C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo toont C’est ça l’amour niet alleen de industriële landschappen, maar krijgen de inwoners uit de regio daadwerkelijk een stem. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Private War, A

**
recensie A Private War

Vrouw verslaafd aan oorlogsleed

door Cor Oliemeulen

Wat beweegt iemand haar leven te riskeren door in oorlogsgebieden menselijk leed te verslaan? In A Private War kunnen we het antwoord niet goed ontdekken, maar zien we wel een authentieke held.

Een liefdesbrief aan de journalistiek en een hommage aan een van de meest gevierde oorlogscorrespondenten van deze tijd, Marie Colvin (Rosamund Pike), die keer op keer haar leven op het spel zette om de harde waarheid te publiceren. Dat was de insteek van de Amerikaanse documentairemaker Matthew Heineman toen hij met A Private War zijn eerste speelfilm ging maken. Focus op betrouwbare nieuwsgaring is volgens hem noodzakelijk in deze tijd waarin feiten en nepnieuws als bijna vanzelfsprekend inwisselbaar zijn ter ere van politieke propaganda en persoonlijk gewin.

A Private War

Onverwoestbaar
Het biografische oorlogsdrama, dat in episodische gebeurtenissen toewerkt naar die fatale dag in 2012 in de totaal verwoeste en ontredderde stad Homs, zou je enigszins bevooroordeeld kunnen noemen. De Syrische president Bashar al-Sadat bombardeert niet alleen tegenstanders van zijn regime maar ook onschuldige vrouwen en kinderen, terwijl dubieuze handelingen van de geallieerden geheel buiten schot blijven. Heinemans keuze heeft echter weinig te maken met politieke propaganda, hij vertelt slechts het verhaal van de moedige, onverwoestbare, oorlogsverslaafde Colvin, die op haar beurt lijdende burgers een stem en een gezicht gaf. Die keuze is zowel het sterke als het zwakke aspect van A Private War.

Zuipend, kettingrokend en vloekend, ging de in Amerika geboren Britse oorlogscorrespondente van The Sunday Times soms ten onder aan haar eigen demonen. Altijd emotioneel betrokken, maar zonder vrees; althans minder bang dan de oorlogsslachtoffers, zoals ze zelf zei. Of het nu was tijdens schermutselingen tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers waarbij ze door een granaatinslag het zicht van haar linkeroog verloor, bij de opgraving van een massagraf bij de Iraakse grens, een bomexplosie in Afghanistan of haar interview met een van de eerste politieke slachtoffers van de Arabische Lente, de Libische premier Moammar Gaddafi die door Marie Colvin uiterst confronterend in een interview wordt aangepakt en niet lang daarna naakt en bebloed op de grond ligt terwijl opstandelingen lachend selfies naast de doodgemartelde dictator maken.

Trauma’s
We zien ook Colvin worstelen met trauma’s, maar steeds moet ze van zichzelf (en soms van de krant) weer naar de frontlinie om schrijnende verhalen van onzichtbaar gebleven slachtoffers te vertellen. Niets van embedded journalism voor haar; als een peloton reporters in 2003 door het Amerikaanse leger wordt geïnstrueerd om tijdens de invasie van Irak in het kielzog van de militaire troepen te opereren, regelt de eigenzinnige Colvin op de achtergrond een freelance fotograaf die jarenlang zal fungeren als haar ‘tweede’ oog op het oorlogsleed en als tolk in de meest precaire omstandigheden.

Qua drama is A Private War geen slechte Hollywoodfilm, met weliswaar een voorspelbaar verloop en verstoken van noemenswaardige verrassingen. Rosemund Pike speelt een van haar meest geloofwaardige rollen, hoewel we haar eigen intense pijn nog meer hadden mogen voelen. Dan rest een weinig gecompliceerde geschiedenis van een vrouw die was verslaafd aan oorlogsleed en zich kennelijk verantwoordelijk voelde om de mensheid daarmee te confronteren. Een ware held(in) met het nobele doel de wereld beter te maken. Iemand die kon vermoeden dat ze in het harnas zou sterven.

Daarmee houdt de film op en mag de held terecht worden geëerd. Behalve als je meer over Colvins werkelijke drijfveren en persoonlijke achtergrond had willen weten. Samen met de eenzijdige blik op een cruciaal stukje wereldgeschiedenis blijft Heinemans speelfilmdebuut aan de fragmentarische en vlakke kant dat onvermijdelijk inspeelt op sentiment en onbehagen. Als iemand na afloop van de film geïnspireerd is om zich aan te melden als oorlogscorrespondent is dat natuurlijk mooi meegenomen.

 

22 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Preview Movies that Matter Festival 2019

Preview Movies that Matter Festival 2019
Volop films die verschil maken

door Cor Oliemeulen

Goldie opent vrijdag 22 maart het Movies that Matter Festival in Den Haag. Negen dagen lang films (25) en documentaires (36) over zaken die er toe doen, zoals mensenrechten, milieu, minderheden alsook politieke en juridische kwesties. Verder virtual reality, vraaggesprekken en festivalfavorieten. InDeBioscoop doet verslag.

De Nederlandse regisseur Sam de Jong zette zich in 2015 op de kaart met zijn verrassende debuutfilm Prins. Opvolger Goldie is het verhaal van een zwarte New Yorkse tiener die beroemd wil worden, maar schetst tegelijkertijd een beeld van de rauwe werkelijkheid van kinderen in Amerikaanse achterstandswijken. Goed acteerwerk van hoofdrolspeelster Slick Woods, schreven wij na de wereldpremière op de Berlinale 2019, maar ook een film die wat in de goede bedoelingen blijft hangen.

Goldie

Publiekstrekkers
Zoals ieder jaar programmeert Movies that Matter publiekstrekkers die al een Nederlandse première hebben gehad en nog in een aantal bioscopen draaien. Zo zie je in The Children Act een vrouwelijke rechter worstelen met een tiener die een bloedtransfusie weigert op religieuze gronden.

