproken en mevrouw Perlman (Amira Casar) voegt daar accentloos Duits aan toe. Subtekst: identiteit is meervoudig, vloeibaar.

Ook de geografie heeft een meervoudige identiteit. Het buitenhuis is gesitueerd nabij Bergamo, een van de oudste steden van Lombardije, met een Romeinse, Etruskische en Keltische historie. Bovendien is het zomer en het buitenleven één lange reeks van zinnelijke prikkels. Aan de bomen groeien abrikozen en perziken, met hun fluwelen huidje, sappig vlees en harde pit zinnebeelden van sensualiteit. Call Me by Your Name is een ode aan zuivere zinnelijkheid. Aan de overgave.

Professor Perlman test assistent Oliver (de lange, atletische Arnie Hammer) met een vraag over de ethymologie van het woord abrikoos. Die abrikoos, de vroegrijpe steenvrucht, is zijn zoon Elio (Timothée Chalamet), die op zolder, beneveld door zijn gevoelens voor Oliver en zijn vakantievriendin, de Française Marzia (Esther Garrel), een perzik als surrogaatvagina hanteert. Hij stommelt onbevangen de erotiek binnen, gedreven door onbekende sensaties.

Call Me by Your Name

Tederheid die verbluft
Luca Guadagnino vangt de roman van André Aciman (die zelf in een bijrol te zien is) in quasi-documentair naturel, waarin de zinnelijkheid van de mediterrane zomer werkt als katalysator van de chemie tussen Elio en Oliver. Veel shots zijn gefilmd vanuit de ogen van Elio, de close-ups benadrukken intimiteit. De boeken, beelden en kunst die de film stofferen verwijzen zonder uitzondering naar de komende, heimelijke relatie tussen de minnaars.

Nadat Oliver weer is teruggevlogen naar Amerika, wordt de zomer die van Elio een man maakte ragfijn en diep doorvoeld van betekenis voorzien in een gesprek tussen vader en zoon. Daar raakt de film een zeldzaam niveau van sensibiliteit, een tederheid die verbluft. Liefde kwetst en liefde heelt. Liefde maakt de mens.

Luca Guadagnino wordt met elke film beter en na het geslaagde A Bigger Splash is Call Me by Your Name een voltreffer van tijdloze allure, een film die de door hem bewonderde Bertolucci naar de kroon steekt. Hollywood lonkt en wat wordt de volgende stap van de regisseur? Een genrefilm? Een blockbuster-bolognese? Een beetje van beide, maar dan op zijn Guadagninoos: een remake van de giallo-klassieker Suspiria met een internationale rolbezetting. Het maakt allemaal niet uit, want met Call Me by Your Name heeft hij zijn meesterwerk gemaakt. Zulke zuivere cinema zie je zelden.
 

9 januari 2018

 
MEER RECENSIES

On Body and Soul

****

recensie On Body and Soul

Droomgeliefden in het slachthuis

door Suzan Groothuis

In dit onconventionele Hongaarse drama gaat het over de ontluikende liefde tussen twee mensen. Een film met surreële trekjes, zich afspelend op een bijzondere set: een slachthuis. Een originele en warme film, waarin alles perfect gedoseerd is.

On Body and Soul opent met een prachtig gefilmd winters landschap. Twee herten struinen er rond en zoeken voorzichtig toenadering tot elkaar.

On Body and Soul

Vervolgens springt de film over naar een grauw, kil uitziend slachthuis. Endre werkt er als financieel directeur. Terwijl hij met zijn collega aan een even kleurloze maaltijd zit, valt hun oog op nieuwkomer Mária. Stil en onopvallend beweegt ze zich door de kantine. Een ijskoude tante, vertelt Endres collega. Desondanks besluit Endre toch contact te zoeken, maar hij komt van een koude kermis thuis. De eerste kennismaking is geen succes.

Mária’s baan lijkt haar op het lijf geschreven: kwaliteitscontroleur. Met argwaan wordt ze door haar collega’s aanschouwd. Met nauwkeurige precisie voert ze haar werkzaamheden uit, zich strikt houdend aan de richtlijnen. Ze zoekt geen contact en luncht alleen in stilte. Een vrouw die zichtbaar problemen heeft met sociale interactie.

Delen van dromen
En dan komen Endre en Mária er per toeval achter dat ze dezelfde droom delen. De droom van de openingsscène, met de herten in het vreedzame natuurschoon. Allebei afzonderlijke, terughoudende types, tasten ze elkaar af en zoeken ze middels hun dromen toenadering.

On Body and Soul begeeft zich op het draagvlak van drama en komedie en doet in zijn stijl wat denken aan films van Aki Kaurismäki of Jim Jarmusch. Humor is subtiel aanwezig , zoals de droge, ongemakkelijke conversaties tussen Endre en Mária. Hun gesprekken speelt zij thuis na met lego, ieder gesproken woord herhalend, zo precies als de harde schijf van een computer. En net zoals Mária gesprekken inzichtelijk moet maken voor zichzelf, heeft zij ook voorbeelden van anderen nodig: bijvoorbeeld de hilarische scène waarin de oude schoonmaakster van het slachthuis haar tips geeft hoe zij zich aan een man kan binden: “People underestimate the power of movement, honey.”

Ontluikende liefde
Zowel Endre als Mária dragen bagage met zich mee: hij een kreupele hand en teleurgesteld in de liefde, zij sociaal op zichzelf geworpen en onervaren met liefdesrelaties. Het onwaarschijnlijke gegeven dat zij dezelfde dromen hebben, wekt voorzichtig een ontluikende liefde op. Voorzichtig – want de natuurlijke angsten en remmingen om zich bloot te stellen aan elkaar zijn groot. Ook groot is het contrast tussen de droomintermezzo’s van de herten in een sereen winterlandschap tegenover de brute praktijken in het slachthuis. Romantisch en poëtisch versus kil en bloederig.

