Bugonia

***
recensie Bugonia
De routine van een wankele koning

door Bert Potvliege

Bugonia vertelt het verhaal van de meelijwekkende incel Teddy (Jesse Plemons), die zakenmagnaat Michelle (de alweer indrukwekkende Emma Stone) ontvoert. Teddy vermoedt namelijk – hou je vast – dat Michelle een buitenaards wezen is dat van plan is de aarde te vernietigen. Tijdens haar gevangenschap ontstaat een vreemde, maar intrigerende dynamiek tussen dader en slachtoffer. Teddy blijkt beïnvloedbaar maar gevaarlijk, terwijl Michelle allerminst zo onschuldig is als ze lijkt.

Al enige tijd lijkt het alsof de Griekse filmmaker Yorgos Lanthimos weinig fout kan doen in de ogen van de modale cinefiel. De bejubeling is al jaren aan de gang – Dogtooth was zijn doorbraak, maar pas met de overstap naar Hollywood werd zijn naam klinkend. Films als The Favourite en Poor Things sloegen gensters. De eerste barsten toonden zich vorig jaar, met het lauwe onthaal van Kinds of Kindness. Herpakt de regisseur zich met Bugonia?

Bugonia

Onfris gedrag
Op het eerste gezicht lijkt Lanthimos met deze film (gebaseerd op de Zuid-Koreaanse cultfilm Save the Green Planet! uit 2003) zijn eigen versie van Kurosawa’s High and Low te hebben gemaakt: beide films onderzoeken klassenverschillen via een ontvoeringsplot. Maar de film ontvouwt zich evenzeer tot een maatschappijkritische reflectie op onze gebrekkige mediawijsheid en de omgang met online complottheorieën. Uiteindelijk laat Lanthimos zijn verhaal bewust ontsporen en verzandt Bugonia in een zonderlinge, absurdistische bedoening die dicht aanleunt bij de cinema van Alex van Warmerdam (Nr. 10). De cineast lijkt er zichtbaar plezier in te scheppen opnieuw te mogen regeren als the king of weird.

Toch is de beleving van Bugonia niet zonder brokken, want in het eerste uur lijkt er sleet te zitten op zijn formule. De bizarre aard van zijn verhalen – waarin personages terugvallen op hun dierlijke instincten zodra sociale conventies wegvallen – is intussen te herkenbaar geworden. Sommige komische noten zijn bij de haren gegrepen – het personage Don, Teddy’s neef die een handje toesteekt bij de ontvoering, is flauw en kleurloos. Wat bij Dogtooth nog fris, gewaagd en grappig aanvoelde, voelt hier soms krampachtig. De herhaling dreigt; Lanthimos persifleert zichzelf. De eerste helft van Bugonia baart zorgen.

Aan het rare roer
Dat de film gaandeweg wel de moeite blijkt te zijn, heeft alles te maken met het talent en de vaardigheden van cast en crew. Het heeft haar een aantal jaren inzet gekost – niet in het minst om het publiek ervan te overtuigen – maar Emma Stone mag zich een grote actrice noemen. Hoe verder de film vordert, hoe sterker haar aanwezigheid blijkt. Ze krijgt het nodige weerwerk van Jesse Plemons, die de laatste jaren naam maakte met rollen in The Power of the Dog, Killers of the Flower Moon en Civil War. Met die twee aan het roer is de casting alvast een schot in de roos. Het is vermakelijk om te zien hoe ze, na de wat ongemakkelijke start, steeds dieper worden meegezogen in het gekker wordende geheel.

Bugonia

Toch blijft het Lanthimos zelf die de aandacht naar zich toetrekt. Niet al zijn werken lieten zich even vlot verteren, maar zijn greep op de hedendaagse filmwereld is groot. Zijn oeuvre is bevreemdend, maar altijd met overtuiging en verbeelding gebracht. In de tweede helft breekt hij Bugonia open: de gekte wordt intenser, de narratieve wendingen volgen elkaar sneller op, en plots zit de film op het juiste spoor. Het resultaat is zowel geestig als meeslepend. In de zaal was het enthousiasme voelbaar – zeker bij die ene toeschouwer die onophoudelijk zat te gieren van het lachen.

