Hereditary

***

recensie Hereditary

Pionnen in een transcendent schaakspel

door Tim Bouwhuis

In het openingsshot van Hereditary zien we een verfijnde miniatuur van een groot landhuis. Het interieur beheerst de bewoners; levenloze vormpjes die verdwijnen in een groter geheel. Tot de camera langzaam inzoomt. We onze blik verleggen naar één van die vele kamers. En het levenloze tot leven komt.

Miniaturen als replica’s van de werkelijkheid, angstbeelden waarin je verdwalen kunt. Voorafschaduwingen van (of terugblikken op?) een nare familiegeschiedenis. Al snel schijnt één waarheid door: de bewoners zijn pionnen in een transcendent schaakspel. Veel keuze hebben ze ook niet. Zoals de filmtitel al insinueert liggen de wortels van het kwaad in het verleden. Zoveel wordt al zichtbaar op de katalyserende begrafenis van de mater familias. In de hoek van de rouwkamer kijkt een ongenode gast breed grijnzend toe. Het einde is slechts het begin.

Hereditary

Een valse tong
Hereditary is een ijzingwekkend effectieve genreflick, maar de echte spanningen van de film zitten niet in geestverschijningen of schrikeffecten (of hooguit die klikkende tong?). Full feature-debutant Ari Aster (zie voor zijn meest spraakmakende short The Strange Thing About the Johnsons) gebruikt de aanzienlijke speelduur om de conflicten binnen de familie Graham langzaam uit de hand te laten lopen. Hoogtepunt is een emotionele uitbarsting van Annie (Toni Collette), die zelfs haar rebellerende zoon Peter (Alex Wolff) verbijsterd achterlaat.

De vraag is wie hier wie imponeert – even lijkt Wolff vooral onder de indruk van de vurige Collette. En zo kruipen de acteurs wel vaker uit hun keurslijf. De hysterische reacties van Wolff, hoe ernstig de situatie ook is, laten zich nauwelijks meten met de angstaanjagende kalmte van Gabriel Byrne. Als bron van rust blijft zijn vaderpersonage vanzelfsprekend wat op de achtergrond.

Aster laat de kans liggen om meer met die dynamiek te doen: naarmate de film vordert, wordt de focus redelijk plichtmatig verlegd naar de toenemende bezetenheid van Peter.

Hereditary

Over de grens
Die bezetenheid komt uit de vroeg geopende doos van Pandora. Als de spiritueel gevorderde Joan (Ann Dowd) Annie een bloedlink voorstel doet, moet de modelscepticus daar in eerste instantie niets van weten. De moderne mens gelooft niet meer in contact met de doden. Tot er contact gemaakt wordt natuurlijk. De rigide distincties tussen geloof en ongeloof vervagen als de wereld van Hereditary steeds echter wordt. Angstaanjagender. En er geen priesters (The Exorcist) of markante demon hunters (de Warrens in de Conjuring-films) meer zijn om het kwaad te verdrijven.

Af en toe vergeet componist Colin Stetson in dat kader ook dat Hereditary vooral ook een heel subtiele slowburner mocht zijn. De drammerige geluidsband (denk Insidious) bij groteske taferelen zorgt ervoor dat Aster qua toon en opbouw soms iets te veel in de valkuilen van een James Wan trapt: sfeer wint altijd van bombast.

Zo bewijst ook de slotsequentie, waarin de beelden een bedriegende kalmte ademen, de wereld van Hereditary niet langer de wereld lijkt. Het is het werk van een regisseur die zijn filmgeschiedenis kent. Subversieve psychologie onder de mantel van het (on)bekende; ook voor Aster is het einde waarschijnlijk alleen maar het begin.
 

10 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Homecoming (1945)

***

recensie Homecoming (1945)

Verwrongen erfenis

door Tim Bouwhuis

In de nazomer van 1945 arriveren twee orthodoxe Joden in een klein Hongaars dorpje. De nieuwkomers handelen bedachtzaam, gereserveerd: het leed dat ze meedragen vraagt om een gepast stilzwijgen. Voor de bewoners vertelt het plotse bezoek een heel ander verhaal. Terwijl de Joden met paard en wagen de omgeving intrekken, pakken donkere wolken zich samen boven een verzwegen dorpsgeschiedenis.

Voor Homecoming (1945) werkte regisseur Ferenc Török (Moscow Square) intensief samen met Gabor T. Szanto, de romanschrijver wiens kortverhaal aan de basis van de film stond. Szanto’s retrospectief (Hazatérés, 2004) op de Hongaarse verwerking van WO II verkent de grenzen van collectieve schuld: waar vervaagt de rol van het individu, en wordt een complete gemeenschap verantwoordelijk? Is verzoening überhaupt mogelijk als er zoveel afwijkende perspectieven op een verwrongen verleden zijn? Török toont de recente geschiedenis nooit direct. Wat we meekrijgen over het oorlogsverleden wordt bemiddeld door de dorpsbewoners. Stuk voor stuk geven ze hun eigen betekenis aan het bezoek van de Joden. De waarheid is het domein van de herinnering – nu al.

Homecoming (1945)

Er zijn er al twee
In stijlvol zwart-wit oogt de film een stuk gewichtiger dan hij inhoudelijk is. In het eerste kwartier is er nog een bruiloft op komst, op het platteland spreken arbeiders over het vooruitzicht van een nieuwe wereld. Na de oorlog mag er gedroomd worden. Het verloop van Homecoming (1945) schetst een weemoediger beeld. Op ideologisch vlak is er niets veranderd: antisemitisme sluimert, het vuur van het patriottisme woekert.

Een vlugge inventarisatie van het collectieve wantrouwen leert dat de twee Joden een voorbode zijn van ongeluk, misschien zelfs van meer Joden. Je herkent ze van verre, want een hoed dragen ze allemaal en een baard ontbreekt nooit. In de film zijn het opmerkingen in de marge, in context zijn het verhalen op zichzelf. Terwijl de angst van de dorpsbewoners verder gevoed wordt, onthaalt de vaderlandslievende Szentes (Bence Tasnádi) een oorlogsveteraan op een anders besloten feest.

Collectieve psyche
Vlekkeloos worden deze onderliggende sentimenten niet uitgespeeld. Török en Szanto geven hun dorpse personages eigenschappen en handelsmerken die om een bredere psychologische uitwerking vragen. Uitingen van hypocrisie, egoïsme en ongeremd patriottisme missen hun emotionele draagkracht door de generieke manier waarop de individuen zijn geschetst. Gezegd moet wel dat ook de korte speelduur en de beperkte reikwijdte van het narratief hier een rol spelen.