On Body and Soul

De droomverbeelding staat voor Endre en Mária wellicht symbool voor een nobel leven in vrijheid, dat in hun dagelijkse werk met de slachting van koeien zo teniet wordt gedaan. De slacht van een koe krijgen we overigens onomwonden op het scherm te zien – beelden die de maag even doen omdraaien.

Hartverwarmende en originele terugkeer
Regisseur Ildikó Enyedi verrast met een hartverwarmende terugkeer op het witte doek, want haar laatste film Simon, The Magician dateert al van 1999. In On Body and Soul laat zij surreëel romantisch drama en de werkelijkheid die niet vlekkeloos is mooi met elkaar versmelten. Haar film overtuigt met kristalhelder geschoten beelden, een origineel scenario met wat verrassende wendingen en een ingetogen soundtrack, waaronder het prachtige What He Wrote van Laura Marling, dat een dramatische scène perfect ondersteunt.

Bovendien is er een goede chemie tussen de twee hoofdpersonen, sterk neergezet door acteurs Géza Morcsányi en Alexandra Borbély (European Film Award beste actrice 2017). Beiden introvert, kwetsbaar en eigenaardig, verlangend naar dat wat in hun dromen zo expliciet aanwezig is: liefde en begeerte.
 

11 december 2017

 
MEER RECENSIES

Colore Nascosto delle Cose, Il

**

recensie Il Colore Nascosto delle Cose

Blinde vrouw laat man zien

door Cor Oliemeulen

Een blinde vrouw opent het hart van een man die zijn gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel niet onder ogen kan zien. Net als de lastige filmtitel hoef je het verhaal van Il Colore Nascosto delle Cose niet te onthouden. De plaatjes van bloemen zijn prachtig, maar die alleen geven de film te weinig kleur. 

De mooie Emma werd op haar zeventiende blind, maar dat heeft haar er niet van weerhouden om een praktijk als osteopaat te beginnen. Acht maanden na haar scheiding ontmoet ze de knappe reclamemaker Teo tijdens een bedrijfsuitje in een donkere ruimte waar Emma rondleidingen geeft. Ze vinden elkaars stemmen intrigerend. Het duurt niet lang voordat Teo met een gesimuleerde schouderklacht in zijn onderbroek bij Emma op de behandeltafel ligt. Emma kan natuurlijk heel goed voelen en ontdekt wat spanningen in Teo’s lijf. Hij komt graag bij haar terug en langzaam ontstaat er een vriendschap.

Il Colore Nascosto delle Cose

Uit vorm
Il Colore Nascosto delle Cose zou zomaar een verfilmde stuiverroman kunnen zijn. Het verhaal is deels geschreven door de Italiaanse regisseur Silvio Soldini, die maar niet kan beslissen waar hij naartoe wil en na bijna twee uur kennelijk voor een romantisch drama heeft gekozen. Ondertussen ervaren we de belevingswereld van een blinde vrouw (overtuigend gespeeld door Valeria Golino: Caos Calmo, Il Capitale Umano) die een blind meisje helpt met het overwinnen van haar frustraties en die Teo leert verder te kijken dan alleen reclamebeelden. Emma en Teo praten over kleuren, ruiken aan planten, knuffelen bomen en uiteindelijk elkaar. Teo geeft nu zelfs een plant op zijn kantoor water.

Hoewel hij oprecht lijkt in zijn gevoelens van genegenheid en vriendschap, is Teo vanaf het begin uit op seks met Emma (hij sluit zelfs een weddenschap met een collega), die niet weet dat hij al twee jaar een relatie heeft met een andere vrouw (die hij weer met een andere vrouw bedriegt). Teo laat zich niet graag hinderen door een groot verantwoordelijkheidsgevoel, want ook met zijn familie heeft hij geen contact. Hij kan zich moeilijk binden en woont op zichzelf, samen met zijn pratende stofzuigerrobot.

Il Colore Nascosto delle Cose

De kijker bepaalt
De filmtitel suggereert iets dat niet onmiddellijk zichtbaar is voor de ogen, maar dat later onthuld zal worden. Wat dat is, mag de kijker zelf bepalen. Is Teo zo’n typische klootzak die zijn lid achterna loopt, of ontdekt hij voor het eerst in zijn leven wat het is om van iemand te houden, trouw te zijn en verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag te leggen? Voor een regisseur, die in 2000 doorbrak met het gedenkwaardige komische drama Pane e Tulipani, mag je meer richting, duiding en spanning verwachten. Zijn jongste film kabbelt maar voort, en de korte familiereünie op het einde lijkt er terloops en plichtmatig aan vastgeplakt.

Wat overblijft is een fascinerend kijkje in de wereld van visueel gehandicapte mensen. Soldini maakte eerder een documentaire over blinde mensen, die door anderen vaak op afstand worden gehouden of met medelijden bejegend, maar toch vaak blijken te beschikken over een grote mate van zelfstandigheid en een gezonde dosis ironie. Zijn bedoelingen zijn vast oprecht, echter Soldini weet met Il Colore Nascosto delle Cose bar weinig te verrassen en te ontroeren. Hij had er beter een melodrama van kunnen maken.
 

25 november 2017

 
MEER RECENSIES

Beau Soleil Intérieur, Un

****

recensie Un Beau Soleil Intérieur

Vang het zonlicht vanbinnen op

door Yordan Coban

Isabelle is het zonlicht van binnen kwijt. Ze mist de liefde in haar leven terwijl ze er zo naar verlangt: het wederom waarlijk verliefd zijn. Vrijwel iedereen in Un Beau Soleil Intérieur zit vast in tergende relaties of in de knoop met onbeantwoorde verlangens. 

