LIFF 2025 – Deel 4: De krochten van Amerika

LIFF 2025 – Deel 4:
De krochten van Amerika

door Tim Bouwhuis

De culturele en politieke uitwassen van de verdeelde Verenigde Staten zijn de voorbije jaren een bovengemiddeld dankbaar onderwerp voor filmmakers. Mainstream releases als Civil War en One Battle After Another zetten een duidelijke toon en ook op LIFF 2025 laat het tijdperk-Trump sporen na. Het is logisch te denken dat we voor een diepere duik aangewezen zijn op de vooraanstaande American Indie Competitie, al jaren een blikvanger op het festival. Toch halen we onze inspiratie voor dit vierde verslag juist uit de selectie Bonkers!.

In de American Indie Competitie van dit jaar draaien met het eerder besproken Omaha, het terloopse vaderschapsdrama Mad Bills to Pay (or Destiny, dile que no soy malo) en het scherpzinnige Lurker (een eigentijdse update van Almost Famous) meerdere films die iets te zeggen hebben over de sociaal-culturele staat van Amerika. Tegelijk wordt vooral het medialandschap zodanig door waanzin geregeerd dat we een luchtig ingestoken sectie als Bonkers! (‘what’s in a name’) eigenlijk bloedserieus mogen nemen.

Waar de energieke ‘beeldschermenfilm’ LifeHack (een potpourri van Discordchats en zoekopdrachten) de krochten van het internet verkent, bewegen losgeslagen types zich in The Python Hunt door de krochten van een uitgestrekt moeras. Beide Bonkers!-titels vertellen een verhaal dat op het eerste oog te bizar is om waar te zijn. Toch komen juist deze films dichtbij een diagnose van het hedendaagse Amerika.

 

LifeHack

LifeHack – Slapend rijk(?)
In een wereld die steeds sterker gedomineerd wordt door virtuele communicatievormen zijn films die van scherm naar scherm hoppen (Profile, Searching, Missing) al even geen nieuwigheid meer. De vier vrienden die centraal staan in de eigentijdse heistthriller LifeHack zitten haast van begin tot eind achter een toetsenbord in hun slaapkamer, en als ze zich wel verplaatsen (of hebben verplaatst) dan zijn daar beeldopnames van – die de vrienden vervolgens weer op hun eigen monitors afspelen.

Bij het voorstellen van LifeHack in Leiden geeft debuterend regisseur Ronan Corrigan grif toe waar de inspiratie voor zijn beeldschermenfilm vandaan komt. Toen hij de leeftijd van de hoofdpersonen (hoofdrolspeler Georgie Farmer is momenteel drieëntwintig) had, was hij zelf een betrekkelijke schermjunkie, die meer tijd dan nodig spendeerde aan het verkennen van donkere internethoekjes. Aan het begin van de film maken niet-ingewijde kijkers kennis met de term ‘scriptkiddie’. Dit is een hacker in spe die bestaande technieken en hulpmiddelen gebruikt om tot de computersystemen van andere mensen of bedrijven door te dringen.

Dollend op Discord sparren de cybervrienden in LifeHack over jolige hackerstrucks en manieren om slapend rijk te worden. In het echt hebben de vier elkaar nog nooit ontmoet, maar in de beschermende marge van hun slaapkamer brengen ze meer tijd samen door dan een gemiddeld gezin. Een onschuldig gedachte-experiment transformeert rap in een serieuze scam als de vrienden in het dossier van een welgestelde tech-entrepreneur duiken. Hoe moeilijk zou het eigenlijk zijn om de cryptoportemonnee van deze steenrijke figuur te hacken? De Instagrampagina van dochterlief biedt uitkomst: die dropt wel héél veel privacygevoelige informatie op haar socials.

Het is even vermakelijk als angstaanjagend om te zien in wat voor tempo de Discordvrienden toegang weten te krijgen tot de apparaten en privéaccounts van hun nietsvermoedende slachtoffer. Niet voor niets licht Corrigan achteraf toe dat het rondkrijgen van juridische afspraken een van de grootste uitdagingen was bij het maken van LifeHack; zo heet Gmail in de film Qmail en mag je als kijker zelf gissen aan welke miljonair het bedachte slachtoffer zich wellicht zou kunnen meten (beter dat dan een bestaand bedrijf hacken).

Als thriller overtuigt LifeHack lang niet op elk moment. Corrigan bouwt te veel (voorspelbare) wendingen in en rekt de geloofwaardigheid van de heist daarmee tot het uiterste. Anderzijds gaat de regisseur slim om met de duistere kanten van het hedendaagse rijkeluismilieu. De Discordvrienden dringen niet alleen door tot de portemonnee van hun slachtoffer, maar ook tot zijn donkerste geheimen.

Wie goed oplet tijdens de hack van Don Heards mailbox ziet de naam ‘Epstein’ voorbij flitsen. En een onschuldig ogend Instagramfilmpje van Don Heards dochter blijkt later ontnuchterend bewijs van een plaats delict. Zonder de nieuwskoppen over Epsteins eiland was LifeHack wellicht een vergezochte satire geweest. Nu rommelt Corrigan met zijn Gen Z-thriller in de vetlaagjes van de Amerikaanse onderbuik; een opslagplaats van mapjes waar weinigen het bestaan van kennen.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Python Hunt

The Python Hunt – Moordlustige slangensafari
In 1992 richtte de cycloon Andrew een ravage aan in de staat Florida. De impact van de natuurramp wordt in The Python Hunt aangehaald als waarschijnlijkste verklaring voor de alomtegenwoordigheid van pythons in de Everglades, een moerassig natuurgebied in het uiterste zuiden. Je zal maar net te maken hebben met een importeur die door toedoen van de ramp meer dan negenhonderd kronkelige wezens uit zijn veilige opslag ziet verdwijnen.

Anno nu zorgen de volgevreten pythons voor verregaande eco-overlast. De dieren eten veel en vaak en hebben daarmee de biodiversiteit in de Everglades aangetast. Reden genoeg voor de overheid om een rigoureus bestrijdingsplan te handhaven en burgers zelfs aan te moedigen op de slangen te jagen. Deze bizarre documentaire begint in aanloop naar een heuse ‘python hunting’-competitie, die eenmaal per jaar door de staat wordt georganiseerd en mensen van heinde en verre trekt. Ondergetekende ziet het met de wolf nog niet gebeuren.

Op de slangenjacht in de Everglades komen types af die in een geflipte Hollywoodkomedie niet zouden misstaan. De tweeëntachtigjarige Anne komt oorspronkelijk uit Tucson, Arizona maar is in Florida om haar droom in vervulling te brengen: het doorboren van een slangenkop met een ijspriem. Zelf jagen wordt op haar leeftijd lastig, en dus omarmt ze de hulp van andere fanatici. Tussendoor werkt ze in haar motel de ene na de andere gin tonic weg. Een andere pythonjager manoeuvreert zich op zijn slippers door het moeraswater. De zoektocht motiveert hem omdat het zo’n gevaarlijke bezigheid is. De adrenalinekick helpt hem om van de drugs af te blijven.

The Python Hunt toont een verontrustende Amerikaanse mentaliteit. Wat niet in een bepaald gebied thuishoort, moet opgespoord en vernietigd worden. Schokkend is niet zozeer de impuls om op de pythons te jagen – het hoofdargument daarvoor heeft zelfs ethische draagkracht – maar de manier waarop dat gebeurt. De documentaire biedt geen aanleiding om te geloven dat het sadisme van de stokoude Anne in scène is gezet. Een tafereel waarbij enthousiaste buurtbewoners touwtrekken (ja, letterlijk) met de ingewanden van een gevilde python doet de wenkbrauwen al helemaal fronsen.

Is het moreel verantwoord om te lachen om deze kolderiek aandoende toestanden? Comfortabel voelt dat zeker niet, maar de toestanden die regisseur Xander Robin vastlegt zijn zodanig absurd dat je je ongeloof als kijker érgens kwijtmoet. De kracht van The Python Hunt zit hem niet per se in de opzet, inhoudelijke kadering en montage van de documentaire: die is net te fragmentarisch, en had gedijt bij een scherpere bestudering van de bredere context en van een aantal sleutelfiguren. De kracht zit hem in de ontregelende weergave van de primitieve pythonjacht en het besef dat daarbij hoort. Ook dít is Amerika.

 

17 oktober 2024

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 3: Het verliezen van je kind

LIFF 2025 – Deel 3:
Het verliezen van je kind

door Tim Bouwhuis

Wie elk jaar trouw het filmfestivalcircuit doorkruist, kan zich aanwennen om trends af te zetten tegen meer universele thema’s. Films over familiebanden zijn van alle tijden en hebben een niet aflatende aantrekkingskracht. Tegelijk kan het zwaar op het gemoed vallen om er al te veel te kijken. Ook op LIFF 2025 gaat het verlangen naar een harmonieus samenzijn telkens weer gepaard met situaties van angst en verlies.