Homecoming (1945)

Homecoming (1945) overspant de loop van een enkele dag, en leent zich daardoor beperkter voor (karakter)ontwikkelingen op de lange termijn. Dat neemt niet weg dat een minder eenzijdige benadering de film goed had gedaan. De twee Joden dienen te nadrukkelijk als katalysators voor het collectieve reactievermogen van het dorp. De tragiek van hun eigen geschiedenis schemert constant door maar wordt nergens écht tastbaar.

Het weer als waarheid
De manco’s op vertellend vlak ten spijt is Homecoming (1945) een stijlvol gefilmd drama, dat tegelijk beklemt en betovert. De elegante zwart-wit fotografie van Elemér Ragalyi doet onder andere denken aan het bekroonde Ida (2013). Ook in die film komt het verleden tot leven omdat er sprake is van onverwerkt leed. Personages zoeken naar waarheid; persoonlijke waarheid (de Poolse Anna in Ida) of de collectieve waarheid van de dorpsbewoners. Als die al bestaat: na de broeierige en bloedhete namiddag op het Hongaarse platteland hangt de passende dreiging van een onweersbui in de lucht.
 

7 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Imagine 2018 deel 2

Imagine Film Festival 2018 – Deel 2:
Van middeleeuwse folklore tot futuristische tijdreizen

door Tim Bouwhuis

Het hoofdthema van Imagine 2018 garandeert een breed filmaanbod. Onder de noemer ‘fantastische verhalen’ vermengt de middeleeuwse folklore van November zich met de futuristische tijdreizen van The Man in the Magic Box. In dit verslag de bespreking van een divers viertal.

Tower. A Bright Day.

In Tower. A Bright Day zet een familiegeheim de verhoudingen binnen een Poolse woongemeenschap op scherp. Ondertussen rijst het gevoel dat de Apocalyps ieder moment plaats kan vinden. De realisatie van een continue Apocalyps moet juist vermeden worden door de jonge Estrella, die in Tigers Are Not Afraid haar fantasie gebruikt om de harde werkelijkheid te kunnen relativeren. In Along With the Gods is van enige realiteit geen sprake. Ruim baan dus voor de fantasy in het Koreaanse hiernamaals. Nog niet murw geslagen? Het Ierse The Lodgers poogt het spookhuis(sub)genre van nieuw elan te voorzien.

Tower. A Bright Day – Het einde nadert
Kaja bezoekt haar familie om de katholieke communie van Mula’s dochter Nina bij te wonen. Al vroeg hangt er een zweem van geheimzinnigheid rond de komst van Mula’s verloren gewaande zus. We weten dat ze zes jaar geleden is weggegaan, maar het waarom blijft achterwege. Kaja en Mula delen geheimen die voor het gros van de familie verborgen dienen te blijven. Mula maant Kaja aan om toch vooral maar normaal te doen. Opvallen is funest in het uitgestrekte boslandschap. Kaja besluit hierop om naakt in een grasveld te gaan liggen, waar ze snel opgemerkt wordt door één van de piepjonge kinderen.

De vervreemdende toon van bovenstaande omschrijving is alleen maar tekenend voor Tower. A Bright Day, een raadselachtige Poolse thriller die weigert haar geheimen prijs te geven. De ontsporende relaties binnen de woongemeenschap ontvouwen zich in de montage naast onverklaarde gebeurtenissen, die niet zelden gepaard gaan met een schurend sound design en een atypische beeldvoering. De film doet denken aan Lars von Triers Melancholia (2011). De Apocalyps is nabij en de mens leeft in angst voor zijn omgeving. Ondertussen vergeet de priester zijn teksten voor de communie, de dementerende moeder van Kaja en Mula geneest wonderlijk. Debutante Jagoda Szelc voert haar visioenen op in een film die op narratief vlak alle finesse mist, maar wel dreigt en prikkelt in een sluimerende stream of consciousness.

Tigers Are Not Afraid – Verbeelding van een strijdtoneel
Tigers Are Not Afraid toont hoe noodzakelijk het kan zijn om te dromen. De elfjarige Estrella verloor haar moeder aan mensenhandelaars, waarna ze alleen overbleef in de kapotgeschoten straten van een Mexicaanse spookstad. De drugsoorlog heeft van de werkelijkheid een fantasy-oord gemaakt waaruit je niet ontsnappen kunt. En toch slaagt Estrella erin te vluchten.

Ze vlucht in dromen, wensen, sprookjes; in een wereld van magisch realisme die haar helpt om het keiharde hier en nu te verdringen. Het leven is een strijdtoneel vol jonge prinsen, die jammerlijk vergaten dat ze eigenlijk tijgers waren. Die onverschrokken tijgers geven de film het soort filter dat onvermijdelijk aan het werk van Guillermo del Toro doet denken. Toeval is dat niet. Regisseuse Issa Lopéz geeft in interviews expliciet aan dat ze zich door The Devil’s Backbone (2001) en Pan’s Labyrinth (2006) heeft laten inspireren. Ten opzichte van die titels mist Tigers Are Not Afraid onderscheidingsvermogen, maar Lopéz profiteert wel optimaal van de sprekende setting en de excellerende kindercast.

Tijdens Estrella’s verkenning van niemandsland schuilt gevaar voorbij iedere straathoek. Samen met een groep jongens gaat ze op zoek naar een beruchte drugsbaron – de politie steekt uiteraard de kop in het zand. Ja, dit zijn kinderen, en ja, de fantasy-bril verzacht de omstandigheden, maar het ruwe geweld wordt in de schaduw van Estrella’s dromerij gelukkig niet geschuwd. Een absolute voorwaarde om de geloofwaardigheid van de in actualiteit gewortelde setting in stand te houden.

Tigers Are Not Afraid doet soms denken aan Cidade de Deus (2001), wiens casting directors ook voor López aan het werk gingen. Het resultaat mag er wezen, want het is de jonge Paola Lara die de show steelt met haar vertolking van de dappere droomster. Dat Estrella’s queeste op narratief vlak wel erg gepolijst is, mag het kijkplezier niet drukken.

Along With the Gods – Na het leven
Wat zou er gebeuren als Hirozaku Koreeda’s After Life (1998) vrij bewerkt zou worden tot een hysterisch megaspektakel? Met Along With the Gods geeft Kim Yong-hwa (Mr. Go – over een gorilla die aan baseball doet) het antwoord. Brandweerman Ja-Hong wordt na een misgelopen reddingsoperatie opgewacht door twee ‘guardians’, transcendente gidsen die de doden begeleiden in hun tocht door het hiernamaals. Geheel naar boeddhistische leest is reïncarnatie nog mogelijk, maar wel pas nadat Ja-Hong zeven goddelijke processen heeft doorstaan. Terwijl de gidsen doodkalm de procedure uitleggen, kijkt de brave vuurblusser nog wat verbijsterd toe hoe zijn lichaam door de hulpdiensten geborgen wordt.