Het is ook goed te zien dat drie absolute topfilms van het afgelopen jaar tijdens het festival worden vertoond. In het activistische misdaaddrama BlacKkKlansman van Spike Lee infiltreert een (zwarte!) politieagent begin jaren zeventig in de Ku Klux Klan. Bij het kijken van The Florida Project begrijp je al snel waarom sommige kinderen gedoemd zijn kansloos op te groeien, terwijl in het wonderschone zwart-witdrama Cold War van de Poolse cineast Pawel Pawlikowski een onmogelijke liefde is gedoemd te mislukken.

Veelbelovende films
We zetten enkele veelbelovende films en documentaires op een rijtje, te beginnen met het visuele meesterwerk Aquarela van Victor Kossakovsky dat al tijdens het afgelopen IDFA hoge ogen gooide. Niet alles hoeft te draaien om Trump en Poetin, zei de Russische filmmaker in Amsterdam na afloop, want dit is simpelweg cinema met een ode aan het water die aantoont dat de mens niet boven de natuur staat.

Antropocene: The Human Epoch laat nog evidenter zien hoe de mens zich soms desastreus verhoudt tot de natuur. Actrice Alicia Vikander loodst ons in twintig landen op zes continenten door prachtige natuur. Van de ivoorhandel in Kenia tot de marmermijnen in Italië, en van een gigantische betonnen zeedijk in China tot het grote barrièrerif in Australië. Ecosystemen blijken aangetast en diersoorten sterven uit. Wat Trump en Poetin er ook van mogen vinden…

Cold Case Hammarskjöld zal het nodige opzien baren tijdens een speurtocht naar de doodsoorzaak van de gelijknamige secretaris-generaal van de VN die in 1961 met een vliegtuig neerstortte. Terwijl de Deense regisseur Mads Brügger en de Zweedse privédetective Göran Bjorkdahl samen het mysterie proberen te ontrafelen, raken ze op een spoor dat nog misdadiger is dan de moord op Hammarskjöld. Soms zijn documentaires spannender dan films.

Cold Case Hammarskjöld

Camera Justitia-competitie
Laatstgenoemde documentaire is een van de acht deelnemers aan de traditionele Camera Justitia-competitie van het Movies that Matter Festival. Zo behoort de eveneens onthullende klokkenluidersdocumentaire Crime + Punishment bij voorbaat tot een van de favorieten. We volgen hierin twaalf politieagenten van de New York Police Department die in 2010 hun krachten bundelden en hun bazen aanklaagden wegens corruptie, onrechtmatige arrestaties en etnisch profileren.

Naast vier documentaires draaien er in deze competitie vier speelfilms. Vooral in het oog springend is de psychologische thriller Screwdriver over de Palestijn Ziad die na vijftien jaar Israëlische gevangenis terugkeert naar Palestina en tegen zijn zin als held wordt ontvangen omdat hij destijds werd veroordeeld voor de moord op een Israëlische kolonist, terwijl de Cypriotische komedie Smuggling Hendrix, die gaat over een hondje dat wegloopt over de Grieks/Turkse grens en volgens de wet niet mag terugkeren, voor de broodnodige vrolijke noot zal zorgen.

Het Movies that Matter Festival zal worden gehouden van vrijdag 22 maart tot en met zaterdag 30 maart 2019 in Filmhuis Den Haag en het naastgelegen Theater aan het Spui. Houd onze website in de gaten voor onze festivalverslagen!

 

18 maart 2019


MEER FILMFESTIVAL

Lazarro Felice

***
recensie Lazarro Felice

Merkwaardige magische parabel

door Sjoerd van Wijk

De merkwaardige parabel van Lazzaro Felice komt soms aandoenlijk uit de hoek. Maar blijft wel tot op het bot didactisch zoals dat een parabel betaamt.

Voordat de loonslavernij zijn intrede deed, was er sprake van pachtvormen, waarbij landarbeiders een deel van hun oogst afstaan aan de landbezitter in ruil voor voeding en onderdak. In Lazzaro Felice heeft de tijd op het landgoed Inviolata stilgestaan sinds een modderstroom de stad slecht bereikbaar maakte. De parmantige Markiezin zorgt ervoor dat de inwoners nog steeds bij haar in het krijt staan. En dat deze landarbeiders niet beter weten dan dat zij een handjevol gloeilampen moeten delen en tabak moeten verbouwen. De jongen Lazzaro is echter een ander slag boer. Als de goedheid zelve helpt hij iedereen onvoorwaardelijk. Zodra de oplichterij onvermijdelijk uitkomt, ontspint zich een zoektocht naar Tancredi, de flamboyante zoon van de Markiezin met wie Lazzaro net een vriendschap had gesloten.

Lazarro Felice

Vreemd giswerk
Het blijft een doorgaand giswerk wanneer Lazzaro Felice zich precies afspeelt. Alsof het een nabije toekomst is waar de middenklasse volledig door het kapitaal is verpulverd. Waar rijk en arm overblijven en het feodalisme in nieuwe vormen is teruggekeerd. Door de markante gebruiken van de landarbeiders, inclusief opmerkelijk bijgeloof, dompelt de film direct onder in een vervreemdende wereld. Een tot leven gekomen poppenkast, waar de personages onbehouwen met elkaar omgaan.

Het is extra opmerkelijk door de nuchtere stijl waarmee schrijfster-regisseuse Alice Rohrwachter (Le Meraviglie) te werk gaat. Wel veert ze dikwijls van nonchalance naar slordigheid. Het contrast met de engelachtige Lazzaro kan niet groter, waardoor het gebeuren een magisch tintje krijgt. Zijn wederopstanding in de grote stad doet ondanks de klungelige opbouw bijwijlen betoverend aan.