Isabelle (gespeeld door Juliette Binoche) strompelt hopeloos van affaire naar affaire op zoek naar een lang vergaan geluk. Ze is een gescheiden kunstenares van middelbare leeftijd uit Parijs met vele mannen in haar leven. Ze is echter op geen van allen echt verliefd en dat gebrek aan verliefdheid is geheel wederzijds. Haar contact met mannen lijkt overhaast en onnatuurlijk. Affaires beginnen halsoverkop en worden met een enkel gesprek afgedaan. Ze verlangt zo erg naar iets waar ze nog niet klaar voor lijkt. De meeste mannen hebben bovendien al een vrouw en zien haar slechts als lustobject.

Un Beau Soleil Intérieur

Zoektocht
De zoektocht naar liefde van Isabelle doet denken aan de zoektocht van Bill Murray in Broken Flowers (2005). Verdwaald tussen liefde, lust, het verleden, het heden en de toekomst dwaalt Isabelle rond in verwarring op zoek naar een man, maar eigenlijk op zoek naar zichzelf. Ze is bang dat haar jaren van liefde achter haar liggen, nu zij op leeftijd begint te raken. Ze zit met zoveel verschillende mannen in haar hoofd, continu afvragend of hij dan toch de ware zal zijn.

Claire Denis is samen met Sophia Coppola, Kathryn Bigelow en Lynne Ramsay een van de grotere vrouwelijke regisseurs van deze tijd. Haar films zijn vaak scherpe karakterstudies. Zo ook Un Beau Soleil Intérieur. Het verhaal is kalm maar dynamisch van aard. Elke scène vertelt de kijker iets nieuws over Isabelle maar echte significante gebeurtenissen zijn er niet. Toch zorgt Claire Denis ervoor dat het voelt alsof de film altijd in beweging is en nooit verveelt.

Zonlicht
Juliette Binoche speelt haar rol met een enigmatische elegantie. Een sterke gepassioneerde vrouw waarmee je met een fles rode wijn tot diep in de nacht goede gesprekken kan voeren maar nooit het achterste van haar tong zal laten zien. Binoche’s rol lijkt op die van Blue (1993) uit de Trois Couleurs-trilogie van Krysztof Kieslowski. Ze is kwetsbaar maar tevens onbereikbaar en introvert. Al wordt deze introverte indruk in Un Beau Soleil Intérieur vooral gevoed door het feit dat alle mannen voornamelijk over zichzelf willen praten. Niemand lijkt echt in Isabelle geïnteresseerd.

 

Un Beau Soleil Intérieur

Alleen de waarzegger Denis (gespeeld door Gérard Depardieu) wil over haar leven praten. Denis geeft haar wijze raad over hoe zij haar leven weer kleur kan geven. Zoek het geluk eerst bij jezelf voordat je dat kan delen met een ander, drukt hij haar op het hart.

In een tijd waarin religie, sociale controle en culturele verontwaardiging steeds minder een belemmering vormen voor koppels om te scheiden zullen vele mannen en vrouwen van middelbare leeftijd zich in een vergelijkbare situatie als Isabelle bevinden. Na jaren van samenzijn zijn ze nu op zichzelf aangewezen, hopend op iets nieuws om hun geluk weer terug te vinden. Juliette hangt haar geluk te veel af van het vinden van de juiste man. Het advies van Un Beau Soleil Intérieur: ga uit van jezelf en probeer het zonlicht van binnen op te vangen.
 

27 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Maudie

***

recensie Maudie

Een likje verf geeft het leven kleur

door Yordan Coban

Het waargebeurde verhaal van de Canadese volkskunstenaar Maud Lewis (1903-1970) gaat niet over rozen, alhoewel bloemen en dieren wel terugkomende thema’s in haar schilderijen zijn.

Maud (gespeeld door Sally Hawkins) is een kreupele vrouw die lijdt aan reumatoïde artritis. Haar ouders zijn op vroege leeftijd overleden en ze woont in het huis van haar broer met haar verzuurde tante. Als ze door haar broer gedwongen wordt het huis te verlaten moet ze op zoek naar een baan en onderdak. Die vindt ze als ze reageert op de advertentie van Everett Lewis (Ethan Hawke). Everett is op zoek naar een huishoudster die zijn thuiskomen na een lange werkdag verdraaglijk maakt. Maud besluit bij hem in te trekken.

Maudie

Stugge liefde
Everett is een eenzame gefrustreerde man die Maud slechter behandelt dan zijn honden. Hij slaat haar en heeft last van woedeaanvallen. De relatie tussen de twee personages is vergelijkbaar met die tussen Zampano en Gelsomina in Fellini’s La Strada (1954). Een harde man die zorgt voor een afhankelijke onschuldige vrouw die door zijn hardheid heen kan prikken en zijn kwetsbare kant kan zien.

Maud accepteert Everett’s onredelijkheid niet alleen vanwege het feit dat zij geen verdere opties meer heeft maar ook omdat zij voelt dat Everett haar gezelschap wel degelijk waardeert en om haar geeft. Langzaam groeit er een stugge liefde tussen de twee.

In het afgelegen huis van Everett op Nova Scotia bloeit er bij Maud een liefde voor schilderen op. En als een van Everett’s klanten bereid is geld te betalen voor haar schilderijen begint Maud haar eigen verkoop. Everett hecht echter veel waarde aan het behouden van zijn autoriteit. Er komt dan ook veel spanning op hun relatie te staan als Maud succesvol wordt en Everett niet meer de enige kostverdiener in huis is.