Along With the Gods was vorig jaar met een dikke honderd miljoen dollar de best verdienende Koreaanse titel aan de box office. Wie dit groteske schouwspel op een bijpassend scherm ziet, begrijpt vast waarom: qua toon en aanpak sluit de film strak aan bij westerse pendanten. Marvels Avengers worden zelfs expliciet benoemd – uiteraard omlijst in een goed bedoelde oneliner.

De heren van Dexter Studio’s (een groot Aziatisch concern voor productie en VFX) hebben kosten nog moeite gespaard om naar Dante riekende taferelen door een digitale filter te halen, maar dat voorkomt niet dat de godenwereld altijd even generiek blijft aanvoelen. De personages draven van de ene naar de andere extravagante locatie, terwijl toon en genre constant wisselen. Flashbacks in karmawolken zijn aan de orde van de dag. Tijdens het eerste halfuur weten alle visuele vondsten nog wel te amuseren, maar de sleet zit er al snel op, en dan is 139 minuten erg lang. Yong-hwa schrikt er nooit voor terug om overdosissen sentiment (inclusief aanzwellende strijkers) onschadelijk te maken met uitgekiend geregisseerde dijenkletsers. Je moet er maar van houden.

The Lodgers – Spookhuisbingo
Je moet voor twaalf uur op bed liggen, je moet je aan de regels houden en wee je gebeente als je je maagdelijkheid verliest. Boete, vervloeking en verleiding komen samen in The Lodgers, een gothic horrorfilm van Brian O’Malley (Let Us Prey). Een broer en zus zitten gevangen in een massief spookhuis (denk Crimson Peak, The Others), waar ze door de daden van hun voorouders niet zomaar kunnen vertrekken. Om de drang naar vrijheid een gezicht te kunnen geven is de tussenkomst van een jonge charmeur nodig.

Sean (Eugene Simon, bekend van Game of Thrones) wordt op twijfelachtige wijze de plot van de film in geschreven. Wat begint met obsessief voyeurisme in het bos, mondt moeiteloos uit in een klassieke romance tussen Sean en de getroebleerde Rachel (Charlotte Vega). Laatstgenoemde komt op het lumineuze idee dat Sean haar misschien kan helpen het vervloekte oord en haar dominante broer Edward te ontvluchten. De intrige die zich ontvouwt laat zich geen moment serieus nemen, met name vanwege het zichtbare gebrek aan chemie tussen de gedoemde geliefden en de gekunstelde dialogen. Door de hang naar goedkope romantiek zinspeelt The Lodgers soms eerder op de gunsten van een young adult-publiek dan dat ze iets toevoegt aan het spookhuis(sub)genre. Narratieve elementen en details in het set design doen aan de lopende band denken aan The Innocents /The Others en The Conjuring. Houd die bingokaart maar vast bij de hand.

 

22 april 2018

 
 
Imagine Film Festival 2018 – Deel 1
Imagine Film Festival 2018 – Deel 3
Imagine Film Festival 2018 – Deel 4
 
 
MEER FILMFESTIVAL

Lucky

****

recensie Lucky

De weg naar Verlichting

door Tim Bouwhuis

“Realisme is een ding. Het is de gewoonte om een situatie te accepteren zoals ze is en de bereidheid hebben daarnaar te handelen”. Woordenboeken hebben de gewoonte om simpele betekenissen te vermommen als tegeltjeswijsheden. Lucky doet feitelijk niets meer dan een poging om zijn kruiswoordpuzzel af te maken, als zijn zoektocht naar synoniemen hem bij de kern van zijn persoonlijkheid brengt.

De negentigjarige Lucky (Harry Dean Stanton) is eigenzinnig, cynisch, maar ook goudeerlijk. Altijd en overal is hij op zoek naar de essentie van dingen. Naar de wetenschap dat alles eens zal verdwijnen, dat de ‘ziel’ niet bestaat. Je zou Lucky een atheïst kunnen noemen. Tijdens de film valt die term echter geen moment. De nadruk ligt niet op labels en categorieën, maar op Lucky’s menselijkheid. Als we oud zijn, en onze dood gedwongen onder ogen zien, worden onze illusies en dromen ons ontnomen. We kijken naar de wereld zoals we die op dat moment zien. Al het andere is opgeslokt door de tijd.

Lucky

Heilige regelmaat
Voor Lucky is het menszijn een symfonie van dagelijkse routines. Terug komen de yogaoefeningen, de quizprogramma’s. Er is een vaste buurtshop, een vast koffiehuis en een vaste kroeg. De koelkast is gevuld met melkpakken van hetzelfde merk. Je kunt met Lucky te doen hebben, hem een zielige einzelgänger noemen. Het is echter alsof de scenaristen (een samenwerking tussen Logan Sparks en Drago Sumonja) al van meet af aan op zo’n houding anticipeerden: een ongeruste buurtbewoner krijgt te horen dat ‘alleen zijn’ toch echt iets anders is dan eenzaamheid.

Lynchiaans leven
Stanton bijt op een heerlijk droge wijze van zich af, en brengt daarmee de verhouding tussen drama en humor in balans. Komische hoogtepunten zorgen ervoor dat de emotionele kern van het verhaal er nooit te dik bovenop komt te liggen. De scène waarin Lucky een onbeholpen advocaat (Ron Livingston) te kijk zet is goud waard, en de bijrol van David Lynch brengt alles wat de film verder nog nodig had.

Lynch lijkt gewoon zichzelf  te spelen: de gerenommeerde regisseur verschijnt als een eigenaardige barganger die op zoek is naar zijn weggelopen landschildpad. Met zijn geloof in de aantrekkingskracht van het onverklaarbare (zie Twin Peaks) is Lynch de perfecte ideologische tegenpool van Stanton, die er tot Lynch’ ergernis nog niet eens in slaagt water- en landschildpadden van elkaar te scheiden.

Lucky

Een simpel verhaal
Bovenstaande omschrijving mag misschien wat absurdistisch overkomen, met Stanton en Lynch blijft alle integriteit gewaarborgd. Sterker nog, de schildpad speelt een symbolische sleutelrol, ook al moet je daar toch echt de film zelf voor bekijken. Debuterend regisseur John Carroll Lynch (eerder als acteur in onder meer Fargo, Shutter Island en Jackie) slaagt erin met een uiterst minimale film veel te verbeelden. Door het lome tempo, de rurale en desolate setting en de muzikale toon doet Lucky sterk denken aan The Straight Story van David Lynch.

