Dolor y gloria

***
recensie Dolor y gloria

Hoe overwin je het lijden?

door Ries Jacobs

De titel van Pedro Almodóvars nieuwste werk laat zich vertalen als ‘pijn en glorie’. Vaak kunnen we pijn, al dan niet tijdelijk, overwinnen. Toch is het bijna altijd een moeilijk en niet erg glorieus gevecht.

Uitgerangeerd en kampend met een zwakke gezondheid, slijt Salvador Matto zijn dagen met niets doen. Als een oude film van de regisseur op leeftijd opnieuw wordt uitgebracht, zet dit een keten van gebeurtenissen in werking. In die film speelt de (door Asier Exteandia gespeelde) aan lager wal geraakte acteur Alberto Crespo de hoofdrol. De twee verzoenen zich na een jarenlange ruzie.

Dolor y gloria

De acteur besluit een toneelstuk van de hand van Matto op te voeren dat handelt over de wilde, door drugs aaneengeregen jaren van de regisseur. Deze op zijn beurt ziet zich hierdoor geconfronteerd met onverwerkte gebeurtenissen uit zijn verleden – van zijn jeugd op het traditionele Spaanse platteland tot zijn adolescente jaren in Madrid – dat hij een plaats moet geven.

Heroïne
Regisseur Pedro Almodóvar beschrijft Dolor y gloria, waarvoor hij ook het script schreef, als zijn meest persoonlijke film. Bewust houdt hij de afstand tussen zijn leven en de film zo klein mogelijk. Matto’s appartement, waarbinnen een groot deel van de film zich afspeelt, is een op de filmset nagebouwde replica van het huis van Almodóvar. Hoofdrolspeler Antonio Banderas heeft hetzelfde kapsel als de regisseur en draagt zelfs diens kleren.

Autobiografische elementen zoals Almodóvars homoseksualiteit en de relatie tot zijn moeder (gespeeld door Penélope Cruz) komen terug in Dolor y gloria. De regisseur benadrukt in interviews evenwel dat hij, in tegenstelling tot de filmkarakters, nooit heroïne heeft gebruikt. Wel was hij in zijn jonge jaren onderdeel van een scene waarin druggebruik aan de orde van de dag was.

Nu Almodóvar zijn ziel deels heeft blootgegeven, weten we waar hij zijn inspiratie vandaan heeft. Drugsgebruik, homoseksualiteit en (kritiek op) de katholieke traditie zien we in veel van zijn films terug en zijn ook een onderdeel van zijn eigen levensgeschiedenis. Al in de vroege jaren tachtig – Spanje was pas enkele jaren van het juk van Franco bevrijd en nog uiterst traditioneel – durfde de regisseur deze onderwerpen aan te snijden.

Dolor y gloria

Pijngrens
Almodóvar ging op dezelfde, soms controversiële, weg door en bouwde een mooi oeuvre op met hoogtepunten als Todo sobre mi madre (1999) en Habla con ella (2002). Hij levert nu, enkele korte films meegerekend, zijn 36ste werk af (en zijn achtste samen met Banderas). Het is daarom niet vreemd dat er thematische overlap in zijn films zit. Maar de overeenkomsten met zijn eerdere films La ley del deseo (1987) en La mala educación (2004) zijn volgens de regisseur zo duidelijk dat hij Dolor y gloria als onderdeel van een drieluik beschouwt. Alle drie gaan “over de filmwereld en over verlangen”.

Hierin heeft Almodóvar gelijk. Filmmakers Marro en Crespo verlangen naar een uitweg uit hun lichamelijke en psychische lijden. Gaandeweg de film laten beiden hun pijn achter zich en leggen zich toe op hun creatieve talenten, hoewel dit gemakkelijker gezegd dan gedaan is.

Iedereen zal de film anders duiden. Laten de hoofdpersonen hun pijn achter zich door zich creatief te uiten of kunnen ze hun creativiteit pas de vrije loop laten nadat ze hun pijn verwerkt hebben? Of wil Almodóvar in beeld brengen dat je geen succes kunt hebben zonder pijn te ervaren, zoals een atleet die pas wint als hij over zijn pijngrens gaat? Het maakt niet uit, van Dolor y gloria kan iedereen zijn eigen film maken.

 

15 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Communistische gangsterfilms

Communistische gangsterfilms

door Bob van der Sterre

Cu mâinile curate ♦ Vabank ♦ Dögkeselyü

 

Al die bergen gangsterfilms uit de VS, Verenigd Koninkrijk, Hongkong of Japan. Is het niet leuk om een keer gangsterfilms uit Roemenië, Hongarije en Polen te gaan kijken? Drie communistische gangsterfilms die de ogen van de liefhebber kunnen openen.

In Cu mâinile curate (1972) zien we wat Roemeense misdaad eind jaren veertig behelsde: met een tank een bank overvallen. Maar eerst naar het begin: Mihaj Roman krijgt de functie van hoofdcommissaris toegespeeld. Daar heeft hij maar weinig zin in. Zo komt hij in contact met de bestrijders van de harde misdaad, waaronder commissaris Miclovan. Een eigenzinnig maar eerlijk figuur.

Zoveel moois
De misdaad tierde hevig in de jaren veertig. Gangsters die vanuit een juwelier schieten met machinegeweren. Ze zijn omsingeld door de politie… En dan… ‘Godverdomme, een tank.’ ‘Waar komt die vandaan?’ ‘Misschien lieten de Duitsers die achter.’

Een commissaris blijkt ineens niet zo fris te zijn geweest in de oorlog. ‘Je liet me vier dagen en nachten niet slapen.’  ‘Ik deed mijn werk.’ ‘Je werk?’ ‘Jij haat mij, ik ben onverschillig tegenover jou.’ Later zegt Roman het zo: ‘Als mens zal ik je nooit vergeven. Als commissaris heb ik me verkeerd tegen je gedragen.’ De man moet hem helpen op jacht naar topcrimineel Scortea.

Er is zoveel moois aan deze film. Alleen al dat regisseur Sergiu Nicolaescu echt deed waar hij plezier uit haalde: het maken van stijlvolle misdaadfilms. Hij speelt zelf Miclovan, maar heeft hier een bijrol naast de rechtschapen Roman – die fraai wordt neergezet door Ilarion Ciobanu. Er is meer. Het fraaie portret van de armzaligen in de bar. Achtervolgingen op straat met Roemeense jazzmuziek.

Dan heb je nog het tweede deel van Cu mâinile curate: Ultimul Cartus (1973). En de fan is dan nog niet uitgekeken! Zo zijn er nog de prima misdaadfilms Un Comizar Acuza (1974) en Duelul (1981). Het knappe was dat Nicolaescu zijn films politiek min of meer neutraal houdt in plaats van dat het communistische pamfletten worden. Dat maakt de films op gekke manier juist realistisch.

Zwijgzame bankkraker
In Vabank (1981) komen we terecht in de jaren dertig in Warschau. De befaamde kluizenkraker Henryk Kwinto komt vrij. Slecht nieuws voor bankpresident Kramer, een oude vriend die Kwinto destijds heeft aangegeven bij de politie.

Kramer wil het goed maken met geld maar Kwinto is uit op wraak. Temeer Kramer naar hij vermoedt zijn oude vriend Tadeusz uit het raam heeft laten gooien. Het moest zelfmoord voorstellen maar Kwinto weet wel beter.

Kwinto, type zwijgzame bankkraker, vindt nieuwe medecriminelen – bewonderaars van hem. Hij wil nog een grote kraak doen in Kramers bank. Die schept immers op dat zijn bank onberoofbaar is. Zoals in elke heistfilm maakt dat de uitdaging voor Kwinto en zijn makkers er alleen maar groter op.