Maudie

Verandering
Everett moet in het begin niets hebben van haar naïeve schilderingen. Hij weet echter wel hoe belangrijk het voor haar is. Naarmate de film vordert en Everett zich meer beseft dat hij haar nodig heeft verandert zijn houding. De schilderijen van Maud geven het leven van Maud en Everett kleur. 

Sally Hawkins lijkt geboren voor de rol van Maudie en speelt haar met een tastbare kwetsbaarheid. Regisseur Aisling Walsh en Sally Hawkins hebben eerder met elkaar gewerkt gedurende de miniserie Fingersmith (2005). Het oeuvre van Aisling Walsh bestaat voornamelijk uit televisiefilms of series. Maudie is haar eerste grote release.

Maudie heeft echter wel een eenvoudig verhaal. Er zijn betere films gemaakt over mensen met aandoeningen die worden overwonnen door een gave en liefde, zoals The Theory of Everything (2014) en A Beautiful Mind (2001). Maar het concept blijft aandoenlijk en krachtig. Ondanks dat Maudie wel degelijk de juiste gevoelige snaar weet te raken, kan je zonder de film gezien te hebben het gehele verhaal uitstippelen zonder achteraf een verrassing op het canvas aan te treffen.
 

11 september 2017

 
MEER RECENSIES

Tulip Fever

***

recensie Tulip Fever

Manie rond tulpen en bedrogen echtgenoot

door Alfred Bos

Er waren twee eerdere pogingen om de roman Tulip Fever te verfilmen. De romantische komedie tegen de achtergrond van de gekte rond tulpenbollen in het Amsterdam van de Gouden Eeuw pleziert, maar beklijft niet.

Amsterdam was in de zeventiende eeuw de rijkste en meest vooruitstrevende stad ter wereld, de wieg van veel moderns, zoals de coöperatie, de handel in aandelen en de liberale burger. En van de beursbubbel, de uit de hand gelopen speculatie die steevast eindigt in financiële rampspoed. De kredietcrisis van 2008 is een eigentijdse echo van de windhandel rond tulpenbollen die in de jaren dertig van de zeventiende eeuw veel kleine middenstanders in Noord-Holland het hoofd op hol – en aan de bedelstaf – bracht.

Tulip Fever

De tulpenmanie is de achtergrond van Tulip Fever, de verfilming van de gelijknamige roman van Deborah Moggach uit 2000. Het verhaal draait om twee heimelijke liefdesrelaties en een bedrogen echtgenoot. De steenrijke handelaar in specerijen, Cornelis Sandvoort (Christoph Waltz), trouwt de veel jongere wees Sophia (Alicia Vikander) die hem een erfgenaam moet baren. Ze wordt verliefd op de jonge schilder Jan van Loos (Dane DeHaan), door Cornelis ingehuurd voor het statusportret. Sandvoorts huismeid Maria (Holliday Grainger) vrijt met visboer Willem (Jack O’Connell) en raakt zwanger.

Schelmenroman
Burgermoraal spiegelt in arbeidersmores: drie mannen, twee vrouwen en drie relaties, elk met zijn problemen—Tulip Fever is romantische klucht in kostuum. De mannen zijn afwezig of niet-functioneel: Cornelis’ soldaatje, wanneer het in gelid staat, wil wel schieten, maar de schoot van Sophia blijft braak. Hij wordt bedrogen met schilder Jan, die als bohemien zijn romantische fantasieën uitleeft. Willem wil via de tulpenspeculatie snel rijk worden om Maria te kunnen huwen, maar wordt gerold door het hoertje Annetje (Cara Delevingne) en vervolgens geronseld als scheepsmaat. Terwijl Maria’s buik begint te bollen is hij opeens verdwenen.

De historische details rond de tulpenmanie zijn correct (pijp rokende vrouwen, windhandel in kroegen en herbergen, kooplui uit exotische streken), de verwikkelingen kluchtig als een toneelstuk van Goldoni (de verkeerde uitleg van een clandestiene vrijpartij) of een schelmenroman van Thackery (list en bedrog om te overleven) en toch blijft Tulip Fever, hoewel onderhoudend, niet beklijven. Het script is niet van het niveau waar de vermaarde scenarist Tom Stoppard (Shakespeare in Love, Empire of the Sun) om bekend staat.

De film, geproduceerd in Engeland zonder Nederlandse acteurs, kende een problematische voorgeschiedenis. De eerste boekverfilming, uit 2004, liep stuk op een nieuwe belastingwet. Zeven jaar later werd een tweede poging opnieuw afgebroken. In 2014 lukte het uiteindelijk wél, maar de verschijning is tot drie keer toe uitgesteld. Tulip Fever heeft de makke van Kenau, de Nederlandse productie over de Tachtigjarige Oorlog: matige computer graphics en dezelfde set met zeventiende-eeuws straattafereel die in beeld blijft terugkeren.

Tulip Fever

Verheffende moraal
Wat voor de Nederlandse kijker ook niet helpt is dat er in het Amsterdam van 1634 geen gebouw van zandsteen was te vinden, zoals het gotische klooster waar de abdes (Judi Dench) haar weesmeisjes en haar tulpenbollen koestert. In het veenmoeras rond de Amstel werd geen mergel gedolven, net zomin als er bossen aan de Zuiderzeekust van Waterland zijn te vinden. Het zal de bioscoopganger van elders worst wezen.

Het is verwarrend dat huismeid Maria – ze is als voice-over de verstelster – het centrale personage blijkt te zijn, niet de uitgehuwelijkte Sophia waar de film zich aanvankelijk op concentreert. De vrouwen, verbonden door hun eenvoudige komaf maar gescheiden door status, spannen samen tegen de niets vermoedende Cornelis, daarbij geholpen door dokter Sorgh, een komische rol van Tom Hollander.