Lynch zelf maakte zijn meest conventionele film als een door en door menselijk portret, waarin de belangrijkste emoties onuitgesproken bleven. De tocht die Alvin (Richard Farnsworth) ondernam is bij Lucky van een meer spirituele aard, maar dat maakt de uitkomst niet minder waardevol.

Licht na het zwarte gat
Integendeel, de meest ingrijpende scène van de film vindt plaats als Stanton voorbij zijn dagelijkse routines en zijn starre cynisme moet redeneren. Uit het niets valt de acteur flauw in zijn woonkamer, en dan treedt de angst in: de angst voor wat komen gaat, de angst voor het zwarte gat na het einde. Stanton verwerkt zijn bangheid eerst nog als een geheim, maar geleidelijk zal hij zijn gemoedstoestand moeten accepteren. Met een grote glimlach, en zonder spijt.

Harry Dean Stanton stierf veertien maanden na de laatste opnames van Lucky.
 

3 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Insult, The

****

recensie The Insult

Geschiedenis zonder winnaars

door Tim Bouwhuis

Ogenschijnlijk kleine woorden krijgen in The Insult massieve betekenis. Wat begint als een burenruzie mondt uit in een geladen rechtszaak, waarbinnen de tragische geschiedenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict een hoofdrol opeist. Het levert nu al één van de meest aangrijpende en doorleefde drama’s van het filmjaar op.

De Libanese christen Tony (Adel Karam) bewoont met zijn vrouw Shirine (Rita Hayek) een bescheiden appartement in de straten van Beiroet. Een onrechtmatig geplaatste waterafvoer op Tony’s balkon leidt tot een felle woordenwisseling met Yasser (Kamel El Basha), een Palestijnse bouwopzichter. Tony voelt zich beledigd door Yasser, en eist dat de man zich persoonlijk verontschuldigt. In de ontmoeting die volgt wordt de kiem voor het echte conflict gelegd. Eén zin (‘Ariel Sharon had jullie allemaal moeten uitroeien’) leidt tot een fysieke aanval, een drama in Tony’s gezin en de politiek gespannen rechtszaak die in de tweede helft van de film centraal staat.

The Insult

Meer dan een burenruzie
Voor een intense filmervaring is achtergrondkennis niet per definitie vereist – de getekende gelaatsuitdrukkingen van de excellerende hoofdrolspelers doen het halve werk, terwijl de even drukkende als verstillende score subtiel op het gevoel inspeelt.

Toch vraagt een volledig eerlijke beoordeling van deze film om een goede situering van de context. Alleen tegen de achtergrond van het Israëlisch-Palestijnse conflict kan en kon een burenruzie van deze aard zodanig uit de hand lopen.

Nooit thuis kunnen zijn
Tijdens en na de staatswording van Israël (1948) vluchtten talloze Palestijnen naar Libanon. Een tweede golf van vluchtelingen verliet het land toen Israëlische troepen tijdens en na de Zesdaagse Oorlog (1967) de Westelijke Jordaanoever bezetten en grote vluchtelingenkampen ontruimden.  Zoals in The Insult duidelijk wordt, bekleden deze Palestijnen binnen de Libanese samenleving een grote minderheidspositie.

De bedrijfsondernemer die Yasser aannam legt tijdens de rechtszaak uit dat het een risico was om hem een baan te geven; vreemdelingen in een vreemd land worden stelselmatig met angst en wantrouwen bekeken. Als christen kan Tony al op gespannen voet met Yasser staan voordat hij hem ook maar één keer heeft ontmoet. De twee delen een donkere geschiedenis die over de gehele breedte slachtoffers kent.

Als Tony zegt dat Ariel Sharon naar zijn mening alle Palestijnen had mogen uitroeien, raakt hij een gevoelige snaar die zich eigenlijk nauwelijks in woorden laat uitdrukken. Ariel Sharon, in de vroege jaren tachtig de Israëlische minister van Defensie, leidde in die periode een gewelddadige opmars op het Zuid-Libanese platteland. Talloze burgers lieten het leven in de door Sharon gecoördineerde pogingen om een aantal bolwerken van de PLO (Palestine Liberation Organization) te vernietigen. De naam van de Israëlische bevelhebber is ook onlosmakelijk verbonden met de bloedbaden in een tweetal Palestijnse vluchtelingenkampen (1982).

The Insult

De bladzijde om willen slaan
Voor Yasser bevindt het verleden zich ergens tussen pijn en herinnering, maar ook voor Tony is de oorlog nooit gestopt. Hij komt terug in vluchtige flashbacks, gebeurtenissen en gedachten in de vorm van littekens. Eén uitspraak van tijdens de rechtszaak blijft maar nagalmen: niemand heeft het alleenrecht op pijn en lijden.

Regisseur Ziad Doueiri (The Attack) maakt via dit impliciete statement zijn enige én juiste grote keuze. Het perspectief van de kijker op Tony en Yasser is min of meer gelijk, en dat is een absolute voorwaarde voor het integere en authentieke karakter dat het scenario nu meedraagt. Op een aantal specifieke momenten is de toon van de film hoopvoller dan de realiteit toelaat, maar is film dan niet het medium bij uitstek waarin zo’n stellingname geaccepteerd of zelfs gewenst mag worden?
 

12 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Vivre sa Vie

*****

recensie Vivre sa Vie

Stille tranen, stille emoties

door Tim Bouwhuis

In een vrijwel lege bioscoopzaal kijkt Nana (Anna Karina) naar Carl Theodor Dreyers stille meesterwerk La Passion de Jeanne d’Arc (1928). De tranen op het scherm zijn een teken van de tol die betaald moest worden voor een historische roep naar vrijheid. Op symbolische wijze wisselen de (extreme) close-ups van Maria Falconetti en Anna Karina elkaar af. De tranen van Maria’s Jeanne worden de tranen van Anna’s Nana. 

Het verstillende schouwspel in de cinema is één van de (letterlijke) momentopnames die samen Vivre sa Vie vormen. De Franse cineast Jean-Luc Godard, hier op zijn absolute hoogtepunt, koos ervoor het portret van een in prostitutie vervallende dame op te bouwen uit twaalf tableaux, losse sequenties die sterk fragmentarisch aandoen.

