Boek: ‘Liever lui dan moe’
Cinema ís een therapie
door Bert Potvliege
De Belgische filmjournalist en recensent Johannes De Breuker richt de blik op het onbehagen diep vanbinnen. Met zijn net verschenen filmkritiek-zelfhulpboek, Liever lui dan moe, slaat hij op succesvolle wijze een aangename brug tussen inzichtvolle filmbesprekingen en analytische zelfreflectie. De lezer wordt meegenomen door een prikkelende verteller, die elke cinefiel uitnodigt plaats te nemen rond het kampvuur.
Wie een zuiver cinefiele publicatie verwacht, zal enigszins fronsend aan het werk beginnen – De Breuker gaat uitvoerig in op zijn strubbelingen tijdens de lockdown van 2020, waarbij de plotse plicht te ontspannen hem dwarszat. De jonge vader liep verloren in de nieuwe verveling, in plaats van dat deze hem liet openbloeien. Zijn maar al te herkenbare schermverslaving en doomscrolling – we hebben er allemaal mee te maken – bleken funest voor het welbevinden.
Cinema van het nietsdoen
De Breuker stelt dat we, onder impuls van een doorgedreven consumptiemaatschappij en de daarbij horende verworven vrijheden, plots moeten omgaan met ‘koninklijke verveling’ – ondanks het feit dat koningen alles hebben, kunnen ze zich ellendig voelen. Onze samenleving biedt kansen en mogelijkheden, maar welstand leidt niet zelden tot een leegte en ontevredenheid. De impact van de aandachtseconomie wordt hier benadrukt: een industrie vecht voor onze aandacht. Maar hoe meer we aangeboden krijgen, hoe minder het boeit. De Breuker onderzoekt concepten als aandacht, verveling, interesses – maar ook hoe verveling tot kunst kan worden verheven, als een wapen tegen die aandachtseconomie.

Eens die puzzelstukken in kaart werden gebracht, verschuift de focus naar film als denkkader: De Breuker onderzoekt zijn stelling – en zodoende zichzelf – aan de hand van cinema. In die woelige coronajaren vond de auteur troost en levenslessen in film. Antwoorden lagen in de in verveling gehulde films van onder meer Sofia Coppola, Richard Linklater en Kogonada. Die laatste zet alvast in op cinema waar blikken mogen afdwalen, waar tussenmomenten essentieel zijn – zijn films Columbus en After Yang demonstreren deze zienswijze. Liever lui dan moe pleit voor het omarmen van de alledaagse verveling, om onze aandacht weer te kalibreren.
The problem of leisure, what to do for pleasure
In Somewhere vertelt Sofia Coppola het verhaal van Johnny, een door roem bedorven acteur die een leeg luxeleven leidt en in slaap valt bij een paaldans – koninklijke verveling duikt vaak op in haar cinema. De Breuker herkent zich in die malaise. We zijn rusteloos wanneer we ons vervelen, en zouden ons nog liever pijnstoten toedienen dan 15 minuten stilzitten, een existentiële verveling waar hij zelf mee worstelt. Elk van ons kent een eigen ‘gouden kooi’, waarin we ons gevangen voelen. De smartphone is rampzalig, want “het toestel biedt wel de roomservice van Amazon en Pornhub”, maar eigenlijk gebeurt er niks.
De cinema van Linklater (Slacker, Dazed and Confused, de Before-trilogie) verdiept de stelling verder – alledaagse verveling als een vorm van verzet tegen de niet-aflatende dwang van onze prestatiegerichte samenleving. Dat verzet doet ons openstaan voor de poëzie van het alledaagse. Verveling kan zodoende ons bewustzijn aanscherpen. Het is in de leegte van verveling dat verwondering heropgestart kan worden.
Wat aanvankelijk lijkt als een levensgids voor zij die lijden aan contemporaine gejaagdheid, evolueert vlot in de richting van een casusboek dat op boeiende wijze toelichtingen bundelt over films die het onderwerp behandelen. De Breuker toont er zijn kunde als filmtheoreticus, waarbij hij overtuigd en met de nodige literaire flair ook kijkt naar het werk van Jacques Tati, Spike Jonze, Kelly Reichardt – zelfs Jackass komt aan bod.
Het visuele spelletje met OXO, tussen de verschillende hoofdstukken, wordt duidelijk wanneer de auteur naar het einde uitvoerig ingaat op het belang van Wim Wenders’ Perfect Days – zowat de sleutelfilm in de hier gepresenteerde theorie. Aangename visuele ingrepen als deze tonen de creatieve betrokkenheid van de ontwerpers bij Flaneur Uitgevers, een nog jonge uitgeverij van cultuur- en filmboeken – om in het oog te houden.
Celluloid genezing
Uiteraard schippert Liever lui dan moe enigszins tussen twee uitersten – een hang naar zowel mindfulness als naar filmjournalistiek – waarbij het onmogelijk is om aan de hand van het subjectieve oog van een cinefiel een objectief onderzoek naar een mentale kwestie te kunnen staven. De onderbouwing wringt soms, maar de belichte films fungeren als een verdieping van de ideeën, niet als onweerlegbare bewijsstukken. Men kan een punt maken over een gebrekkige wetenschappelijke waarde, maar het neemt allerminst weg dat de auteur hier op prikkelende wijze therapie en cinema combineert.
De sterkste notie die doorheen het boek schemert – waar elke filmfan zich kan aan optrekken – is aldus de volgende: cinema ís een therapie. De Breuker maakt zich dit standpunt eigen en slaagt erin je te doen voelen wat film betekent voor hem – daarin ligt de grootste kracht van Liever lui dan moe.
Lees hier meer over auteur en boek.
3 mei 2026