Uiteindelijk komt het allemaal goed, ieder vindt zijn plek in het leven. Tulip Fever biedt een verheffende moraal: wie als dubbeltje is geboren, kan in Mokum uitgroeien tot florijn. Dat voor de zeventiende eeuw revolutionaire idee is geboren in Amsterdam. Ook dat is historisch correct, dus die mergel en niet-bestaande bossen vergeven we regisseur Justin Chadwick (bekend van befaamde BBC-series als Bleak House en Spooks) graag. Hij had een geraffineerder script verdiend.
 

29 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Logische weg naar perfecte film

Romantische drama’s van Martin Scorsese onderbelicht
Logische weg naar de perfecte film

door Cor Oliemeulen

Martin Scorsese is vooral bekend van zijn misdaadfilms en biografieën. Met mannen in de hoofdrol. De vijf romantische drama’s, die hij maakte in de eerste helft van zijn carrière, zijn nagenoeg onderbelicht gebleven, maar blijken essentieel voor zijn ontwikkeling als filmmaker.

We zien Martin Scorsese’s onvoorwaardelijke liefde voor film al in zijn experimentele debuut Who’s That Knocking At My Door (1967), elk kwartier seks en geweld in Boxcar Bertha (1972), de originele flair van Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974), het geflopte, maar artistiek sterke New York, New York (1977) en de ultieme verboden liefde in The Age of Innocence (1993).

Onvoorwaardelijke liefde voor film in experimenteel debuut
Het speelfilmdebuut van de toen 25-jarige Martin Scorsese is het product van enkele korte studentenfilms, de belangeloze medewerking van vrienden en familie (inclusief zijn moeder, die we nog terugzien in Goodfellas en Casino), zijn katholieke achtergrond en de drang om te experimenteren met vorm en beeldtaal.

Who’s That Knocking At My Door

Net als in het debuut van zijn vriend en mentor John Cassavetes, Shadows (1959), wordt in Who’s That Knocking At My Door (1967, alternatieve titel I Call First) een realistische, authentieke sfeer gecreëerd door middel van improvisatie, muziek en handheld camera’s. Net als John Cassavetes zou Martin Scorsese met zijn eersteling een stempel op de filmgeschiedenis zetten, maar de naam van laatstgenoemde beklijft meer door vooral diens technische vernuft en scenariokeuze.

Beide filmdebuten zijn romantische drama’s waarin de liefde tussen man en vrouw is gedoemd te mislukken. In Shadows betreft het een interraciale relatie die stuit op bezwaren van de directe omgeving, terwijl in Who’s That Knocking At My Door vooral afkomst en milieu problemen opleveren. J.R. (debutant Harvey Keitel, later nog te zien in Scorsese’s Mean Streets, Alice Doesn’t Live Here Anymore en Taxi Driver) is opgegroeid in de New Yorkse wijk Little Italy (net als Martin Scorsese) en verdeelt zijn tijd tussen zijn criminele vriendjes en onstuimige vrijpartijen met zijn geliefde, die uit een beter nest komt. De bom barst nadat hij verneemt dat zijn kersverse echtgenote voor hun huwelijk blijkt te zijn verkracht (door een van zijn vrienden).

Martin Scorsese’s liefde voor film druipt af van zijn debuut. J.R. versiert zijn vriendin met zijn uitgebreide filmkennis en tijdens een schietpartij zien we stills en foto’s van beroemde westerns. Net als veel grote regisseurs uit de filmgeschiedenis experimenteert Scorsese raak met cameraperspectieven, close-ups, overvloeiers, slow motion en montage. Zo worden er twee liedjes door elkaar heen gemixt en zien we hoe een deur tweemaal achter elkaar dichtslaat. Who’s That Knocking At My Door eindigt met een snel gemonteerde compilatie van overvloedige katholieke symboliek om J.R.’s schuldgevoelens te onderstrepen.

Seks en geweld in B-film
Die katholieke symboliek komt in Scorsese’s tweede film in volle glorie terug. Zo zien we in de finale van Boxcar Bertha (1972) iemand die, in navolging van Jezus, wordt gekruisigd. En buiten de set overhandigde Barbara Hershey, die de titelrol voor haar rekening neemt, aan Martin Scorsese een exemplaar van de roman The Last Temptation of Christ van Nikos Kazantzakis. Het werd een obsessie voor de regisseur, die het boek veertien jaar later zou verfilmen. Hershey, de enige vrouw die twee hoofdrollen in films van Scorsese speelt, kreeg de rol van Maria Magdalena.

Hoewel de New Yorker zijn vrouwelijke protagonisten vaak neerzet als heilige boontjes, meestal in maagdelijk wit, maken we met Boxcar Bertha al snel kennis met een vrijgevochten jonge vrouw. De film deinde mee op de golven van het immense succes van Bonnie and Clyde (1967), dat zowel het gangstergenre als Hollywood nieuw leven had ingeblazen, en losjes is gebaseerd op het leven van de Amerikaanse criminele activiste Bertha Thompson.

De legendarische B-filmproducent Roger Corman (die de carrières van veel beroemde regisseurs en acteurs lanceerde) gaf Martin Scorsese het script en eiste dat er elk kwartier seks en geweld te zien moest zijn. De regisseur stemde toe omdat hij wel wat zag in deze coming of age over twee mensen die zich aanvankelijk gedragen als pubers, maar door de omstandigheden van geweld en dood volwassen worden.

Boxcar Bertha

De liefdesgeschiedenis speelt zich af tijdens de Grote Depressie in Arkansas. Nadat haar vader is neergestort met zijn vliegtuigje springt Bertha (Barbara Hershey) in een treinwagon (boxcar) en ontmoet vakbondsactivist ‘Big’ Bill Shelly (David Carradine). Hij is een beetje te fanatiek in de ogen van de werkgevers, wordt in elkaar geslagen en belandt een paar keer in de gevangenis. Bertha schiet een rijkaard neer bij een gokruzie en vlucht samen met Bill. Ze vormen een bende en beroven de spoorwegeigenaar en zijn gasten.