Vivre sa Vie

Gelukkig ondermijnt deze kunstmatige opzet geen moment de geloofwaardigheid van het drama. Godard verbloemt de harde realiteit van Nana’s bestaan niet, in een prachtige film (nu in digitale restauratie heruitgebracht) die doordesemd is van sympathie en medeleven: duidelijk is dat we de actrice aan het werk zien met wie de Fransman een jaar eerder trouwde.

Twee vormen van geluk
Nana’s zoektocht naar geluk staat mijlenver af van diners bij kaarslicht en idealistische toekomstscenario’s. Aan het begin van Vivre sa Vie ligt dat geluk even voor het oprapen; in één van de meest sprekende dialogen vertelt Nana hoe ze op straat stuitte op een briefje van 1000 francs, om daarna haar voet op het door de wind beroerde fortuin te plaatsen. Direct zag ze zich geconfronteerd met de wantrouwende blik van de eigenaresse. Dat specifieke moment – de korte spanning tussen het geluk als toeval en het geluk als existentiële conditie – doet Nana beseffen dat ze moet werken om vooruit te komen in het leven.

De heiligheid van het beeld
In een later tableau zien we dan ook hoe Anna Karina’s timide personage haar verzoek om werk zelf toevertrouwt aan de grillen van de taal. Het duurt een minuut of twee voor Nana uitgeschreven is; iedere andere filmmaker had zo’n briefje beschouwd als een gegeven, maar voor Godard is deze ene scène van cruciaal belang.

Woorden zijn voor hem duidelijk als lucht in relatie tot de ideeën en ervaringen die zich alleen in beelden laten vangen. Woorden bedriegen ons en verdraaien de waarheden van de onbemiddelde expressie. We moeten zien om Nana’s woorden te geloven en te begrijpen hoe zij haar leven op geheel eigen wijze richting geeft. Zoals het een eerlijk verhaal betaamt blijft ieder moreel oordeel daarbij achterwege.

Het leven verslaan
Met zijn uitgesproken visuele benadering geeft Godard uitdrukking aan een streven naar filmisch realisme. Op momenten filmt de cineast zijn actrice als een geëngageerde documentairemaker, vastbesloten haar perspectief zo authentiek mogelijk te tonen. De laatste twee tableaux tonen hoe Nana’s grotendeels onuitgesproken escapisme finaal botst met Godards belofte de realiteit trouw te zijn. Misschien dat het ontroerende gesprek met de levenswijze vreemdeling daarom zo lang duurt: eindelijk mag Nana hier dromen, denken, spreken en hopen. Tot het noodlot toeslaat.
 

15 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Top 5 2017

Deel 6: Tim Bouwhuis
Top 5 en miskleun van 2017

In the Crosswind

Acht recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2017.

Tim Bouwhuis door Tim Bouwhuis

2017 begon met het bekijken van de Oscarfavorieten: Moonlight viel me persoonlijk tegen, Lion was wel erg sentimenteel, La La Land garandeerde ongeremd audiovisueel genot. Bij Manchester by the Sea leek ik de enige in de zaal die zijn stemming niet liet bepalen door de depressieve toon van een aantal sleutelscènes; het door de Academie bekroonde script van Kenneth Lonergan bevat een verrassende dosis zwarte humor. Geen van die films komt echter terug in deze toplijst, al is dat in het geval van La La Land puur omdat Chazelles ode aan vervlogen tijden door de meeste filmgangers al een jaar eerder werd geprezen.

Het schrijnende schrijfwerk en het gebrek aan inspiratie draaiden veel blockbusters de nek om – Arrival-regisseur Denis Villeneuve kwam pas met de beste worp toen het seizoen eigenlijk al voorbij was. Veel titels uit Cannes en Berlijn (The Beguiled, The Square, On Body and Soul, Una Mujer Fantastica, Loveless) konden op mijn waardering rekenen, maar brachten uiteindelijk toch ook niet de filmervaringen die me op lange termijn zouden bijblijven. Valsspelen met de als serie verpakte film Twin Peaks: the Return zat er daarnaast begrijpelijkerwijs niet in. Ik sluit het voorspel naar mijn top 5 af met de gelukkig geziene aanraders in de verre marge van het bioscoopseizoen: Assayas’ genremix Personal Shopper, Jean-Pierre Léauds tour de force in La Mort de Louis XIV, Fiona Tans filmische fotocollage Ascent en de bevreemdende sfeertrip Lily Lane.

 

5. – THE HANDMAIDEN

Ik beschouw Chan-wook Park als één van de beste regisseurs van dit moment – doorgaans begeeft hij zich niet buiten zijn thuisland Zuid-Korea, maar toen hij dat wel deed verwerkte hij een Hitchcock-achtig script tot een uiterst gestileerde genrefilm (Stoker, 2013). The Handmaiden is een bescheiden meesterwerk van eigen bodem. De relatie tussen een rijke vrouw en een dienstmeisje met dubbele agenda wordt prachtig uitgewerkt. De camera van Parks vaste cinematograaf toont niet alleen de passie die in Hollywood zeker was gecensureerd, maar ook de fascinerende omgeving: de centrale locatie is een Victoriaans-Japans landhuis dat gemaakt lijkt voor geheimen. Schuifdeuren en sleutelgaten verenigen kijkers en personages. Beiden zijn voyeurs van het verborgene – vóór en in de wereld van de film.

 

4. – JACKIE

In een exclusief interview met een journalist van Life schreef één vrouw eigenhandig geschiedenis. Aan de hand van de mythe van Camelot (de favoriete musical van haar vermoorde echtgenoot, het utopische paleis uit de Arthurlegende) bepaalde Jackie Kennedy indirect hoe we ons haar man en zijn regeerperiode zouden herinneren. Op filmisch niveau vallen alle puzzelstukjes op hun plaats: de samenwerking tussen regisseur Pablo Larraín en scenarist Noah Oppenheim (The Act of Killing) is vlekkeloos, Natalie Portman haar tweede Oscar mogen winnen en de snijdende score van Mica Levi (Under the Skin) zorgt in combinatie met de dicht op de huid gepositioneerde camera voor een beklemmende filmervaring.

 

3. – 20TH CENTURY WOMEN

Mike Mills (Beginners) vangt de late jaren zeventig in een sfeervolle en kunstzinnige coming-of-age-vertelling. Temidden van punkmuziek, feministische literatuur, jeugdliefdes en een opspelende generatiekloof zoeken een moeder, een tienerzoon en twee vrijzinnige jongedames naar hun ware identiteit. Een excellerende Annette Bening deelt het podium met de beloftevolle Elle Fanning (The Neon Demon), Lucas Jade Zumann en Lady Bird-regisseur Greta Gerwig. Hun semi-fictieve personages (deels geïnspireerd door de levensgezellen van de regisseur) worden in 20th Century Women op ijzersterke wijze uitgediept.