Shoot sleep repeat
Na het wat wrange Kinds of Kindness zet Lanthimos opnieuw een stap in een meer publieksvriendelijke richting, met meer ruimte voor amusement en toegankelijkheid. Toch loert gevaar, want de cineast dreigt zichzelf in een hoek te werken waar het eigen werk herkauwd wordt tot in het oneindige. Ook zijn tempo – drie films in twee jaar – voelt onhoudbaar. Wanneer filmmakers te snel produceren, verstikt vaak het momentum dat hun werk kracht geeft. Luca Guadagnino (Challengers, Queer) heeft momenteel hetzelfde probleem.

Met Bugonia bewijst Lanthimos dat zijn bizarre universum nog steeds kan verrassen, al kraakt zijn formule bij momenten onder haar eigen gewicht. Als hij zichzelf de komende jaren wat ademruimte gunt, kan die eigenzinnigheid weer de frisheid terugkrijgen die ooit zo onweerstaanbaar was.

 

28 oktober 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Suspiria (2018)

Suspiria (2018)
Dansend door het doolhof

door Bert Potvliege

De consensus kan al eens fout zijn. De filmgeschiedenis is doorspekt met verbluffende prenten die bij hun release verkeerd begrepen of genegeerd werden. Een aantal groeiden uit tot cultfilms, waarbij de wereld gewoon wat later tot inzicht kwam. Soms voel je een toekomstige cultklassieker van mijlenver aankomen. Luca Guadagnino’s Suspiria, de uit 2018 daterende remake van de horrorklassieker van Dario Argento, is zo’n film. Ik heb geen idee hoeveel tijd de wereld nodig zal hebben om er de ogen voor te openen, maar die dag komt.

In de vele wonderlijke samenwerkingen die actrice Tilda Swinton de afgelopen decennia aanging, was haar partnerschap met een filmmaker zelden inniger dan met Guadagnino. Swinton is een hartsvriendin en een muze voor de Italiaanse arthouse-cineast. Hun horrorfilm (bovendien niet hun enige samenwerking) is niet enkel ravissante cinema, maar ook een ode aan de met raadselachtige allure gezegende Swinton. Pers en publiek hielden er aanvankelijk een andere mening op na en wisten niet goed hoe aan de slag te gaan met Suspiria.

Suspiria

Geen olijfbomen meer
Luca Guadagnino is al vijftien jaar een vaste waarde in de Europese cinema, met intussen ook een boeiende stap naar Hollywood (Challengers, Bones and All). Een sfeer van onbezonnen Italiaanse zomers was tot 2017 zijn stilistisch handelsmerk. Hij perste steevast alle mediterrane romantiek en erotiek uit zijn verhalen, waardoor de cinema van Paolo Sorrentino (La grande bellezza) nooit veraf was. Call Me by Your Name was in deze fase van zijn carrière het hoogtepunt.

Nog geen jaar later gooide Guadagnino het roer echter volledig om en waagde hij zich, tot ieders verbazing, aan een remake van de expressionistische horrorfilm Suspiria. Hij liet zijn vertrouwde stijl voor wat die was en zocht nieuwe oorden op. Niemand zag het aankomen en eerlijk gezegd zat niemand erop te wachten. Weg met de verschroeiende Italiaanse zomerzon, op naar het Berlijnse beton.

Critici struikelden over de lange speelduur en vroegen zich af waarom deze update van tweeënhalf uur een vol uur langer moest duren dan het origineel. Ook de iconische status van Dario Argento’s Suspiria werkte tegen, want het zat een warme ontvangst van de remake in de weg. Daarnaast vonden sommigen de arthouse-aanpak potsierlijk en pretentieus. Zelf ervoer ik dat helemaal anders. Guadagnino’s Suspiria hield me 150 minuten lang in de ban en liet me achter met een gevoel dat ik nog altijd koester.

Onder moeders vleugels
Berlijn, 1977. De jonge Amerikaanse Susie (Dakota Johnson) dwaalt wat verloren door de metro, op weg naar dansschool TANZ. De naam prijkt in harde letters boven een grauwe betonnen ingang, pal naast de Muur. Susie droomt van een plek in het gezelschap en hoopt tijdens haar auditie te overtuigen. Al bij haar eerste dans valt ze op bij de raadselachtige Madame Blanc (Tilda Swinton), die haar onder haar hoede neemt. Tussen beiden groeit een bijzondere band.