De angst om je kind(eren) te verliezen, kan voor een liefhebbende ouder groter zijn dan de angst voor de ondergang van de wereld. De apocalyps (ook twee jaar terug al een thema op LIFF) is dreigend, maar niet altijd even tastbaar. De vrees voor het verlies van je meest dierbare komt dan een stuk dichterbij, zeker als je als filmmaker of kijker ook kinderen hebt. Omaha, L’Intérêt d’Adam en Hallow Road zijn ondergebracht in verschillende secties van deze festivaleditie, maar hebben hetzelfde kernthema gemeen.

 

Omaha

Omaha – Reizen tussen hoop en verdriet
Het aangrijpende Omaha werd in Leiden voorgesteld door een debuterend regisseur die in de eerste plaats al zo’n twintig jaar vader is. De sympathieke Cole Webley deelde dit stukje persoonlijke achtergrond pas tijdens de Q & A, maar als aandachtige kijker kun je als het goed is ook zonder: Webleys tactvolle regie van de twee kinderen in de film (negen en zes jaar oud) verraadt veel.

In nog geen negentig minuten verbeeldt Omaha het verhaal van een vader die na het verlies van zijn vrouw een roadtrip met zijn kinderen plant. Snel wordt duidelijk dat het idee niet uit weelde is geboren. Bij het verlaten van hun huis in Utah (de staat waar Webley vandaan komt) komt een begripvolle, maar gezagsgetrouwe agente de navolging van een uitzettingsbevel controleren. Dochter Ella (een verbluffende rol van kindactrice Molly Belle Wright) helpt haar vader de auto op gang te krijgen, want die start niet meer uit zichzelf.

De ogen van John Magaro (bekend van Past Lives) staan droevig. Hij is praktisch en financieel niet meer in staat om voor zijn kinderen te zorgen, maar het verscheurt zijn hart om hen daarover te moeten inlichten. Liever gunt hij Ella en Charlie een reis vol plezier en goede herinneringen, ook als dat betekent dat hij zijn laatste zakcenten moet uitgeven aan een vlieger. Een vriendelijke vrouw vertelt Ella bij een benzinestation over een dierentuin in Omaha, de stad waar de drie naartoe trekken. Even daarvoor heeft vader de hond van het gezin bij een dierenarts moeten achterlaten.

Verdriet – niet alleen over het verlies van moeder en hond, maar ook over een naderend noodlot – gaat hand in hand met een laatste beetje hoop. Dat er iets vervelends staat te gebeuren, voelt de pientere Ella al beter aan dan haar ontwapenend naïeve broertje. Toch beleven de drie bloedverwanten in die krakkemikkige auto de tijd van hun leven. De prachtige beelden van het uitgestrekte Amerikaanse landschap worden bedekt door een deken van zonlicht.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

L'Intérêt d'Adam

L’Intérêt d’Adam – Begrip voor de moederrol
In de tweede langspeler van de Brusselse Laura Wandel (Playground) is het niet een vader, maar een moeder die voor het grootst denkbare verlies vreest. L’Intérêt d’Adam speelt zich bijna volledig af in de beklemmende gangen en ruimtes van een ziekenhuis, waar verpleegkundige Lucy (Léa Drucker) zorgt draagt voor een ondervoed jongetje. Lucy probeert de slechts vierjarige Adam van zijn sondevoeding af te helpen, maar moeder Rebecca (de productieve Frans-Roemeense actrice Anamaria Vartolomei) ziet dat die overgang haar kind moeilijk afgaat. Haar aanwezigheid op de afdeling zorgt voor spanning, mede omdat Rebecca van een rechter niet op elk moment aanwezig mag zijn.

Lucy ziet dat Rebecca’s grote bekommernis om de gezondheid van haar zoontje zijn herstel niet per se bespoedigt; zo besluit Adams moeder zonder overleg om haar kind te wassen (met hygiënische risico’s van dien) en gooit ze zijn vaste voedsel weg omdat dat leidde tot buikkrampen. Tegelijk kan de verpleegkundige het niet over haar hart verkrijgen Rebecca bij Adam weg te houden. Als Rebecca haar vraagt of ze zelf weet hoe het is om voor een kind te zorgen, antwoordt ze bevestigend.

Hoewel de dramatiek in L’Intérêt d’Adam uiterst tastbaar is, onderscheidt de film zich vooral door zijn stilistische benadering. Wandel had zich kunnen blindstaren op de compassie van Rebecca, maar kiest er in plaats daarvan voor om juist Lucy door de gangen van het ziekenhuis te volgen. De benauwende tracking shots, waarbij de camera haast in de nek van het personage rust, krijgen extra kracht door de op zichzelf al krappe locatie en de nerveuze pacing. In Playground, waarin we een kind volgen dat gepest wordt op school, ging Wandel precies zo te werk.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Hallow Road

Hallow Road – Telefoontje met een twist
Waar het plotse einde van L’Intérêt d’Adam sommige kijkers tot wanhoop zal drijven, eindigt het curieuze Hallow Road juist een minuut te laat. In deze grotendeels uit telefoongesprekken opgebouwde thriller – denk The Guilty – wordt het leven van twee ouders op stelten gezet door een nachtelijke noodoproep van hun dochter. Met terugwerkende kracht is dat behapbare uitgangspunt waarschijnlijk het meest conventionele aspect van deze film, dat ontaardt in een trauma met sadistische logica.

In een staat van paniek en verwarring staat de jongvolwassen Alice (ingesproken door Megan McDonnell) in een dicht bos, ergens in het midden van niets. Mulholland Drive liep tenminste nog in de schaduw van de grootstad, Hallow Road is alleen een eenzame stip op de tomtom. Toch is het de plek waar Maddie en Frank (Matthew Rhys en Gone Girl-ster Rosamund Pike) in het holst van de nacht hun dochter op gaan pikken. Als ze horen van de toedracht breekt het angstzweet de twee uit: Alice bekent dat ze een botsing heeft veroorzaakt en dat het slachtoffer buiten bewustzijn is.

Terwijl vader en moederlief ruziën over de correcte afhandeling van de situatie (moeten ze de autoriteiten bellen of het ongeval verdoezelen?) neemt het verhaal een sinistere wending, waarbij Hallow Road door de bewuste timing van de nachtelijke trip (de nacht van Halloween) in een saus van folk-horror wordt gedoopt. De wending maakt de film zonder meer ontregelend en extra ongemakkelijk, maar komt de overtuigingskracht niet per se ten goede. Als drama wankelde Hallow Road al een beetje door het grotesk uitgespeelde geruzie tussen de twee ouders (Pike is wel uitstekend). Door vervolgens ook nog eens een horrorafslag in te slaan, nemen regisseur Babak Anvari (bekend van de psychologische thriller Under the Shadow) en zijn scenarist extra hooi op hun vork.

In zijn dramatische kern (twee ouders die alles overhebben voor hun dochter) raakt Hallow Road aan de materie waarmee Omaha en L’Intérêt d’Adam ontroeren. Helaas stapelt de thriller de ontwrichtende ontwikkelingen zo snel op dat je als kijker drukker bent met puzzelen dan met het blootleggen van die diepere laag. Een sterk mysterie had dat kunnen rechtvaardigen, maar Hallow Road eindigt met een lullige slotscène die de gespannen aanloop behoorlijk doodslaat. Een overweldigend trauma in het midden van niets, op een schimmige kruising in een dichtbegroeid bos. Ongetwijfeld had wijlen David Lynch beter raad geweten.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

15 oktober 2024

 


MEER FILMFESTIVAL

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)
Morele scherprechter in een landschap van schimmen

door Tim Bouwhuis

Béla Tarrs The Man from London (2007) is achtendertig minuten onderweg als de memorabele introductie van het personage van Tilda Swinton volgt. Zoals een goochelaar iets uit zijn hoge hoed tovert, zo glijdt de camera op het bewuste moment achter de rug van de eigenlijke hoofdpersoon vandaan. Tarr geeft Swintons verschijnen gewicht, voert haar in een handvol sleutelscènes op maar laat haar daarna ook weer zonder pardon uit de film verdwijnen. Toch is haar rol cruciaal om dit hermetisch aandoende misdaaddrama dieper te kunnen doorgronden.

Swinton speelt in The Man from London een huisvrouw die zucht onder de eentonigheid van het bestaan en de ruwheid van haar echtgenoot. Het is typerend dat we haar pas in beeld krijgen nadat Maloin (Miroslav Krobot) de deur achter zich heeft dichtgedaan, en dat haar personage op IMDb alleen op de credits staat als ‘de vrouw van Maloin’ (al wordt ze elders wel ‘Camélia’ genoemd). In de naam Maloin zit het Franse woord ‘mal’, dat ‘slecht’ betekent. De voertaal in het huishouden van het stel is Frans, en de roman waar de film zich op baseert werd geschreven door de Franstalig Belgische detectiveschrijver Georges Simenon.

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)

Wat Swinton niet weet
Op het moment dat Maloin thuiskomt bij zijn vrouw, zijn wij als kijkers al deelgenoot gemaakt van het misdaadmysterie dat de plot voortstuwt. De spoorarbeider heeft tijdens zijn avondshift in de haven een koffer opgevist met daarin een behoorlijk geldbedrag. Hij lijkt er niet over te peinzen om zijn echtgenote uitgebreid over de vondst te informeren.

