Other Futures: welke films kun je zien?

Other Futures trapt 2 februari af
Eerste niet-westers sciencefictionfestival ter wereld

Een SF-festival vol muziek, literatuur, beeldende kunst én film om toekomstdenkers uit alle delen van de wereld samen te brengen. Dat is het nieuwe platform Other Futures dat vrijdag 2 februari aftrapt met een driedaags festival in Amsterdam.

Other Futures streeft naar het delen van nieuwe inzichten over waar we met deze wereld heen willen en hoe we deze kunnen bouwen. Een ontmoetingsplaats met sciencefiction als reflectie op de toekomst en als verbeelding.

Naast het multidisciplinaire festival (2-4 februari) is er de tentoonstelling Creating Other Futures (nog t/m 11 februari), het storytellers-event Other Futures Academy: New Narratives for Climate Action (1 februari) en natuurlijk een online platform.

Alipato: The Very Brief Life of an Ember

Bijzondere films
Als platform over film zet InDeBioscoop drie bijzondere SF-films op een rijtje. Ze zijn in het openingsweekend te zien in de filmzaal van de Melkweg. Het totaalprogramma lees je in dit blokkenschema.

Cleverman (Australië, 2016)
De droomtijd van de Aboriginals refereert niet alleen aan het verleden, maar ook aan het heden en de toekomst. Kennis wordt in de vorm van kunst overgedragen aan nieuwe generaties. Deze futuristische actieserie speelt zich af in een dystopisch Sydney, waar bovenmenselijke ‘Hairy People’ worden verbannen naar geïsoleerde zones en detentiecentra. Een overwegend inheemse cast, aloude verhalen uit de droomtijd van de Aboriginals en eigentijdse hiphop zetten de toon.

Les saignantes (Frankrijk, 2005)
In een fictief Afrikaans land in het jaar 2025 werkt Majolie als prostituee voor belangrijke politici. Als een secretaris-generaal sterft tijdens seks, zit zij met een probleem: Majolie zal vast worden beschuldigd van moord, dus waar moet ze naartoe met het lichaam? Ze vraagt haar beste vriendin Chouchou om hulp om het lichaam te laten verdwijnen. Dat blijkt een lastige klus in een stad vol corrupte mensen.

Blue Desert (Brazilië, 2013)
Een man die wordt gekweld door zijn intuïtie en angstdromen gaat op een ontdekkingstocht om antwoorden op zijn ongemakken te vinden. Onderweg krijgt hij tal van openbaringen, totdat hij zijn soulmate ontmoet en raakt voorbereid op de Blue Desert.
 

29 januari 2018

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

De sprekende computer

HAL 9000 (2001: A Space Odyssey) versus Alpha 60 (Alphaville)
De sprekende computer: slaaf of meester?

door Alfred Bos

In de cinema van de jaren zestig waren computers een nieuw en intimiderend fenomeen. Sindsdien is de sprekende computer in sciencefictionfilms geëvolueerd van dictator tot verleidster.

Het is een van de beroemdste sterfscènes uit de cinemahistorie. Boordcomputer HAL reist met een wetenschappelijke expeditie naar Jupiter. Hij is de digitale assistent van de vijfkoppige bemanning en beheert de logistiek van het ruimteschip. Maar het kunstbrein vertrouwt zijn menselijke reisgenoten niet meer; hij laat astronaut Frank Poole tijdens een ruimtewandeling dodelijk verongelukken. Diens collega Dave Borman schakelt de computer uit, hij trekt een voor een de modules uit diens geheugenbank. HAL verliest zijn brein. Hij gaat steeds trager praten. Hij wordt kinds. Tot zijn stem stilvalt.

HAL

HAL is de hoofdpersoon uit 2001: A Space Odyssey (Stanley Kubrick, 1968). Hoewel, persoon? HAL is een machine, een kunstmatige intelligentie. Hij heeft geen lijf. Het enige wat we van hem zien is een rood licht, een oog. We zien HAL niet, we horen hem. De computer heeft een stem, hij is een sprekende entiteit.

Pratende robotten of sprekende aliens waren in de jaren vijftig al op het witte doek te zien: Robby de robot in Forbidden Planet (1956), Klaatu de alien die in The day the earth stood still (1951) de mensheid tegen zichzelf in bescherming neemt. In 2001: A Space Odyssey moet de mens zich tegen de computer beschermen. Frank Borman vermoordt HAL.

Absolute macht
De sprekende computer staat centraal in Alphaville, Jean-Luc Godards sciencefictionfilm noir uit 1965. De film speelt in een dystopische toekomst, de stadstaat Alpahville is een technocratische dictatuur. De ratio regeert, op emoties staat de doodstraf. De film verbeeldt Godards kijk op het kapitalisme en hoe het technologie gebruikt om – volgens de staatspropaganda – een utopische samenleving te realiseren.

Voor de Franse filmauteur is het tegendeel het geval: het kapitalisme vervreemdt de mens van zijn zichzelf en reduceert hem tot kritiekloze consument. Hij schets in Alphaville een samenleving waarin de natuurlijke wereld is vervangen door een gemanipuleerde mediarepresentatie. Het is de spektakelmaatschappij zoals die twee jaar later, in 1967, door de Franse filosoof Guy Debord werd beschreven in diens boek La Société du spectacle.

In feite is de stad Alphaville een machine die wordt aangestuurd door een machine, de computer Alpha 60. Diens stemgeluid is symbolisch: onnatuurlijk, mechanisch vervormd, bars en onverbiddelijk, de verklanking van absolute macht. Alpha 60 spreekt ook de voice-over waarmee de film opent. Hij parafraseert enkele zinnen uit het essay ‘Forms of a Legend’ van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges (te vinden in Selected Non-Fictions, pagina 373).

“Soms is de werkelijkheid te complex om in woorden te vertellen. Maar als legende verspreidt het zich over de wereld.” Godard toont Alpha 60, de stem zonder lichaam, op dezelfde wijze als Kubrick drie jaar later HAL visualiseert: als een rond, oplichtend oog. Niet rood, want Alphaville is in zwart-wit gedraaid.

Circulaire tijd
In het geregisseerde paradijs of, volgens Godard, de technocratische dictatuur is de lineaire tijd van oorzaak en gevolg verdwenen. In Alphaville heerst het eeuwige nu, zonder verleden, zonder toekomst. De tijd is circulair, zoals Alpha 60 in een voice-over uitlegt. Hij haalt opnieuw Borges aan en citeert uit diens het essay ‘A New Refutation of Time’ (Selected Non-Fictions, pagina 317-332). Godard hint, in 1965, op de sociale versplintering van de spektakelmaatschappij waar een eindeloze reeks op zichzelf betekenisloze incidenten elkaar zonder enige samenhang opvolgt.