Wringen versus gunnen
Als vreemdste vogel van allemaal is Lazzaro niet zozeer een personage, maar een op aarde neergedaalde heilige. De non-acteur Adriano Tardiolo combineert het dromerige van Timothée Chalamet (Beautiful Boy) met de nederigheid van Padre Nazario uit Nazarín. Net als in laatstgenoemde film krijgt ook hier de hoofdpersoon het zwaar te verduren in een vervelende wereld. Maar waar Luis Buñuel zijn priester van innemende tragiek voorziet, wringt de uitbuiting van Lazzaro vooral door het tergende contrast tussen hem en zijn omgeving. De voortdurende naastenliefde werkt op de zenuwen, omdat er weinig anders is om houvast aan te hebben bij het personage. Daardoor weet de prille vriendschap met charlatan Tancredi van beide kanten niet te overtuigen.

Lazarro Felice

Ondanks de uitbuitende inborst van zijn compagnons hebben de afgeperste arbeiders wel iets aandoenlijks. Hun overgang van opgelicht op het platteland naar oplichter in de stad is geen aanleiding voor cynisme, maar een koddige overpeinzing over saamhorigheid. Rohrwachters zus Alba (Figlia Mia) vermengt hierbij verdienstelijk onschuld met ondeugd als de lieve bengel Antonia. De gunfactor voor dit rapaille stijgt des te meer als zij namens hen bedelt met hun schamele bezit bij de patisserie. Deze groep misfits zorgt voor een vrolijke noot. Iets wat door Alice Rohrwachters slodderige devotie aan de parabel welhaast letterlijk zo is.

Moraal van het verhaal
Lazzaro Felice zou dan ook geen parabel zijn zonder een moraal van het verhaal. Demonstratief maakt de film daarom het adagium uit Mattheus 5:5 met de grond gelijk. Lazzaro zal als zwakkere nooit de aarde erven. De reden daarvoor heeft de Markiezin in kunstmatige dialoog al uit de doeken gedaan. Alice Rohrwachters stijl voelt op deze wijze aan als een vriendelijke versie van Lars von Trier, mede dankzij een voice-over die een mirakel duidt. Maar waar de meester zelf is getransformeerd tot guitige predikant in The House That Jack Built en adept Brady Corbet met Vox Lux (binnenkort in de bioscoop) hedendaagse nervositeit vat, lijkt Lazzaro Felice in vergelijking minder relevant. De slordig uitgewerkte didactiek doet afbreuk aan het magische potentieel van deze door religie ingegeven vertelling.

 

17 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Erfenissen: zo dus niet

Erfenissen: zo dus niet

door Bob van der Sterre

Malpertuis ♦ The Weekend Murders ♦ Das Haus im Montevideo

 

Wanneer leveren erfenissen géén problemen op in films? Het zicht op geld maakt mensen egoïstisch en dat is mooi filmmateriaal, denk aan een klassieker als Arthur (1981). Drie films waarvan je leert hoe het niet moet: erfenissen verdelen.

In het huis Malpertuis (1972) ligt Cassavius, die een reusachtig huis en dito erfenis bezit, op sterven. Een grote groep mensen wacht tot hij eindelijk doodgaat. Een stelletje heksen, een dierenopzetter, een dame die alles al weet. En zijn neefje Jan.

Vreemde spelletjes
Cassavius vertelt op een achternamiddag wat zijn eisen voor de erfenis zijn. Iedereen moet in Malpertuis verblijven. Alleen de laatste twee overgeblevenen, een man en een vrouw, mogen de royale erfenis delen. Gevolg: iedereen stookt iedereen tegen elkaar op.

Ondertussen blijkt Malpertuis een stuk vreemder dan iedereen denkt. Het huis herbergt een geheim. Jan wil weten wat dat is. Iedereen speelt ondertussen spelletjes met hem.

Veel moois aan de film. De settings en decors bijvoorbeeld. Alleen al de overdadige aandacht voor lichtval! Het script is ook niet doorsnee. Dat is gemaakt naar een boek van Jean Ray, die korte horrorverhalen in de stijl van Lovecraft en Poe schreef. Malpertuis is ook cinematografisch interessant. Trappenlopen bijvoorbeeld is prachtig in beeld gebracht.

De versie van regisseur Harry Kümel werd door de studio (United Artists) teruggebracht tot 100 minuten én in het Engels gedubd. Die film faalde. In 1973 maakte de ontevreden regisseur er een Vlaamstalige director’s cut van die pas tien jaar geleden het daglicht zag toen de dvd-versie van de film uitkwam.

Je kunt je die aarzeling van de studio wel een beetje begrijpen. Het is een film die veel van de kijker vraagt. De eigenzinnigheden gaan ook ten koste van de karakters, die vrij eendimensionaal zijn. En van het script, dat de beloften van het begin niet weet in te lossen aan het einde. Soms ontstijgt het niet het niveau van een kinderlijk sprookje met veel gegil en gekrijs.

Buitenbeentje in het voornamelijk Frans-Vlaamse gezelschap is Orson Welles in de rol van Cassavius. In de praktijk was hij permanent bezopen voor de drie dagen die hij was ingehuurd. Hij werkte een vierde dag gratis (en sober). Hem Vlaams horen praten, is een vreemde gewaarwording. Susan Hampshire doet trouwens ook een huzarenstukje in deze film met niet minder dan vijf rollen.

Extreme cinematografie in moordmysterie
In The Weekend Murders (1970) komen ook diverse mensen bij elkaar om te luisteren hoe het testament verdeeld wordt. Ditmaal gaat het om de erfenis van Sir Henry.