De eerste keer dat we Swinton aan het woord horen, verheft ze meteen haar stem. Ze komt niet op voor zichzelf, maar voor hun dochter Henriëtte. Haar man is wantrouwend naar alles wat slecht voor het meisje zou kunnen zijn en slaat daarin door: hij gunt Henriëtte niet de vrijheid zelf te ontdekken wat goed voor haar is. Swinton confronteert Maloin met dit dwingende gedrag; eerst één op één, later in Henriëttes bijzijn.

Wat het daglicht niet verdragen kan
De scène waarin de twee in een verhitte ruzie belanden (“wanneer houdt je eindelijk je kop?”), wijkt qua toon behoorlijk af van de rest van de film. Terug naar het zwijgzame eerste halfuur: daarin zien we (louter mannelijke) personages bewegen als schaduwen in een schimmenrijk. Dan weer is het de afstand vanwaar de camera hen gadeslaat, dan weer zien we iemand met zijn rug naar ons toegekeerd. Meermaals framet Tarr zijn shots aan de hand van ramen en spijlen, en ook de belichting verhult meer dan ze openbaart. Dat deze schimmen schimmig gedrag vertonen, is een een-tweetje.

Foto: Brigitte LacombeMaloins sleutelrol in het schaduwspel kan het daglicht sowieso niet verdragen, maar als hij later in het (dag)licht stapt wordt het er niet veel beter op. Na het eerste twistgesprek met zijn vrouw meldt hij zich met veel misbaar bij de winkel waar zijn dochter op dat moment werkzaam is. Het zint hem niet dat zij daar als schoonmaakster wordt ingezet, en hij wantrouwt de bijbedoelingen van het personeel. Dat Henriëtte nog een arbeidsovereenkomst van een week moet uitdienen, interesseert hem niet. Onder luid protest van de eigenaresse trekt hij haar de winkel uit.

De bron van alle kwaad
Als het tweetal zich even later thuis meldt, weet Swinton niet waar ze het zoeken moet. Maloin heeft Henriëtte meegenomen naar een luxe kledingwinkel en daar een normaal gesproken onbetaalbare bontjas uitgezocht. Wat voor idioot is haar echtgenoot wel niet om hun financiële middelen én Henriëttes arbeidsperspectief zo te minachten?

Het is prikkelend om te merken dat Tarr Swinton zo goed als volledig aan het mysterie van de geldkoffer onttrekt, zelfs op het moment dat zij hem met een geldkwestie confronteert. Maloin hoeft niet te proberen om zijn vrouw de waarheid te vertellen, omdat hij weet dat zij het zal afkeuren als hij de inhoud van de koffer in zijn eigen zak steekt. Tegelijk heeft de vondst nu al een grote invloed op zijn doen en laten, als een parasiet die doordringt tot de huid van een geschikt slachtoffer.

Het is alsof Tarr hier wil zeggen dat vooral mannen de lokroep van geld (de bron van alle kwaad?) niet kunnen weerstaan, en dat vrouwen vervolgens slachtoffer zijn van de ellende die daaruit voortkomt. Deze indruk wordt versterkt als de regisseur vrij laat in de film de vrouw van de hoofdverdachte in het mysterie introduceert. Net als Maloins echtgenoot lijkt zij er geen benul van te hebben gehad wat zich precies in de duistere mannenwereld heeft afgespeeld. De Londense detective die met de zaak belast is, moet haar vertellen wat haar man heeft gedaan, en dat ontroert haar zichtbaar. Tarr kiest ervoor om lang op haar getekende gezicht in te zoomen, net zoals hij dat even daarvoor doet in het doorleefde afscheidsshot van Swinton (ruim vóór het einde van de film). In de aanblik van beide vrouwen schijnt een tragische weerloosheid door.

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)

Swinton en de vrouw van hoofdverdachte Brown zijn zo slachtoffers (“vijfentwintig jaar houd ik het al uit”, klaagt eerstgenoemde over het gedrag van Maloin) van de mannen aan hun zijde, maar dat maakt vooral de steractrice allesbehalve passief. Sterker nog, Tarr zet haar in als een morele scherprechter, de enige die Maloin één op één met zijn keuzes en gedrag confronteert. Eigenlijk is het de detective die in The Man from London het recht moet belichamen, maar dat gegeven maakt hem nog niet rechtvaardig. Bij het afhandelen van de zaak biedt hij zowel de vrouw van Brown als Maloin een geldbedrag aan ter compensatie. Geld wordt zo niet alleen gebruikt (lees: misbruikt) om de plot in gang te zetten, maar ook om de uiteindelijke toedracht te verdoezelen.

Wanneer het recht (niet) zegeviert
“Ga naar huis en vergeet alles”, zegt de detective tegen Maloin, waarmee hij de status quo in het eenzame dorp herstelt. Geld is de enige taal die hij kan spreken. De detective kan het leed van Browns vrouw niet verzachten, en Maloins besef van schuld en medeplichtigheid is niet aan zijn inmenging schatplichtig. Swinton is de enige die hem recht in zijn gezicht de waarheid heeft verteld. Om niet al te lang daarna voorgoed uit de film te verdwijnen.

The Man from London is te zien in Eye.

 

9 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

10 Tips voor Film Fest Gent 2025

Van 8 tot en met 19 oktober in het Belgische Gent:
10 Tips voor Film Fest Gent 2025, en één dwarsdoener

door Tim Bouwhuis

Het is even wennen om Film Fest Gent voor het eerst in zes jaar niet te bezoeken, maar wel op het festival voor te beschouwen. De voorbije maanden zag deze recensent in het festivalcircuit meerdere hoogvliegers die tussen 8 en 19 oktober ook op de 52e editie van het Film Fest te bewonderen zijn.

In deze preview aandacht voor tien tips, met daarbij ook nog een dwarsdoener: een film die ik juist niet te pruimen vond, maar tóch graag voor wil leggen. Welke dat is, wordt ongetwijfeld vanzelf duidelijk: de aanbevelingen zijn op alfabetische volgorde gesorteerd.

Ariel - 10 Tips voor Film Fest Gent 2025

Ariel

Ariel (Lois Patiño, 2024)
Wie zich vorig jaar in een filmtheater heeft vergaapt aan Samsara, weet al dat de Spanjaard Lois Patiño garant kan staan voor zintuiglijke en grensverleggende cinema. Wie het buitengewone intermezzo halverwege deze droomtrip (spoileren zou zonde zijn) niét kon waarderen, hoeft niet te vrezen dat Ariel eenzelfde kant op beweegt. Wat de films wel gemeen hebben, is een poëtische, kleurrijke cinematografie die in een huiskamer maar half tot zijn recht zou komen. Waar Samsara zich tot boeddhistische denkbeelden verhoudt, maakt Ariel zich op speelse wijze schatplichtig aan de Shakespeareaanse traditie.

Barrio Triste (Stillz, 2025)
Als de beroemde found footage-film The Blair Witch Project (1999) zich in de verloederde grootstad had afgespeeld, dan had ze vermoedelijk Barrio Triste geheten. Deze hoogst ongemakkelijke trip door het wetteloze Medellín (Colombia) zet de toon met een duivelse soundtrack en taferelen die het einde van de beschaving oproepen. Denk aan een radio-interview met een seriemoordenaar, onverbloemd geweld en een mysterieuze, bovennatuurlijke apotheose. De ‘protagonisten’ die we volgen zijn nog kinderen. Toch zien we de doodsangst in de ogen staan bij de voorbijgangers die op hun gevoelige plaat worden vastgelegd.

Below the Clouds (Sotto Le Nuvole) (Gianfranco Rosi, 2025)
Zou je als burger slechter slapen als er een vulkaan in je achtertuin staat? In de gelaagde documentaire Below the Clouds schetst de geëngageerde routinier Gianfranco Rosi (Sacro GRA, Fuocammare) een knap terloops beeld van Napels, een prachtig oord in de schaduw van de dood. Rosi is er een meester in om aan de hand van ogenschijnlijk simpele taferelen en locaties (een privé-onderwijzer die lesgeeft, een archeologische opgraving net buiten de stad, een callcenter voor aardschokken) op grote thema’s als (schijn)veiligheid te reflecteren. En passant is de film ook nog eens onverwacht grappig.

Christy (Brendan Canty, 2025)
Ierse coming-of-agefilm over een rebelse tiener die bij gebrek aan een liefdevol pleeggezin tussen wal en schip dreigt te belanden. De noodoplossing is dat hij bij zijn halfbroer intrekt, maar die zit daar eigenlijk niet op te wachten. Het is knap dat Brendan Canty in zijn langspeeldebuut meteen een passende balans weet te vinden tussen een eigengereide rauwheid (denk aan het typerende taalgebruik – de ondertiteling is welkom) en een deels muzikale luchtigheid. Met een shout-out naar het kind dat vanuit zijn rolstoel als sterrapper optreedt.

My Father’s Shadow (Akinola Davies, 2025)
Aangrijpend drama over een vader die in een politiek gespannen Lagos (1993) alles in het werk stelt om zijn twee zoontjes te beschermen. In het laatste halfuur doet de Brits-Nigeriaanse regisseur Akinola Davies er qua intensiteit nog een schepje bovenop, maar gelukkig wordt dit kernachtige familieverhaal daarmee nog geen ordinaire tranentrekker. Een zwemscène met de drie hoofdpersonen doet sterk aan Barry Jenkins’ Moonlight denken.