In Vabank is stukken meer aandacht aan stijl dan in je doorsnee-gangsterfilm. Zo hoort film te zijn, met aandacht voor cinematografie, setdecoratie, mode, muziek, details! Een stijlvolle vorm van escapisme.

Denk aan de briljant gefilmde zelfmoordpoging (vanuit het perspectief van een ondersteboven kijkende straatacrobaat); de handheldcamera met verrassende close-ups af en toe; de geweldige acteurs (Jan Machulski als Kwinto; Leonard Pietraszak als Kramer; vrijwel alle bijrollen).

Met de oude auto’s, hoeden en bossen krijg je al snel flashbacks naar een Poolse versie van Miller’s Crossing. Zouden de Coen-broers die tien jaar later hun film maakten deze film ook hebben gezien? Ze kunnen ook het vervolg uit 1985 hebben gezien: Vabank 2. Hoe dan ook: fans van misdaadfilms kunnen deze film simpelweg niet negeren. De film van Juliusz Machulski (ruim tien jaar geleden overleden) is té goed. Machulski schreef het script, speelt Kwinto en lijkt daarmee een soort Poolse variant van Nicolaescu. Ook weer persoonlijk betrokken en stijlvol.

Oude, stelende dametjes
Na Roemenië en Polen laat ook Hongarije zien dat het ten tijde van het communisme een beste misdaadfilm kon produceren. Dat gebeurt met Dögkeselyü (1982).

Een taxirit in een Lada. Het laatste wat je verwacht van twee oude kletsende dametjes is dat ze de taxichauffeur (Simon) zijn geld ongemerkt stelen. En dat terwijl hij schulden heeft.

De politie neemt Simons probleem niet zo serieus. Net zo min als zijn collega’s. Maar hij heeft het geld nodig. Met wat geslepen detectivewerk achterhaalt hij wie de oude dametjes zijn. Via chantage wil hij ze straffen, onder andere met de ontvoering van de dochter van een van de twee dames.

Spektakel. Achtervolgingen door de straten van Budapest (inclusief Naked Gun-sirene), autodiefstal, ontvoering. Simons verhaal valt ook samen met de tragische verhalen van de andere karakters, die ook in 1982 proberen te overleven in de Hongaarse maatschappij. De een met seks, de ander met kaartspelletjes, een volgende met puur verdriet.

Dögkeselyü oogt modern. De film van Ferenc András (die een keer niet in de film zelf speelt) zou ook nu nog wel succes hebben in het filmhuis. Coole Hongaren, zonnebrillen en zomerhoedjes, barretjes. Check bijvoorbeeld de prachtige, coole poster. Die is helemaal van deze tijd.

Maar ook het gewaagde subthema van ongelukkige Hongaren raakt als het drama van een moderne film. De film doet zelfs een beetje denken aan een Hongaarse versie van Falling Down. Het is dezelfde boosheid die hetzelfde drama teweegbrengt.

Wie had dat gedacht, dat communistische misdaadfilms eigenlijk verrassend goed zijn? Wie zijn vinger opsteekt, jokt, of is een echte fijnproever.

 

13 september 2019

 

Alle Camera Obscura

Preview Film by the Sea 2019

Preview Film by the Sea 2019
Toegankelijke arthouse, documentaires en toppers

door Suzan Groothuis

Komende vrijdag begint Film by the Sea. Het filmfestival in Vlissingen, dat inmiddels z’n 21ste editie viert, vertoont allerlei soorten toegankelijke arthouse-films en documentaires. InDeBioscoop vist alvast in het programma.

De grote vangst van deze editie is Parasite, de nieuwe film van Bong Joon-ho. Deze Zuid-Koreaanse regisseur heeft al een reeks meesterwerken en opvallende films op zijn naam staan zoals Memories of Murder, Mother, Snowpiercer en Okja. Met Parasite, een pakkende venijnige satire over klassenverschillen in het eigentijdse Zuid-Korea, is hij nog steeds in vorm. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor acteur Song Kang-ho, die gezien kan worden als een van de meest veelzijdige acteurs uit het land. Parasite won in Cannes de Gouden Palm voor beste film, wat het een aanlokkelijke film voor het festivalpubliek maakt.

Parasite (Joon-ho Bong, 2019)

Parasite (Joon-ho Bong, 2019)

Engelse maatschappijkritiek
Een andere film die het in Cannes goed gedaan heeft, is Sorry We Missed You. Niet vreemd als je weet dat de Britse regisseur Ken Loach al jaren een festival-lieveling is. Loach’ films kenmerken zich door een maatschappijkritische blik op Engeland. Sorry We Missed You, die gaat over de uitbuiting van freelancers die door allerlei sluwe regels bedonderd worden door hun opdrachtgevers, belooft een ware working-class tearjerker te zijn. Gaat dat zien in Vlissingen!

En nu we toch bezig zijn met prominente filmmakers kunnen we de nieuwe Pedro Almodóvar ook niet vergeten. Zijn Dolor y Gloria ziet hij als een van zijn meest persoonlijke films en belooft weer een mooie combinatie van melodrama en fijnzinnigheid.

Wie het programma van Vlissingen doorneemt, ziet ook een aantal titels die eerder te zien waren op het IFFR en Imagine. Neem Wilkolak, Monos, Tigers Are Not Afraid, Manta Ray, The Best of Dorien B. en Beats. Daarnaast ontkomt het festival niet aan het meesnoepen van films die tijdens Film by the Sea hun Nederlandse release hebben, zoals de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool en de gelijknamige filmbewerking van de populaire Britse-serie Downton Abbey. 

Un homme et une femme (Claude Lelouche, 1966)

Un homme et une femme (Claude Lelouche, 1966)

Franse cinema
Een van de constanten van het festival is de Franse cinema. Dit jaar is er een verrassende regisseur te gast, namelijk Claude Lelouch. Een man die de grote gebaren niet schuwt, want zijn films met thema’s als familie, de holocaust en de waarde van kunst doen bombastisch aan. Zijn bekendste film is waarschijnlijk Les uns et les autres over het wel en wee van vier muzikale families in de twintigste eeuw. Ook is er een screening van zijn eerste hit Un homme et une femme samen met het vervolg uit 1986.

Tot slot zijn er nog wat opmerkelijke vertoningen van klassiekers die de fanatieke cinefielen moeten aanspreken. Neem de final cut van Apocalypse Now. Het is de vraag hoe de ultieme visie van Francis Ford Coppola heeft geleid tot aanpassingen na de langere redux-versie. In die lijn is ook de final cut van Blade Runner te zien, die hoogstwaarschijnlijk is geprogrammeerd als eerbetoon aan de recentelijk overleden Rutger Hauer. De zwijgende film wordt geëerd door een speciaal filmconcert bij Nosferatu, Eine Symphonie des Grauens. Een geliefde expressionistische horrorklassieker van F.W. Murnau.

 

 11 september 2019


MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Toronto 2019 – Deel 1

Filmfestival Toronto 2019 – Deel 1
The Painted Bird maakt vooralsnog meeste indruk

door Bert Goessen

Het filmfestival van Toronto kent altijd een hoog celebrity-gehalte. Ook dit jaar worden de sterren weer af en aan gevlogen: Meryl Streep, Joaquin Phoenix, Scarlett Johansson, Susan Sarandon, Kate Winslet, Gary Oldman, Antonio Banderas, Matt Damon, Tom Hanks, Nicole Kidman en ga zo maar door. Ook twee Nederlandse sterren stonden in de spotlights: Carice van Houten en Halina Reijn. Zij waren in Toronto ter promotie van Halina’s debuutfilm Instinct.