 

2. – MOTHER!

Nee, de laatste vondst van Black Swan-regisseur Darren Aronofsky is bepaald niet subtiel. Alle personages zijn metaforen, representaties; wie in de bioscoop niet startte met het leggen van verbanden, zal de zaal ongetwijfeld met een kloppend hart en een handvol vraagtekens hebben verlaten. Daar ligt direct ook de grote kracht van mother!. De film nodigt uit tot interpretatie en discussie, en dat dan weer op verschillende niveaus. Wie geen vermomde Roman Polanski-film ziet, geen religieuze allegorie, geen betoog voor het behoud van moeder aarde, kan nog altijd gegrepen worden door het intense camerawerk, de onbedoeld humoristische sociale ongemakken en de ontzettend knappe acteerprestatie van Jennifer Lawrence. En nee, ik weet op basis van de afgelopen maanden dat zo’n lyrische beoordeling absoluut geen zekerheid is. Eén ding moet je Aronofsky echter nageven: hij heeft een gematigde beoordeling met deze filmische stream of consciousness rechtstreeks naar het rijk der onwaarschijnlijkheden verbannen.

 

1. – IN THE CROSSWIND

Een pose aannemen en vasthouden, niet blikken of blozen. Zwijgend uitbeelden en de tijd stilzetten. De elkaar opvolgende tableaux vivants geven In the Crosswind al bij voorbaat een unieke status. Dit is hoe de Estse regisseur Martti Helde in zijn full feature-debuut oorlogsleed verbeeldt. Dialogen blijven achterwege, want ook dan is het haast transcendente verdriet al voelbaar. Achter de visuele pracht van dit kleine meesterwerk schuilt de urgentie van een schrijnende historische werkelijkheid. Het is prijzenswaardig dat Helde daaruit voortvloeiende reflecties aan de kijker overlaat, en deze nergens opdringt. Naarmate de film vordert, kruipen de schilderachtige, zwart-witte taferelen steeds verder onder de huid. De filmtitel krijgt op een prachtige wijze betekenis. In the Crosswind is van een tijdloze schoonheid.

 

The Circle

Miskleun van 2017:

THE CIRCLE

Ik zag (te) veel betreurenswaardige films dit jaar. The Circle was, in mijn subjectieve beleving, nog niet eens de slechtste. Toch was dit de grootste desillusie, een film die op basis van het boek goed had kúnnen zijn. The Circle biedt echter niet meer dan een dozijn aan vluchtige impressies, een gehaast uitzicht op een wereld waarin je niet gelooft. Auteur Dave Eggers, die meeschreef aan het scenario, zal lijdzaam hebben moeten toezien hoe veel aspecten uit zijn roman verloren zijn gegaan. Verder zijn de personages van een verontrustende vlakheid en roept de casting vraagtekens op; het is schrijnend om te zien hoe Tom Hanks zich richting de slotfase geforceerd moet ontdoen van zijn stereotiep vriendelijke voorkomen.

 

Gemist in de bioscoop:

THE LEVELLING

Dankzij een late screening van het Antwerpse Cinema Zuid kon ik met het vallen van de winter alsnog genieten van het Britse drama The Levelling (2016), dat voor een bioscooprelease wellicht te traag en te minimalistisch is geweest. Deels toch onbegrijpelijk, want juist in de minimale aanpak schuilt hier een verstillende schoonheid. Op het platteland, waar wind, kou en modder vrij spel hebben, wordt de dynamiek tussen vader en dochter (een sterke rol van Game of Thrones-actrice Ellie Kendrick) uitgespeeld in een even tragische als hoopvolle kijk op schuld, verantwoordelijkheid en menselijk tekortschieten.
 
29 december 2017
 
 
Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Nanda Aris
Deel 3: Bob van der Sterre
Deel 4: Yordan Coban
Deel 5: Suzan Groothuis
Deel 6: Tim Bouwhuis
Deel 7: Ralph Evers
Deel 8: Alfred Bos

Raging Bull

Raging Bull: Worsteling met een gekooid bestaan

door Tim Bouwhuis

De grootste ontlading uit zich pas als Jake La Motta’s leefwereld zich richting het einde van Raging Bull beperkt tot de muren van zijn gevangeniscel. ‘I am not an animal’, weerklinkt het, net als in David Lynch’ filmische schreeuw om humaniteit uit hetzelfde maakjaar. 

Zowel in The Elephant Man als in Raging Bull dient de noodkreet van beide hoofdpersonen als een laatste redmiddel: om hun menselijkheid niet te verliezen dienen zij iedereen ervan te overtuigen dat zij in wezen even menselijk zijn als de mensen om hen heen. La Motta, eenzaam als hij is in zijn cel, overtuigt vooral zichzelf; Joseph Merrick poogt de mensen te overtuigen die hem als een dier behandelen. Beide slachtoffers richten zich echter ook tot ons: oordelen wij ook? Of voelen we oprechte sympathie waar we normaliter afstand zouden bewaren?

Raging Bull

De boksring als droomwereld
Raging Bull (1980) is daarmee een karakterstudie, een intense inkijk in een getroebleerd mensenleven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de film een anti-biografie is. De bokssport lijkt slechts een middel tot een doel, daar de zo typische rise and fall-structuur (een trainingsfase ontbreekt, de film start in media res) die we onder andere kennen van Rocky (1976) ontbreekt. Ook de negentien boksminuten behelzen veel meer dan de sport zelf, dan winst of verlies; ze tonen de enige (droom)wereld waarin de Niro’s getergde antiheld zichzelf kan zijn. De boksring is een cinematisch podium, een plaats waar rook en slow-motionbeelden van een bokser een dansende artiest maken. De conflictueuze montage van Thelma Schoonmaker (leg Raging Bull op dit vlak eens naast het oeuvre van Sergei Eisenstein) maakt de kijker deel van La Motta’s gevecht. Schouwen van een afstandje is uitgesloten.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gastenHet verlaten van de ring brengt een onafwendbare crisis met zich mee. Scorsese begeeft zich van surrealisme naar neorealisme, van subjectivisme naar moraalvrije verslaglegging. Logisch is de keuze voor dat laatste geenszins. De Niro’s La Motta is een afstotelijk personage, een vrouwonvriendelijke driftkop die niet om kan gaan met de sociale condities van zijn privéleven. Toch vindt Scorsese in die buitenbeentjes zijn sterren. Mean Streets, Taxi Driver en tenslotte Raging Bull: je zou deze anti-biografie kunnen beschouwen als het afsluitende portret in een reeks sociaal-culturele impressies van het Italiaans-Amerikaans gekleurde New York.