Nouvelle Vague (Richard Linklater, 2025)
Er draaien dit jaar maar liefst twee films van Boyhood-regisseur Richard Linklater in Gent. De betere van de twee is kammerspiel Blue Moon, de interessantere dan toch Nouvelle Vague. Ondergetekende belandde na het kijken van de ‘making-of’ van pioniersfilm À bout de souffle in een verhitte discussie over de vraag of Linklater Jean-Luc Godard met zijn film (bedoeld of onbedoeld) niet eerder ridiculiseert dan bewierookt. Aan welke kant staat u?

Resurrection (Bi Gan, 2025)
Na de cinematische droomervaring die Long Day’s Journey Into Night heet (Previously Unreleased 2019), lag de lat haast onnoemelijk hoog voor de nu nog altijd maar zesendertigjarige Bi Gan. Resurrection komt moeilijk op gang en mist het vloeiende van zijn betoverende voorganger, maar in het laatste uur legt de camera toch weer een ongekend meeslepende reis af. Vertellend gaat het daarbij alle kanten op (van karaoke tot vampirisme), maar als zelfs de gebroeders Lumière voorbij komen, is het duidelijk waar de film echt over gaat: over het eeuwige(?) leven van cinema.

Romería (Carla Simón, 2025)
Na drie voltreffers op rij wordt het nú al interessant om het hoogstpersoonlijke oeuvre van de Spaanse regisseuse Carla Simón op waarde te schatten. In Romería onderzoekt een achttienjarig meisje (een overtuigende debuutrol van Llúcia Garcia, die later misschien wel in Simóns voetsporen kan treden) de geschiedenis van haar ouders, die uit haar leven verdwenen toen zij nog erg jong was. Net als in Estiu 1993 en Alcarràs (Gouden Beer Berlijn, 2022) blinkt Simón uit in het regisseren van interacties tussen familieleden.

Romería - 10 Tips voor Film Fest Gent 2025

Romería

Short Summer (Nastia Korkia, 2025)
Tegen de achtergrond van sluimerend geweld brengt een achtjarig meisje een zomer door op het Russische platteland. De afwisselend in Duitsland en Frankrijk woonachtige Nastia Korkia onderscheidde zich op het voorbije Filmfestival van Venetië niet alleen met dit beheerste coming-of-agedrama, maar ook door de wijze waarop ze na de première haar visie articuleerde. Enkele dagen later nam Korkia in de grootste premièrezaal de prijs voor beste debuutfilm in ontvangst, wat best bijzonder was voor een titel uit zijcompetitie Giornate Degli Autori.

Un Poeta (Simón Mesa Soto, 2025)
Even hilarische als tragische emotietrip over een man die moeite heeft om verder te komen in het leven. Hoofdpersoon Oscar stopt zijn ziel en zaligheid in het schrijven en poëzie die een minimaal publiek bekoort. Ander werk heeft hij niet en hij woont nog bij zijn moeder. Als hij de kans krijgt om iets te betekenen voor een talentvol meisje uit een arm gezin gaan dingen buiten zijn wil om van kwaad tot erger. Knap hoe de regisseur Oscar in penibele situaties brengt maar hem tegelijk een hart onder de riem steekt.

Videoheaven (Alex Ross Perry, 2025)
Ook al op het IFFR dit voorjaar, en zeker niet te missen: deze monumentale essayfilm over de verbeelding van videotheken in (dat wel) vooral Amerikaanse cinema. Videoheaven is niet alleen voer voor cinefielen die het gros van de fragmenten herkennen (en de rest thuis meteen willen opzoeken), het drie uur durende tijdsdocument doorkruist ook nog eens met scherpe observaties de Amerikaanse media-en cultuurgeschiedenis. Leuk detail: de voice-over is van Maya Hawke, die we ook nog even voorbij zien komen in een scène uit hitserie Stranger Things. Uiteraard opent de film met een fragment waarin vader Ethan te zien is.

Bert Potvliege doet dit jaar verslag van Film Fest Gent. Houd de site en onze nieuwsbrief in de gaten om zijn bijdrages te lezen. Tickets en rittenkaarten voor de 52e editie zijn verkrijgbaar via de website.

 

6 oktober 2025

 

 

Preview Previously Unreleased 2025

Preview Previously Unreleased 2025
Tweede kans voor potentiële filmparels

door Tim Bouwhuis

Een zomer in de Nederlandse filmtheaters is niet compleet zonder de jaarlijkse aanwas van Previously Unreleased, het programma van Eye dat films zonder distributeur alsnog een podium biedt. De selectie van 2025 bevat zeven langspelers en twee shorts, die uitgesmeerd zijn over de vakantieweken van juli en augustus. De opener is op 10 juli de belangrijkste prijswinnaar van een erkend Europees festival, de afsluitende release een ontroerende publieksfilm.

Ondergetekende heeft er een goede gewoonte van gemaakt om elk Previously-jaar zoveel mogelijk titels voor te bezichtigen, al is het maar omdat ik een deel meestal al ‘per ongeluk’ meepak op Europese festivals. Wat is er mooier dan een verse indruk opdoen van een film waarvan je pas later meekrijgt dat hij een verlate Nederlandse release krijgt? Negen vinkjes zetten is dit jaar (nog) niet gelukt, zeven wel. Of de ongeziene titels óók de moeite zijn mag je de komende weken zelf gaan ontdekken, maar alvast een tipje van de sluier: naar Agarrame fuerte kijk ik bijzonder uit.

Toxic

Toxic

10 juli – Toxic
Previously Unreleased opent met de belangrijkste prijswinnaar van het eclectische filmfestival van Locarno (2024). Het Litouwse Toxic draaide dit najaar wel in Gent en Leiden (en vorig jaar op het LIFF, red.) maar mocht niet aan het releaseschema proeven. Gezien de zomerse bekroning van dit coming-of-agedrama is de aandacht van Eye begrijpelijk, maar voor ondergetekende is dit wel met stip de minst geslaagde film van de selectie. Saulė Bliuvaité toont in haar regiedebuut de façade van de modellenwereld en zet die af tegen de povere leefomstandigheden van een stel tienermeisjes, die de belofte van modellenwerk als een manier zien om aan hun realiteit te ontsnappen. Bliuvaité’s regie mist tact en versterkt bedoeld of onbedoeld de miserie waarin haar hoofdpersonen belanden, zonder daar een voelbare dosis empathie tegenover te stellen.

17 juli – Swamp Dogg Gets His Pool Painted
Onconventionele muziekdocu over de Amerikaanse cultartiest Jerry ‘Swamp Dogg’ Williams, die dit voorjaar uitkwam in de VS en daar een Rotten Tomatoes-score van 100 procent aan overhield. Opvallend is dat vriend en collega Guitar Shorty tijdens de opnames het leven liet – de nasleep van dat verlies werd meteen in de film verwerkt.

24 juli – Agarrame fuerte
Ruim tien jaar terug kwamen de makers van Agarrame fuerte met Tanta agua (So Much Water), een aandoenlijk drama over een gescheiden vader die tijdens een doorregende vakantie de band met zijn dochter probeert te versterken. Agarrame fuerte (Don’t You Let Me Go) draait om rouwverwerking, en als het drama dezelfde warmte heeft als zijn voorganger lijkt een prachtige PU-toevoeging gegarandeerd. Wie nog nooit een film uit Uruguay zag, mag zijn kans schoon zien.

31 juli – Matt and Mara
De naadloze chemie tussen hoofdrolspelers Matt Johnson en Deragh Campbell is de grote kracht van Matt and Mara, een eigentijds relatiedrama over de bijzondere band tussen een getrouwde literatuurprofessor en een vrijzinnige schrijver. Tegen het decor van studentenstad Toronto dialogeren de twee erop los over kunst, de liefde en het leven, waarbij het eigenlijk geen seconde stilvalt. Dat laatste gebeurde ook tijdens een Q&A op het filmfestival van Berlijn (2024), waar de twee acteurs hun verhitte discussies moeiteloos doorzetten en de gespreksmoderator onbedoeld tot toeschouwer degradeerden.

7 augustus – C’est pas moi + Allégorie citadine
Leos Carax gaat volledig op de Godard-toer in C’est pas moi, een flitsend filmessay dat met associatieve montage en hoofdletters op de staat van cinema en politiek reflecteert. Passages uit de betere films van de Franse stilist (Mauvais Sang, Les Amants du Pont-Neuf) dragen bij aan een meta-werkje waar je ‘u’ tegen zegt, al is het soms de vraag waar de hommage stopt en de inventiviteit de overhand krijgt. Het is een ideale keuze van de programmeur om dit eerbetoon aan Godard te koppelen aan Allégorie citadine, een al even reflexieve short van Alice Rohrwacher (Lazzaro Felice) die de allegorie van Plato’s grot nieuw leven inblaast. Rohrwacher maakte de short samen met beeldkunstenaar JR, die in Agnès Varda’s Visages Villages samen met de regisseuse een bezoekje brengt aan, juist, Jean-Luc Godard.