Carice van Houten en Marwan Kenzari spelen de sterren van de hemel in dit aangrijpende drama. De openingsscène maakt meteen duidelijk waar het in deze film om gaat: macht en seks.

Halina Reijn en Carice van Houten promoten Instinct in Toronto

Halina Reijn en Carice van Houten promoten Instinct in Toronto (foto: Bert Goessen).

Van Houten speelt de rol van Nicoline, een psycholoog die de seksueel gewelddadige Indris (Kenzari) moet behandelen. Na vijf jaar behandeld te zijn, mag hij met verlof zonder toezicht, maar Nicoline is daar fel tegen en concludeert na slechts een paar korte sessies dat hij nog steeds een groot gevaar voor de samenleving vormt. Niet in staat haar collega’s te overtuigen, geeft ze toe, maar begint ook haar eigen onvermogen op te merken om de druk van Idris’ manipulaties te weerstaan. Gaandeweg ontstaat er een manipulatief spel van aantrekken en afstoten waarbij de vraag centraal staat wie het slachtoffer is en wie de dader. Wat is goed en wat is kwaad? Zijn wij niet allemaal beesten met een instinct?

Reijn levert een krachtige debuutfilm met theatrale allure. Een paar mindere scènes en het eendimensionale karakter van Indris zijn haar vergeven. Na vertoningen op het filmfestival van Locarno, Toronto en het Nederlands Film Festival gaat de film op 3 oktober in de bioscopen draaien.

The Painted Bird: gruwelijke levenswandel
Bert Goessen doet verslag vanuit TorontoDe beste film halverwege het festival is zonder twijfel THE PAINTED BIRD van de Tsjechische regisseur Václav Marhoul. De bijna drie uur durende film, gebaseerd op de gelijknamige roman van Jerzy Kosinski uit 1966, is een duik in de donkerste uithoeken van de menselijke ziel. De film vertelt het verhaal van een joods kind dat door Oost-Europa dwaalt tijdens de Tweede Wereldoorlog en onderweg zinloos geweld en onmenselijke marteling tegenkomt. Op een bepalend moment toont een boer de jongen een in gevangenschap levende vogel, die beschilderd wordt en daarna vrijgelaten. De vogel, die er nu anders uitziet dan zijn kameraden, wordt uit elkaar gerukt. Die kritische les belichaamt de eigen ervaringen van de jongen: verschillend zijn kan fatale gevolgen hebben.

De film bestaat uit een reeks tableaus waarin de hulpeloze hoofdpersoon wordt meegevoerd op een brute reis naar een periode van ongerijmde en ongemoeide haat en angst voor de ander. De 35 mm zwart-wit cinematografie van Vladimir Smutny en de krachtige muziek van Pavel Rejholec maken de gruwelijke levenswandel tot een adembenemende belevenis.

Marriage Story: venijnige scheiding
Van geheel andere orde, maar minstens zo indrukwekkend is MARRIAGE STORY van Noah Baumbach. In deze Netflix-productie spelen Adam Driver en Scarlett Johansson een echtpaar dat op het punt staat om te gaan scheiden. Wat begint als een poging om als vrienden uit elkaar te gaan, zonder advocaten en rechtbankzittingen, eindigt in een venijnig spel van verwijten, moddergooien en punten scoren.

WHO IS AFRAID OF VIRGINIA WOOLF?-light zou je kunnen zeggen. Net zoals Richard Burton en Elizabeth Taylor in 1966 elkaar het leven zuur maakten, doen Johansson en Driver dat dunnetjes over. Niet zo subtiel en gemeen misschien, maar op het dieptepunt van hun scheiding net zo krachtig en indringend. Het acteergeweld spat van het doek en grijpt je naar de keel. Zo uit het leven gegrepen.

Kortgeknipte Scarlett Johansson en muzikale Adam Driver in Marriage Story.

Kortgeknipte Scarlett Johansson en muzikale Adam Driver in Marriage Story.

Balloon: Tibetaans verhaal
Tenslotte nog een prachtige film van een in Nederland iets minder bekende Tibetaanse regisseur Pema Tseden. Na THARLO en JINPA is zijn nieuwe film BALLOON een rechttoe rechtaan familiedrama over een gezin bestaande uit vader, moeder, opa en twee kleine kinderen. De vader is vooral bezig met het zwanger maken van zijn schapen (middels een geleende bok) en van zijn vrouw. Echter de vrouw probeert op alle manieren een zwangerschap te voorkomen, terwijl de kleine mannen plezier hebben met het opblazen van de condooms van hun ouders die ze als ballonen gebruiken, en opa plotsklaps het loodje legt. Dat alles opgediend in overbelichte en groezelige beelden.

BALLOON mist misschien een beetje de eigenzinnigheid, het poëtische gehalte en het extravagante karakter van de twee vorige films. Maar het toegankelijke verhaal en de prachtige cinematografie maken de film geschikt voor een breder publiek.

In het tweede gedeelte van het festival draait de film JOKER, die in Venetië bekroond werd met de Gouden Leeuw. Benieuwd of het inderdaad zo’n meesterwerk is als wordt beweerd. 

 

10 september 2019


MEER FILMFESTIVAL

Rojo

****
recensie Rojo

Warme kleuren, koude wereld

door Michel Rensen

Rojo toont een samenleving in verval waar men de scheuren ziet, maar vooral wil volhouden dat alles normaal is. De film werpt een kritische blik op de Argentijnse geschiedenis en de gevaren van maatschappelijke onverschilligheid.

1975. Het jaar voor de militaire coup in Argentinië. Advocaat Claudio (Darío Grandinetti) wacht in een volgeboekt restaurant op zijn vrouw. Hij krijgt ruzie met Diego die het absurd vindt dat de advocaat een tafel bezet houdt, terwijl hijzelf daardoor moet wachten tot er plaats is. De ruzie loopt volledig uit de hand en aan het eind van de avond belandt Diego levensgevaarlijk gewond op de achterbank van Claudio’s auto. In plaats van hem bij een ziekenhuis af te leveren, dumpt Claudio de man in de woestijn, wetende dat hij zal sterven. Diego is expliciet een buitenstaander, geen onderdeel van Claudio’s samenleving en zal dus door niemand gemist worden. Het dedain van Claudio is sterk voelbaar in deze zwart-humoristische openingsscène, die sterk doet denken aan Damián Szifróns Wild Tales, waarin Darío Grandinetti ook te zien is.

Rojo

Maatschappij in verval
Drie maanden later gaat het leven van de advocaat en zijn familie door alsof er niets aan de hand is. Uitbundige, elitaire feesten gaan hand in hand met onderhandse corruptie. Alles om de status quo in stand te houden. Het incident lijkt door iedereen vergeten te zijn, totdat privédetective en tv-persoonlijkheid Sinclair verschijnt, een wederom fenomenale Alfredo Castro (Tony Manero, Desde allá, El Club) die ondanks zijn geringe lengte in elke scène een dominante positie inneemt. Diego a.k.a ‘El hippie’ bleek familie van een goede kennis van de advocaat en die heeft op zijn beurt de detective ingeschakeld om erachter te komen wat er met zijn zwager gebeurd is. Plotseling blijkt de illusie van normaliteit waar de advocaat zich aan vasthoudt zeer fragiel. 

Rojo toont een maatschappij in verval. De film richt een kritische blik op de bourgeoise middenklasse die in het belang van stabiliteit gruwelijkheden accepteert en waar nodig uitvoert. Een politieke chaos is nadrukkelijk aanwezig, maar voor deze elite is het allemaal ver weg; en dat houdt ze graag zo. Wegkijken is de norm. Zolang je eigen leven, werk en familie het goed hebben, is er immers niks om je zorgen om te maken. Claudio’s medeplichtigheid aan de dood van ‘El hippie’ lijkt hem weinig te deren. Pas als zijn sociale status erdoor in het geding komt, breekt het zweet hem uit.