De mededeling van Alpha 60 klinkt als een vonnis, een sinister feit waaraan niet valt te ontkomen—wat de bewoners van de gedigitaliseerde samenleving van de eenentwintigste eeuw kunnen beamen. Alpha 60 is een griezel, een onmens, en dat wordt uitgedrukt via zijn kunstmatige stemgeluid. Daarvoor gebruikte Godard de stem van een man wiens strottenhoofd was vervangen door de mechanische stembanden van een voice-box. Het klinkt, wel, onmenselijk. De samenleving van Alphaville is ontmenselijkt.

In de bovenstaande scène waarschuwt Natascha von Braun (de dochter van professor Von Braun, de schepper van Alpha 60; gespeeld door Godards toenmalige geliefde Anna Karina) de detective Lemmy Caution (Eddie Constantine) ervoor dat de computer alom aanwezig is en kan meeluisteren. Caution is overigens zo voorzichtig zijn hand voor zijn mond te houden, een voorzorg tegen de liplezende computer die de astronauten uit 2001: A Space Odessey tot hun schade over het hoofd zullen zien.

Logische lussen
De computer is inderdaad alom aanwezig. Alpha 60 is de stad Alphaville, HAL is het ruimteschip Discovery. In 2001: A Space Odessey is de computer, de stem zonder lichaam, echter niet de intimiderende autoriteit van Alphaville, maar een omfloerst klinkende dienaar. HAL is een kunstmatige intelligentie, in zijn eigen woorden “een bewuste entiteit”, getraind om met mensen samen te werken. In zijn algoritme zijn emoties geprogrammeerd.

Zijn stem – ingesproken door de Canadese toneelacteur Douglas Rain – is mild en rustgevend, hij klinkt als een therapeut die zijn patiënt van dienst angsten afhelpt. We leren de HAL 9000-computer kennen via een televisie-interview. (En merk op dat net als in Alphaville het tijdsbesef een thema is.)

In zijn introductie zegt HAL niet in staat te zijn om fouten te maken. Maar kort daarop rapporteert hij wat een foutieve foutmelding blijkt te zijn. De astronauten Frank Poole en Dave Borman vermoeden dat er iets mis is met de alwetende computer. HAL krijgt last van paranoia, zijn logische brein is in de war geraakt door tegenstrijdige informatie en conflicterende commando’s. Hij ontpopt zich als een psychopathische leugenaar en een gewetenloze seriemoordenaar.

De computer is kwetsbaar voor paradoxen, logische lussen waar de formele logica van het algoritme geen bevredigende uitkomst voor heeft. De computer kan niet tegen onduidelijkheid en niet omgaan met ambiguïteit. Daartoe is de mens, met zijn emoties en intuïtie, wel in staat. Die denkt fuzzy.

Kunst als wapen
In Alphaville gebruikt de protagonist Eddie Caution een existentieel raadsel, in de vorm van een gedicht van de surrealistische dichter Paul Éluard, om de computer letterlijk hoofdbrekens te bezorgen. Daarop stort het kunstbrein in. Het is hersendood.

Alpha 60: “Verschillende van mijn circuits zoeken de oplossing van jouw raadsel. Ik zal het vinden.”

Lemmy Caution: “Als je het antwoord vindt, zul je jezelf vernietigen, want je wordt zoals ik, een soortgenoot, een broeder.”

Liefde is uit Alphaville verbannen omdat de computer het concept niet kent noch kan ervaren. Godards antwoord op de technocratische dictatuur is poëzie. Hij gebruikt kunst als wapen. De kunstmatige intelligentie is niet tot creativiteit in staat, want het heeft geen intuïtie, geen verbeelding. Alpha 60 valt stil. Letterlijk.

Kubrick gebruikt geluid – en tijd – om de dood van HAL te ‘visualiseren’. Als een rechtgeaarde psychopaat verandert de computer voortdurend zijn toon tegen Frank Borman, wanneer die heeft besloten om HAL te de-activeren. De computer gebruikt zijn stem als wapen en manipuleert tot de laatste seconde. Of eigenlijk: tot zijn hogere functies zijn uitgeschakeld en hij langzaam kinds wordt. Het afsterven van HAL horen we via zijn stem, die trager en trager, lager en lager wordt. Ook HAL valt stil. Letterlijk.

De computer als manipulatieve dictator komen we ook tegen in de vergeten (maar lang niet slechte) sciencefictionfilm Colossus: The Forbin Project van regisseur Joseph Sargent, die twee jaar na 2001 in de bioscoop verscheen. Colossus vervult, net als Alpha 60 in Alphaville, de rol van verknipte wetenschapper die de wereld naar zijn hand wil zetten, een bekende troop in de cinema van de jaren vijftig en zestig, de tijd van de Koude Oorlog. Denk aan de James Bond-film Dr. No, ook de Britse tv-serie The Avengers (De Wrekers) zit er vol mee. Colussus heeft eveneens een mechanische, ontmenselijkte stem.

Siri
Een halve eeuw en een digitale revolutie later is de computer geen bedreiging meer, het is een vriend geworden. Of liever, een vriendin. De kunstmatige intelligentie in de iPhone luistert naar de meisjesnaam Siri en het besturingsprogramma waar de protagonist van Her (Spike Jonze, 2013) verliefd op wordt spreekt met het erotiserend rafelige stemgeluid van Scarlett Johansson. De computer is van leider een verleider geworden.

Die transformatie valt samen met een andere ontwikkeling die zich geruisloos heeft voltrokken: in de eenentwintigste eeuw is het bedrijfsleven, middels lobbyisten en digitale technologie, op de stoel van de politiek gaan zitten. In de jaren zestig was de staat de grote manipulator die psychologische theorieën gebruikte om via massamedia de burgers te civiliseren. In de eenentwintigste eeuw masseert het internationale bedrijfsleven het publiek met digitale middelen tot kritiekloze consumenten.

Wie wist in de jaren zestig de werkelijkheid van de eenentwintigste eeuw beter te benaderen, Godard of Kubrick? De stem van HAL komt dichter bij de realiteit van het heden, maar de vervreemding van Alphaville – met zijn sociale versplintering, eeuwige nu en alles via selfies vastleggende consumenten – lijkt verdacht veel op de spektakelmaatschappij van nu.

Beiden hadden gelijk: hoedt u voor de sprekende computer, hij manipuleert. Siri, uit.