14 augustus – Fotogenico
Wat moet een vader in een knalrode onderbroek in de meer ongure delen van Marseille? Het springerige Fotogenico begint als een mysterie van ‘wie’, ‘wat’ en ‘waar’ om later uit te monden in een tragikomedie over rouwverwerking. Het komediegedeelte werkt aanmerkelijk beter dan het drama dat de overhand krijgt in het tweede deel, maar voor een film die start als een geflipte culttrip is het vervolg wel opvallend kernachtig.

Universal Language

Universal Language

21 augustus – Universal Language
Je zou Wes Anderson niet snel meer in Previously Unreleased verwachten, maar het Canadese Universal Language heeft een absurdisme en stilering die snel doet denken aan de regisseur van het recente The Phoenician Scheme. Begin je Anderson (net als ondergetekende) een beetje zat te raken, laat je dan niet afschrikken: vooral het bonte eerste halfuur van de komedie is eigengereid en gevat genoeg om op eigen benen te staan. Uitgangspunt is een wereld waarin het Perzisch (twee coscenaristen van de film zijn Iraans-Canadees) een dominante taal in Canada is. Regisseur Matthew Rankin en scenarist/acteur Pirouz Nemati spelen zelf mee.

28 augustus – Ghostlight
De (naar inschatting) meest ontroerende en meest publieksvriendelijke film van deze PU-editie is Ghostlight, een empathisch familiedrama dat wonderbaarlijk genoeg niet op de lijstjes van de reguliere distributeurs is verschenen. Een rouwende vader en zijn dwarse dochter omarmen de helende kracht van theater in een vertelling die qua toon en visie doet denken aan Sing Sing. Dat drama over gevangenen die aan hun rehabilitatie werken, werd eerder dit jaar wél in Nederland uitgebracht, een wapenfeit dat tekenend is voor de toegankelijkheid van deze Previously-afsluiter. Bijzonder om te weten: vader, moeder en dochter in de film zijn écht bloedverwanten van elkaar.

Meer informatie over Previously Unreleased 2025 vind je op de site van Eye en via de verschillende filmtheaters. Een deel van de geselecteerde titels zal na de release ook zijn weg vinden naar Picl en de Eye Film Player.

 

10 juli 2025

 

MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

Son Hasat

***
recensie Son Hasat
Gevangen als geweven riet

door Tim Bouwhuis

Wie op een afgelegen plek woont, heeft zijn arbeidskansen lang niet altijd voor het uitkiezen. Verlaat in Son Hasat het onderkomen van de hardwerkende Ali, en je stuit op een labyrint van waterwegen en uitgestrekte rietvelden. De eerste aanblik van het natuurschoon is behoorlijk sereen. Dan treft de introverte arbeider de onderdrukkende types die in dit Turkse laagland de dienst uitmaken. Ineens werkt het oprijzende riet verstikkend, en staat het water hem tot aan de lippen.

De dagroutine van rietwerkers in het getoonde deel van Anatolië volgt een beproefd patroon. Ali en zijn lotgenoten gebruiken eigen bootjes om op plekken te komen waar het riet metershoog staat. Terug op het vasteland controleert een opzichter of ze voldoende oogst hebben binnengebracht. Bij deze bitsige checks regeert het wantrouwen: houden de arbeiders niets voor zichzelf? Verkopen ze niets door aan een ander?

Son Hasat

Juk van gezag
Om de krappe geldpot van het gezin wat bij te vullen, weeft de vrouw van de hardwerkende Ali rieten matten. De metafoor werkt naadloos: eens die rieten stengels met geweld gebonden zijn, kunnen ze geen kant meer op. Op gelijkaardige wijze gaan Ali en andere arbeiders gebukt onder de grillen van het opgelegde gezag. Vroeg in de film vangt de hoofdpersoon barmhartig een uitgekafferde rietplukker op. De boot van de man wordt door de opzichter lekgeslagen, zodat hij zijn heen-en-weer morgen niet kan herhalen.

Hoewel Ali duidelijk het lijdend voorwerp is van stelselmatig onrecht, blijkt het niet eenvoudig om tot zijn psyche door te dringen. In een twistgesprek met zijn vrouw Aysel laat hij duidelijk doorschijnen dat hij zich niet met zijn lot kan verzoenen, maar zijn vervolgstappen blijven door zijn ingetogen, onberekenbare karakter gespeend van diepgravende motivaties. Het zorgt ervoor dat een aantal latere plotontwikkelingen zich abrupt aankondigen, als donderslagen bij heldere hemel.

Geestverwant
Weidse opnames van het oogstlandschap contrasteren in Son Hasat op sterke wijze met de benarde situaties waar Ali in verstrikt raakt. De film blijft wel achter in de uitwerking van de verschillende nevenpersonages; die doen zonder uitzondering vlak aan. Net als de Turkse grootmeester Nuri Bilge Ceylan (die zijn beste films maakte in hetzelfde grote gebied) is regisseur Cemil Agacikoglu geïnteresseerd in de maatschappelijke kiem van onrecht en wantrouwen, en verkent hij die thematiek mede door zijn hoofdpersoon voor morele dilemma’s te stellen. Het verschil is dat bij Ceylan de menselijke en daarmee dramatische diepgang nooit verloren gaat, terwijl Son Hasat te sterk als een allegorische schets aandoet.

Son Hasat

De lome, maar toch strak getimede beeldregie is een prettige plus van een film die je het best ziet op een zo groot mogelijk doek. Het eensgezinde opstijgen van een vlucht vogels imponeert in Son Hasat meer dan de inhoudelijke kern, die kraakhelder wordt gepresenteerd (in de nachtmerrieachtige openingsscène slaat Ali overboord terwijl zijn vrouw al in het water ligt) maar in het vervolg te weinig prikkelt.

Je schepen verbranden
Sluit Son Hasat misschien te vrijblijvend aan bij andere (Turkse) films over wantrouwen en onrecht, en over de strijd tussen het individu en het ‘systeem’? Wat dat betreft geeft het te denken dat het indringende Hesitation Wound (in 2024 op het Movies That Matter Festival) en het meer lichtvoetige One of Those Days When Hemme Dies (onlangs op het MOOOV Film Festival) (nog) níet in Nederland zijn uitgebracht.

In laatstgenoemde film, schatplichtig aan het werk van Abbas Kiarostami, staat een onrechtvaardig behandelde arbeider op het punt om zijn baas om het leven te brengen. Tot hij afdwaalt tijdens een wandeling en langzaam tot bedaren komt. De wonderlijke de-escalatie zou de ultieme ‘double bill’ vormen met Son Hasat. Waar de zon in One of Those Days When Hemme Dies langzaam weer gaat schijnen, ziet Ali geen andere optie dan zijn schepen (letterlijk) achter zich te verbranden. De krachtige beeldtaal van zijn innerlijke reis maakt de zit van twee uur nog altijd het aanschouwen waard.

 

7 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2025 – Deel 4: Op de drempel van oorlog

Movies that Matter Festival 2025 – Deel 4:
Op de drempel van oorlog

door Tim Bouwhuis

Geen betere stad om na te denken over orde en rechtvaardigheid dan Den Haag, waar het Internationaal Gerechtshof zetelt en het Movies that Matter Festival jaarlijks relevantie ademt. Ook deze editie (21-29 maart) bevat het programma verschillende films die opvattingen over de inrichting van de maatschappij koppelt aan actuele politieke vraagstukken. In dit tweede en verwante verslag aandacht voor (de dreiging van) oorlog. Hoe ver staat het geopolitieke steekspel van de Europese bondgenoten af van gebieden waar het geweld structureel is?

 

Facing War

Facing War Wie is de ware regisseur?
In het najaar van 2024 volgde ‘onze’ Mark Rutte Jens Stoltenberg op als hoofd van de NAVO. Documentairemaker Tommy Gulliksen mocht de afzwaaiende leider filmen op momenten die het journaal normaal gesproken niet halen. Hij vergezelde Stoltenberg in dienstauto’s, treincoupés, privévertrekken, vergaderruimtes en (letterlijk) in de wandelgangen.

De afsluitende periode van het NAVO-hoofd was een rumoerige. In de nasleep van de Russische invasie in Oekraïne moest Stoltenberg continu laveren tussen steunbeloftes en diplomatieke voorzichtigheid. Europese leiders (Rutte incluis) die Oekraïne in en na 2022 een hart onder de riem staken, dreigden nog wel eens te vergeten dat het land geen NAVO-lid was (en is). Stoltenberg moest dan telkens de eerste zijn om de nuance te blijven opzoeken en zo de precaire vrede te blijven bewaren. In de loop van Facing War stuurt de Noor zijn koers wel bij in de richting van Volydymyr Zelensky: “Er is geen risicovrije optie als Poetin je buur is.”

Facing War doet in zijn opzet denken aan Das Forum, een Duitse documentaire die in 2019 draaide op IDFA. De film belooft een blik achter de schermen bij de jaarlijkse top van het World Economic Forum, maar blijft hangen in toegestemde registraties van relatief oppervlakkige taferelen. De leiders zijn zich er bewust van dat ze gefilmd worden en proberen zichzelf met een kwinkslag te presenteren, mede door het juist eens niét over hun werk te hebben. WEF-voorman Klaus Schwab sorteert persoonlijke presentjes voor de leiders die langskomen (“Voor Merkel heb ik een koebel”). Stoltenberg vertelt over The Sopranos, een van de weinige televisieseries waar hij ooit tijd voor heeft gemaakt. “Er komt veel last op zijn schouders te liggen, omdat iedereen op elk moment wat van hem wil”, zegt hij over pater familias Tony. “Dat herken ik wel.” Direct daarna: “Maar het is niet goed om de vergelijking met een maffiabaas te maken. Dat kan slecht zijn voor mij en slecht voor de NAVO.”

