Recensie: The Predator

***

recensie The Predator

Suspense verliest van actie

door Alfred Bos

Met actieveteraan Shane Black aan het roer krijgt de Predator-franchise voor de tweede maal nieuw leven ingeblazen. Dat lukt, al zitten nostalgie en eigentijdse blockbuster elkaar nodeloos in de weg.

Homo sapiens heeft zich opgewerkt tot de top van de voedselketen op planeet Aarde; menseneters zijn verbannen naar de dierentuin of de laatste restjes wildernis. Dan is er alle gelegenheid om de fantasie los te laten op één van de zeven klassieke verhaaltypes—versla het monster. In dat geval kun je twee kanten op: dino’s of ander uitgestorven spul (in Meg, de popcornhit van deze zomer, staat een voorhistorische haai centraal) dan wel griezels van buitenaardse oorsprong.

In die categorie is de ultieme moordmachine alien gruwelijk eng, want sluw. Maar het is geen soort die vuurtjes stookt, computers bedenkt en ruimteschepen bouwt. De kosmische killer doet niet aan technologie of cultuur en daarin is hij de mindere van de mens. Zo niet predator, de topjager in het universum. Qua intelligentie en organisatietalent doet hij niet onder voor Homo sapiens; zijn fysieke kracht, atletisch vermogen én technologie zijn superieur. Predator, de ster van drie speelfilms en twee alien-crossovers, is het roofdier dat de mens voorbij is gestreefd.

The Predator

Goed gedoseerde gorigheid
The Predator, de vierde speelfilm rond de kosmische jager, komt uit de koker van de man die het genre van de actiefilm in de jaren tachtig nieuw leven inblies. Shane Black (Kiss Kiss Bang Bang, Iron Man 3, The Nice Guys) bedacht de succesvolle reeks Leathal Weapon-films (met Mel Gibson en Danny Glover als ongemakkelijk politieduo) en schreef daarnaast een paar filmavonturen voor actie-icoon Arnold Schwarzenegger. Die speelde het haantje in Predator (1987), het debuut van de lelijkerd from outer space. Black blaast de franchise nieuw leven in, nadat de vorige poging (Predators uit 2010) een natte vuurpijl bleek.

En Black levert. The Predator zal nimmer prijzen winnen voor fijnzinnigheid of vernuft, maar vermaken doet de film. Als bonus is de regisseur niet vies van een portie goed gedoseerde gorigheid, vaak met humor of (hoe kan het?) finesse gebracht, wat in deze tijden van politieke hypercorrectie en alles stuk calculerende marketing bepaald een plus is. Bloed druipt uit een gekliefd lijk en tovert onbedoeld een onzichtbare predator tevoorschijn? Ja! Predator trekt de ruggengraat uit een verslagen predator? Ja!

Stoere vrouwen
Dat laatste zet de Predator-liefhebber wellicht aan het denken – predator vecht tegen predator? – en dat raakt de kern van Blacks adaptatie. The Predator is geen herhaling van zetten, zoals Predators, noch een variatie op het origineel, zoals Predator 2 (1990), maar denkt verder langs het spoor dat in de eerste Predator-film is uitgezet. Kort gezegd, de buitenaardse jagers evolueren en wel in recordtempo. Daartoe gebruiken ze genetisch materiaal van dat andere alfa-organisme, de mens. Bovendien is klimaatverandering op een originele manier in de plot verwerkt. Het tilt de film boven de doorsnee genrefilm uit.

Waar de knullige interactie van het groepje stoere mannen dat de buitenaardse geweldenaar(s) moet bestrijden deze vermakelijke actiefilm juist terugduwt in de middelmaat. In dat opzicht zijn Black en co-scenarist Fred Dekker (de man van The Monster Squad en Robocop 3) géénTarantino. Onderwerp van de buitenaardse belangstelling is het hoogbegaafde zoontje Rory (Jacob Tremblay) van special forces-sluipschutter Quinn McKenna (Boyd Holbrook), die kan rekenen op een team van getraumatiseerde of ronduit gestoorde oorlogsveteranen.

Stoere vrouwen zijn er ook, want niet alleen de predator is geëvolueerd: Rory’s moeder (Yvonne Strahovski) en exobioloog Casey Bracket (Olivia Munn). De laatste eet predators als ontbijt, maar moet in het heetst van de strijd toch weer voor het kind zorgen.

The Predator

Storm in suburbia
Qua setting alterneert de Predator-serie tussen jungle (domein van predator) en stad (domein van mens) en regisseur Black voegt zich naar dat ritme. Hij doet à la Spielberg een Jurassic-je en verplaatst het monster van het eiland/oerwoud naar de voorstad. Daar wordt toevallig net het griezelfeest Halloween gevierd, wat bij de liefhebber van genrefilms ogenblikkelijk een gevoel van nostalgie wekt. Dat doet ook de rol van de overheid en haar geheime diensten; die houden er dubbele agenda’s op na en martelen dan wel vermoorden onschuldige burgers. Typisch jaren tachtig, want anno nu zijn het multinationals die kwaad spel spelen.

Heel onderhoudend allemaal, maar The Predator is net geen klassieker. Nog even los van de al te opzichtige sluikreclame is het een eenentwintigste-eeuwse makke die de film beentje licht. De eigentijdse kijker is overprikkeld en kan dus geen drie seconden zonder tromgeroffel of knaleffect. De film scoort hoog op enerverende actie, maar laag, zeg maar gerust nul, op suspense. Een paar scènes van nagelbijtende spanning hadden de film een niveau hoger getild en de finale biedt daartoe alle ruimte, maar het is holdedebolder naar het volgende klapstuk. En ja, alles staat klaar voor een vervolg. Dat is nu net het punt van de film.

Zo koppelt The Predator het spektakelgehalte van de eigentijdse blockbuster aan ouderwets actievermaak van de betere B-film. Het voelt bijna nostalgisch aan. Met de nadruk op bijna.
 

11 september 2018

 
MEER RECENSIES