 
28 december 2017
 
 
MEER ESSAYS

Blade Runner 2049

***

recensie Blade Runner 2049

Schitterende namaak zonder ziel

door Alfred Bos

Iedere filmfan hield zijn hart vast bij de aankondiging van een vervolg op Blade Runner, een van de beste sciencefictionfilms ooit gemaakt. Regisseur Denis Villeneuve maakt er het beste van. Maar dat is niet genoeg.

Zou het toeval zijn dat de protagonist van Blade Runner 2049, de replicajager KD6-3.7, door zijn collega’s K wordt genoemd? En wanneer zijn virtuele vriendin hem omdoopt tot Joe weten we het zeker. Hij is Josef K, de centrale figuur van Kafka’s roman Het Proces: symbool van de mens die wordt vermalen door een systeem zonder menselijke maat. Alleen, die verwijzing slaat in de context van de film helemaal nergens op.

Blade Runner 2049

En dat schetst in het kort het probleem van dit tot in detail gestileerde, intelligent in elkaar gezette en ambitieuze – ook in 3D Dolby-Atmos uitgebrachte – bijna drie uur durende vervolg op een film die nooit bedoeld was om te worden vervolgd: veel vorm, minder inhoud. Een marketingexercitie waaraan is gesleuteld door de knapste en artistiekste koppen die Hollywood kon vinden.

Toen Ridley Scott in 1982 de roman Do Androids Dream of Electric Sheep? van sciencefictionauteur Philip K. Dick verfilmde als Blade Runner, was de respons lauw tot onverschillig. Sindsdien is de cultschrijver Dick (die overleed voor de première) opgenomen in de literaire canon en de reputatie van Blade Runner gestaag gegroeid tot legendarisch. Maar een vervolg? Dat is zoiets als Kubricks 2001: A Space Odessey nog eens over willen doen.

Frank Sinatra als hologram
Zo bont als Peter Hyams, de regisseur van 2010, maakt Denis Villeneuve (Arrival, Sicario, Incendies) het niet. Zijn dertig jaar na de originele Blade Runner gesitueerde vervolg biedt eye candy tot de ogen ervan tranen. Het verhaal (mede geschreven door de originele scenarist, Hampton Fancher) haakt handig aan op de ontknoping van het origineel. De technologie van het jaar 2049 is een vreemde mix van retro – de vliegende auto heeft nu één achterwiel en het pistool van de replicajager is nog steeds standard issue – en nieuw: neonreclames zijn vervangen door hologramprojecties. In 2049 zijn de Nexus 6-robotten versleuteld tot de meer dociele Nexus 8. Ze worden vervaardigd door de Wallace Corporation van Niander Wallace (Jared Leto), die lijdt aan grootheidswaanzin.

Blade Runner 2049

KD6-3.7 (Ryan Gosling) ruimt de laatste exemplaren van de Nexus 6-generatie op in een wereld waar de industriële vervuiling heeft plaatsgemaakt voor industriële landbouw. De Japanse invloed is verruild voor Russische alomwezigheid. De totaal irrelevante vraag die sommige fanboys naar aanleiding van Blade Runner stelden – is de replicajager zelf een replica? – wordt in dit vervolg direct beantwoord. K is een synthetische mens. Zijn vriendin Joi (Ana de Armas) een hologram. Voor fysiek contact met K stapt een prostituee in haar projectie. Het levert beelden op die nog niet eerder op het filmdoek te zien waren.

Projectie is een terugkerend motief. Er is een jukebox die Frank Sinatra als hologram One For The Road laat zingen. En in het door de woestijn verzwolgen Las Vegas zingt de projectie van Elvis nog immer dat hij het niet kan helpen dat hij verliefd is geworden. Het contrast tussen echt en namaak vormt de kern van Philip K. Dicks roman waarop de eerste Blade Runner-film is gebaseerd. Echt is zeldzaam. Echt is bijzonder. Replica’s willen ook echt zijn, als mensen. De roman en Scotts film stellen fundamentele filosofische vragen, zoals: hoe verhoudt een simulacrum (nabootsing) zich tot de real thing? Wat betekent het om mens te zijn?

Kunstmatige intelligentie
Aan die vragen gaat Blade Runner 2049 voorbij. Sterker, het gooit modder in het water door nep en echt moeiteloos te vermengen, zie de liefdesscène tussen K en Joi. Er klinkt een echo van Dick door in de rol die verbeelding speelt in een kunstmatige wereld: implants, kunstmatige herinneringen, worden gemaakt door kunstenaars als Ana Stelline (de Zwitserse actrice Carla Juri). Ze leeft fysiek geïsoleerd van de ontzielde werkelijkheid.

De premisse – die we op nadrukkelijk verzoek van de regisseur niet zullen verklappen – is echter zo kolderiek dat zelfs de meest fanatieke aanhangers van kunstmatige intelligentie er niet in kunnen geloven. Tussen technologie en biologie staat een muur.

Blade Runner 2049

Blade Runner 2049 opent met een shot dat identiek is aan Alien: Covenant, een close-up van een oog, en werkt soepel de plot points van Scotts boekverfilming af. Eliminatie van een replica in de introductie. De replicaprostituee als verleidster. De vervallen woonkazerne (nu een stad, Vegas). De wens tot mens-zijn van de replica’s. De originele replicajager Deckard (Harrison Ford) duikt op in de slotakte, diens chef Gaff (Edward James Olmos) vouwt in het verzorgingstehuis nog steeds origami-dieren en Deckards geliefde, de replica Rachael (Sean Young), verschijnt als projectie.

Politiek correct
Moet je de originele Blade Runner hebben gezien om Blade Runner 2049 op waarde te kunnen schatten? Nee, dat hoeft niet, maar dan ontgaat je het spel der verwijzingen. En dat geeft leven aan deze lange zit. Goslings K is emotioneel onthecht, eerder afwezig dan cool. Villeneuve heeft het verhaal ontdaan van zijn noir-atmosfeer en vertelt in een tempo dat aanmerkelijk lager ligt dan gangbaar voor blockbusters. Het suggereert diepgang die er niet is, achter de projectie van het simulacrum gaapt de leegte.

In de wereld van 2049 is K’s meerdere een vrouw, luitenant Joshi (Robin Wright), evenals de kwade genius, Luv, de fixer van Wallace (de Nederlandse actrice Sylvia Hoeks), terwijl haar rechterhand weer een homo is, Coco (David Dastmalchian). Wat zou Philip K. Dick er van hebben gevonden? Te netjes, wellicht. Te veel PC, te weinig rommel: keppel in Dick-lingo. Diens existentiële vragen zijn weg geëtst. “Wie geboren is, heeft een ziel”, stelt een van de personages. Blade Runner 2049 is niet geboren, maar gemaakt; een marketingexercitie. Zo is Denis Villeneuve een beetje Josef K geworden.
 