De zelfbewuste houding die in dit soort opmerkingen doorschijnt, maakt dat Facing War wegkijkt als een intrigerend, maar ook wat vermoeiend compromis. De film is nog geen vijf minuten onderweg als de NAVO-baas na een ontmoeting met Joe Biden al zijn geheimhoudingsplicht aanhaalt (“Misschien moet dit er later weer uitgeknipt worden”). Hardop weegt hij af wat hij wel en niet kan vrijgeven over zijn één-op-één momenten met de voormalige president. De ware regisseur van de film is niet Tommy Gulliksen, maar Jens Stoltenberg.

Door de blijvende actualiteit van het conflict tussen Oekraïne en Rusland, overvleugeld door een bredere oorlogsdreiging (van de week nog begon Stoltenbergs opvolger plots weer over Polen), is Facing War prikkelende politieke kost. Toch valt het tegen hoe diep de documentaire echt ingaat op de diplomatieke spanningen waar Stoltenberg zich toe verhoudt. “Je moet in gesprek blijven”, klinkt het als de baas een rondvaart over de Bosporus maakt met Tayyop Erdogan. Aan een reeks vergadersessies met omhooggevallen communicatieadviseurs wordt meer aandacht besteed. Atmosferische muziek van het Noorse duo Röyksopp overstemt taferelen die misschien wel meer te vertellen hadden.

 

Kamay

Kamay – Dreiging door een andere bril
Het Afghaanse Kamay plaatst de dreigingsretoriek in Facing War in een relativerend perspectief. De coproductie met België, Frankrijk en Duitsland begint met een introtekst die het eind van de 19e eeuw memoreert. Een van de grootste etnische groeperingen in Afghanistan, de Hazara, verzette zich toen tegen het drukkende regime van de zogenoemde Amir (politiek en militair heerser). De opstand werd gewelddadig de kop ingedrukt, en een tijdsprong naar “zo’n 130 jaar later” impliceert dat er in de tussentijd niet genoeg is veranderd.

Sinds de Taliban in de jaren ’90 de macht grepen in gebieden waar de Hazara leefden, moeten de mensen die zich tot de groepering rekenen weer geregeld voor hun leven vrezen. In 2021 en 2022 vonden er verschillende executies van Hazara plaats, en in 2023 deed Amnesty International een dringende oproep aan de Mensenrechtenraad van de VN. Kamay werd gefilmd over een periode van zes jaar en hint overwegend subtiel naar de continue geweldsdreiging.

De documentaire volgt een Hazara-familie die rouwt om het verlies van dochter Zahra. Zij overleed onder mysterieuze omstandigheden tijdens een onderzoek aan de universiteit. Bij het aanspreken van een advocaat en het vissen naar de medewerking van de institutie blijkt het verkrijgen van duidelijkheid een hopeloze opgave. Onverschilligheid is een van de grootste vijanden van gerechtigheid.

De dreiging van de Taliban hangt als een sluier over de film, maar het onverbloemde geweld zien we in Kamay niet in beeld. Alleen op gezette momenten horen we dorpsgenoten van de familie hun angst en wanhoop uiten. De verdwijning van Zahra voelt zo niet alleen als de bouwsteen van het verhaal, maar ook een metafoor voor de aanhoudende onderdrukking van een minderheidsgroepering. De voice-over die de vertelling draagt, is bedeesd, bijna fluisterend. Een visueel hoogtepunt is een moment waarop we alleen dwarrelende sneeuw in beeld zien, de duisternis is ondoordringbaar.

Leg Kamay naast Facing War en het steekspel tussen Poetin en de NAVO-bondgenoten voelt plots nog net wat surreëler aan. Hoe ver staat hun dreigingsretoriek af van de situatie in Centraal-Afghanistan, waar er elk moment daadwerkelijk troepen kunnen binnenvallen? Is de angst van de Hazara in Kamay te vergelijken met de angst van een westerse modelburger, die online shopt voor een sjiek noodpakket? Bij stedelijke geweldsincidenten met een schijnbaar terroristisch motief zeggen we al snel: “Het komt nu toch wel dichtbij.” Tegelijk hebben we geen idee hoe het voelt als de oorlog echt op de stoep staat. Naar het voorbeeld van de Koude Oorlog zijn we leiders gewend die met vrede jongleren, alsof ze over een hindernisparcours lopen met een hardgekookt ei op een pollepel. Zo lang het ei niet valt, is er eigenlijk niets aan de hand.

In de wereld van Kamay is het figuurlijke hindernisparcours nooit uitgezet. Er zijn geen leiders die het spel spelen, alleen onderdrukkers die de dienst uitmaken. Houden zij zich koest, dan kunnen de onderdrukten nog dromen van morgen. Slaan zij toe, dan gebeurt dat met een vingerknip. Zonder maandenlange onderhandelingen, zonder politieke top en zonder persconferentie. Misschien is het wel zo dat we in Europa pas écht reden tot vrezen hebben als de dreigementen tijdelijk worden gestaakt. Als de kans op een acute oorlog minimaal lijkt, omdat alle leiders de intentie van vrede hebben uitgesproken. Misschien wordt dat wel het moment waarop een slimme vijand besluit om tóch toe te slaan.

 

29 maart 2025

 

Movies that Matter Festival 2025 – Deel 1: Tussen spreken en zwijgen
Movies that Matter Festival 2025 – Deel 2: Israël en Palestina
Movies that Matter Festival 2025 – Deel 3: Rusland

 


MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2025 – Deel 1: Tussen spreken en zwijgen

Movies that Matter Festival 2025 – Deel 1:
Tussen spreken en zwijgen

door Tim Bouwhuis

Geen betere stad om na te denken over orde en rechtvaardigheid dan Den Haag, waar het Internationaal Gerechtshof zetelt en het Movies that Matter Festival jaarlijks relevantie ademt. Ook deze editie (21-29 maart) bevat het programma verschillende films die opvattingen over de inrichting van de maatschappij koppelt aan actuele politieke vraagstukken. In het eerste van twee verwante verslagen aandacht voor het demonstratierecht en voor het onzekere lot van Mexicaanse journalisten.

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed in westerse maatschappijen. Niet voor niets beschermt de wet in veel landen niet alleen het recht om je uit te spreken, maar kun je je daarbij ook in groepen organiseren. Demonstraties zijn in tijden van klimaatpaniek, religieuze twisten en genderkwesties niet weg te denken uit het straatbeeld.

 

The Dialogue Police

The Dialogue Police – Bemiddelaars bij demonstraties
In The Dialogue Police maken we kennis met een unieke taskforce binnen de Zweedse politie. De leden treden als bemiddelaars op bij demonstraties: ze waarborgen de rechten van de demonstranten, maar moeten er tegelijk voor zorgen dat hun acties niet uit de hand lopen.

Hier in Nederland zijn we de voorbije jaren meermaals geconfronteerd met de grenzen van het demonstratierecht. Tegenstanders van het coronabeleid mochten zich in marsen organiseren tegen de besluiten van de overheid, maar het werd grimmig op de momenten dat demonstraties daadkrachtig werden beëindigd. Klimaatactivisten mogen hun zorgen uiten over het Europese klimaatbeleid en de stijgende zeespiegel, tót ze doelbewust het verkeer op de A12 stremmen.

The Dialogue Police onderstreept hoe het juist in een ‘vrije’ maatschappij lastig blijkt om iedereen aan het woord te laten. De taskforceleden (binnenkort ook bij u in de buurt?) begeleiden demonstraties aan alle zijden van het politieke spectrum: ze zijn een Koranverbrander evenveel zorg verschuldigd als een protest van Extinction Rebellion. In hun rol als bemiddelaars praten ze niet alleen met de fanatieke demonstranten, maar ook met geïrriteerde passanten.

De publieke functie van deze ‘dialog polis’ intrigeert mateloos. Tussen neus en lippen door laten de leden merken dat ze zelf ook een mening hebben over de demonstranten en hun rechten, maar hun werk vereist dat ze die mening voor zich houden. Zo zetten zij hun eigen vrijheid van meningsuiting tijdelijk opzij om die van anderen te kunnen waarborgen. Typerend is dat ze het daarbij nooit goed kunnen doen. Geven ze teveel ruimte aan de demonstranten, dan leidt dat toch nog meer onbegrip van passanten en andersgestemden. Grijpen ze in, dan voelen de demonstranten zich in hun rechten aangetast.