Rojo

Warme esthetiek
Rojo oogt als een film uit de jaren 70 met een nagemaakte korrelige celluloid-look vol verzadigde kleuren, met name de kleur rood (zoals de titel al doet vermoeden) die uiteraard ook symbolisch verwijst naar de (ongeziene) bloederige politieke crisis. Naast het nabootsen van analoge film, versterkt ook het gebruik van split-focus diopters, waarmee de camera op twee verschillende dieptes kan scherpstellen, het jaren 70-gevoel van de film. De prachtige visuele stijl van de film wordt gecomplementeerd met een even briljante soundtrack van de Nederlandse componist Vincent van Warmerdam (Borgman, De Noorderlingen).

In tegenstelling tot de vele recente nostalgische verwijzingen naar het verleden – denk bijvoorbeeld aan Stranger Things – zet regisseur Benjamín Naishtat deze esthetiek kritisch in. Het warme kleurenpalet vormt een scherp contrast met de kille wereld waarin intermenselijke relaties verstoord zijn. Men leeft niet samen, maar langs elkaar heen. Rojo kijkt niet met sentiment naar het verleden terug, maar zet een kritische noot bij een beladen geschiedenis door zich te richten op de ‘gewone man’, de middenklasse die zich schuldig maakt aan gruwelijke daden voordat een totalitair regime deze institutionaliseert. Een boodschap die resoneert in het huidige politieke landschap.

 

10 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Peter Strickland over In Fabric

Regisseur Peter Strickland over In Fabric:
“Kleding heeft macht, een soort alchemie”

door Alfred Bos

De Britse regisseur Peter Strickland maakt genrefilms die niet in een hokje passen. In Fabric, over een jurk met een eigen wil, is zowel gotisch griezelverhaal als eigentijdse satire. “Je zoekt het ongewone in het gewone.”

Het gesprek is al voorbij wanneer Peter Strickland (Reading, 1973) verzucht: “Het wordt bij iedere film moeilijker om de volgende te maken. Ik had een sweet spot met Berberian en Burgundy, die waren eenvoudig te financieren. Ik ben me ervan bewust dat mijn tijd als regisseur eindig is. Regisseurs komen en gaan, agenten en producers blijven. Dat is een feit.”

De regisseur van In Fabric – en daarvoor Berberian Sound Studio (2013) en The Duke of Burgundy (2015) – zag zijn zomerproject van 2019, een film over The Sonic Catering Band, in het water vallen. Hij is lid van het elektronische kwartet, dat muziek maakt met samples van keukengeluiden. Maar de film ging niet door. “Wat heel, heel erg spijtig is. Ik ben behoorlijk over de zeik.”

Peter Strickland

In Fabric, de vierde speelfilm van Peter Strickland, als we het zelfgefinancierde no-budget debuut Katalin Varga (2009) meetellen, is een horrorfilm met elementen van satire en komedie. Met zijn gestileerde beeldtaal en uitgebalanceerde sound design is het onmiskenbaar een Strickland-film. De man heeft een eigen stijl, even speels als eigenzinnig. Bizarro fiction is de benaming voor het literaire genre dat absurdisme, satire en het groteske mengt met surrealisme en genreconventies; het resultaat is vreemd en subversief. In Fabric is daarvan het filmische equivalent, bizarro film.

Bezeten zijn
In Fabric
verhaalt over een moorddadige jurk. Hoe kwam hij op het idee? “Kleren, eerlijk gezegd”, antwoordt Strickland. “De relatie tussen kleren en mensen, wat kleding doet met mensen en omgekeerd. Geuren en vlekken die mensen achterlaten op kleren. Dat is een taboe, daar praten we liever niet over. Dat wilde ik verder uitdiepen, met ideeën over erotiek, verlangen, en fetisjisme ook, uiteraard.”

“Je kunt aan je sores
ontsnappen via kleding”

“Die dingen gaan over het zien of het aanraken van kleding. Niet over het dragen van kleding. Dat wilde ik er ook in betrekken: hoe je kleding draagt, hoe kleding je houding en gedrag verandert. Je kunt aan je sores ontsnappen via kleding. Trek een goed stel kleren aan en het is zoiets als dronken worden: je vergeet je problemen.”

“Wat ook vaak wordt vergeten, is dat veel mensen een afkeer hebben van hun lichaam. Dat wordt verdoezeld, letterlijk bedekt, met kleren. Al dat soort gedachten spelen mee in de film. Kleding heeft een bepaalde macht, een soort alchemie. Er is een element van bezeten zijn. Je gooit de kleren van iemand die is overleden niet makkelijk weg.”

Denk aan de lijkwade van Turijn die aan Jezus wordt toegeschreven…

“Dat bedoel ik. Het is een waanzinnig interessant onderwerp. Je kunt er een dozijn films over maken. In Fabric krabt alleen aan de buitenkant.“

In Fabric

Jurk als ziekte
Horror is het vertrekpunt van In Fabric, maar de film is meer dan een originele genre-exercitie. Hij toont het warenhuis als kathedraal van het consumentisme. “Of als theater”, vult de regisseur aan. “Ik vind winkelen leuk, maar winkels sterven langzaam af.”

Dat is in de geest van J.G. Ballard, de sciencefictionauteur: de mediawerkelijkheid heeft de plaats ingenomen van de fysieke realiteit, online shoppen vaagt de winkelstraat weg, hyperconsumptie vult een spirituele leegte.

Strickland: “Dank je, dat is aardig om te zeggen. Het consumentisme was tricky. Ik wilde niet belerend zijn. Ik wilde ook niet hypocriet zijn. Ik satireer de hysterie rond de uitverkoop. Maar waarom zou Marianne Jean-Baptiste, de actrice die de protagonist Sheila speelt, géén jurk kopen? Ze heeft het lastig op haar werk, ze heeft het lastig thuis, haar man heeft haar verlaten, ze gaat naar een afspraakje. Natuurlijk koopt ze een jurk.”

“Dat de personages doodgaan, wordt bepaald door toeval. Niet door immoreel gedrag. Traditioneel gaan mensen in horrorfilms dood omdat ze hebben gezondigd. Ze hebben seks gehad en daar moeten ze voor sterven. Dat vind ik volstrekt pervers. Daar gaat de film dus niet over, er is geen wraakengel of zoiets. Ik zie de jurk als een ziekte. Ziekte slaat blind toe. Het treft de gezondste mensen. Dat is eng. Als de jurk schuldige mensen straft, verliest het verhaal zijn angstfactor. Als er een logica aan te pas komt, verlies ik een deel van mijn belangstelling.”

Het consumentisme was dus niet de insteek.

“Niet direct. Het zit erin, maar op een speelse manier, niet zoals Ken Loach het zou hebben gedaan. Begrijp me niet verkeerd, ik waardeer wat hij doet, maar ik maak genrefilms.”

Maar niet op de gebruikelijke manier.

“Ik probeer me te verplaatsen in de personages binnen de genresetting. Genrefilms tonen een fantasie, maar die fantasie wordt nooit doorgeprikt. Ik wil kijken naar de realiteit binnen de fantasie. In In Fabric besteed ik veel tijd met de personages, meer dan gebruikelijk is in genrefilms. Ik wil om ze geven, niet om het leven brengen. Ik wil dat het publiek wil dat ze niet doodgaan. Bij veel horrorfilms, ook de films die ik bewonder, is dat niet aan de orde; als kijker maal je er niet om dat de personages sterven. Dus voor mij was het alsof ik een drama schreef dat geregeld wordt onderbroken door het genre.”