3 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Región salvaje, La

**

recensie La región salvaje

Seks tussen mensen is verleden tijd

door Cor Oliemeulen

Een paar keer per jaar wordt het reguliere bioscoopcircuit opgeschrikt. La región salvaje uit Mexico is een genremix van bodyhorror, sociaalrealisme en sciencefiction. Ja, er is volop seks, want dat is wezenlijk voor het verhaal. Zo maken we kennis met een fallische alien die er wel pap van lust. Origineel, of bij elkaar geraapt?

Als het de bedoeling van de Mexicaanse regisseur Amat Escalante is om in zijn vierde speelfilm, La región salvaje, een nihilistisch toekomstbeeld voor de mensheid te schetsen, is hij daar opnieuw glansrijk in geslaagd. Zijn wereld wordt niet zozeer bevolkt door mensen die lak aan waarden en normen hebben en zich juist daardoor blind overgeven aan genot, maar door mensen die een doel buiten hun eigen werkelijkheid zoeken en alleen maar kunnen concluderen dat het leven zoals zij nu kennen louter ellende heeft te bieden.

La región salvaje

Laat je gevoelens niet onderdrukken
Escalante wil vooral laten zien wat onderdrukking van gevoelens bij individuen teweeg kan brengen. Net als in zijn vorige film, Heli, een meedogenloos en deprimerend drugsdrama, staan de beslommeringen van een jong gezin met kinderen centraal. Alejandra staat niet meer in de belangstelling van haar man Ángel. Die heeft namelijk een homoseksuele verhouding met haar broer (!) Fabián, een dokter. Nadat Fabián de relatie heeft beëindigd, ontstaat er een nog complexere situatie. Alejandra vindt bezieling bij de wereldvreemde Verónica, wat leidt tot enkele bezoekjes aan een huisje op de hei. Daar bevindt zich het veelarmige buitenaardse wezen dat wel raad weet met hunkerende vrouwen. Maar er is ook een duidelijke keerzijde van het avontuur.

Hoe aangenaam een en ander soms ook mag lijken, een comfortabele zit is La región salvaje geenszins. De regisseur nam een krantenartikel als uitgangspunt: mannelijke verpleger wordt verdronken aangetroffen. Hij voelde zich aangedaan toen hij las dat het een homofiel betrof. Net als vrouwen zijn homo’s in sommige delen van Mexico hun leven niet zeker. Vanuit die sociaal-realistische bewogenheid zocht Escalante naar antwoorden, die hij niet vond. Er was een nieuwe werkelijkheid nodig om drijfveren van mensen beter te kunnen begrijpen.

La región salvaje

Weinig houvast
Nu er al de nodige loftrompetten over La región salvaje zijn gestoken, rijst de vraag hoe origineel Escalante’s goedbedoelde poging – om het publiek te laten nadenken over miskende gevoelens – nu werkelijk is. Hij maakt er geen geheim van dat hij zich liet inspireren door de horrorfilm Possession (1981) waarin het personage van Isabelle Adjani zich wil laten scheiden van haar man en zich overlevert aan een mysterieuze kracht. Een andere inspiratiebron is ongetwijfeld Kubricks sciencefictionklassieker 2001: A Space Odessey (1968): de grote zwarte zuil in de kosmos is vervangen door een donkere rots die kennelijk de alien bij het huisje op de hei heeft gedropt. En laat dat huisje op de hei en de onbestemde plot weer sterk doen denken aan Tarkovsky’s Stalker (1979).

Los van de referenties aan genreklassiekers en ondanks het beperkte budget biedt La región salvaje met enkele opvallende scènes (zoals een groot aantal copulerende diersoorten in een krater) weliswaar enig stof tot nadenken en verwondering, maar het wereldbeeld blijft ronduit pessimistisch. Metaforen genoeg, maar één enkel houvast had best gemogen. De film is even unheimisch als Under the Skin (2013) waarin een buitenaards wezen in Schotland op mannenjacht gaat. Maar eerlijk gezegd zien we liever Scarlett Johansson die haar doelwitten bewerkt dan die mislukte geile inktvis.
 

9 juni 2017

 
ONDERTUSSEN, OP DE REDACTIE:
Afstandelijk en neurotisch of één van de beste films van het jaar?

 
MEER RECENSIES

Alien: Covenant

****

recensie Alien: Covenant

Alien als Wagneriaanse opera

door Alfred Bos

Ridley Scott vervolgt zijn herstart van de Alien-saga met een actie-epos dat verwijst naar Wagner en Frankenstein. Is het buitenaardse monster een schepping van de natuur of het product van biotechnologie?

In de proloog van Alien: Covenant speelt David (Michael Fassbender), de synthetische mens, op de piano een stukje Wagner voor zijn schepper, Peter Weyland (Guy Pearce). We horen Intocht van de goden in Walhalla, uit Das Rheingold en dat is weer de proloog van Wagners monumentale operacyclus Der Ring des Nibelungen. Je krabt je achter de oren: regisseur Ridley Scott zou toch niet …? Jawel, hij doet het. Met Alien: Covenant vertelt Scott zijn klassiek geworden sciencefiction/horrorfilm Alien uit 1979 opnieuw, maar dan als Wagneriaanse opera.

Recensie Alien: Covenant

Alien: Covenant is het vervolg op Prometheus (2012), de film waarmee Scott aanknoopte op het universum dat hij in 1979 introduceerde. Vijf jaar terug speelde de regisseur leentjebuur bij de Griekse mythologie, ditmaal mengt hij, via Wagner, Germaanse en Noorse sagen in de steeds complexer worden verhaalmix. Was de in 3D gedraaide Prometheus een visuele extravaganza, het 2D-vervolg doet daar met zijn gul uitgeserveerde actiescènes en verbluffende beelden van buitenaardse ruimteschepen en een paradijselijke planeet niet voor onder. Voeg daarbij een doordacht verhaal vol verrassingen en de franchise is terug op niveau.

Walter is David is Siegfried
In de grond van de zaak is Alien: Covenant een remake van Alien voor een generatie filmkijkers die dankzij computeranimaties en superheldenfilms gewend is geraakt aan popcornvermaak. Die kijker zal zich niet vervelen, want de actie gaat crescendo en culmineert in een finale met een twist. De Alien-aficionado zal twee uur lang puzzelen om alle stukjes van het immer uitdijende verhaal naadloos in elkaar te passen. En de toeschouwer die heeft doorgeleerd vermaakt zich met de verwijzingen naar mythologie en literatuur. Die ziet in Weyland de oppergod Wotan en in David (bij Wagner het product van incest) herkent hij Siegfried.