Naast de vele straatscènes filmt regisseusse Susanna Edwards ook een aantal momenten op kantoor. De taskforceleden beleven er zeldzame momenten van ontspanning en struinen het internet af naar nieuwe aankondigingen. Hoe gedreven deze mensen hun werk ook uitoefenen, de twijfel op hun gezichten is af en toe zichtbaar. Scherpe opmerkingen van voorbijgangers (“de grenzen zijn niet duidelijk gedefinieerd”) doen de rest. Wat is ‘goed’ als je het nooit voor alle partijen goed kunt doen, en als sommige demonstranten (door de aanwijzingen van de dialoogpolitie domweg te negeren) onbedoeld gaan profiteren van je aanwezigheid? Zorgen deze bemiddelaars met het handhaven van botsende meningen voor de best mogelijke maatschappij, of vechten ze eigenlijk tegen de bierkaai?

Tijden en tickets.

 

State of Silence

State of Silence – Mexicaanse journalisten zijn vogelvrij
Een kijkbeurt van State of Silence plaatst het werk van de dialoogpolitie in een ontnuchterend perspectief. Als er één beroepsgroep is die bij uitstek baat heeft bij de vrijheid van meningsuiting, dan is het namelijk die van de pers. Het Mexicaanse State of Silence toont hoe het voor journalisten in dit land al jarenlang een doodsstrijd is om hun werk te doen.

Wie regelmatig speelfilms en documentaires uit Mexico bekijkt (zie bijvoorbeeld het recente Sujo, van de maakster van Sin señas particulares), zal soms het gevoel hebben af te dalen in een bodemloze put. Corruptie, huisvredebreuk, kartelcriminaliteit, excessief geweld; de thema’s overlappen vaker dan wenselijk is.

State of Silence is door zijn doorsnee aanblik (een combinatie van interviewfragmenten, televisiebeelden en eerstehands journalistiek materiaal) niet zo indrukwekkend als sommige speelfilms (La Civil, Noche de fuego) die dit stelselmatige onrecht aankaarten. De boodschap komt er niet minder direct door over. Het spreekwoord “spreken is zilver, zwijgen is goud” heeft in Mexico een wrange nasmaak. De journalisten die aan het woord komen, voelen zich moreel verplicht om zich uit te spreken over de misstanden in de politieke en maatschappelijke organisatie van het land. Tegelijk weten ze dat die handeling een onverbiddelijk doodsvonnis kan zijn.

Een journalist legt uit dat hij bescherming aangeboden kreeg door de overheid, maar wantrouwend was om die te accepteren. Dat bleek terecht, want niet veel later ontving zijn vrouw bedreigingen. Een staat die het werk van de pers faciliteert en beschermt, is in Mexico een illusie. Journalisten zijn niet vrij, maar vogelvrij; de politici die zij bij persconferenties bevragen kunnen zomaar eens verwant blijken aan een van de grotere kartels.

Deze documentaire toont nog maar eens hoe het veelkoppige beest eruit ziet, maar het blijft een helse opgave om dat beest ook echt te doorgronden – laat staan om er iets aan te doen. State of Silence is een dapper pleidooi voor en van mensen die hun leven in de waagschaal stellen voor het vrije woord. Tegelijk wekken hun verhalen niet de indruk dat er hoop is op verandering. Net als de taskforceleden in The Dialogue Police doen deze journalisten hun werk met de beste bedoelingen, maar ontdekken ze dagelijks dat de perfecte maatschappij niet bestaat. Hun uitgangspunt is een wereld waarin de machthebbers luisteren, en iedereen zich op een nette manier kan uitspreken. Hun realiteit is een spanningsveld van botsende stemmen, gevolgd door een gedempt geluid en een groot stilzwijgen.

Tijden en tickets.

 

21 maart 2025

 

Movies that Matter Festival 2025 – Deel 2: Israël en Palestina
Movies that Matter Festival 2025 – Deel 3: Rusland
Movies that Matter Festival 2025 – Deel 4: Op de drempel van oorlog

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2025 – Deel 2: Het welzijn van de generaties

CinemAsia 2025 – Deel 2:
Het welzijn van de generaties

door Tim Bouwhuis

Je familieleden heb je doorgaans niet voor het uitkiezen, de plaats waar je met hen samenleeft in veel gevallen wél. De laatste jaren besteedt CinemAsia uitgesproken aandacht aan de rijke verschillen tussen culturen, met als gevolg dat familierelaties en golven van migratie in veel van de geselecteerde films centraal staan.

Grasduinend door het programma van 2025 komen er verschillende titels voorbij die verbeelden hoe nauw het welzijn van de generaties samenhangt met een gevoel van ’thuis’. In Mongrels, Tale of the Land en Fly Me to the Moon wordt dit gevoel van toebehoren telkens gecompliceerd door de keuzes die oudere familieleden voor de jongere generatie hebben gemaakt.

Mongrels

Mongrels

Bloed aan de handen
Het warm gefilmde, maar onevenwichtige Mongrels toont hoe een driekoppig gezin het verlies van de moeder probeert te verwerken. In de hoop zijn sterkste rouwgevoelens achter zich te kunnen laten, heeft vader Sonny zijn Koreaanse thuisland verruild voor een idyllisch stukje Canadese natuur. In deze zonovergoten omgeving lijkt het geluk de familie weer toe te lachen, maar vooral Sonny weet zich maar moeilijk open te stellen voor nieuwe gewoonten en sociale contacten.

De eerste ruzies komen om de hoek kijken als tienerzoon Hajoon bevriend raakt met een jongen uit de buurt. “Je komt te dichtbij”, bijt Sonny hem toe als Hajoon zijn sociale plannen voor die dag uit de doeken doet. Ondertussen ontkomt de weduwnaar er zelf ook niet aan om zich naar de gebruiken van de plaatselijke bewoners te schikken. Een baanaanbod om te helpen met de jacht op een stel wilde honden bezorgt hem een ingrijpend schuldcomplex; “vergeef me voor wat ik moet doen”, fluistert Sonny’s voice-over aan het begin van de film. Niet veel later heeft de pater familias daadwerkelijk bloed aan zijn handen.

Debuterend regisseur Jerome Yoo (net als Sonny geboren in Zuid-Korea, maar woonachtig in Canada) haalt zichzelf veel hooi op de vork door het verhaal van de gemigreerde familie een zware symbolische lading mee te geven. Het eerste van de totaal drie hoofdstukjes heet bijvoorbeeld ‘God’, verwijzend naar het menselijke ingrijpen in de cyclus van leven en dood. Het levendige geluidsontwerp poogt in de geplaagde geest van de vader te kruipen. Blaffende bastaardhonden tergen zijn gemoedstoestand, zijn kinderen gooien olie op het vuur. Is dit écht wat hun moeder gewild zou hebben?

Het grotere plaatje
Filmmakers die zich buigen over migratiethematiek en de banden tussen generaties, hebben de uitdaging om invoelbaar drama te balanceren met het ‘grotere’ plaatje: de sociaal-culturele processen en gebruiken die in hun specifieke verhaal een rol spelen. In het dubbelzinnig getitelde Mongrels is dat enerzijds het contrast tussen lokale bewoners en traditiegetrouwe nieuwkomers, en anderzijds de omgang met het dierenrijk. Deze spanningen houden het verloop van de film zodanig bezig dat het nog al eens ten koste gaat van het persoonlijke drama.

Tale of the Land

Tale of the Land

De twee benoemde elementen zijn beter in balans in Tale of the Land, een kalm uitgesponnen drama over een jonge vrouw die met haar opa in een huis op het water woont. Nog voor het eerste filmbeeld te zien is, horen we de golven rond het onderkomen al stormachtig razen. Vroeg in het verhaal vertelt de opa waarom hij May hier onder zijn hoede houdt. Na het overlijden van haar beide ouders verloor de familie ook het eigendomsrecht over een stuk land én zijn binding met de buurtbewoners. “Het zijn allemaal verraders”, benoemt opa een trauma dat alleen terloops wordt aangestipt. May gaat de discussie niet op elk moment even fel aan, maar haar verlangen naar het vasteland groeit.

Nieuw land
Tale of the Land doet met zijn serene beelden van het waterhuis en omgeving regelmatig denken aan de cinema van Kim Ki-Duk, maar de dramatische aanpak van de Indonesische debutant Loeloe Hendra is een stuk gematigder. Met Shenina Cinnamon beschikt hij over een hoofdrolspeelster die juist non-verbaal overtuigt. De angst om het land te betreden, aangezwengeld en versterkt door het bijgeloof van haar grootvader, tekent haar gelaatstrekken in de zoektocht naar haar identiteit en bestemming.

Fly Me to the Moon

Fly Me to the Moon

In Mongrels, in Tale of the Land en ook in slotfilm Fly Me to the Moon nemen de (groot)ouders van de jongere hoofdpersonages steeds weer migratiebeslissingen met een blijvende impact. Het generatiedrama van Sasha Chuk (voor de derde maal in dit verslag een debuut) opent in het Hongkong van 1997, waar twee jonge zusjes uit de Chinese provincie Hunan met hun moeder intrekken bij hun vader. Al snel blijkt dat de man totaal niet bij machte blijkt de verantwoordelijkheid van het vaderschap te dragen. De meisjes zien hun vader vaker op het bezoekuur van de gevangenis dan thuis en worstelen ondertussen met de verschillen tussen hun nieuwe thuis en de provincie waar ze vandaan komen.