In dit niet altijd even geslaagd gemonteerde verhaal zijn de thema’s vooral rechtvaardigheid en vrijheid. Zowel Hershey als Carradine zeiden in een interview dat alle seksscènes echt waren. Hoe dan ook lijkt de chemie tussen de twee in de film niet overdreven sprankelend, maar ze kregen wel snel hierna een zoontje. Leermeester John Cassavetes noemde de film ‘a piece of shit’ en een verspilling van Scorsese’s talent.

Originele flair
Door het nodige geëxperimenteer in zijn beginjaren kwam de regisseur vervolgens wel toe aan zijn eerste studiofilm, het baanbrekende Mean Streets (1973). Ook Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974) plukt de vruchten van Scorsese’s ervaringen met zijn eerste twee speelfilms. Dit romantische drama is een vaak onterecht ondergeschoven kind in zijn oeuvre. Laat je niet afschrikken door de naam van Kris Kristofferson (hij gaat ook niet zingen), maar je overweldigen door het voortreffelijke scala van emoties van Ellen Burstyn, die voor haar titelrol zowel een Oscar als een Bafta mocht ontvangen.

Alice Doesn’t Live Here Anymore

De film begint met originele visuele flair: we zien de jonge Alice in Monterey, geheel gehuld in een vuurrode gloed. Gevolgd door de openingsscène 27 jaar later in New Mexico, prachtig opgenomen met een kraanshot over een diorama dat eindigt bij de volwassen Alice die in haar keuken zit. Ze doet haar best als echtgenote, maar echt fijn contact met haar wat onbeholpen man Donald is er niet. Ze doet ook haar best als moeder van hun elfjarige zoon Tommy, maar die is iets te vaak brutaal en grof in de mond. Dat laatste levert gedurende de film grappige dialogen op, want in hun gevatheid en streken zijn moeder en puberzoon erg aan elkaar gewaagd. Hun levens veranderen van de ene op de andere dag nadat Donald dodelijk verongelukt.

Alice Doesn’t Live Here Anymore weet de tijdgeest op een geweldige manier te vangen. De maatschappij is aan het veranderen, net als de rol van de vrouw. Welk een genot moet het zijn geweest om als filmmaker in die jaren te kunnen spelen met tradities en moderniteiten, met aanpassen aan of loslaten van normen, en het opkomen voor je onafhankelijkheid. In het geval van Alice gaat het in eerste instantie om de kost te kunnen verdienen: het liefst als zangeres, en als dat niet mocht lukken dan maar als serveerster.

Geleid door een goed scenario, waarvan het eind een paar keer werd aangepast omdat Burstyn liever geen happy end wilde, meeslepende regie en uitstekend spel van bijna iedereen (let ook op Harvey Keitel als opgewonden standje en de piepjonge Jody Foster als wijsneuzerige tomboy). Ook memorabel van deze enigszins feministische roadmovie is de chaotische en uiteindelijk pakkende finale in een vol restaurant.

Financiële flop, maar artistiek sterk
De finale van het romantische drama New York, New York (1977) – Scorsese’s eerbetoon aan de grote musicals (en jazzorkesten) van de jaren 40 en 50 – mondt uit in een Broadway-show waarmee de beroemde musicalster Liza Minnelli wel raad wist. Het overambitieuze project was de eerste (en samen met het recente Silence voorlopig enige) financiële strop voor Martin Scorsese die tijdens de opnames kampte met een amoureuze verhouding met de hoofdrolspeelster, een cocaïneverslaving en een haperende productiemachine.

New York, New York

Het scenario moest keer op keer worden herschreven (ook hier was een happy end uit den boze) en het bleek een hele toer om de oorspronkelijke tijdsduur van ruim vier uur tot een voor studio en publiek aanvaardbaar niveau terug te snijden. Desalniettemin is de sfeer authentiek, gesteund door een betoverend production design en geloofwaardige hoofdrolspelers.

Vanaf de festiviteiten om het einde van de Tweede Wereldoorlog te vieren, ontvouwt zich een moeizame liefdesrelatie tussen de ambitieuze saxofonist Jimmy (Robert De Niro) en de zangeres Francine (Liza Minnelli) die het zowaar schoppen tot een huwelijk en het lanceren van hun muzikale carrières.

Zowel Minnelli als De Niro zijn uitstekend op dreef en op hun plaats in New York, New York. Zij als aandoenlijk, maar zichzelf respecterend muurbloempje met haar grote ogen en rode lippen; hij als de irritante, sjacherende en obsessieve veroveraar die het allemaal niet zo slecht bedoelt. Hoewel de film soms wat in zijn breedvoerigheid uit de bocht vliegt, spat de romantiek – regelmatig improviserend – er wel degelijk van af.

De ultieme verboden liefde
Ook met het productieontwerp en de mise-en-scène van The Age of Innocence is niets mis. Het duurde echter jaren voordat Martin Scorsese kwam tot een kansrijke verfilming van het gelijknamige boek van Edith Wharton, omdat er andere projecten op zijn plank lagen en het beoogde budget van dertig miljoen dollar pas na veel geharrewar uiteindelijk door Colombia Pictures werd opgehoest. Het kostuumdrama, dat in 1993 werd uitgebracht, vertelt het verhaal van de ultieme verboden liefde en is opgedragen aan Scorsese’s vader Charlie, die een week voor de première overleed.