Alien: Covenant opent op 5 december 2104, elf jaar na Prometheus. Walter is de robot van dienst op het ruimteschip waar de film naar vernoemd is, met 2000 mensen in kunstmatige slaap en 1120 ingevroren embryo’s op weg naar de verre planeet Origae-6. Walter is de geupdate versie van David, de robot die aan het slot van Prometheus vertrekt naar de planeet van de Engineers, de goddelijke scheppers die leven uitzaaien in het universum. Daar komt, na het oppikken van een intrigerende boodschap, ook een verkenningsteam van het Covenant-schip terecht. En dan begint het gedonder.

Recensie Alien: Covenant

Narcist
De Ripley van deze Alien-in-een-nieuw-jasje is Daniels (Katherine Waterstone). Zij voorziet onheil, wanneer Covenant-kapitein Oram (Billy Crudup) besluit de kolonisten naar die wel erg verleidelijke onbekende planeet te gidsen. Daar lijkt het paradijs gevonden, maar wacht de hel. Daar leert de kijker ook meer over de oorsprong van de alien, het buitenaardse en intelligente monster. Het zou flauw zijn om meer te verklappen, alleen dit nog: Michael Fassbender speelt letterlijk – en zijn personage ook figuurlijk – een dubbelrol. Robot Walter staat oog in oog met zijn vorige zelf, David. Naar zijn intenties blijft het lang gissen.

Had de oorspronkelijke Alien-film een intelligente buitenaardse levensvorm als plot-sturend personage, in Alien: Covenant is de synthetische mens Walter/David het centrale karakter. De robot is een narcist, hij kust zichzelf. Hij heeft, zoals zijn maker Weyland in Prometheus al verklapte, geen ziel. Het gevaar komt ditmaal niet van buitenaf, zoals in Alien, maar van binnenuit, van de technologie waarmee de mens de grenzen van het leven verlegt. Aldus lijkt de film te waarschuwen voor de risico’s van kunstmatige intelligentie.

Literaire referenties versterken die boodschap. Er is een geestige verwijzing naar Bladerunner, Scotts SF-meesterwerk, de douchescène uit Psycho komt langs en de climax spiegelt de labyrint-scène uit Alien³ (het filmdebuut van David Fincher). Maar de crux is een verwijzing naar Ozymandias, het gedicht van de Britse Romantische dichter Shelley dat, net als Wagners Nibelungenring, handelt over macht. Shelley’s echtgenote Mary is de auteur van Frankenstein, de SF-roman over kunstmatig leven dat zich tegen zijn schepper keert.

Covenant is het Engelse woord voor overeenkomst of verdrag. Met de duivel kun je beter geen verbond aan gaan.
 

16 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Circle, The

***

recensie The Circle

De digitale doos van Pandora

door Alfred Bos

Actuele satire over een internet-goeroe en diens sociale medianetwerk maakt duidelijk dat er naast voordelen grote bedreigingen kleven aan digitale technologie. The Circle toont via fictie hoe de surveillance society kan ontaarden in een digitale dictatuur van internetreuzen.

Na het zien van The Circle heb je een gezond wantrouwen tegen sociale media en de bedrijven die daar geld mee verdienen. Dat was de inzet van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers, auteur van de gelijknamige roman uit 2013. En dat was de bedoeling van Tom Hanks, die in de boekverfilming de rol speelt van hitech-moloch Eamon Bailey. Hanks’ productiebedrijf Playtone is tevens betrokken bij de totstandkoming van de film.

Bij het bedrijf The Circle werken alleen mensen die jong, cool, intelligent en enthousiast zijn. Het cirkelvormige hoofdkantoor aan de baai van San Francisco oogt als een speeltuin, er zijn bedrijfsfeestjes waar Beck exclusief optreedt voor de kring van gelukkigen die bedrijfsgoeroe Eamon Bailey helpen zijn droom te realiseren: een volkomen transparante wereld. Mae Holland (Emma Watson) mag er komen werken en wordt met wijde ogen rondgeleid door de van positieve energie bruisende vriendin Annie (Karen Gillan) die haar binnen heeft geloodst.

The Circle

In de wereld van The Circle is privacy onwenselijk, een bedreiging. Transparantie creëert een betere wereld in de visie van Eamon Bailey, want wie zich bekeken weet gedraagt zich. Dat is verkooppraatje van het sociale netwerk TruYou, dat het bedrijf exploiteert. Binnen het cirkelvormige kantoorgebouw heerst het groepsdenken van een sekte. Daar wordt alles vastgelegd en gemeten, door algoritmes geanalyseerd en als een rating teruggekaatst.

Terreur van transparantie
Bailey grossiert in het soort nieuwspraak dat we kennen uit George Orwells roman 1984. Geheimen zijn leugens, aldus zijn slogan. ‘Voel je je beter nu ik je geheimen ken’, vraagt hij retorisch wanneer Mae heeft besloten om mee te werken aan Bailey’s laatste concept, SeeChange, en haar privacy doelbewust opgeeft. Ze deelt iedere seconde van haar leven met haar volgers en wordt een ster in het virtuele universum van TruYou.

Openheid heeft zijn prijs en langzaam vallen Mae de schellen van de ogen. Volledige transparantie is haar keuze, maar niet van haar gehandicapte vader Vinnie (de onlangs overleden Bill Paxton, dit is zijn laatste filmrol), zorgzame moeder Bonnie (Glenne Headly) en heimelijk verliefde jeugdvriend Mercer (Ellar Coltrane). Ze worden ongewild meegetrokken in de terreur van openheid en groepsdenken. En daar komen brokken van, zoals pijnlijk duidelijk wordt bij de introductie van SoulSearch, een programma dat de gebruikers van TruYou prikkelt om personen op te sporen. Zoals mensen die een ander idee over privacy hebben.

Bailey heeft een dubbele agenda, doorzien door de uitgekochte TruYou-oprichter Ty (Star Wars-ster John Boyega). De transparantie die Bailey als heilzaam verkoopt dient om heimelijk zoveel mogelijk data te verzamelen. Dat opent ongekende mogelijkheden tot manipulatie en controle, zelfs de presidentsverkiezingen dreigen op slinkse wijze de TruYou-omgeving te worden binnengezogen. De visionair komt er weg mee, tot de transparantie op hem wordt gericht.

The Circle

Digitaal fascisme
Ondoordachte inzet van digitale technologie opent de doos van Pandora, maakt de film duidelijk. Het bedrijf The Circle staat symbool voor de tech-giganten van Silicon Valley die meer en meer greep op economie en samenleving krijgen, van apps die complete bedrijfstakken ontwrichten tot het onbeperkt verzamelen en verhandelen van persoonlijke gegevens. De internetreuzen vertegenwoordigen een economie waarin de consument het product is.