Maar TANZ blijkt veel meer dan een dansschool. Achter de façade schuilt een heksenkring, verscheurd door een machtsstrijd tussen Blanc en de aftakelende Moeder Markos (eveneens gespeeld door Swinton). De groep bereidt een ritueel voor dat Markos nieuw leven moet schenken en daarvoor hebben ze een jong lichaam nodig. Susie raakt steeds dieper verstrikt in hun plannen.

Ondertussen zoekt Patricia, een meisje dat uit de school is gevlucht, steun bij psychiater Dr. Klemperer (óók vertolkt door Swinton, ditmaal als oude man). De dokter besluit de waarheid achter de school te onderzoeken, maar stuit op onverschilligheid bij de autoriteiten. Zelf draagt hij een ondraaglijk oorlogstrauma met zich mee: het verdwijnen van zijn vrouw Anke, van wie hij nooit het lot heeft vernomen. Zijn verleden en zijn zoektocht zullen onverwacht een rol spelen in het duistere ritueel dat de heksen voorbereiden.

Een hoop vlees
Foto: Brigitte LacombeDe rijkdom van Suspiria schuilt in de toverdrank die Guadagnino stookt, met drie kerningrediënten: horror, erotiek en ontroering zijn in een dans verwikkeld met elkaar, met even prikkelende uitbarstingen als het door de danseressen opgevoerde spektakel Volk. Dat wringen van die ingrediënten leidt tot een bedwelmende cocktail die mismeestert. De horror krijgt een erotische lading terwijl de erotiek me de stuipen op het lijf jaagt, en doorheen dit alles spoken wonderlijke toetsen van ontroering.

Dat juist Guadagnino, een uitgesproken arthouse-regisseur en allerminst een genrefilmer, zich aan een horrorproject waagde, maakte dit experiment zo intrigerend. Het merendeel van hedendaagse horror weet me nauwelijks nog te beangstigen; wat zou een artistieke stilist als Guadagnino er dan van bakken? Heus wel wat, zo blijkt.

De vervormde spiegelwanden in de danszaal symboliseren de dreigende labyrintische aard van deze mysterieuze school. Nacht na nacht sturen de heksen Susie vergiftigde dromen, een sinistere voorbereiding op het ritueel. Die droomsequenties wemelen van de onheilspellende beelden, vaak doordrenkt met body horror. De fysieke vervormingen zijn een metaforische verbeelding van het reële lijden van dansers: lichamen tot het uiterste geduwd; jeugd en schoonheid versneld uitgehold. Onder de oppervlakte sluimert een erotische spanning, waarin verlangen en lichamelijke aftakeling samensmelten. Dat verlangen wordt ingelost bij het ritueel, waarbij het feminiene wordt verorberd. Daarmee legt de film al de thematische kiem voor Bones and All, Guadagnino’s romantisch kannibalendrama dat enkele jaren later zou volgen – het verslinden van de andere in de naam van liefde.

Wanneer danseres Olga besluit de school te verlaten, loopt het fout. De heksen laten haar niet ontsnappen. Ze verdwaalt in de vele donkere gangen en komt terecht in de afgesloten danszaal, waar haar lichaam op bovennatuurlijke wijze kraakt en breekt. Haar ledematen komen verwrongen te staan, haar lichaam uitgeperst. Ze plast in haar broek en komt als een hoopje samengevouwen vlees op de vloer te liggen. Het is een scène die evenzeer verontrust als dat ze opwindend en hypnotiserend is. Net zoals David Lynch (Lost Highway, Mulholland Drive) hanteert Guadagnino hier een fetisjistisch omgaan met zijn vrouwelijke personages. Hij brengt hen op bijna vertederende wijze een zuiverende pijn toe, als een vreemdsoortige ode aan de vrouw. De metalen sikkels die nadien nog door Olga’s vlees gestoken worden, stellen de prikkelende terreur en het ongemakkelijke vleselijke verlangen op scherp.

Een touw vastknopen aan opwinding
Suspiria is zo doordrenkt van seksualiteit dat de film vonkt. Het is een onverwachte dimensie die de prent naar een hoger niveau tilt. Seksualiteit in horror is schering en inslag, maar zelden wordt ze zo gelijkwaardig aan angst ingezet als hier. In Suspiria vervloeien horror en erotiek tot een enkele, bedwelmende ervaring. Op de meest verontrustende momenten merk ik een opwinding – gezien de terreur op het scherm is het een vreemd en zelfs ongepast gevoel. De film confronteert me met mijn eigen dierlijk instinct, dat een immorele vorm durft aan te nemen. Guadagnino laat me zo schrikken van mezelf.