Er staat veel op het spel. Een gigantisch landhuis en landgoed. Die gaan, zo blijkt, naar Barbara, die de laatste tijd op Sir Henry had gepast. Grote teleurstelling bij de overige erfgenamen. Die denken wel hardop dat hen wat moois staat te wachten als Barbara heel toevallig een ongeluk zou krijgen.

Niet Barbara, maar andere erfgenamen leggen het loodje. De butler is de eerste. ‘Die kan het in elk geval niet gedaan hebben’, grapt iemand. Ook al loopt er een detective van Scotland Yard rond en een sergeant – waarvan de eerste zich slimmer vindt, maar de tweede slimmer is – er is een moordenaar die duidelijk niet zal stoppen voor alle erfgenamen er geweest zijn. Maar wie is het?

Een zwarte komedie met giallo-elementen en verrassingen. Verrassend is bijvoorbeeld het sterke komische acteren van Gastone Moschin. Of hoe de karakters bezeten zijn, op een of andere manier, van seksualiteit.

Daar past extreme cinematografie bij. Vanaf het eerste shot van de sergeant (onderaf, diagonaal), loopt de film over van de visuele grapjes met spiegels, close-ups van ogen, verdwaasde trips, shots van onderaf. Regisseur Michele Lupo en vooral cinematograaf Guglielmo Mancori waren gepassioneerd bezig – ze doen denken aan films van Guy Ritchie.

Als het sterke punt van de film de smeuïge cinematografie is, dan is het minpunt het verhaal. Het volgen van de vele karakters en hun onderlinge verwikkelingen gaat ten koste aan de logica van het moordmysterie (zoals de man met de Ferrari, wat doet ie daar ineens?).

Een buitenechtelijk kind maken
Prof. Dr. Traugott Hermann Nägler, vader van twaalf kinderen (de tiende heette Decimus), en hoofdpersoon van Das Haus im Montevideo (1951), is een heel ander persoon dan de karakters in voorgaande films. Hij is een strenggelovige vent die zijn kinderen Griekse canons laat zingen voor de verjaardag van hun moeder. Zijn vrouw beschrijft hem als: ‘Hij kan niet bestaan zonder zijn halo.’

Een pastoor vertelt aan professor Nägler dat zijn libertijnse zus, die in Uruguay woonde en met wie hij geen contact meer had, is overleden. Ze heeft een erfenis achtergelaten. Daarvoor moet de professor met de pastoor en zijn oudste dochter, Atlanta, naar Uruguay.

Daar blijkt dat zijn zus na hard werken ‘een instituut van 45 meisjes’ had. Een bordeel, denkt professor Nägler meteen, en hij is al de deur uit gerend. Maar zijn zus is zangeres Maria Machado. Ze is voorzitter van een stichting die meisjes helpt met muziek.

Er is alleen een catch om de 750.000 dollar van de erfenis te krijgen: iemand in de familie moet een buitenechtelijk kind maken. Die gedachte is een nachtmerrie voor de brave professor. Maar het geld… De moreel superieure professor begint ineens aan Herbert, het vriendje van Atlanta, te vertellen over ‘het voordeel van het eerst hebben van een dessert’. Herbert snapt er niets van.

Deze film is een typisch voorbeeld van het werk van theaterschrijver en regisseur Curt Goetz. Hij speelt zelf de hoofdrol. Wie zegt dat Duitsers geen humor hebben, zou zich eens in zijn werk moeten verdiepen, zoals Frauenarzt Dr. Präterius, Napoleon en Hokuspokus.

Met de komedie zit het wel goed, minder met de vernieuwingsdrang van Das Haus im Montevideo. In alles (zwart-wit, theatraal, klassieke decors, muzikale ondersteuning) is het een ouderwets ogend verfilmd theaterstuk – en dat klopt ook, want dat was het oorspronkelijk.

De film is een klik van ons verwijderd op YouTube. Een plezierige creatieve erfenis voor onze grote familie van filmliefhebbers.

 

14 maart 2019


Alle Camera Obscura

 

The Weekend Murders

Sunset

****
recensie Sunset

Duistere geheimen in Boedapest

door Suzan Groothuis

Na het claustrofobische en beklemmende Son of Saul is László Nemes terug met het stemmingsvolle Sunset. Een kostuumdrama met een duistere laag, waarin een jonge vrouw op zoek gaat naar haar mysterieuze broer. 

Sunset speelt in 1913 in Boedapest, toen de stad nog deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en het hart van Europa vormde. De twintigjarige Irisz Leiter (Juli Jakab) is naar de Hongaarse hoofdstad getrokken om te werken bij het vooraanstaande hoedenmagazijn Leiter. De naam is geen toeval: Irisz is de dochter van de oprichters, maar haar ouders zijn op duistere wijze overleden. Wanneer Irisz haar intrede doet, is gelijk merkbaar dat ze niet welkom is.

Eigenaar Brill vertelt Irisz dat er geen werk is en raadt haar aan weer uit Boedapest te vertrekken. De nacht kan ze er nog blijven, een morsige plek in het pand waar ze is geboren. Dan komt er een indringer haar kamer binnen, die haar vertelt dat Irisz een broer heeft. Vanaf dat moment ontstaat er voor Irisz een persoonlijke queeste: haar broer, als hij al bestaat, vinden.

Sunset

Geschoten op prachtig celluloid
Die zoektocht is bijzonder fraai in beeld gebracht. Net als het intense Holocaust-drama Son of Saul is de film analoog geschoten, met de focus op de vastberaden en opgejaagde Irisz. De camera volgt haar in haar onverschrokken tocht, terwijl ze heen en weer geslingerd wordt door vertwijfeling. Wat klopt van wat ze over haar broer heeft gehoord? Wie is te vertrouwen? En vooral: wie niet? Terwijl de politieke onrust toeneemt en de chaos in de stad verergert, geeft Irisz – meestal gefilmd vanuit haar rug, haar witte kanten kraagje omhoog stekend – haar onderneming niet op.