The Age of Innocence

Het geheel speelt zich af in de upperclass van New York in de jaren 70 van de negentiende eeuw. Een aristocratische advocaat (Daniel Day-Lewis) is voorbestemd om te gaan trouwen met een jong meisje, maar wordt verliefd op haar nicht, een exotische gravin (Michelle Pfeiffer), die van haar man wil scheiden. Maar in dit tijdperk van onschuld zit niemand op schandalen te wachten, dus is de kans op een daadwerkelijke romance ondenkbaar, ondanks alle hunkering en hartstocht.

De regisseur gebruikt veel kleuren om de emoties van de personages te benadrukken en licht bepaalde gebeurtenissen uit met zogenaamde iris shots. Bijvoorbeeld op het moment dat de advocaat en de gravin zich op een druk theaterbalkon bevinden, vervaagt langzaam het beeld om hen heen, terwijl nog slechts hun stemmen in het geroezemoes zijn waar te nemen, totdat ook dat verdwijnt en de twee totaal alleen in de drukte zijn.

Na zijn experimentele debuut in 1967 definieert Martin Scorsese een kwart eeuw later zijn onberispelijke visuele stijl en de kunst om met de camera intrigerende verhalen te schrijven. Je moet natuurlijk van het genre houden, maar The Age of Innocence is in feite de perfecte film. En dus ook het perfecte romantische drama. Want de weg naar de liefde is vaak nog mooier dan de liefde zelf – ook al word je van binnen verteerd door lot of spijt.

 

12 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE
 
 
MEER ESSAYS

Souvenir

***

recensie Souvenir

Herrezen uit de as

door Cor Oliemeulen

Isabelle Huppert is een eeuwig durende fascinatie. In Souvenir speelt ze een vijftigster die na een mislukte zangcarrière wegkwijnt in een vleesfabriek en door een ambitieuze bokser uit haar monotone bestaan wordt gesleurd.

Wat zou er toch zijn gebeurd met al die deelnemers aan het Eurovisie Songfestival? Slechts een enkeling weet zich na deze jaarlijkse hysterie te onttrekken aan de vergetelheid, maar de meeste deelnemers wacht een triest lot. Zo ook Lilian (Isabelle Huppert), die volgens de mythe van Souvenir zo’n dertig jaar geleden onder haar artiestennaam Laura op de tweede plaats eindigde achter Abba, maar die hadden volgens sommigen alleen maar gewonnen door een corrupte jury. Terwijl de leden van de Zweedse popgroep kunnen bogen op tientallen wereldhits en alleen nog maar voor hun plezier hoefden te werken, is Lilian veroordeeld tot het decoreren van bakken paté in een vleesfabriek.

Souvenir

Lillian/Laura
Lilian heeft haar redenen om het verleden te willen vergeten. Aan de lopende band in de fabriek heeft ze nauwelijks contact en ’s avonds thuis trekt ze de gordijnen dicht, verscholen achter de televisie en een fles drank. De komst van de nieuwe, veel jongere collega Jean (Kévin Azaïs) zet haar saaie leventje op zijn kop. Hij herkent onmiddellijk de songfestivalkandidaat van weleer, want zijn vader is altijd verliefd gebleven op de zangeres Laura en dat mag de hele familie weten. Jean haalt Lilian over om eenmalig op te treden tijdens een feest op zijn boksschool, en van het een komt het ander.

De Vlaamse regisseur Bavo Defurne (die eerder furore maakte op Gay & Lesbian Festivals) gooit het – hoewel het fenomeen songfestival onder homo’s erg populair is – ditmaal over een heel andere boeg. Souvenir is een feelgoodfilm over een vereenzaamde oudere vrouw met vervlogen dromen die zich weet op te trekken aan de oprechte aandacht van een twintiger. Een bijna kinderlijk eenvoudig verhaal over hoop en een onmogelijke liefde. Sfeervol gefilmd door de kleuren die de verschillende stemmingen symboliseren, subtiel gemonteerd en sterk geacteerd, met de nadruk op kleine gebaren en veelzeggende blikken. De beelden zijn belangrijker dan de woorden.

Souvenir

Huppert
Met Isabelle Huppert in de hoofdrol kan weinig misgaan. Pas sinds Elle van Paul Verhoeven doorgebroken voor het grote publiek, zal de nieuwe schare fans vast ook kunnen genieten van haar weinig opdringerige, maar o zo solide spel in dit kleine komische drama. Zingen doet de rossige Française zelf in Souvenir. Geen probleem, want om hoog te scoren bij het Eurovisie Songfestival hoef je natuurlijk niet per definitie een dijk van een stem te hebben. Een bedeesde charmante verschijning in een mooie jurk kan ook de juiste snaar raken. De soundtrack van de Amerikaanse band Pink Martini sluit naadloos aan bij Laura’s ingehouden chansons.

Ook Kévin Azaïs met zijn open, sympathieke uitstraling is sterk gecast. Zijn talent werd twee jaar geleden al opgemerkt in Les combattants waarin ook zijn tegenspeelster Adèle Haenel (later te zien in Les ogres en La fille inconnu) zonder al teveel fratsen van het scherm spatte. Ook de bijrollen in Souvenir zijn prima verzorgd, zoals Jan Hammenecker als Joe’s vader, die trots is dat zijn zoon het hart van de zangeres heeft veroverd, en Johan Leysen als Lillian’s ex-man, die zijn eigen motieven voor een comeback heeft. Warme, authentieke prent zonder poespas.
 

28 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Song to Song

***

recensie Song to Song

Draaien rond het niets

door Alfred Bos

Met Song to Song voltooit Terrence Malick zijn ‘relatie-trilogie’. Het is dezelfde film als zijn voorgaande, Knight of Cups, maar dan over een driehoeksverhouding in het muziekmilieu van Austin. En met een mislukte geluidsband.

