Themamaand:
De Herfst van de Stomme Film
door Cor Oliemeulen
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde.
Bij de vertoning van een stomme film speelde vaak een pianist of een orkest. Dat was vast gezellig, maar het moest anders. In 1926 gebruikte Warner Bros. voor de film Don Juan een systeem met grote grammofoonplaten waarop orkestmuziek en geluidseffecten werden opgenomen en tijdens een voorstelling gelijktijdig afgespeeld (Vitaphone). Hoorbaar praten deden de acteurs nog niet.
Een ander systeem legde het geluid als een optisch spoor op de filmstrook zelf vast (Movietone). F.W. Murnau gebruikte het voor Sunrise: A Song of Two Humans, dat een maand voor The Jazz Singer verscheen. Toch is Sunrise een stomme film, want de personages praten niet en voor hun gesprekken worden tussentitels gebruikt. Wel hoor je een opgenomen muziekpartituur en allerlei gesynchroniseerde geluidseffecten, zoals een uitgelaten feeststemming en het piepen van een varkentje dat door een restaurant rent.
De menselijke stem
Was The Jazz Singer wel de eerste film waarin een menselijke stem te horen was? Nee, want er bestonden al korte geluidsfilms, demonstraties en vaudeville-acts waarin mensen spraken en zongen. Met systemen als Phonofilm was al in het begin van de jaren twintig geëxperimenteerd met geluid dat rechtstreeks op de filmstrook kwam. Het waren alleen geen lange speelfilms waarin gesproken dialoog een belangrijk onderdeel van het verhaal werd. Dat veranderde met The Jazz Singer.
Het verhaal wordt voor een groot deel verteld zoals andere speelfilms uit die tijd: met beelden, muziek en tussentitels. Maar dan begint acteur Al Jolson te zingen én te praten. Het publiek zag zijn mond bewegen en hoorde tegelijk zijn stem. Typerend zijn zijn eerste woorden: “Wait a minute, wait a minute, you ain’t heard nothing yet!”
The Jazz Singer bevat uiteindelijk maar een paar minuten echt gesproken dialoog. Toch was het bioscooppubliek erg onder de indruk en wilde voortaan de acteurs zien en horen spreken.
Concluderend is het dus beter om The Jazz Singer niet de eerste geluidsfilm of zelfs de eerste sprekende film te noemen. Het was wel de film die de pratende speelfilm definitief liet doorbreken.
Hierna ging de ontwikkeling razendsnel. In 1928 verscheen Lights of New York, de eerste Hollywoodspeelfilm die volledig uit gesproken scènes bestond. Tegen het einde van 1929 was de stomme film in Hollywood vrijwel verdwenen.
Charlie Chaplin stond niet te juichen
Die overgang ging niet zonder problemen. De camera’s uit de late stomme periode maakten lawaai. Met gevoelige microfoons in de studio werd dat geratel een probleem. Bovendien beperkten microfoons de bewegingsvrijheid. Ze konden niet goed met een acteur meebewegen en werden soms verstopt in decorstukken. Geleidelijk aan werden de microfoons beter en de camera’s stiller. Uiteindelijk won het systeem waarbij het geluidsspoor op de filmstrook zelf stond.
Niet iedereen stond te juichen. Charlie Chaplin, het icoon van de stomme film, zag weinig in de nieuwe praatfilms. Overal ter wereld begrepen ze de zwerver zonder dat hij een woord sprak. Terwijl Hollywood al volledig in de ban was van de talkies maakte hij direct in de openingsscène van City Lights (1931) de sprekende film belachelijk. Tijdens de onthulling van een monument houden hoogwaardigheidsbekleders deftige toespraken. Hun monden bewegen, maar in plaats van verstaanbare woorden horen we alleen schelle, kwakende klanken.
Vijf jaar later ging Chaplin in Modern Times iets verder. Je hoort stemmen en geluiden van machines en andere apparaten. Aan het einde hoor je zelfs voor het eerst de stem van de zwerver. Chaplin zingt een liedje, maar doet dat in complete wartaal.
Pas in The Great Dictator (1940) ging hij eindelijk overstag. En hoe! De man die jarenlang weinig moest hebben van pratende films eindigde zijn eerste volledige geluidsfilm met een minutenlange toespraak over vrijheid, dictatuur en menselijkheid.

De film vlak voor de omwenteling
Juist de maanden vlak voor The Jazz Singer vormen een fascinerende periode. De stomme film was zeker nog niet op sterven na dood. Over de hele wereld experimenteerden filmmakers volop en rekten ze de mogelijkheden van het bewegende beeld steeds verder op.
Tien voorbeelden hiervan laten we deze september zien op InDeBioscoop. We reizen van Duitsland en Frankrijk naar de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië, China en de Verenigde Staten. Animatie, sciencefiction, komedie, romantiek, horror, suspense en melodrama bestaan probleemloos naast elkaar.
30 augustus 2026






Het boek benadert film niet als een op zichzelf staande kunstvorm, maar als onderdeel van het maatschappelijke en culturele leven. Thema’s als macht, propaganda, religie, misdaad, corruptie, vrijheid, democratie en passie lopen als een rode draad door het boek. De toon is essayistisch en toegankelijk, bedoeld voor lezers met interesse in film, filmgeschiedenis, Spaanse cultuur en Europese cinema.