Nemes laat twee kanten van Boedapest zien: de weelderige, met prachtige decors en kostuums, en de grimmige, met donkere achteraf steegjes waar geruchten rommelen dat Irisz’ broer voor een bloedbad zal zorgen. Die omgevingen zijn echter ondergeschikt aan de hoofdpersoon, op wie de camera – vaak in lange shots – steevast gericht is. In haar fixatie om haar broer te vinden, dringt de omringende realiteit slechts af en toe binnen. Je hoort geroezemoes over de hittegolf in de stad, over het bezoek van de Weense prinses en een eindfeest bij Leiter. Flarden van nieuwsberichten zeggen iets over politieke spanningen.

Dwingende meeslependheid
Sunset
dwingt de kijker mee te gaan op Irisz’ reis. Nemes hanteert een claustrofobische, jachtige stijl. Telkens afgeleid – een hoedenkamer versieren voor het bezoek van de Weense prinses, terwijl je je broer wil vinden – volgen we Irisz die in plaats van antwoorden steeds meer vragen op haar pad tegenkomt. Waarom kiest haar broer voor extreem geweld? Wat is Brills agenda? En waarom wordt een van de meisjes die bij Leiter werkt uitverkoren om aan het Weense hof te gaan werken?

Sunset

Nemes geeft geen antwoorden, maar maakt Irisz’ realiteit steeds grimmiger en verwarrender. Aan de hand van wat er om haar heen gebeurt, of wat ze meent te zien gebeuren, trekt ze conclusies. Tegelijkertijd ondergaat haar personage wel een verandering, want ze wordt onbevreesd en strijdbaar. Uiteindelijk lijken Irisz en haar broer één. Waarmee je als kijker weer een vraag rijker bent: bestaat haar broer wel?

Eerlijk gezegd doet het er niet toe, want Sunset is vooral een film om te beleven, te voelen. Laat de dromerige, rijke beelden zoals van het feest in het park of het statige hoedenmagazijn je niet misleiden. Eronder gaat een broeierige duisternis schuil, nietsontziend afstevenend op het begin van de Eerste Wereldoorlog. Een film laverend tussen schoonheid en vernietiging, zijnde een duistere trip die iets wil ontrafelen maar alleen maar meer verwarring schept. Binnen die chaos moet je je staande zien te houden. En dat is precies wat Irisz doet, getuige dat laatste shot waar ze krachtig de camera in kijkt. Sunset laat zich niet vangen, maar absorbeert je van begin tot eind.

 

13 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

High Life

****
recensie High Life

Alfa-aap van het niets

door Alfred Bos

De voorlaatste film van de Franse regisseur Claire Denis draaide om gemis van liefde. Ook in haar nieuwe, eerste Engelstalige werkstuk, een sciencefictionfilm, staat afwezigheid centraal. Ditmaal ontbreekt de zin van het leven.

High Life speelt zich geheel af in een ruimteschip met een respectabel aantal kilometers op de teller. Het vehikel is uitgewoond en metaalmoe, het begint kuren te vertonen en de voorraden zijn niet eindeloos herbruikbaar. Ook de bemanning (spreken we in politiek correcte tijden, met excuses aan robots, van bemensing?) van deep space vehicle 7 is niet okselfris meer. Nooit geweest overigens, want het team bestaat uit terdoodveroordeelde misdadigers.

High Life

Het schip is onderweg naar een zwart gat, om daar de energie af te tappen die op een uitgeputte aarde wordt begeerd—een bestaande wetenschappelijke theorie, vernoemd naar fysicus Roger Penrose. De reis is een experiment uit nood, in feite een zelfmoordmissie. De thuisplaneet en het leven aldaar zijn ver weg. Het ruimteschip is een eiland in de immense leegte, het vroegere bestaan een vage herinnering. De veroordeelden zijn op elkaar aangewezen, bijgestaan door een arts, Dr. Dibs (Juliette Binoche krijgt wederom een hoofdrol van Denis), met een strafblad en een sinistere agenda.

Existentiële leegte
High Life is de eerste Engelstalige productie van Claire Denis (Un Beau Soleil Intérieur, Les Salauds) en het is, met haar genadeloze kijk op de menselijke natuur en de compromisloze wijze waarop ze die verbeeldt, onmiskenbaar een Denis-film. High Life staat in een lange sciencefictiontraditie, maar wijkt daar niettemin op een wezenlijk punt vanaf. Geen weidse avonturen in deep space van een heroïsch gezelschap, zoals in de boeken van A. Bertram Chandler en James Blish; geen claustrofobe horror à la Alien of Event Horizon; niet de spirituele bespiegeling van Tarkovsky’s Solaris of Kubricks 2001, geen vertoon van menselijk vernuft zoals verbeeld in Interstellar en The Martian noch de ecologische boodschap van begin jaren zeventigfilms als Silent Running en Soylent Green.

High Life heeft een ironische titel. Hij staat voor drama van het existentiële soort. Wat rest er van het bestaan als alles – zekerheid, toekomst, verwanten en vrienden, cultuur, schoonheid, inspiratie, tijd – is weggevallen en de wereld is gekrompen tot een buitenmodel koekblik met ouderdomskuren? Het antwoord is seks.

Waar die seks toe leidt, is minder duidelijk. Het slot van de film laat zich op tegengestelde manieren uitleggen. Als ode aan wilskracht en liefde, schakels die bestand zijn tegen het bruutste wat het universum heeft te bieden. Of als ultieme ontgoocheling: alles, ook liefde, verdwijnt in een zwart gat. Uiteindelijk is er niets. We hebben enkel elkaar.