“Sfeer is lastig om te schrijven,
die creëer je via een langdurig proces”

“Ik ben nooit zo’n liefhebber van plot geweest. Personages en sfeer zijn voor mij de aantrekkelijke aspecten als ik een film schrijf. Dat zijn de dingen waar ik op val. Sfeer is lastig om te schrijven, die creëer je via een langdurig proces. Als filmfan word ik geraakt door de personages. Ik kan Goodfellas heel goed waarderen zonder al het geweld, maar het zijn de personages waarom ik die film kan blijven zien; hoe ze met elkaar en hun familie omgaan. Dat is mijn smaak, dat is wat ik verlang van een genrefilm.”

Veelheid van inspiratiebronnen
Als filmmaker is Peter Strickland een kleinkind van de Britse regisseurs Nicolas Roeg en Ken Russell en de experimentele Amerikaanse cineast Kenneth Anger, actief rond de tijd dat hij werd geboren. Zijn belangstelling is evenwel breder dan cinema. Voor de soundtrack van In Fabric werkte hij met leden van de Britse post-punkgroep Stereolab en als inspiratie voor de moordende jurk dienden de spookverhalen van M.R. James, uit het begin van de vorige eeuw. Die moderniseerde het genre door de gothic tale in een eigentijdse omgeving te plaatsen.

In Fabric

De verhalen van M.R. James zijn door de BBC vaak bewerkt tot hoorspel – ook Strickland regisseerde radiodrama voor de Britse staatsomroep – maar slecht éénmaal verfilmd, Casting the Runes werd in 1957 door Jacques Tourneur naar het filmdoek gebracht als Night of the Demon. De plannen voor een remake liggen in de ijskast. Het zou een perfect project voor Strickland zijn.

“Het was een soort oefening”, zegt Strickland. “Wat zou er gebeuren als M.R. James over de winkelstraat zou schrijven? Vergeet het spookhuis en neem de meest prozaïsche setting denkbaar. Je zoekt het ongewone in het gewone. Dan komen de beelden vanzelf. M.R. James was voor mij een beginpunt. Meer dan giallo, waar In Fabric vaak mee in verband wordt gebracht. De jurk is niet realistisch, maar de rest moest zijn verankerd in het dagelijkse leven. Ik rek het elastiek, maar ik laat het nimmer knappen.”

Hij noemt meer inspiratiebronnen: de mannequins van de Amerikaanse Dada en popart-beeldhouwer Edward Kienholz (1927-1994), de horrorfilm Carnival of Souls uit 1962 van Herk Harvey, en de films die tijdens zijn promotiebezoek aan Nederland op zijn veroek voor publiek werden vertoond. Les yeux sans visages (Georges Franju, 1960) is Stricklands favoriete horrorfilm. Qui êtes-vous, Polly Maggoo?, de eerste speelfilm, uit 1966, van fotograaf en documentairemaker William Klein heeft de wereld van mode, kleding en fetisjisme tot onderwerp.

Strickland: “Daar ben ik op een speelse popcinema-manier mee omgegaan. In Fabric zoomt in op een catalogus, iets wat doorgaans wordt weggegooid. Godard heeft dat ook gedaan in Une femme mariée, wat ik tot voor kort niet wist.”

Ruwweg zijn er twee filmscholen: film als theater en film als fotografie. In Fabric valt in de laatste categorie, Polly Maggoo hint daar op.

“Dat is een verbazingwekkende film, heel speels. Hij becommentarieert ook fetisjisme en kleding. Wederom, één film over dit onderwerp is niet genoeg. Je kunt er vele films over maken.”

“Veel mensen denken dat de film
in de jaren zeventig speelt”

In Fabric is gesitueerd in een versie van de jaren zeventig.

“Feitelijk is het 1993. Het voelt als de jaren zeventig. De warenhuizen veranderden nauwelijks, het had ook de jaren vijftig kunnen zijn. Mij ging het om het contrast. Je waant je binnen in de jaren zeventig, maar zodra je de winkel uitstapt, ben je terug in de jaren negentig. Ik had de film in het heden moeten situeren. De reden waarom ik dat niet heb gedaan is een triviale. Ik hou van die mysterieuze contactadvertenties achterin de krant. Je hebt alleen de woorden, daaruit moet je opmaken hoe iemand eruitziet. Dus de film moest spelen in de tijd vóór dat internet mainstream werd, 1993 dus.”

Brandalarm
Toen Peter Strickland schreef aan het scenario van In Fabric plaatste hij het verhaal in de jaren zeventig. Waarom doe ik dat, vroeg hij zich af. Hij had de jaren zeventig vaker gebruikt als decor. En bedacht zich. Het voelde frisser om meer naar het heden te gaan.

Strickland: “Veel mensen denken dat de film in de jaren zeventig speelt. Dat komt omdat de winkels toen zo voelden. De datering kun je enkel zien op dvd. Er is een scène met een krantenknipsel; wanneer je de film op pauze zet, kun je de datum lezen. De enige andere aanwijzing is het jasje van schaapsvacht dat Reg (acteur Leo Bill) draagt. Dat is typisch jaren negentig.”

In Fabric

Misschien werd ik op het verkeerde been gezet door de titelmuziek. Die klinkt erg jaren zeventig. Het herinnerde me aan het thema van de tv-serie The Persuaders! met Tony Curtis en Roger Moore.

“Dat is vooraf uitgebreid besproken met Tim Gane en Joe Dilworth die de filmmuziek hebben gemaakt. Het moest klinken als—niks anders. Maar dat waren de jaren zeventig, hè. Toen was het normaal dat muziek klonk als niks anders. Aan The Persuaders! en het thema van John Barry hebben we nooit gedacht.”

“Wel hebben we de soundtrack gebruikt die Mick Jagger heeft gemaakt voor Evocation of my Demon Brother van Kenneth Anger. Tim heeft die flink veranderd, om problemen met auteursrechten te voorkomen. Uiteindelijk klonk het als een brandalarm. Dat gaf me weer een idee voor de film. Ik heb een brand in het script geschreven.”

“Veel geluid en muziek was al klaar voordat ik een script had. Het risico van naar muziek luisteren terwijl je een script schrijft, is dat je aan die muziek blijft vastzitten voor de film. Dan vraag je aan de muzikanten: kunnen jullie iets spelen dat klinkt als dit. Dan geef je hen niet de vrijheid die ze nodig hebben. Als je alles vooraf wilt controleren, beperk je de ruimte voor andere opties en alternatieve oplossingen.”

Yobbo’s
Peter Strickland woont in Boedapest. Daar is men bekend met het fenomeen stag party, het hengstenbal, groepen van Britse vrijgezellen die zich laveloos misdragen. “Dat zullen jullie in Amsterdam ook wel kennen.” In Fabric heeft een ongemakkelijke scène met die yobbo’s, jonge luidruchtige dronkenlappen.

“Wij regisseurs zijn vervangbaar.
Dus ik houd mijn horizon breed”

Het is een vernietigend portret van dronken Engelse jongens en mannen. Is het iets persoonlijks?

“Boedapest is een andere populaire bestemming voor stag parties. Ik heb dronken Engelsen de stoep zien onderpissen. Niet eens tegen de muur, wat al erg genoeg is. Je moet letterlijk over straat lopen om de urine te ontwijken. De jurk moest van de ene persoon op de andere persoon over gaan. Ik wilde dat het niet alleen vrouwen waren, maar ook een man. Dan zijn er maar een paar mogelijkheden. Travestie zou kunnen, maar die kant wilde ik niet uit. Een vrijgezellenavond is onverwachter. Het contrast tussen het tribale element met zijn alfa-aap en de vrouwelijke jurk is veel interessanter. Ik ben Engels, dus die wereld ken ik.”