Voelt Terrence Malick de adem van Magere Hein langs zijn wangen strijken of laait in de herfst van zijn filmloopbaan de inspiratie op tot een uitslaande brand? Sinds het lang verloren gewaande wonderkind van de Amerikaanse cinema in 2011 zijn ‘kosmische manifest’ The Tree of Life (van de oerknal tot het hier en nu in 139 beeldschone minuten) op de wereld losliet is de man niet te stuiten.

Song to Song

Zijn nieuwe, Song to Song, is zijn vierde speelfilm in zes jaar tijd. Bovendien voltooide hij een documentaire die aansluit op het filosofische The Tree of LifeVoyage of Time: Life’s Journey, met commentaarstem van Malick-getrouwe, Cate Blanchett – en is zijn komende film, zijn negende, bijna gereed voor roulatie. Dat wordt het in Europa gedraaide Radegund, met Matthias Schoenaerts als Oostenrijkse herder die weigert zich met de nazi’s te encaillaneren.

Aldus produceerde Malick in luttele jaren meer films dan in de dik dertig jaar tussen zijn verbluffende debuut Badlands (1973) en het bejubelde The New World (2005), dat geldt als een van de beste films van de afgelopen decennium en zijn terugkeer naar de cinema verzekerde. Maar is meer ook beter?

Relatie-trilogie
Song to Song is de derde film op rij in de volkomen unieke filmtaal die Malick in rudimentaire vorm introduceerde met The Tree of Life: geen directe dialogen maar voice-overs met poëtische overpeinzingen en vragen over het leven; briljante cinematografie; geen duidelijke handeling of verhaal, maar een reeks impressionistisch gemonteerde scènes die improviserend tot stand zijn gekomen; stemmige orkestmuziek – doorgaans Duits romantisch dan wel Frans impressionistisch – op de geluidsband. Binnen dertig seconden weet je: ik zit naar een Terrence Malick te kijken.

Met To the Wonder (2012) en Knight of Cups (2015) vormt Song to Song ook qua thematiek een drieluik: je zou het de ‘relatie-trilogie’ kunnen noemen. In To the Wonder staat een jong getrouwd stel in Oklahoma centraal; in Knight of Cups de vader-zoonrelatie van een succesvolle maar spiritueel lege filmproducer in Los Angeles. En in Song to Song draait het om een driehoeksrelatie met het muziekmilieu van Austin als achtergrond.

Acteurs van reputatie staan in de rij om met Malick te kunnen werken en met de liefdesdriehoek van Song to Song komen ditmaal drie acteurs aan hun trekken. Rooney Mara vertolkt de beginnende muzikante Faye. Ze ontmoet op een riant maar loos artiestenfeest aan het zwembad van een postmodernistische villa BV (Ryan Gosling), een muzikant die op punt van doorbreken staat; ze beginnen een relatie. Maar dan is er ook de geslaagde platenproducer Cook (Michael Fassbender), toonbeeld van branie en bluf, die zich voor de carrière van Faye, onzeker over haar identiteit, wil inzetten in ruil voor seksuele gunsten.

Dezelfde film
Setting en personages wijken af, maar in de grond van de zaak is Song to Song dezelfde film als zijn voorganger Knight of Cups, alleen dan minder geslaagd. Hetzelfde om elkaar heen draaien van de personages, hetzelfde gefrunnik aan stoeipoezen, dezelfde bête feestjes, en dezelfde protserige interieurs, hetzelfde afwijkende camerawerk en dezelfde (quasi)diepzinnige overpeinzingen als voice-over. Omdat de film drie hoofdpersonen telt, heeft Song to Song meer dialoog. Maar ook die draaien rondjes rond—is het de hete brij of een gat, de leegte van het bestaan?

Mara is geknipt voor de rol van de muizige muzikante met faalangst. Fassbender daarentegen maakt van de charmante bruut Cook een karikatuur. De held van het trio hoofdrollen is Ryan Gosling, wiens intelligentie en charisma menige stuurloze scène van verveling redden. In de bijrollen zien we Val Kilmer (gemodelleerd op rockster Gregg Allman), Natalie Portman (die zo ongeregeld opduikt dat ze er eigenlijk niet is), de onvermijdelijke Cate Blanchett (als MILF die voor Goslings BV valt) en de Zweedse singer-songwriter Lykke Li als de muzikante Lykke, zichzelf dus.

Song to Song

Gekende rocksterren als Iggy Pop, Johnny Lydon en Red Hot Chili Peppers spelen eveneens zichzelf in cameo’s. Een glansrol vervult veterane Patti Smith, die zich als een moederkloek ontfermt over Faye en haar van advies voorziet door over haar leven te vertellen. Die scènes, eveneens geïmproviseerd, behoren tot de beste van de film. Daar komt hij even tot leven.

Verknipte geluidsband
Malicks afwijkende en idiosyncratische filmvorm is na To the Wonder en Knight of Cups bijna een formule geworden en het trekt Song to Song naar de geeuwzone. De mooifilmerij van Malicks vaste cameraman Emmanuel Lubezki begint, hoe is het mogelijk, te irriteren en met voice-overs als ‘Mercy was just a word. I never thought I needed it’ vul je poesiealbums, geen Malick-films.

Maar het grootste verschil met het geslaagde Knight of Cups – en hét manco van Song to Song – is de geluidsband. Daarop schuiven orkestmuziek (Debussy, Mahler, Ravel, Arvo Pärt) en pop (van de sixties-rock & roll van Del Shannon tot de rave-rap van Die Antwoord) volstrekt willekeurig in en uit het audiobeeld, alsof een baby aan de knop van een iPod draait. Van song to song inderdaad, zonder bedoeling. De filmposter zegt het allemaal in één beeld: in het midden van een vinylplaat zit—een gat.
 

2 mei 2017

 
MEER RECENSIES