High Life

Zwart gat als metafoor
Het punt van High Life is niet het verhaal van Monte (Robert Pattinson, Maps to the Stars) , Dr. Dibs en het gezelschap van gestoorde, gebroken en door het leven gekneusde lotgenoten op reis naar het niets. Het punt van de film is dat hij draait om alles wat er niet is, wat het bestaan glans geeft. Die afwezigheid, dat metaforische zwarte gat, doet duidelijker uitkomen wat wezenlijk is. Door het gemis wint het aan gewicht. Maar wat betekent gewicht in een omgeving van gewichtsloosheid?

Een film die het niet moet hebben van plot of spektakel, waarin de personages vaag blijven en de sfeer – opgeroepen via de geluidsband: de brommende machines en het gekreun van het ruimteschip creëren een sluier van ruis – centraal staat, zo’n film steunt in de eerste plaats op de acteurs. Denis heeft een fraai stel bij elkaar gebracht. Pattinson is geknipt voor de rol van gevaarlijke, maar sensitieve man. Hij wordt ongewild de alfa-aap van de groep verstotenen, waarin we onder meer André Benjamin (André 3000 van het hiphopduo OutKast), Mia Goth (Suspiria) en Claire Tran (Valerian and the City of a Thousand Planets) herkennen.

In het totale isolement komen de diepmenselijke trekken boven. De reizigers zijn tot elkaar veroordeeld, maar harmonieus is het gezelschap allerminst en de kilheid van hun situatie kan de extremen niet dempen. Al het dierlijke dat de mens eigen is, komt tijdens de reis naar buiten. En bepaalt uiteindelijk het lot van Monte. Is hij een Kaïn, een Lazarus, een Jezus of een Adam? Hij is bovenal menselijk, ook in de peilloze leegte van het heelal.

High Life

Niet-lineair verteld
High Life is arthouse-sciencefiction. De film gebruikt de situaties en tropen van het genre en herschept ze tot een reflectie op levensvragen. Het verhaal in het ruimteschip wordt niet-lineair verteld, inclusief flashbacks naar het leven vóór de missie, waardoor het gebrek aan dialoog nauwelijks opvalt. De kijker moet de situatie, de personages en hun onderlinge relaties samenstellen uit de informatie die stilaan wordt prijsgegeven, en details die in het voorbijgaan niet direct opvallen maar betekenisvol zijn.

Claire Denis gebruikt een breed scala van beelden, van horror en gore tot niet zo pastorale natuur (ze echoën Solaris). Er zijn briljante momenten, zoals de scène met Dr. Dibs in de masturbatiekamer, de Fuckbox. En de lege handschoen die gewichtsloos door het vacuüm zweeft en een spook suggereert, iemand die er niet is. Of het zeemansgraf van dode teamleden die in formatie en in slow motion over het scherm schuiven—een beeld dat even poëtisch als verontrustend is. Net als de film.

 

12 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia: Fatale obsessies en dodelijke ambities

CinemAsia crime:
Fatale obsessies en dodelijke ambities

door Alfred Bos

Het programma van Cinemasia 2019 telt veel films over voedsel en identiteitspolitiek. Dat zijn trendy topics, maar misdaad is van alle tijden. 

De crimethrillers op het menu van CinemAsia dit jaar passen evenzeer in een trend, die van ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’. Dat ze draaien rond verongelijkte mannen die het hebben voorzien op vrouwen is in MeToo-tijden mooi meegenomen. Wat ook is meegenomen: ze variëren op de bekende genreconventies en zoeken, met wisselend succes, naar een nieuwe invulling.

De debuterende regisseur Kim Tae-gyoon – hij schreef tevens het scenario – werkte naar verluidt vijf jaar aan de voorbereiding van Dark Figure of Crime (Zuid-Korea, 2018), een psychologische thriller rond een rechercheur die door een veroordeelde moordenaar op een vossenjacht wordt gestuurd. De boef (Ju Ji-Hoon) bekent in het gevang tegen de speurder (Kim Joon-Seok) dat hij meer op zijn kerfstok heeft dan de autoriteiten weten.

Dark Figure of Crime

Verborgen moorden
De film is gebaseerd op een aflevering van een populair en langlopend tv-programma over misdaad, de Zuid-Koreaanse Opsporing Verzocht, en de oorspronkelijke filmtitel laat zich vertalen als ‘verborgen moorden’. Naast de ongemakkelijke waarheid dat er meer onopgeloste moordzaken zijn dan gevallen waarin de dader achter de tralies verdwijnt, zijn er de moorden die nimmer als zodanig zijn herkend. Het is een origineel uitgangspunt.

Dark Figure of Crime draait om de confrontatie van de rechercheur en de moordenaar. Het is een psychologisch steekspel tussen een man met moreel besef die obsessief naar de waarheid graaft (dat laatste soms letterlijk), ook al kost het hem zijn reputatie en zijn baan, en een nihilistische manipulator die de waarden van zijn opponent gebruikt om zijn eigen situatie te verbeteren. Hij strooit met nepnieuws, een actueel thema.

Het onderzoek naar de restanten en identiteit van de al dan niet fictieve slachtoffers vormt het vlees van deze politieprocedurefilm rond het skelet van de clash tussen twee attitudes. Het mysterie is intrigerend, maar de film slaagt er slechts gedeeltelijk in om de kijker te engageren. Dark Figure of Crime (***) presenteert zich als karakterstudie, maar de personages blijven, ondanks uitstekende vertolkingen, vreemdelingen voor de toeschouwer. Wie ze zijn en wat hen drijft, blijft ongewis.

Het jaar van de ommekeer
The Looming Storm, het regiedebuut van de cinematograaf Dong Yue, op basis van een eigen script, gebruikt de kapstok van de misdaadfilm om sociaal drama aan op te hangen. The Looming Storm (China, 2017) plaatst scherp getekende karakters in een historische context die binnen China zelf is weggemoffeld en in de westerse media onderbelicht is gebleven: de omslag van communisme naar staatskapitalisme en de teloorgang van de zware industrie. En de sociale ellende die daaruit voortkwam.