Susie kronkelt en beweegt tijdens het dansen op een hypnotiserend verleidelijke manier over de vloer. Voor de uitvoering van Volk dragen de dansers rode touwen als kostuum, wat sterk doet denken aan bondage. Susie die samen in bed hangt met de frêle Sara. Susie die even gaat plassen. Het vele naakt bij het ritueel. Iemand vraagt Susie hoe het is om in de opvoering te dansen. “Als geneukt worden door een dier”, antwoordt ze laconiek. Elk van deze momenten roept sensaties bij me op die moeilijk te verantwoorden zijn. Guadagnino presenteert hier een bijna bacchanaals spektakel en creëert met Suspiria misschien wel een van de meest sensueel geladen films van deze eeuw. Zijn adoratie van Swinton – al ware ze een godin – maakt de erotische uitspatting compleet.

Suspiria biedt zichzelf aan met heel wat filmisch vernuft. De montage is opvallend expressief: talrijke licht variërende beelden volgen elkaar in een snel tempo op, zonder dat ze expliciete informatie toevoegen. De intentie is onduidelijk, wat oncomfortabel voelt en een heldere interpretatie bemoeilijkt. Ook het kleurenpalet van de film draagt bij aan die verstoring: eenmaal in de dansschool heb je het gevoel in een andere wereld te stappen. De vloertegels zijn net zo verontrustend als het tapijt in The Shining. De cameravoering en beeldcompositie zijn uitstekend, maar ik verwacht niets minder van Guadagnino.

Suspiria

Entry music (for a film)
Een laatste, bepalend ingrediënt in de cocktail die Suspiria heet, is de ontroering. Ik kreeg een krop in de keel bij het acteerwerk van Tilda Swinton. Neem bijvoorbeeld de slotscène van Dr. Klemperer, wanneer hij eindelijk te horen krijgt wat er met zijn geliefde Anke is gebeurd. Verborgen achter lagen make-up weet Swinton nét genoeg expressie te tonen om me te raken. Het daaropvolgende slotbeeld, met de in de muur gekerfde letters, is buitengewoon teder. Ook de ondergang van Patricia en Sara tijdens het ritueel weet op een vergelijkbare manier te ontroeren.

De meest intense emotie komt echter van muzikant Thom Yorke. De Radiohead-frontman schreef voor deze film zijn allereerste score. Net zoals hij met zijn solodebuut Eraser uit 2006 nog zoekende was naar zijn eigen stem als soloartiest, speurt hij hier naar zijn identiteit als filmcomponist. Hoewel hij die nog niet volledig heeft gevonden, schemert de voor Yorke typerende emotionele muzikaliteit wel al sterk door. De track Suspirium, die over de openingsgeneriek ligt, is zelfs een van zijn krachtigste nummers in jaren. De generiek zelf speelt als een aangrijpende miniatuurfilm en getuigt van Guadagnino’s talent: compositie, kleur, ritme, sfeer en muziek smelten samen tot een werkelijk betoverende scène. Moeder ligt in bed met een doodsrochel, terwijl Yorke’s ijle stem weerklinkt: “All is well, as long as we keep spinning. Here and now, death still behind a wall.” 

De kracht van de vrouw
De kans bestaat dat je Suspiria vervloekt, omdat het niet evident is te achterhalen wat je ermee aan moet. Velen krijgen niet wat ze verwachten dat horror hen zou moeten geven, hoewel ik het net een zeldzaam angstaanjagende prent vind. De fans van Guadagnino zaten al helemaal met de handen in het haar, want hun idool leek zijn stijl compleet overboord te kieperen. En toch is het feminiene – zo essentieel in het oeuvre van Guadagnino – ook hier centraal aanwezig.

Guadagnino’s zin voor risico – waarbij hij onderzoekt, experimenteert en wat grenzen verlegt – kan ik enkel toejuichen. Ik voel en begrijp zijn fascinatie voor het materiaal, alsof we een geheim delen. Het is verslavend te verdwalen in het prikkelende Suspiria, waar vrouwelijkheid zowel erotiseert als afschrikt door haar verscholen krachtdadigheid en dreigende aard.