Als aandacht de nieuwe munteenheid is en data de nieuwe olie zijn, hoe geruststellend is het dan dat de privébedrijven uit Silicon Valley inmiddels over meer data beschikken dan gekozen overheden? Dat ze financiële instellingen zijn gepasseerd als de grootse geldmachines van het kapitalisme? Dat ze wetgeving frustreren en zelfs democratische verkiezingen manipuleren? Digitaal fascisme is niet langer een hersenschim van zwartkijkers.

The Circle verschijnt in de week dat de Britse staatsomroep naar buiten bracht hoe Facebook heeft geholpen om Donald Trump naar het Witte Huis te brengen en de Brexit-campagne te laten slagen. De film wordt geafficheerd als sciencefiction en dat was het boek wellicht toen het vier jaar terug verscheen. Dat fiction kunnen we inmiddels schrappen. Manipulatie is science geworden en internet het verslavende middel. Pittige boodschap voor een vermaaksfilm. En pijnlijk actueel.
 

9 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Aloys

***

recensie Aloys

Schetsen van eenzaamheid

door Ralph Evers

Aloys is de eerste lange film van regisseur Tobias Nölle. Een film met een eigen gezicht, vervreemdend door haar surrealisme en subtiel balancerend tussen humor en drama. Blijft de kijker echter gefascineerd?

Aloys Adorn heeft samen met zijn vader een privédetectivebureau. Hij brengt zijn tijd door van achter een camera, waar hij vreemdgaande partners filmt. Hij is een zonderling man, die zijn leventje perfect onder controle heeft. Dan overlijdt zijn vader en begint zijn wereld barsten te vertonen. Op een ochtend wordt hij wakker in een bus. Bijkomende van een kater ontdekt hij dat zijn filmcamera met een aantal belangrijke tapes voor een huidige zaak verdwenen zijn. Niet lang daarna wordt hij gebeld door een mysterieuze vrouw die zijn handel en wandel nauwlettend in de gaten heeft gehouden.

Aloys

De film wordt naar een meta-positie getrokken en we gaan samen met Aloys op het mysterie af. We krijgen aanvankelijk enkele hints en worden tevens misleid. De vrouw nodigt hem uit tot een Japanse uitvinding: telephone walking, ontwikkeld door een Japanse neurologe uit 1984 om eenzame mannen te helpen. Als je je hoofd dicht bij de muur houdt kun je horen waar de ander is. Fantasie en realiteit vervloeien door het harde beton in elkaar over. Een uitweg lijkt zich in Aloys’ lege en eenzame bestaan aan te bieden.

Verwarring alom
Vanaf het begin voelt Aloys al wat vreemd aan. De staalblauwe luchten, weidse perspectieven, de kille stedelijkheid en industriële elementen vervreemden het individu in de opslokkende omgeving. De kleurtinten zijn gedimd en de muziek neigt stemmig, maar versterkt het vervreemdende gevoel door de verstilde klanken een rust te geven.

Hoewel Aloys zijn zaakjes nog aardig op orde heeft, zal menig kijker even moeten zoeken naar houvast. Wanneer dit zich lijkt aan te dienen worden we opnieuw op het verkeerde been gezet door de mysterieuze beller. Hierin is de film weinig meedogend naar de kijker.

Aloys

De scènes tussen de fantasie en de realiteit wisselen elkaar in hoog tempo af. Dit levert soms prachtige beelden op, zoals de rookwolk in het bos, nadat Aloys in zijn bad een rotje heeft afgestoken. Die had hij van de eigenaar van het Chinese restaurant om de boze geesten te verdrijven. Ook de close-up van de vervaarlijk kijkende vogel is slim gevonden. Het dier kijkt ons indringend aan en met zijn neurotische trekje in de ogen is het een verwijzing naar de verwarring van Aloys.

Rivella
De slogan ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’ gaat voor een lange tijd op voor Aloys. Echter, naarmate de tijd verstrijkt, bekruipt het gevoel van langgerektheid. De gekte, die aanvankelijk verfrissend werkt, krijgt te weinig richting om de film de volle lengte te kunnen blijven dragen. Daarbij is ook de humor van regisseur Tobias Nölle te subtiel om goed te vangen. Is het lot van Aloys nu om te lachen of om te huilen?

Na afloop krijg je het idee naar een schets gekeken te hebben, zoals je dat ook wel ziet bij schilders. Eerst een studie, dan het hoofdwerk. De thematiek en uitwerking zijn voldoende voor een onderhoudende film, maar de chemie, de afstemming met de kijker is nog te ongepolijst. Laten we hopen dat Nölle hier in de toekomst meer handigheid in krijgt.
 

15 april 2017

 
MEER RECENSIES

Ghost in the Shell

***

recensie Ghost in the Shell

De Wrekers als cyberpunk

door Alfred Bos

Live action in 3D naar de jaren negentig manga en anime culthit uit Japan, over een vrouwelijke cyborg die zich afvraagt wie ze eigenlijk is. De filosofische vragen zijn boeiender dan de actie.

Eerst was er de manga, daarna de anime, vervolgens de animatie tv-serie en een aantal videospellen, en nu is er de 3D film. Ghost in the Shell, het verhaal over de vrouwelijke cyborg die haar oorsprong ontdekt, is wellicht de bekendste representant van cyberpunk, de jaren tachtig-variant van sciencefiction. De manga van Masamune Shirow (pseudoniem van tekenaar Masanori Ota), oorspronkelijk gepubliceerd in 1989, groeide in de jaren negentig uit tot een cultfenomeen en inspireerde de Wachowski’s voor hun The Matrix.

In al zijn mediaverschijningen is Ghost in the Shell een optelsom van ideeën die eerder zijn bedacht door andere auteurs; daaraan merk je dat de schepper van de franchise geen schrijver maar tekenaar is. Mira (in de live action 3D film vertolkt door Scarlett Johansson) is een mens-machine. Alleen haar brein is van zichzelf, de rest van haar lichaam is een constructie van synthetisch materiaal. Dat roept direct filosofische vragen op over identiteit. Blijven we onszelf in een ander lichaam? Wat is onze ik? Zijn we onze herinneringen?

Ghost in the Shell

Philip K. Dick speelde met dat thema in zijn roman Do Androids Dream of Electric Sheep?, verfilmd als Blade Runner, en ook in Ghost in the Shell spelen geïmplanteerde herinneringen een belangrijke rol. Mira is een wapen, volgens Cutter (de Brit Peter Ferdinando), de baas van het robotbedrijf Hanka, waar ze als herboren uit het assemblagebad stapt. Ze is een agent van Public Security Section 9, geleid door de slimmerik op leeftijd Aramaki (gespeeld door de fameuze Japanse regisseur en acteur Takeshi Kitano); als cyborg begiftigd met bovenmenselijke talenten, de eerste van haar soort, de nieuwe mens. Naast Mira is Batman een sufferdje.