De film is gesitueerd in de zuidelijke provincie Hunan, niet ver gelegen van Hong Kong. Het jaar is 1997: Hong Kong wordt door Engeland overgedragen aan China en de nieuwe leider Jiang Zemin, opvolger van Deng Xiaoping, sluit onrendabele staatsbedrijven. Daartoe behoort Smelt Factory Nr. Four in een naamloos provinciestadje waar het altijd regent en het leven even grauw is als de vervuilde woonomgeving.

The Looming Storm opent in 2008, wanneer Hunan een extreme winter doormaakt. De hoofdpersoon, Yo Guowei (Duan Yi-Hong), is uit de gevangenis ontslagen en vraagt een identiteitskaart aan. In zijn naam zit de thematiek van de film verscholen: ‘yu’ betekent ‘overbodige restanten’, ‘guo’ is ‘natie’ en ‘wei’ staat voor ‘roemrijk’. Waarom hij heeft vastgezeten, leert een lange flashback, de film.

The Looming Storm

Sfeervolle film noir
Guowei ontmaskert als veiligheidsmedewerker van de staalfabriek stelende arbeiders. Daarvoor wordt hij in een schitterende – en zwaar ironische – scène door de directie beloond als Werknemer van het Jaar. Tijdens zijn dankwoord voor de zaal met het braaf applaudisserende personeel begint het opeens te sneeuwen: de verouderde koelinstallatie heeft het begeven. ‘Don’t rain om my parade’ zingt een bekende Broadway-klassieker, hier is het ‘Don’t snow on my parade’.

Maar eigenlijk wil Guowei bij de politie werken. Hij dringt zich op aan de vermoeide en ongeïnteresseerde chef Zhang (Du Yuan), die een reeks moorden op jonge vrouwen onderzoekt, maar hem afwijst. Hij gaat met zijn assistent Xiao Liu (Wei Zheng) zelf op onderzoek en begint een relatie met een prostituee, Yanzi (Jiang Yiyun), die fantaseert over een kapsalon in Hong Kong. Maar de realiteit is een maatje te groot voor de dromen van de aspirant-speurder en zijn werkelijkheid desintegreert in crescendo. Hij raakt alles kwijt, inclusief zijn baan en zijn vrijheid. Zijn toekomst dus.

Lang weet de debuterende regisseur te imponeren. De psychologie is ijzersterk: ambitie maakt blind, Guowei’s obsessie kost levens. De humor is fijntjes en gitzwart. Context en plot vullen elkaar naadloos aan. Sociaal en psychologisch drama gaan hand in hand. De cinematografie is fraai en er zijn meer dan een paar ijzersterke scènes, met als hoogtepunt een achtervolging – in de stromende regen – op een verlaten rangeerterrein. Maar op driekwart glipt de film hem uit handen, de romance is te zwaar aangezet en het contrast tussen fantasie en realiteit wordt schimmig.

The Looming Storm (****) lijkt bij oppervlakkige beschouwing op de geniale Zuid-Koreaanse misdaadfilm Memories of Murder uit 2003 – de film die de tv-serie True Detective en de perfecte Spaanse genrefilm La Isla Minima inspireerde – maar doet iets heel eigens met het gegeven van een seriemoordenaar die het in de verre provincie op jonge vrouwen heeft gemunt. Het is een intense en sfeervolle film noir die, ondanks zijn gebreken, de komst van een oorspronkelijk talent verkondigt.

Dark Figure of Crime: zaterdag 9 maart, Kriterion (21:50)

The Looming Storm: zondag 10 maart, Rialto (16:30)

 

9 maart 2019


MEER FILMFESTIVAL

Sterft analoge film uit of toch niet?

This Is Film: Film Formats
Sterft analoge film uit of toch niet?

door Alfred Bos

In de eerste van zes lezingen in de reeks This Is Film, door filmmuseum EYE te Amsterdam dit jaar voor de vijfde maal georganiseerd, werd negative cutter Mo Henry geïnterviewd over haar beroep. Ze sneed in de originele filmrollen van onder meer Jaws, The Matrix en Interstellar. Ook was ze nauw betrokken bij de reconstructie en release van Orson Welles’ onvoltooide film The Other Side of the Wind.

Mo Henry is negative cutter van beroep, wellicht de minst bekende discipline van het filmproductieproces. Wanneer de editor uit het ruwe filmmateriaal het eindproduct, de film, heeft gemonteerd, gaat ze aan de slag.

Films worden niet gemonteerd met het originele materiaal, maar met kopieën. Met de gemonteerde film als uitgangspunt snijdt Mo Henry wél in het originele materiaal, het filmnegatief. Ze knipt uit de rollen ruwe film de benodigde beelden en plakt die aan elkaar tot de film zoals de regisseur die wenst. Van haar knip- en plakwerk uit de negatieve filmrollen worden de kopieën gemaakt die in de bioscoop zijn te zien.

Van het negatief – de belichte film uit de camera’s die draaien op de filmset – bestaat maar één exemplaar, het is de bron van alle kopieën. En anders dan in de digitale wereld zijn kopieën in de ‘ouderwetse’ wereld van analoge technologie steevast minder van kwaliteit dan het origineel. (Geen nood filmkijker, in de bioscoop draaien digitale kopieën die digitaal worden geprojecteerd.)

Mo Henry

Mo Henry

Op de schouders van Mo Henry rust druk. Ze kan zich geen fouten veroorloven, want dan is het origineel verknald. Secuur werkje, derhalve. Mo Henry lijdt naar eigen zeggen aan een obsessieve dwangstoornis. Dat is in haar specialistische werk een voordeel.