Ultieme toewijding
Tijdens het productieproces van Raging Bull waren er momenten dat Scorsese dacht dat dit zijn laatste film zou worden. Het leidde ertoe dat de veelgeprezen regisseur niets aan het toeval overliet en alles wat hij had toewijdde aan zijn werk. De detailgerichte regie is een lust voor het oog: Scorsese tekende de gevechten frame voor frame uit op storyboards, aan de montagetafel restten enkel verfijning en perfectie. De toewijding van De Niro complementeert dit zwaarbevochten succesverhaal; zonder de intensiteit van Scorseses front man geen Raging Bull.

Raging Bull

De Niro’s prestatie is zo indrukwekkend dat van een biografische La Motta haast geen sprake meer lijkt. In Raging Bull figureert een reïncarnatie, een bevlogen vertolker van een menselijk hoofdpijndossier. Minstens even sterk is overigens Joe Pesci, onmisbaar als de meer redelijke broer binnen La Motta’s gezinsleven. Hoe ironisch is het dat Pesci’s temperament in Goodfellas en Casino de man ook in De Niro’s vertolking van La Motta nauwelijks een gelijke vindt…

Raging Bull laat de invloed zien van de neurotische angst alles te verliezen. Zijn titel, zijn sociale status, maar met name ook zijn vrouw (krachtig gespeeld door een jonge Cathy Moriarty). Jaloezie verteert de bezitterige La Motta bij iedere toenaderingspoging, of die nu van een man komt of van Vickie zelf.
 

3 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

De creatie creëert

Tim Bouwhuis – Student geschiedenis

Tim Bouwhuis recenseert sinds enige tijd films voor filmvandaag.nl en zijn eigen blogsite timbouwhuis.nl. Vanuit zijn studie en persoonlijke interesse is hij onder andere geïnteresseerd in de wijze waarop geschiedenis, religie, filosofie en mythologie ingezet kunnen worden om filmwerelden vorm te geven. Ziet het bekijken van films als een zelfverkozen vorm van escapisme, die hem paradoxaal genoeg toch altijd weer terugbrengt bij de schoonheden en schaduwzijden van het leven zelf.

Tim Bouwhuis

 

Mythologische en religieuze subtekst in Prometheus en Alien: Covenant
De creatie creëert
Het oeuvre van een filmmaker vormt zich grotendeels naar de thema’s die hem of haar intrigeren. Wie niet verstrikt zit in de miljoenencontracten van de grote studio’s, kan eigen werelden scheppen en verspreiden, mits de juiste mensen in jouw werelden geloven. Het tegenoverstelde gebeurt echter ook.

Het voornaamste filmuniversum van de Britse cineast Ridley Scott viel hem ten deel toen regisseurs als Jack Clayton (The Innocents) en Robert Aldrich (What Ever Happened to Baby Jane?) het script van Alien terzijde hadden geschoven. De rest is geschiedenis. Scott schiep een meesterwerk, dat de weg bereidde voor een uiterst succesvolle sequel (Aliens), een duistere David Fincher (Alien3) en tenslotte een aantal verwerpelijke bijproducten (denk aan een Alien vs Predator). Scott moet gevoeld hebben dat de kaars langzaam aan het doven was, want in 2012 wachtte een verrassing: meer dan dertig jaar na het origineel verscheen Prometheus, een prequel die vertelt wat aan Alien vooraf ging. Anno 2017 lijkt Scotts wereld van xenomorphs en neomorphs rekbaarder dan ooit. Alien: Covenant vult een gat tussen Prometheus en Alien, maar voorziet tegelijk in een scala aan vervolgvragen. De Alien-franchise is een grootse mythe met schijnbare eeuwigheidswaarde.

Terug naar het begin
Een belangrijke reden voor de recente expansie ligt hem, zo wil ik in dit stuk betogen, niet alleen in het commerciële succes van de films, of in de kneedbaarheid van de bekende Alien-premisse (ongewenst bezoek in een ruimteschip). De essentie van de laatste twee films ligt namelijk niet zozeer besloten in de terugkeer van de aliens zelf, maar in de oorsprongsmythe die hun initiële aanwezigheid op LV426 verklaart (overigens is die naam geen toevalligheid, sla het bijpassende vers uit het Bijbelboek Leviticus er maar eens op na).

Waar Alien zich echter primair liet verklaren aan de hand van maatschappelijke en psychologiserende concepten en interpretaties, zijn de scenario’s van Prometheus en Alien: Covenant doorspekt met religieuze, filosofische en mythologische thema’s. Alleen de titels dragen al het gewicht mee van de nodige mythologische respectievelijk Bijbelse beeldspraak. Wie de filmografie van Ridley Scott gadeslaat, kan die inhoudelijke wending in een wat breder perspectief plaatsen. Een existentieel manifest als Prometheus staat niet eens zo ver af van Blade Runner (1982), terwijl kruistochtepos Kingdom of Heaven (2005) en Bijbelbewerking Exodus: Gods and Kings (2014) Scotts toegespitste fascinatie voor het christen (-en Joden)dom verraden. Welke subtekst(en) gebruikt de Britse regisseur in zijn laatste twee bijdragen aan de Alien-franchise?

Waarschuwing: onderstaand stuk gaat tot in detail in op Prometheus en Alien: Covenant, en is daarmee niet spoilervrij.

Michelangelo en David
De proloog van Alien: Covenant zet de toon voor wat komen gaat, maar werpt ook een nieuw licht op het plot van Prometheus. Een conversatie in een klinische witte ruimte brengt ons terug naar een moment van beslissende creatie: Peter Weyland (Guy Pearce) heeft zojuist David (Michael Fassbender) geschapen, de android die in Prometheus opvalt door zijn menselijke eigenschappen en emoties. David is niet alleen de naam van een Bijbelse held en koning, maar verwijst ook naar de reusachtige replica van Michelangelo’s beroemde marmeren beeld, die in deze scène hoog boven de twee protagonisten uittorent.