William Gibson
Mira is de cyberpunk-versie van Miss Emma Peel, de vrouwelijke held van de Britse jaren zestig tv-serie De Wrekers, met sidekick Batou (de Deense acteur Pilou Asbæk) als haar kompaan Steed. Via een plug in haar nek kan de geest van Mira ronddwalen in de virtuele wereld van enen en nullen—cyberspace. Dat is een concept van William Gibson, die de term muntte in zijn roman Neuromancer uit 1984. Wanneer Mira rondscharrelt in het brein van een andere cyborg – dat idee is ontleend aan Mindplayers (1987) van Pat Cadigan – raakt haar eigen geest besmet.

Welke gedachten zijn van haar en welke van Kuze (de Amerikaanse acteur Michael Pitt), het brein achter een reeks aanslagen op Hanka-wetenschappers? Wanneer Mira erachter komt dat haar ontstaansgeschiedenis een leugen is, komt ze in opstand tegen haar schepper en dat is het gegeven van de moeder alles sciencefictionromans, Frankenstein van Mary Wollstonecraft Shelley, gepubliceerd in 1818. Mira blijkt Motoko te zijn.

Dystopische film noir
In de opening van de film zien we Mira in 3D geboren worden, haar vroedvrouw is Dr. Quelet (de Franse actrice Juliette Binoche), die, zoals iedereen in deze cyberfantasiewereld, haar lichaam heeft aangevuld (verbeterd?) met machine-elementen. Dat het niet altijd even handig is om je lijf te verrijken met digitale componenten blijkt wanneer Kuze twee onschuldige vrachtwagenchauffeurs hackt en hun brein overneemt. Niet alleen worden ze een moordwapen, ze weten achteraf ook niet meer wie ze zijn.

Ghost in the Shell, geregisseerd door de Brit Rupert Sanders, weet ook zonder 3D bril visueel te imponeren. Qua look en feel is de visualisering van de cyberpunk-wereld met zijn alom aanwezige beeldschermen, hologramprojecties en datastromen als fysieke constructies gelikter dan alle dystopische film noir die er tot nu toe is gemaakt. Alleen zijn de straten verbazingwekkend leeg voor zo’n megastad. Was er in het productiebudget geen geld over voor figuranten?

De beeldesthetiek is geënt op die van Blade Runner, uit 1982, en het futurisme van Ghost in the Shell met zijn bio hacking doet nogal ouderwets jaren tachtig aan. Er ligt weliswaar een laag van augmented reality over de cityscape van de fictieve Japanse stad Niihama, maar hij wijkt niet wezenlijk af van de manier waarop Fritz Lang de stad van de toekomst verbeeldde in Metropolis. Dat was negentig jaar geleden.

Ghost in the Shell

Internationale rolbezetting
Als actiefilm volgt Ghost in the Shell de geijkte banen, met in de derde akte een confrontatie tussen goed en kwaad waarbij het decor aan flarden gaat. Sanders, die in 2012 het drollige Snow White and the Huntsman maakte, kan als competente Hollywood hack ook niet verhullen dat er in het verhaal een levensgroot gat zit dat we hier niet gaan verklappen.

Met een internationale rolbezetting en enkele Chinese coproducenten is Ghost in the Shell een ambitieuze productie, gericht op Azië, Amerika én Europa, het soort film waarvan er meer zullen komen. Hoewel een lappendeken van bekende ideeën is de film op subtiele wijze niet standaard-Hollywood. De Japanse origine van de franchise blijkt uit de keuze voor een synthetisch lichaam in plaats van een kunstmatig brein: dat heeft geen intuïtie. Mensen wel en dat maakt ons menselijk.

En in deze Japanse variant van cyberpunk zijn de corporaties geen almachtige zakenconglomeraten, maar krijgen tegenspel van een competente overheid. Dat is in de cyberwereld van William Gibson en Pat Cadigan wel anders. De meer beschouwende kijker beleeft de meeste lol aan de expositie van Ghost in the Shell, de actieliefhebber aan de finale. En die 3D bril is eigenlijk een overbodige gimmick.
 

29 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Arrival

****

recensie Arrival

Rooksignalen uit de ruimte

door Alfred Bos

Films waarin de mensheid contact maakt met vriendelijke aliens zijn zeldzaam. Films waarin het fenomeen tijd als een mentale constructie wordt gepresenteerd, zijn nog zeldzamer. Arrival is een buitenbeentje.

Arrival is het soort intelligente sciencefictionfilm dat slechts mondjesmaat wordt gemaakt. Interstellar van twee jaar terug is een recent voorbeeld, 2001: A Space Odyssey (1968) het oermodel. Wat Arrival met beide films gemeen heeft is de combinatie van feitelijkheid en mystiek: wat je niet begrijpt ervaar je als bovennatuurlijk of goddelijk. In alle drie de films staat het fenomeen tijd centraal.

Arrival

De premisse van Arrival laat zich makkelijk navertellen: de aliens zijn geland op twaalf plaatsen op aarde en taalwetenschapper Dr. Louise Banks (Amy Adams) leidt met fysicus Ian Donnelly (Jeremy Renner) een wetenschappelijk team dat een vorm van communicatie moet opzetten. We zien het tweetal aan het werk in het alien ruimteschip boven een weiland in de Amerikaanse staat Montana. Het is een kolossale koffieboon met een eigen ecotoop en, zo lijkt het, eigen natuurwetten. De film toont een nieuwe en unieke verbeelding van buitenaardse technologie. En van aliens.

Interstellaire uitwisseling
De aard van de communicatie laat zich niet zo eenvoudig navertellen. De aliens – we zullen hen hier niet nader beschrijven, maar het zijn geen groene dwergen – hebben een taal die qua medium (rooksignalen, hoe bedenk je het) en vorm (variaties in het patroon van de rookringen) in de verste verte niet lijkt op welke van de vijfduizend talen die er door mensen op aarde worden gesproken. Dr. Banks weet er chocola van te maken en de interstellaire uitwisseling kan beginnen.

Maar dat gaat zomaar niet, want de aliens mogen dan van goede wil zijn, politiek en legertop zien achter ieder vriendelijk gebaar een doortrapte list. Wat ook niet helpt is de verdeeldheid tussen de diverse naties waar een buitenaardse koffieboon in het zwerk hangt. En daar raakt de film aan de kern van zijn boodschap: die verschillen in reactie worden bepaald door de lokale cultuur en die wordt weer bepaald door—taal.