Al is het beroep van negative cutter een vak, het is geen ambacht. Het wordt met de handen gedaan, maar geen handwerk. Het is manuele arbeid—subtiel verschil. “Ik ben niet creatief”, zegt ze zelf. “Behalve als ik een fout maak.” Bij het snijden van Jaws brak ze enkele fragmenten van het negatief. “Maar dat heeft niemand gemerkt.”

IMAX vangt het meeste licht
Jaws was Mo Henry’s eerste klus als negative cutter. Voor de betrokken filmstudio was het geen belangrijke film, dus dat werk kon aan een beginner worden overgelaten. Sindsdien heeft ze gesneden in het originele materiaal van meer dan driehonderd films, waaronder The Matrix-trilogie, Mulholland Drive en The Other Side of the Wind, recentelijk voltooid uit de honderden filmblikken die Orson Welles heeft nagelaten.

Ze sneed ook in de negatieven van Interstellar, de sciencefictionfilm van Christopher Nolan. De Britse regisseur is een bekend voorstander van het draaien op analoge film – de computeranimaties worden daar later ingeplakt – en bepaald kieskeurig als het aankomt op lenzen, filmstock (het analoge filmmateriaal) en beeldformaten. Het afwijkende IMAX heeft zijn voorkeur, dat heeft het grootste oppervlak en vangt bijgevolg het meeste licht.

Beeldformaten voor film is het onderwerp van de eerste in een reeks van zes This Is Film-lezingen en interviews met speciale gasten die het filmmusuem EYE dit jaar, voor de vijfde maal, houdt. De film na afloop van deze This Is Film-sessie is Interstellar, vertoond in een speciale (breedbeeld)kopie op 70 millimeter. EYE is het enige filmtheater in de Benelux dat beschikt over een 70 millimeter-projectielens en de film is daar beperkt te zien (zie data hieronder).

Resolutie
Beeldformaat en filmstock hebben veel met elkaar te maken; een afwijkend beeldformaat vraagt om een ander soort filmrol. Vuistregel: hoe breder de filmrol, hoe breder het beeld op het doek. Het beeld van het kleinst gangbare formaat, 8 millimeter (super-8), is bijna vierkant; dat van het grootste formaat, 70 millimeter, is het breedst. Daartussen zitten 16 millimeter en het gangbare formaat voor de bioscoopfilm, 35 millimeter. IMAX wijkt daar van af, het is breed én lang.

In de jaren negentig zijn delen van het filmproductieproces gedigitaliseerd, ook de montage. De analoge film wordt digitaal gescand en met behulp van software gemonteerd in speciale apparatuur; het bekendste niet-lineaire montagesysteem is van het Amerikaanse bedrijf Avid. Sinds de brede introductie van de digitale filmcamera in 2007 schieten veel regisseurs hun film als bestand van enen en nullen.

Ook die zijn gestandaardiseerd, in dit geval naar resolutie (informatiedichtheid per beeldeenheid). Aanvankelijk werden digitale films in de bioscoop vertoond met een resolutie van 2K (2000 pixels per beeldregel), inmiddels is 4K de standaard en 8K komt er aan. Ruwweg correspondeert 2K met 16 millimeter-film, 4K met 35 millimeter-film en 8K met 70 millimeter-film.

Interstellar

Interstellar (2014)

Verdwijnt analoge film?
Het bedrijf van Mo Henry is het laatste in zijn soort in de Verenigde Staten, en wellicht in de wereld. Door de digitalisering van het filmbedrijf verdwijnt het vak van negative cutter. Henry vertegenwoordigt de vierde generatie van een familie die zich in het vak heeft gespecialiseerd. Haar zoon is in haar voetsporen getreden en vormt de vijfde generatie. “En wellicht de laatste.”

Al zijn er regisseurs als Christopher Nolan, Quentin Tarantino en J.J. Abrams die analoog verkiezen boven digitaal en zich inzetten voor behoud van analoog filmmateriaal. Ze maakten in 2015 afspraken met Kodak, de fabrikant van filmstock, voor de fabricage van een partij ‘ouderwetse’ filmrollen. Die raken inmiddels op en het is onzeker of Kodak de productie zal herhalen. Henry heeft al meegemaakt dat speciale filmstock voor dissolves (overvloeiers) niet meer beschikbaar bleek; via een oproep op Facebook werd het gevonden in Duitsland.

Zelf is Mo Henry enigszins verbaasd dat regisseurs op speciale filmformaten willen draaien. “Er zijn in Hollywood maar drie theaters die 70 millimeter-film kunnen projecteren en slechts één IMAX-theater.” Vooral in de montagefase biedt digitaal voordelen, zo werkt het veel sneller. “Waar je twee tot drie dagen nodig had om één filmrol te monteren, gebeurt dat digitaal in drie uur”. Resultaat: in de jaren negentig werd er veel sneller gemonteerd dan daarvoor. “Van 200 naar 700 fragmenten per filmrol.” De Avid-machine maakte dat mogelijk.

Al zijn Mo Henry en haar zoon de laatsten der Mohikanen en is er in Hollywood nog maar één bedrijf dat film ontwikkelt, het is goed mogelijk dat analoge film – net als vinyl, de cassette en de zwart-witfilm – een comeback maakt. Beide methodes, analoog en digitaal, kunnen goed naast elkaar bestaan, elk met hun eigen voordelen. Ze wijst ook op India en Bollywood, de grootste filmindustrie ter wereld, waar analoge film verre van uitgestorven is. En, vraagt Mo Henry zich hardop af: “Blijft digitale film wel goed bewaard?”

De 70 millimeter-kopie van Interstellar is te zien in EYE op woensdag 13 maart (aanvang 20:00) en zaterdag 16 maart (aanvang 20:45).

De lezingen in de reeks This Is Film van EYE vinden plaats op woensdagmiddag, aanvang 15:30.

 

8 maart 2019


ESSAYS