Suspiria is te zien in Eye.

 

27 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Film Fest Gent 2025: Competitiefilms (2)

Film Fest Gent 2025:
Competitiefilms (2)

door Bert Potvliege

De jury van de 52e editie van Film Fest Gent, onder voorzitterschap van de Amerikaanse actrice Theresa Russell, staat voor een uitdagende opdracht. Het programma is sterk, met nieuw werk van enkele grote namen. Op zaterdag 18 oktober reikt de jury twee onderscheidingen uit: de Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. In dit verslag bespreken we enkele competitiefilms. 

 

The Mastermind

The Mastermind ***
Er bestaat een filmgenre dat te weinig erkenning krijgt: de zondagmiddagfilm. Niet spannend, niet revolutionair, maar wél behaaglijk. Met koffie en cake op tafel en de voeten omhoog glijdt zo’n film langs je heen als een warme deken, wat netjes aansluit bij de welverdiende zondagsrust. Cineaste Kelly Reichardt bewijst met The Mastermind dat ook zij dat genre beheerst. 

In het politiek verscheurde Amerika van de jaren zeventig – hippies tegen patriotten, Vietnam op de achtergrond – volgen we James (een uitstekende Josh O’Connor), een wat verloren huisvader die zich om onduidelijke redenen inlaat met een niet al te professioneel uitgevoerde kunstroof. Niemand begrijpt echt waarom hij zo onbezonnen te werk gaat, en vermoedelijk hijzelf ook niet. Uiteraard loopt het mis, en wat volgt is een even tragikomisch als weemoedig portret van een man die steeds verder vastloopt in zijn eigen halfslachtige daden. 

Reichardt, bekend van trage en contemplatieve films als First Cow en Meek’s Cutoff, brengt steevast verhalen op manieren die allesbehalve evident zijn voor de kijker om mee aan de slag te gaan – telkens een uitdaging maar altijd boeiend. Hier kiest de cineaste voor een opvallend toegankelijke toon. The Mastermind is stukken lichter van sfeer, met een energieke, jazzy score die doet denken aan Birdman. De eerste akte vliegt voorbij – vermakelijk en gemakkelijk om te ondergaan.

Uiteraard zou Reichardt Reichardt niet zijn zonder een aantal voor haar typerende kenmerken in de film te smokkelen. Sommige kijkers zullen afhaken wanneer de cineaste minuten uitrekt om James op een ladder te zien kruipen om de gestolen werken te verbergen op zolder – een keuze die wringt. Tegen het einde raakt de film zelfs wat stuurloos en lijkt de cineaste het geheel niet goed te kunnen afronden. Maar de charme verdwijnt nooit volledig.

The Mastermind is een geslaagde en verzorgde film, maar ook een vluchtige ervaring. Aangenaam om te zien, maar niet gemaakt om potten te breken. Perfect voor de zondagmiddag dus.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht). 

 

Resurrection

Resurrection ***
Cinema als een doolhof boeit, waarbij het succes van een film afhangt van de bereidheid van de kijker zich eraan over te geven. Bij Resurrection, de vierde langspeler van de veelbelovende Chinese filmmaker Bi Gan, wordt die overgave zwaar op de proef gesteld.

Hoewel het een sciencefictionfilm genoemd kan worden, raakt dat slechts het oppervlak. In de toekomst is er nog maar één wezen dat kan dromen: de Fantasmen. Mevrouw Shu bevindt zich in een halfbewuste toestand, stuit op het levenloze lichaam van zo’n wezen en besluit het de geschiedenis van China te vertellen. Nacht na nacht keren langzaam de zintuigen van het Fantasme terug. De film is verdeeld in hoofdstukken: vijf gewijd aan de zintuigen, en een zesde aan de geest. Mocht er nog twijfel bestaan: Resurrection is géén zondagmiddagfilm.

Met zijn 160 ongrijpbare minuten heeft Bi Gan een indrukwekkend monster gecreëerd dat barst van de verbeelding. Maar een aanzienlijk deel van het publiek zal weinig bakken van de empathische inleving. Resurrection is een uitdaging om mee aan de slag te gaan. Of dat problematisch is, hangt af van die bereidheid om de teugels los te laten. Wanneer twee uur ver in de film een personage een glas laat vollopen met het stromende bloed langs een kogelwonde in de hand, mag je gerust in de haren krabben. Verdwalen in doolhoven is fijn, maar de opluchting is groot wanneer je na lange tijd het exit-bordje ziet hangen – terug naar een werkelijkheid die nog enigszins te begrijpen valt.