“Ik vlieg regelmatig op vrijdag naar Boedapest en dat is het moment waarop je al die types ziet die een vrijgezellenweekendje in een vreemde stad gaan doen. Vaak zijn het de vaders die zich het beroerdst gedragen. Ze zijn ouder, ze menen dat ze zich moeten bewijzen en ze gaan vervolgens over de grens. In een groep, wanneer er alcohol in het spel is, zijn ze weerzinwekkend. Maar op zichzelf, nuchter, zijn het ongetwijfeld prima mensen. Mannen in groepjes, met alcohol…”

Laatste vraag: je bent een filmmaker die is geïnteresseerd in geluid en deel uitmaakt van een muziekgroep. Je hebt voor de BBC-hoorspelen geregisseerd, zie je jezelf dat in de toekomst vaker doen?

“Als het idee werkt als film, maak je een film. Als het idee werkt, als hoorspel, doe je dat. Je benut wat beschikbaar is. Ik moet een open geest houden. Ik doe hoorspelen, commercials – als ik het geluk heb om zo’n opdracht te krijgen. In hoorspelen kan ik ideeën uitproberen, acteurs uitproberen. Soms zitten er lange pauzes tussen films. Het is vier jaar sinds The Duke of Burgundy en je moet blijven oefenen. Wij regisseurs zijn vervangbaar. Dus ik houd mijn horizon breed.”

 

In Fabric draait sinds donderdag 5 september in de Nederlandse bioscoop.

 

9 september 2019

 

MEER INTERVIEWS

Miles Davis: Birth of the Cool

****
recensie Miles Davis: Birth of the Cool

Portret van een gekwelde trompetkunstenaar

door Cor Oliemeulen

Zelfs als je jazz beschouwt als een gruwelijke bak herrie of onophoudelijk zenuwachtig gefiep, is de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool fascinerend om naar te kijken. Een nadere kennismaking met de grootste jazzvernieuwer die minder cool was dan de titel doet vermoeden.

Miles Davis kon zich muzikaal uitstekend aanpassen aan de tijdsgeest: van bebop in de jaren 40, via cooljazz, hardbop, jazzrock, fusion, acid jazz tot en met commerciële nummers in de jaren 80. Niet alleen door de omgevingsfactoren, maar ook door emoties toonde Davis zich een kameleon: net als zovele jazzmuzikanten worstelde hij met een drugsverslaving en daarbovenop had hij problematische relaties met vrouwen. Door middel van interviews en deels niet eerder gebruikte beelden ontstaat het portret van een gekwelde trompetkunstenaar.

Miles Davis: Birth of the Cool

Liever cool dan bebop
Miles Davis (1926-1991) zette in juli 1944 zijn eerste grote schreden in Club Riviera in St. Louis als invaller in een band met jazzlegendes Charlie Parker, Art Blakey en Dizzy Gillespie. De jonge Miles was zo zenuwachtig dat hij voor elk optreden moest overgeven. Zijn welgestelde ouders (vader was tandarts) drongen aan dat hij piano of viool zou gaan studeren. Het werd toch de trompet, maar dan wel aan het beroemde Juilliard-conservatorium in New York. Die studie zou hij niet afmaken, want veel liever trad hij avond na avond op in de clubs van 52nd Street, het toenmalige mekka van de jazz. Na drie jaar spelen in het kwintet van Parker had Davis genoeg van diens snelle, gecompliceerde en virtuoze bebop. Miles wilde voortaan zelf de muzikale lijnen uitzetten. Dat leidde in 1957 tot het baanbrekende album Birth of the Cool. Een nieuwe jazzstijl was geboren.

Terwijl de toenmalige CBS-anchorman Walter Cronkite jazz bestempelde als ‘muzikale herrie’, roemen velen Davis’ cooljazz als elegant, romantisch, kwetsbaar en verrassend. Met meestal een demper op zijn trompet creëerde hij zijn typische, herkenbare timbre met een ingehouden, lyrische, melodieuze speelstijl. Andere mijlpalen zijn Miles Ahead (1957) en Kind of Blue (1959), nog steeds het meest verkochte jazzalbum ooit. Ooggetuigen vertellen hoe Davis voor twee opnamesessies bij Columbia Records collega’s als John Coltrane en Bill Evans slechts wat toonladders en melodielijnen toestopte, de rest van Kind of Blue is improvisatie. Sketches of Spain (1960) is een flirt met Spaanse muziek en Bitches Brew (1970) verruilt de traditionele akoestische instrumenten voor elektrische jazzrock. Criticus Greg Tate noemde Davis een ‘hoodoo voodoo priest of music’.

Miles Davis: Birth of the Cool

Artiesten en intellectuelen
Waar talking heads (kenners, exen, kinderen, jazzgiganten als Ron Carter, Wayne Shorter, Herbie Hancock, Quincy Jones, Mike Stern en Marcus Miller) Miles Davis op muzikaal gebied de hemel in prijzen, krijgt de persoon achter de muzikant ook minder jubelende kwalificaties toebedeeld: koud, direct, excentriek, jaloers, op zichzelf, tegen het asociale aan. Karaktereigenschappen die al dan niet werden versterkt nadat hij gedesillusioneerd terugkwam van zijn verblijf in Parijs in 1949. Daar was geen rassenscheiding en werd hij opgenomen in een kring van artiesten en intellectuelen (Picasso en Sartre waren fan). De Franse zangeres Juliette Gréco vertelt hoe ze verliefd hand in hand met Miles Davis door de straten van Parijs flaneerde, maar aan het sprookje kwam een eind toen hij terug in Amerika weer direct werd geconfronteerd met racisme en zich stortte in een heroïneverslaving die de rest van zijn leven zou bepalen. Net als een aanvaring met een agent die een bloedende Davis naar het politiebureau begeleidde.

Zoals in zijn vorige documentaires neemt filmmaker Stanley Nelson (o.a. The Black Panthers: Vanguard of the Revolution, 2015) de tijd voor rassenongelijkheid. Met zijn opzichtige dure auto’s en luxe kleding was Miles Davis voor sommige blanken een doorn in het oog. Hij portretteert Davis als activist en krachtig symbool voor Afro-Amerikanen die geen blad voor zijn mond neemt. Terwijl in de jaren 60 de jazz door de opkomst van rock en funk minder populair werd, paste Davis zijn muziek aan en zocht hij inspiratie in andere culturen en kunstvormen. Dat leidde onder meer tot zijn opname van het Disney-liedje Someday My Prince Will Come (1961). Davis flipte toen hij op de albumcover een blanke vrouw zag en eiste van Columbia Records om ‘that white bitch’ te verwijderen en te vervangen door Frances Taylor, zijn eerste echtgenote, als eerbetoon aan haar en aan alle zwarte vrouwen.

Miles Davis: Birth of the Cool

Rake anekdotes
Ook in Miles Davis: Birth of the Cool heeft de populaire ex-danseres, Frances Taylor, een prominente plaats. Ze deelt persoonlijke herinneringen, en krijgt (weliswaar erg kort) de kans om ook ’s mans ellende van drugs en paranoia uit de doeken te doen. We zien de pijn in haar ogen als ze vertelt hoe ze direct vertrok nadat Davis haar tegen de grond had geslagen, maar ze zou altijd van hem blijven houden. Ook volgende exen hadden het niet gemakkelijk met de jazzlegende. Een onmiskenbare invloed had de pittige funk- en soulzangeres Betty Mabry eind jaren zestig. Davis was altijd onberispelijk gekleed in een donker pak, maar Betty ging hem hip en extravagant kleden: laag uitgesneden shirts, patchwork broeken met opzichtige riemen en grote zonnebrillen.