Mystieke dimensie
De filosofische pointe van Arrival is deze: ons begrip van de werkelijkheid is een functie van taal, de Sapir-Whorf hypothese (google ‘m op). Menselijke taal is lineair, de woorden volgen na elkaar. De taal van de aliens is circulair, hun zinnen zijn loops waarin oorzaak en gevolg hun betekenis hebben verloren. Dankzij haar studie van de alien-taal begint Dr. Banks tijdsbegrip te schuiven, waardoor heden, verleden en toekomst op mystieke wijze met elkaar verknoopt raken.Wat haar overkomt is in ons lineaire tijdsbesef onverklaarbaar. Het geeft de film zijn mystieke dimensie.

Arrival

Arrival is de meest doordachte aliens-film die er sinds het debuut van het subgenre met The Day the Earth Stood Still (1951) is gemaakt. Het is ook de beste SF-film sinds Under the Skin. Regisseur Denis Villeneuve (Sicario, Enemy, Incendies) vermaakt de mainstream-filmfans met de vertrouwde actie- en thriller-holderdebolder en serveert de fijnproevers en arthouse-liefhebbers fraai gefotografeerde stof tot nadenken. Het shot waarin de mist van de heuvels over het weiland rolt is adembenemend. De cultuurschok ook.

Rake soundtrack
In een klinisch ogende vertelling op wetenschappelijke basis lijkt er nauwelijks ruimte voor zulke hoogst onwetenschappelijke – maar zeer menselijke – fenomenen als liefde en verlies, maar laten die nu juist het hart van Arrival uitmaken. Het betekent wel dat de mannelijke hoofdrol, fysicus Donnelly, naar het tweede plan wordt gedrukt en Villeneuve met de epiloog een naar sentimenteel neigendeTerrence Malick-pastiche opdient.

Arrival is origineel, diepzinnig en gedurfd. Voor een film die over taal gaat is het geluid extra belangrijk en de IJslandse filmcomponist Jóhann Jóhannsson (hij deed ook Sicario) tekent voor de minimale maar rake soundtrack. Dat belooft genoeg voor hun volgende gezamenlijke project, Bladerunner 2049. Dat onzalige idee ziet er na Arrival een stuk aantrekkelijker uit.
 

8 november 2016

 
MEER RECENSIES

Star Trek Beyond

****

recensie Star Trek Beyond

Sterrenepos schittert voort

door Wim Meijer

Star Trek heeft een van de meest succesvolle reboots van de afgelopen tien jaar ondergaan. Beyond gaat nergens verder dan zijn twee voorgangers, maar doet er ook niet voor onder. En dat is best een compliment.

Traditiegetrouw begint de film met captain Kirk (Chris Pine) in een onnozele, komische situatie. Dit keer probeert hij onder het mom van vredesoverleg een antiek wapen te slijten aan een alienras dat doet denken aan een kleine, flink gemuteerde gorilla gekruist met een agressieve octopusvariant. Het tamelijk ongepaste geschenk valt echter niet de smaak, met de welbekende beam-me-up-Scotty-scène als gevolg. Wat de alienminiatuuroctopusgorilla’s echter niet interesseert, blijkt van grote waarde voor de kwaadaardige Krall (Idris Elba), een alien die zich schuilhoudt op een planeet achter een enorme mistwolk: de nebula. Hij weet wel raad met antiek wapentuig.

Star Trek Beyond

Kirk en zijn crew maken hardhandig kennis met Krall in de nebula, nadat een gecrasht ruimteschip een noodsignaal zendt en de Enterprise daarop reageert. Die ontmoeting gaat gepaard met het nodige geweld, ruimtepuin dat in IMAX 3D om de oren vliegt en gelikte actie. Langzaam maar zeker ontdekt de bemanning van de Enterprise de relevantie van het antieke wapen, waarna de principes van de Starfleet het kwaad moeten beteugelen. Samenwerken, wederzijds respect, het verkennen van het universum – allemaal komt het terug en dient het als fundering voor een nieuw avontuur.

Geniaal duo
De charismatische Kirk vormt nog altijd een geniaal duo met Spock (Zachary Quinto), wiens berekende insteek mooi contrasteert met Kirks impulsiviteit. De kapitein die nog altijd terugdenkt aan zijn vader, is wel minder roekeloos geworden en stelt het belang van zijn bemanning voor het eigenbelang, hetgeen in de voorgaande films nog wel eens anders was. Mooi om te zien.

Wat betreft de rest van de crew: Bones (Karl Urban) is vooral verongelijkt wanneer Kirk hem op de zoveelste levensgevaarlijke missie stuurt, hetgeen vermakelijk is. Verder is er Scotty (Simon Pegg) die ditmaal hulp krijgt uit onverwachte hoek, stuurman Soho (John Cho), luitenant Uhura (Zoe Saldana) en Chekov, het Russische bemanningslid met sterk overdreven accent, gespeeld door wijlen Anton Yelchin. De beste man raakte beklemt tussen zijn brievenbus en auto, nadat hij vergeten was de laatste op zijn oprit op de handrem te zetten. De film is opgedragen aan Yelchin.

Star Trek Beyond

Darth Vader-hijgje
Regisseur J.J. Abrams blies in 2009 het sterrenepos nieuw leven in met Star Trek, leverde in 2013 een prima vervolg af (Star Trek Into Darkness) en droeg het regiestokje over aan Justin Lin, bekend van de Fast and the Furious-franchise. Gezien de formule van beide films – onderhoudend plot, aimabele cast, humor en strakke visuals – is die keuze niet onlogisch. Lin brengt het er dan ook goed vanaf, geholpen door een fijn script van Simon Pegg en Doug Young.

Star Trek Beyond kan rekenen op een solide basis vanuit vorige films – met name dankzij de onderlinge verhoudingen binnen de crew die zorgen voor zowel komische als ontroerende scènes. Scènes die niet gaan vervelen, omdat er goed acteerwerk aan ten grondslag ligt. Minder fraai is de schurk Krall (die soms zelfs een Darth Vader-hijgje tentoonstelt), een alien die nauwelijks tot de verbeelding spreekt en matig is uitgewerkt, in tegenstelling tot zijn voorganger Khan. Wanneer Rage Against The Machine, afgedaan als ‘klassieke muziek’, als wapen fungeert krijgt ‘beyond’ een andere betekenis. Die scène gaat toch iets té ver, maar Star Trek Beyond brengt vooral veel van wat we al kenden van de films van J. J. Abrams. En daar is helemaal niets mis mee.
 

19 juli 2016

 
MEER RECENSIES