De verbeelding in Resurrection is indrukwekkend; Terry Gilliam (Brazil) zou jaloers zijn op de atmosferische worldbuilding en het eerste stuk van de film is een ode aan pionier-dromer Georges Méliès. De bevreemdende vertelling doet denken aan het werk van Leos Carax (Holy Motors), maar het grootste verwantschap ligt bij Miguel Gomes (Grand Tour): beide filmmakers creëren ongrijpbare werelden op het scherm, zonder duidelijke narratieve houvast.

Resurrection is een film om te bewonderen, niet om van te houden. Daarvoor bevindt de prent zich té ver weg van het centrum, gekatapulteerd in de duistere krochten van cinema. Boeiend en indrukwekkend, maar tegelijk frustrerend en hermetisch.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht).  

 

Nuestra Tierra

Nuestra Tierra ****
Argentijnse regisseuse Lucrecia Martel wordt in filmkringen gezien als een van de meest prominente Zuid-Amerikaanse filmmakers. Haar eerdere werk werd genomineerd voor de Gouden Beer in Berlijn en de Gouden Palm in Cannes, en met het in 2017 verschenen Zama leverde ze een indrukwekkend meesterwerk af. Met haar nieuwe project kiest ze een andere koers: dit is haar eerste volledige langspeeldocumentaire.

Nuestra Tierra onderzoekt de moord op Javier Chocobar, een gewaardeerd lid van de Argentijnse inheemse gemeenschap, in de context van een langdurig conflict over land. Chocobar en zijn gemeenschap verdedigden hun territoriale rechten tegen een landeigenaar, wat leidde tot een confrontatie met fatale gevolgen. Het duurde geruime tijd voordat gerechtelijke stappen werden ondernomen.

Martel richt zich aanvankelijk op de rechtszaak zelf: de autoritaire landeigenaar en de betrokken agenten leggen hun kant van het verhaal uit, terwijl de kijker geconfronteerd wordt met trefzekere en weemoedige close-ups van de inheemse bevolking in de zaal. Daarna breidt Martel de thematische reikwijdte van de film uit en verlaat ze de rechtbank. De film ontvouwt zich als een vrijelijk maar weldoordacht gestructureerd portret van de Argentijnse bevolking en toont hoe een geschiedschrijving vol leugens hen hun rechtmatige plek in het land heeft ontnomen.

Je zou dit kunnen bestempelen als activistische cinema, maar dankzij Martels formidabele regie overstijgt Nuestra Tierra de grenzen van dat genre. Met een speelduur van twee uur kan de film wat zwaar aanvoelen, maar haar poëtische en intellectuele benadering is bewonderenswaardig: het omgekeerde beeld van de paarden, de drone die wordt aangevallen door een vogel. Je voelt hoe ze met volle overtuiging en controle dit relaas presenteert.

De keuze om na Zama een documentaire met enige politieke lading te maken, is misschien niet de meest sensationele manier om een meesterwerk op te volgen. Sommige fans zullen moeite hebben met deze richting, omdat het tegen de verwachtingen in gaat. Tegelijkertijd is het interessant om de twee films naast elkaar te zien: Zama en Nuestra Tierra zijn als dag en nacht, maar beiden laten zien hoe Martel betoverd wordt door de natuurlijke wereld van Argentinië. 

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht). 

 

17 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2025: Competitiefilms (1)

Film Fest Gent 2025:
Competitiefilms (1)

door Bert Potvliege

De jury van de 52e editie van Film Fest Gent, onder voorzitterschap van de Amerikaanse actrice Theresa Russell, staat voor een uitdagende opdracht. Het programma is sterk, met nieuw werk van enkele grote namen. Op zaterdag 18 oktober reikt de jury twee onderscheidingen uit: de Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. In dit verslag bespreken we enkele competitiefilms.

 

The Love That Remains

The Love That Remains ****
De naam van de IJslandse filmmaker Hlynur Pálmason circuleert al enkele jaren terecht in cinefiele kringen. Hij maakte indruk met A White, White Day (2019) en overdonderde het publiek met Godland (2022). Het is altijd intrigerend om te zien hoe een cineast een bejubeld werk opvolgt: welke richting kies je na zo’n overweldigend succes? Met zijn nieuwe film The Love That Remains zoekt Pálmason een lichtere, speelsere toon op. 