De documentaire zoomt echter vooral in op Davis’ hoogtijdagen daarvoor, de decennia waarin geschiedenis werd geschreven, zoals de totstandkoming van zijn geïmproviseerde soundtrack van Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle. We zien nog wel een kort optreden op het podium met Prince in 1987, maar toen was Davis al erg fragiel als gevolg van jarenlang drugsgebruik. De kijker blijft met een triest gevoel achter, wetende dat er nooit meer iemand van dit muzikale kaliber zal opstaan, maar dat maakt deze biografie niet minder mooi en leerzaam. Misschien is de enige kleine tegenvaller dat je op de aftiteling leest dat het niet de rasperige voice-over van Miles Davis is die je hoorde, maar van Carl Lumbly die voorleest uit de in 1990 verschenen autobiografie Miles. Dat karakteristieke gekraste stemgeluid van Davis (veroorzaakt door een keeloperatie) wordt ook voorbeeldig, en soms gekscherend, geïmiteerd in de talrijke rake anekdotes.

 

7 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Taxi zum Klo

**
recensie Taxi zum Klo

Provocerende knipoog

door Yordan Coban

Frank Ripploh speelt zichzelf en geeft zich volledig bloot in zijn intense zoektocht naar liefde. We zien alles, geen moment van intimiteit wordt ons bespaard. Het is gedurfd, spraakmakend, tenenkrommend maar heeft uiteindelijk te weinig om het lijf.

Taxi zum Klo (1980, en nu in een digitaal gerestaureerde versie in de bioscoop) gaat over een biologieleraar die worstelt met zijn seksuele relaties en zijn behoefte naar een serieuze partner. Hij gaat volledig op in zijn erotische intriges maar voelt een knagende leegte die zijn seksleven achtervolgt. Frank Ripploh is daardoor vooral een ongelukkige en zoekende man.

Taxi zum Klo

Doelmatige seks
Taxi zum Ko behoort tot de extreme der extremen. Seksscènes volgen elkaar snel op in expliciet langdurige wijzen die doen denken aan La Vie d’Adèle (2013). Er is echter geen filmisch randje aan Taxi zum Klo, die als documentaire geschoten is, waardoor de kijker het gevoel krijgt dat er echte porno afgespeeld wordt.

In een aflevering van onze rubriek ‘Ondertussen op de redactie’ is het onderwerp controversiële film al eens uitvoerig besproken. Er was een bepaalde consensus over onze verafschuw voor ondoelmatig gebruik van geweld en seks in film (en dan met name in de films van Lars Von Trier). Ondoelmatig gebruik van seks is ook de grootste zwakte van Taxi zum Klo. We zien seksscènes gevolgd door momenten van reflectie van Frank Ripploh, waarin hij twijfelt en jammert over zijn liefdesleven. Deze monologen verdienen echter geen half uur aan extreme porno. Helemaal niet als passie en emotie een schaarste is. Extreme scènes dienen zich te legitimeren, de noodzaak van het extreme dient zich aan te tonen. Zonder die legitimatie neigt een film met dergelijk vertoon betekenisloos en onsmakelijk te worden.

Taxi zum Klo

Cultgayfilm
De film speelt zich af in Berlijn, de stad die vandaag de dag nog steeds bekend staat als het epicentrum van de wereldwijde gayscene. Ripploh geeft ons een kijkje in de bruisende, post-AIDS, homoseksuele kringen van die tijd; snorretjes, leren pakken en glory holes, ze komen allemaal voorbij. De film kreeg een cultstatus en in 1987 kwam Ripploh met het vervolg: Taxi nach Kairo. Het vervolg kende echter niet hetzelfde succes.

In Duitsland was homoseksualiteit verboden tot 1969. Taxi zum Klo kwam in een tijd waarin homoseksualiteit nog steeds een controversieel onderwerp was, wat de extreme seksuele weergaven enigszins een legitiem doel gaf: provocerend schreeuwen om erkenning. Die knipoog, die door heel de film te voelen is, geeft de film enigszins zijn charme. Toch mist de film betekenis, of meer: persoonlijkheid. Ripploh is leuk voor de klas en lijkt een goede leraar. Het worstelen met zijn identiteit voor de klas is een wezenlijke spanning die veel leraren zullen ervaren. Daar zien we te weinig van. Echter in de film zien we teveel seks waarvan hij telkens achteraf zelf ook vindt dat het emotioneel niet veel voorstelde.

 

6 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Preview Filmfestival Toronto 2019

Preview Filmfestival Toronto 2019
Publiekstrekkers, wereldcinema, docu’s en ontdekkingen

door Bert Goessen

Het 44ste filmfestival van Toronto dat donderdag 5 september van start gaat, is weer een bonte verzameling premières van met name Amerikaanse commerciële publiekstrekkers, wereldcinema, debuutfilms, documentaires en speciale ontdekkingen. 

Vanuit commercieel oogpunt is Toronto een redelijk nauwkeurige barometer voor films die gaan scoren bij de Oscars. Winnaars uit het verleden, zoals THE SHAPE OF WATER, LA LA LAND en GREEN BOOK waren allemaal op het festival te zien. In tegenstelling tot het filmfestival van Venetië, dat zich richt op filmprofessionals en strak rondom zijn competities is georganiseerd, is Toronto een publieksfestival zonder competitie en met alleen een publieksprijs.

Once Were Brothers

Opening en afsluiting
Het festival opent dit jaar met de wereldpremière van de muziekfilm ONCE WERE BROTHERS: ROBBIE ROBERTSON AND THE BAND, een documentaire over Robbie Robertson, de leadgitarist en belangrijkste songwriter van The Band. De Iranese regisseuse Marjane Satrapi (PERSEPOLIS) mag het festival afsluiten met haar film RADIOACTIVE, een biopic met Rosamund Pike als Marie Curie (1867-1934), die als eerste vrouw een Nobelprijs voor Natuurkunde won en gestorven is aan haar eigen onderzoek naar radioactiviteit.

Van de overige achttien galapremières zijn er vier waar nu al met veel buzz naar wordt uitgekeken. THE GOLDFINCH van John Crowley, de verfilming van het boek Het Puttertje van Donna Tartt over een jongetje dat zijn moeder verliest bij een aanslag op een museum, met Nicole Kidmann in een Oscarwaardige rol als pleegmoeder. JOKER van Todd Phillips met Joaquin Phoenix als de groezelige clown van de misdaad. HUSTLERS van Lorene Scafaria met Jennifer Lopez, Constance Wu, Keke Palmer en Julia Stiles als strippers in een giftige cocktail van seks, misdaad en geld. En tenslotte A BEAUTIFUL DAY IN THE NEIGHBORHOOD van Marielle Heller met Tom Hanks in de rol van Mr. Rogers, de grote kinder-tv-held.

Bert Goessen doet exclusief verslag vanuit TorontoVeel meer dan commerciële premières
Maar Toronto heeft meer te bieden dan alleen grote commerciële premières. De Zweedse regisseur Roy Andersson, bekend van zijn satirische onderkoelde humor in SONGS FROM THE SECOND FLOOR en YOU, THE LIVING, presenteert ABOUT ENDLESSNESS, een serie korte sketches over mooiheid van het bestaan.

Pablo Larraín, de Chileense regisseur van JACKIE en NERUDA, komt met EMA waarin Mariana Di Girolamo de rol van een schuldbewuste moeder speelt die alles wat ze heeft verloren wil terugwinnen.