Leven in een tussenruimte
Chuk kiest ervoor om op twee momenten tien jaar vooruit in de tijd te springen, wat in dit geval ook betekent dat de zusjes door verschillende actrices worden gespeeld. De drie hoofdstukken sluiten niet zo naadloos op elkaar aan als je bij een dergelijke fragmentarische opzet zou hopen. Tegelijk weet de film stilistisch wel te intrigeren: zo vertrouwt de maakster op de kracht van pianobegeleiding in scènes waar je elders dialoog zou verwachten.

“In Hongkong noemen ze ons vastelanders, in Hunan noemen ze ons Hongkongers”, schetst een van de zusjes de tussenruimte waar ze dagelijks in leeft. Het is dezelfde tussenruimte die het gevoel van toebehoren parten speelt in Mongrels en Tale of the Land, en vooral de jongste generatie voor een keuze stelt. Willen zij de koers blijven volgen die hun (groot)ouders voor hen uitgestippeld hebben of durven zij hun eigen vleugels te spreiden? Migratie is in dit verband geen opgelegd kwaad, maar een doorlopend proces dat per generatie nieuwe bestemmingen blootlegt. Wat dat betreft had de organisatie van deze editie geen treffender slottitel kunnen kiezen.

De drie besproken films in dit verslag staan nog geprogrammeerd.

 

8 maart 2025

 

CinemAsia 2025 – Deel 1: Onmogelijke liefdes
CinemAsia 2025 – Deel 3: Delinquenten zoeken rechte pad

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht

IFFR 2025 – Deel 5:
Baden in het zonlicht

door Tim Bouwhuis

Zwaai tijdens deze 54ste IFFR-editie de deuren van Pathé Schouwburgplein open, en een ijskoude februariwind herinnert je vrij abrupt aan de pluspunten van een vol filmprogramma. Een luchtje scheppen is gezond, prevelt de doorzetter op zo’n moment, maar na een minuutje koukleumen lonkt dan toch weer de luwte van de bioscoopzaal. Treffend genoeg bevat de line-up dit jaar verschillende titels die de winter voor even doen vergeten, met Nicolas Cage-flick The Surfer voorop. Terwijl de thermostaat overuren draait, kun je als cinefiel baden in het zonlicht.

“Van deze film ga je dorst krijgen”, verklapt de Ierse filmmaker Lorcan Finnegan als hij op een ongure vrijdagmiddag The Surfer voorstelt. De hoogzomerse komedie is opgenomen aan de zuidoostkust van Australië, waar de immer geflipte Nicolas Cage het moet opnemen tegen spinnen, slangen en een new age-achtige surfsekte. “Met die spinnen en slangen was Nicolas niet zo blij”, memoreert Finnegan de pittige draaiperiode; de beruchte acteur kon zelf helaas niet bij de vertoning aanwezig zijn.

The Surfer

The Surfer

Verongelijkt slachtoffer
In de vele jaren dat Cage al op het grote doek te zien te bewonderen valt (en eens kan zomaar de laatste keer zijn, als we hemzelf mogen geloven), hebben talloze liefhebbers en critici de acteerkwaliteiten van de markante Amerikaan bevraagt. Voor een deel is dat terecht, want met zijn onmiskenbare cultstatus en zijn zelfbewuste imago (zie: The Unbearable Weight of Massive Talent) heeft Cage regelmatig meer weg van een performancekunstenaar dan van een oprecht acteur. Toch is er één ding dat de man als geen ander kan: verongelijkte slachtoffers spelen.

Ging Cage in Dream Scenario nog ten onder aan de cancelcultuur, in The Surfer wordt hij geleidelijk uitgekleed (figuurlijk én letterlijk) door een stel lokale surffanaten die beslag hebben gelegd op hun favoriete stukje strand. Het bezitterige gedrag van de surfgang botst met de aspiraties van een opgewekte bezoeker, die niet alleen zijn zoon op een middagje watervertier wil trakteren, maar ook nog eens uit is op het eigendomsrecht van een nabijgelegen appartement.

Uitputtingsslag
Opzichtige pestacties van de karikaturale locals veranderen de welgestelde surfer in een nacht en een dag in een armoedige zwerver. Met gezichtsuitdrukkingen die laveren tussen zielig en wanhopig banjert Cage heen en weer tussen het strand, de parkeerplaats en het armetierige toiletverblijf. In de middaguren brandt de zon zo fel dat je je afvraagt hoe de crew het ooit zo lang met de acteur heeft uitgehouden. Het zweet parelt van Cage zijn gezicht, en daarmee ook van het scherm.

Het conflict tussen de strandgang en de onrechtvaardig behandelde outsider is zo sterk aangezet dat The Surfer na verloop van tijd behoorlijk op de zenuwen gaat werken. Dat de tegenspelers van Cage zich zo mogelijk nog schuldiger maken aan overacting dan de vermaarde acteur, spreekt boekdelen. Het wonderlijk ontsporende slotkwartier versterkt nog een laatste keer het gevoel van onverschilligheid dat dit dolgedraaide strandsprookje oproept. Anderzijds had Finnegan wel gelijk: na de film wil je pardoes een tussenstop maken bij de frisdrankautomaat.

Zomer van je leven
The Surfer overtuigt in het ophalen van zomerse sferen, maar komt als beoogde toevoeging aan de eigentijdse cultcanon matig uit de verf. Gelukkig draaien er in de dagen na het zien van het Cage-vehikel nog meer dan genoeg warmbloedige films die wél overtuigen. Het beknopte Camp d’été (met 78 minuten een van de kortste langspelers van het festival) speelt zich af op een massaal scoutingkamp in de Zwitserse bergen, waar jongeren van verschillende leeftijden de zomer van hun leven hebben.

Camp d'été

Camp d’été

Met slechts één camera bewegen regisseur Mateo Ybarra en zijn cinematografe zich tussen de talloze tenten, eettafels en toiletgebouwen om verschillende groepjes scouts te volgen. Ybarra kiest er bewust voor om niet voor één hoofdpersoon te gaan, zodat hij de enorme diversiteit van sociale ervaringen, gesprekken en rituelen vast kan leggen. Wijdere shots van de imposante omgeving plaatsen deze tijdelijke microkosmos alsnog in een ruimer perspectief.

Een kwestie van kleur
De warme gloed die de zomerse plaatjes van Camp d’été omringt, tekent in het Spaanse Deuses de pedra het landklimaat van de grensstreek Galicië. Debuterend filmmaker Iván Castiñeiras Gallego laat zijn publiek in een drieledig portret kennismaken met verschillende mensen die er wonen, en in de meeste gevallen ook geboren en getogen zijn. Geleidelijk meandert zijn aanpak van etnografie naar fictie. Tijdens de opnames ontmoette Castiñeiras Gallego een familie die hun huis en levens voor de regisseur openstelde. Deze ontmoeting mondde uit in het eenvoudig uitgewerkte, maar kernachtige coming-of-ageverhaal dat de derde en afsluitende akte siert.

Deuses de pedra

Deuses de pedra

Deuses de pedra is opgenomen op 16 mm, een analoog formaat dat digitale beelden vrijwel altijd naar de kroon steekt als het gaat om de diepte en tastbaarheid van de kleurfotografie. Als de film ongeveer een twintigtal minuten onderweg is, schakelt de regisseur welbewust van groezelige etnografische beelden naar een vrijetijdstafereel bij een beekje. Plotseling baadt het grijzig aangevangen debuut zo in het zonlicht. Door zijn verdere vertelling toe te spitsen op de band tussen verschillende generaties, zorgt Castiñeiras Gallego ervoor dat die overgang niet bijblijft als een botsing tussen heden en verleden maar als een continuüm.

De zon tegemoet
Met de warme toets van Deuses de pedra en Camp d’été zou je denken dat het nauwelijks zomerser kan, maar aan het Zuid-Koreaanse Hear Me: Our Summer kunnen ook deze prettige festivalontdekkingen niet tippen. De op papier volstrekt onnodige remake van het Taiwanese Hear Me (2009) heeft zo’n heldere aanblik dat er haast een therapeutische werking van uitgaat. Het glinsterende wateroppervlak van een trainingszwembad, een centrale locatie voor het verhaal, sluit perfect aan bij de vele buitenscènes, waarin de zon weldadig schijnt en regendruppels taboe blijven.

Hear Me: Our Summer

Hear Me: Our Summer

Het liefdesverhaal dat de film navertelt, blinkt bepaald niet uit in originaliteit. Met een speelduur van bijna twee uur lijkt dat zich op voorhand te gaan wreken, maar de aandoenlijke uitwerking en dito personages weten het gebrekkige (en richting het einde schier lachwekkende) scenario aardig te compenseren. Kijk zeker níet als je al te cynisch bent aangelegd, en mogelijk juist wél als je in deze maatschappelijk pessimistische tijden wel wat jeugdig optimisme kunt gebruiken. Onbeschaamde kalverliefde en overdadige zonneschijn doen tijdens het kijken van Hear Me: Our Summer de onverbiddelijke winter vergeten. Bij het verlaten van de zaal ziet de wereld er nét wat mooier uit dan voorheen.

Van de vier hierboven besproken films is Hear Me: Our Summer nog eenmaal te zien, op zaterdag 8 februari. 

 

7 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars
IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten
IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid
IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken
IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid
IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

 


MEER FILMFESTIVAL