Door niet opnieuw naar de sterren te reiken, haalt hij de druk van de ketel om er wederom een meesterwerk te moeten uitpersen – alsof het een plicht zou zijn gezien de torenhoge verwachtingen. Voor sommigen zal deze kleinschalige, lichtere Pálmason een teleurstelling zijn. Ook bij ondergetekende was het enthousiasme aanvankelijk wat matiger, gezien de bescheiden inhoud van de film. Maar al snel blijkt dat de cineast opnieuw weet te verrassen, met een visuele daadkracht en een thematische verderzetting van zijn onderzoek naar ons omgaan met de natuurlijke wereld. 

The Love That Remains vertoont ondanks de andere toon een duidelijke verwantschap met zijn eerdere werk. We volgen een gescheiden gezin – een kunstenares, haar ex-man die op een vissersboot werkt, en hun drie kinderen die vol verwondering naar de wereld kijken. Tegen de majestueuze IJslandse achtergrond verweeft Pálmason opnieuw zorg voor elkaar met zorg voor de aarde. 

De filmmaker versterkt de poëtische kracht van zijn film op ogenschijnlijk eenvoudige wijze, door te spelen met visuele sensaties en prikkels die aanvoelen als een warm bad – denk aan de glijdende visvangst door het schip, het ritmische tikken van een pop die pijlen incasseert, en de overvloed aan indrukwekkende natuurfotografie. De toon ademt verwondering over het leven en de wereld. Eenvoudig en lieflijk, maar tegelijk doeltreffend en ontzettend filmisch. 

Misschien wordt zijn volgende film opnieuw een splinterbom, maar met dit intiemere en luchtigere werk hoeft Pálmason zijn status als een van de belangrijkste Europese cineasten van vandaag geenszins te herzien.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht). 

 

The Voice of Hind Rajab

The Voice of Hind Rajab ***
Zal de controverse die The Voice of Hind Rajab veroorzaakte op het filmfestival van Venetië zich herhalen in Gent? Daar dreigde de jury uit elkaar te vallen over de vraag of de film de Gouden Leeuw verdiende. In haar nieuwste werk vertelt cineaste Kaouther Ben Hania het waargebeurde verhaal van het Palestijnse meisje Hind Rajab, vermoord door het Israëlische leger. De film bleek een precair geval: een bekroning zou haast onvermijdelijk gelezen worden als een politiek statement tegen het onrecht in de regio. Uiteindelijk ging Jim Jarmusch met zijn iets te bleke Father Mother Sister Brother met de hoofdprijs lopen, terwijl The Voice of Hind Rajab genoegen moest nemen met de tweede prijs.

Interessanter is echter de vraag of je iemand kan wijsmaken dat de film de hoofdprijs zou gewonnen hebben, zónder dat die overwinning een politiek statement was? Dan moet gekeken worden naar de kwaliteiten van de film an sich, wat uiteraard het enige is dat echt telt. 

The Voice of Hind Rajab is zonder twijfel een geslaagde film: een snedige, goed gemaakte thriller met een belangrijke boodschap. Toch mikt Ben Hania niet al te hoog, en haalt de film niet het niveau van sommige andere competitietitels. De prent past netjes binnen het huis clos-subgenre – verhalen die zich afspelen op één locatie, met beperkte personages en nadruk op dialoog en psychologische spanning (Locke, The Guilty, Phone Booth). We volgen enkele medewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan, een noodhulplijn voor slachtoffers van het geweld in Gaza, terwijl ze de paniekerige oproepen van het meisje Hind proberen te beantwoorden.

De tijd dringt om haar te redden, en het meest aangrijpende detail is dat die oproepen geen fictie zijn, maar echte opnames van de dag waarop het kind stierf. Als Film Fest Gent inzet op de politieke kracht van cinema, dan is dit het perfecte voorbeeld daarvan.

Dat de film wat beperkt blijft, ligt vooral aan de vorm. The Voice of Hind Rajab borduurt voort op de reeds twintig jaar oude nerveuze, schokkerige camerastijl die Paul Greengrass perfectioneerde in de Bourne-films: een rusteloze schoudercamera die constant beweegt, vaak zonder duidelijke motivatie, en van zoemende computerschermen naar paniekerige gezichten springt. Die visuele tactiek werkt nog steeds, maar voelt inmiddels wat versleten – Ben Hania volgt het genrehandboek iets te netjes en zonder frisse ideeën.