THE PERFECT CANDIDATE heet de nieuwe film van de Haifaa al-Mansour, de regisseuse uit Saudi-Arabië die in 2012 een grote hit had met haar eerste film WADJDA. Een vrouwelijke arts moet zich staande houden in een door mannen gedomineerde wereld.

THE PAINTED BIRD is de verfilming van het beroemde boek De Geverfde Vogel van Jerzy Kosinski uit 1965. Een joodse jongen zoekt onderdak in Oost-Europa gedurende de Tweede Wereldoorlog. De film is opgenomen op 35 mm in zwart-wit met Harvey Keitel, Barry Pepper en Stellan Skarsgard in de hoofdrollen.

De Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda, vorig jaar nog winnaar van de Gouden Palm in Cannes met zijn film SHOPLIFTERS, komt verrassend uit de hoek met zijn eerste film buiten Japan. LA VERITÉ is een Franse productie met Juliette Binoche en Catherine Deneuve in de hoofdrol.

The Laundromat

Netflix
Toronto heeft ook drie films geprogrammeerd die door Netflix zijn geproduceerd en waarvan het maar de vraag is of die ooit in de bioscoop worden uitgebracht. De nieuwe film van Steven Soderberg THE LAUNDROMAT, met Meryl Streep in de hoofdrol; de nieuwe film van de Argentijnse regisseur Fernando Meirelles THE TWO POPES met Anthony Hopkins en Jonathan Pryce in de rol van paus Benedictus en paus Franciscus; en de nieuwe film van Noah Baumbach MARRIAGE STORY, met Scarlett Johansson en Adam Driver als een stel met scheidingsperikelen.

Dit alles is slechts een greep uit het overstelpende aanbod van circa driehonderd films. Hier zij nog vermeld dat de Nederlandse film INSTINCT, het regiedebuut van Halina Reijn met Carice van Houten in de hoofdrol, ook in Toronto te zien zal zijn. De film ging eerder in première op het filmfestival van Locarno en is in Nederland te bewonderen als openingsfilm van het Nederlands Film Festival en vanaf 3 oktober in de Nederlandse bioscopen.

 

4 september 2019


MEER FILMFESTIVAL

In Fabric

****
recensie In Fabric

Duivelse jurk

door Suzan Groothuis

Een kledingstuk moordzuchtig? Het klinkt vergezocht, maar in Peter Stricklands In Fabric zien we hoe een rode, wulpse jurk slachtoffers maakt. De film overtuigt vooral qua sfeer, waarin beeld en soundtrack de kijker bedwelmen.

Horrorfilms kennen vele monsters, maar een kledingstuk dat moordt is vrij uniek. Net zoals de moordende autoband in Quentin Dupieux’ Rubber. In Peters Stricklands horrorkomedie In Fabric maakt een opvallende rode jurk de dienst uit. Verkocht in het luxe warenhuis Thames Valley Dentley & Soper, waar speciale prijzen de massa lokken en mysterieuze zwart gekapselde dames achter de toonbank staan. Miss Luckmoore (Fatma Mohamed) zwaait er de scepter en doet met haar uiterlijk nog het meest aan een kille vampier uit vroeger tijden denken.

In Fabric

Sheila (Marianne Jean-Baptiste, Oscar-genomineerd voor haar rol in Mike Leighs Secrets & Lies), zoekend naar een mooie outfit voor een date, laat haar oog vallen op de jurk. Er is er maar één van, laat ze zich door de autoritaire, deftig sprekende Miss Luckmoore vertellen. Hoewel maatje 36 wat smal lijkt voor Sheila, past ze er opvallend goed in. De jurk gaat mee, niet wetend dat ze daarmee het kwaad in huis haalt.

Thuis heeft de gescheiden Sheila het te stellen met haar zelfzuchtige zoon Vince en zijn masochistische vriendin Gwen. In die laatste herkennen we actrice Gwendoline Christie, die hitserie Game of Thrones opsierde als stoere vrouw Brienne of Tarth. Dat Sheila onderliggend eenzaam is en hunkert naar wat liefde en aandacht, merken de twee niet op. Sterker nog, ze eigenen zich het huis toe, alsof Sheila er niet is.

Dominant en bloeddorstig pronkstuk
Je raadt het al: de entree van de rode jurk doet alles veranderen. Eerst de lichamelijke sensatie, want na het dragen ervan heeft Sheila een vreemde uitslag op haar borst. Ook zijn er ‘s nachts vreemde geluiden te horen van iets dat tegen metaal schraapt. Een scène die doet denken aan BBC-serie Ghost Watch, waarin vreemde, spookachtige geluiden in de nachtelijke uren een heel huishouden domineren. De gebeurtenissen krijgen een steeds heftiger karakter, waarin de jurk als dominant pronkstuk overeind blijft. Kapotgebeten door een woeste hond? De volgende dag is de jurk weer back in business – schoon, bloedrood en dreigend.

Stricklands handelsmerk is, net als in zijn vorige films Berberian Sound Studio en The Duke of Burgundy, onmiskenbaar aanwezig: stilistisch verwijzend naar Italiaanse giallo, met de kleur rood prominent in beeld, een occulte en fetisjistische sfeer ademend. Ook zien we zijn acteurs terug: Fatma Mohamed en Sidse Babett Knudsen, eerder verwikkeld in een dominatrix-intrige in The Duke of Burgundy, staan nu in dienst van een duivelse rode jurk.

In Fabric

Hoewel de film naar het einde toe wat repetitief is – jurk gaat van drager naar drager en richt geweld en verwoesting aan – zijn er diepere lagen te ontdekken. Kritiek op de consumptiemaatschappij bijvoorbeeld, waarin uitverkoop in een duur warenhuis leidt tot waanzin onder kopers. En dan is er nog het perfecte maatje 36, waarin modellen zich hullen in  modieuze tijdschriften en ons iets zeggen over de geldende schoonheidsnorm. Ondertussen stelt Strickland ook op satirische wijze normen en waarden op de werkvloer aan de kaak. Personeelszakenmedewerkers Stash & Clive (komieken Julian Barratt en Steve Oram) onderwerpen Sheila aan een onmogelijk vragenvuur wat wel en niet kan tijdens werkuren. Zoals haar vermeende, veelvuldige toiletbezoeken vlak voor lunchtijd. Maar uiteindelijk willen ze het alleen over haar dromen hebben.

Spelen met genres
In Fabric ademt een eigen, vervreemdende sfeer, zoals Stricklands voorgangers dat ook deden. Zijn film is qua genre moeilijk te duiden en is wat kort door de bocht met de benaming horrorkomedie: er sluipen ook sociaal-realisme, ironie, fetisjisme en occulte magie doorheen. Het verhaal speelt in een tijdloos universum, maar refereert onmiskenbaar aan de stijl van de seventies, een tijd waarin luxe-consumptie voor de meeste Britten toegankelijk werd. Het warenhuis is als een exclusieve façade, dat het volk en masse lokt met uitverkoop. Maar achter de schone schijn wankelt het en heersen kwaadaardige intenties.

In de wondere wereld die In Fabric rijk is – zie het als een duister, surrealistisch sprookje – zijn het vooral beeld en soundtrack die imponeren. Cavern of Anti-Matter (met twee leden van Stereolab) verzorgt ditmaal de soundtrack, waarvan de spookachtige, melancholische sound perfect aansluit op de droomachtige, stilistische beelden. Een vreemde, maar bedwelmende kijkervaring, zoveel is zeker.

 

2 september 2019

 

Lees hier ons interview met regisseur Peter Strickland.

 

ALLE RECENSIES