Alien: Covenant

De David van Prometheus en Alien: Covenant is zodoende de perfecte creatie van de menselijke schepper. Zoals ook al duidelijk werd in Scotts eerste prequel, is Weyland (hier nog niet bedekt onder lagen make-up) hier de creërende Godsfiguur. Niet toevallig voltooide Michelangelo zijn David in de Renaissance. Ook in deze proloog ontdekt de creatie (eerst de mens, dan de android) dat hij zelf tot schepping in staat is. Zoals later in Alien: Covenant zal blijken, gaat die ontdekking (of wedergeboorte) gepaard met een stuk opstandigheid en zelfverklaarde superioriteit: waarom zou David zich als een goddelijk en onsterfelijk wezen moeten onderwerpen aan zijn maker?

Muziek als scheppingsproduct
Aan het eind van Prometheus vertrekt Dr. Elizabeth Shaw (Noomi Rapace) met het fysiologische restant van de android David van de planeet LV223. In Alien: Covenant komen we erachter dat zij terecht zijn gekomen op dezelfde afgelegen planeet die de bemanning van de Covenant nu bezoekt. Shaw blijkt te zijn gestorven, maar David zwerft nog rond; wanneer Walter (een dubbelrol van Michael Fassbender), Daniels (Katherine Waterston) en de overige bemanningsleden worden belaagd door geëvolueerde aliens, is het David die (letterlijk) verlichting brengt en de Neomorphs verjaagt.

Alien: Covenant

Als David Walter even later meeneemt naar zijn ondergrondse vertrek, blijkt hoezeer deze doe-het-zelf-zoöloog is doorgeschoten in zijn obsessie voor het creëren van nieuw leven. De nu al befaamde scène met de fluit (zowel in positieve als in negatieve zin) is daarin doorslaggevend. Er is een reden dat David Walter hier fluit leert spelen: muziek is bij uitstek een menselijk product, een symfonie is een harmonieuze schepping die begint met een enkele noot.

Walter en David blijken echter van mening te verschillen over het doel waarmee zij zijn geschapen. Waar Walter zich bereid toont te dienen en bevelen op te volgen, is David het subject dat zich niet langer laat onderdrukken door zijn maker en zelf de rol van schepper overneemt. Ziehier de historische analogie: de Renaissance, het humanisme en tenslotte de Verlichting zette een proces in gang dat uiteindelijk uitmondde in de (weder)geboorte van vele Davids. Ook in Alien: Covenant delft de onderdanige mens op dat moment (letterlijk) het onderspit.

De opgang van de goden in het Walhalla
De slotscène representeert de vervolmaking van Davids transformatie. Alien: Covenant eindigt met het terugplaatsen van twee kleine Facehugger-embryo’s in een speciale opslagruimte. Davids triomfantelijke zegetocht, die daar kort aan vooraf gaat, wordt muzikaal begeleid door de epische tonen van Wagners Rheingold, een mythologisch operastuk dat eindigt met de opgang van de goden in het Walhalla (de zaal/gevallenen voor eervolle strijders, term afkomstig uit de Noorse mythologie). Op sterke wijze verbindt Scott de verhaallijnen van de film en het operastuk met elkaar: Das Rheingold eindigt met de notie dat de goden hebben genomen wat aan de aarde toebehoort. 

Het schepsel doodt de schepper
Ook in Prometheus speelde het thema creatie al een grote rol. In de Griekse mythologie staat Prometheus bekend als de Titaan die het vuur stal van de goden en het aan de mensen gaf. Het vuur is een oerstof die hand in hand gaat met menselijke ontwikkeling, een onmisbare schakel in de processen van creatie, zuivering en bescherming. De term Prometheus vinden we in de film zelf terug bij de naam van het ruimteschip, dat Weyland Dr. Shaw en David met hun bemanning vervoert naar de maan LV223.

In haar boek Mythology (oorspronkelijk gepubliceerd in 1942) stelt Edith Hamilton dat Prometheus wijs was, ‘even wiser than the gods’. Die wijsheid werd hem fataal; als straf voor het stelen van het vuur werd hij voor eeuwig vastgebonden aan een rots, waar een adelaar dag na dag in zijn lever pikte. Ook in Prometheus reageren de goden (hier de engineers, in de film de veronderstelde scheppers van de mensheid) furieus op het creatieve proces dat Weyland en zijn bemanningsleden op gelijke voet met de goden zal zetten. Op symbolische wijze worden de hersens van Weyland uiteindelijk ingeslagen door een engineer. Dit is de straf voor de hoogste autoriteit aan boord van de Prometheus. Het moordwapen? Het onthechte hoofd van David. Het schepsel doodt de schepper, en zal in Alien: Covenant zelf de rol van schepper overnemen.

Prometheus
Een noodzakelijk offer
Dat schepping als concept aan de basis staat van zowel Prometheus als Alien: Covenant, wordt al in de openingssequentie van Prometheus duidelijk. Internetfora zijn gevuld met antwoorden op die ene vraag: ‘wat gebeurt hier?’ En, in het verlengde: wie is dat mythische wezen bij de waterval, waarom drinkt hij van een mysterieuze substantie, waarom sterven zijn cellen vervolgens af?

Mijn eigen interpretatie volgt op een stukje klassiek-religieuze symboliek. Geheel in lijn met mythologisch en christologisch gedachtegoed vereist het voortbrengen van leven immers offers. In de Egyptische mythologie geeft Osiris zijn leven, zodat er planten kunnen gaan groeien aan de oevers van de Nijl. In het christendom is het Jezus Christus die zijn leven opoffert voor de mensheid. Dood brengt dus leven voort, ook in deze sequentie.

De lichaamstaal van de engineer-schepper verraadt dat hij weet waar hij mee bezig is. Het vervolg bevestigt dat gegeven: na het drinken van de vloeistof wordt het lichaam van de engineer uiteen gereten, waarbij DNA-fragmenten terechtkomen op de planeet die tot dat moment leeg en woest was. Het welbewuste offer van de engineer maakt dus leven mogelijk op een plaats die tot dan toe levenloos was.

De parallellen met mythologische en religieuze voorstellingen mogen hier en daar wellicht ter discussie staan, het overkoepelende doel van Ridley Scott staat dat niet: met Prometheus en Alien: Covenant probeert hij te verklaren waarom de bemanning van de Nostromo aan het begin van de tweeëntwintigste eeuw geconfronteerd kan worden met vormen van buitenaards leven. Wat dat betreft is aan het einde van Alien: Covenant een belangrijke cirkel rond: de creatie (David) van een menselijke schepper (Weyland) brengt zelf leven voort. Het is jammer dat de werkelijke scheppers (engineers) in Alien: Covenant niet meer aan bod komen, maar strikt genomen hoeft dat ook niet meer: mens en robot hebben hun scheppers niet meer nodig, en houden met hun scheppende kracht in ieder geval Scotts franchise in stand.

4 juni 2017

 

Alle gastblogs