Toch laat de film niemand onberoerd. Het rauwe realisme, gekoppeld aan het uitzichtloze leed, treft onvermijdelijk. En via de gebroken, wanhopige blik van de jonge operator (uitstekend vertolkt door Motaz Malhees) laat Ben Hania de kijker achter met een brok in de keel.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Sound of Falling

Sound of Falling *****
Niets kon ons voorbereiden op de ervaring van Sound of Falling: een film die zo krachtig is dat het hele filmjaar in een ander licht komt te staan. Mascha Schilinski veroorzaakte met haar meesterlijke film al de nodige beroering op het festival van Cannes, waar ze de juryprijs won (gedeeld met Oliver Laxe voor Sirât). We schrijven halfweg Film Fest Gent, maar een nóg betere film tegenkomen lijkt schier onmogelijk. 

De film verweeft vier verhaallijnen, verspreid over een eeuw op een Duitse boerderij, telkens verteld vanuit een vrouwelijk perspectief in een mannelijke wereld. Het is geen film die zich laat vatten na één kijkbeurt, maar dat hoeft ook niet: de film te zien krijgen was een zeldzaam moment van beseffen dat ontcijferen niet noodzakelijk de essentie is. Sound of Falling nodigt uit om te ervaren in plaats van te verklaren: een sensorische, bijna tranceachtige beleving die uitblinkt in poëtische kracht en filmisch meesterschap.

Schilinski roept het verleden tot leven als een bewegend fotoalbum. Zelden werd nostalgie met zulke technische finesse en emotionele intensiteit verbeeld, waarbij de kracht van het beeld de hoofdrol speelt. De film is ernstig en donker van toon, maar tegelijk zinderend van gevoel. Plot en intentie verdwijnen naar de achtergrond: wat telt is de sfeer, de textuur, de beweging van tijd. Ondoorgrondelijk en gelaagd als een verfijnd gedicht, ontvouwt Sound of Falling zich als een doolhof én een viering van pure filmkunst. 

Wie probeert houvast te vinden in de vier verhalen raakt onvermijdelijk de weg kwijt in dit labyrint van herinneringen. De kijker staat voor een keuze: loslaten en vallen door de konijnenpijp óf weerstand bieden en buitengesloten blijven. Als je loslaat, verdwijn je in Schilinski’s poëtische duisternis, om na de schitterende slotscène met tegenzin terug te keren naar het daglicht.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

13 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2025 – Openingsavond met Julian

Film Fest Gent 2025:
Openingsavond met Julian

door Bert Potvliege

Met de komst van herfstbladeren en gure wind ziet de Gentse binnenstad zichzelf jaarlijks omgetoverd tot een filmpaleis dat elke cinefiel in een warme deken wikkelt. Voor haar 52e editie pakt Film Fest Gent uit met een indrukwekkende competitieselectie, met nieuw werk van Hlynur Pálmason, Lucrecia Martel en Kelly Reichardt. Wie het internationale festivalcircuit volgt, herkent bij de Gentse line-up veel van wat de afgelopen maanden elders de toon zette. 

De programmeurs mogen jaarlijks met opgeheven hoofd over de rode loper flaneren, want kwaliteit is hier het handelsmerk. Niet het spektakel of het zich vergapen aan sterren staan centraal, maar de curatie van betekenisvolle cinema. De aandacht ligt op het bieden van een uitgekiende staalkaart van film anno 2025. Wat zouden we graag tien dagen lang onafgebroken aan de filmtoog hangen en alles meepikken, maar zoals elk festival herinnert ook Film Fest Gent ons eraan: kiezen is verliezen – een filmfestival zalft en straft tegelijk. 

Film Fest Gent 2025 – Openingsavond met Julian

Het risico op activisme
Film Fest Gent zet graag in op de activistische cinema, waarmee men (terecht) de politieke kracht van film wil belichten – al blijft de uitkomst wisselvallig. Tijdens de vorige editie werden we ontiegelijk vaak geconfronteerd met activisme op het grote scherm (Animale, hold on to her, Les femmes au balcon). Die films waren doorgaans onbezonnen, gebrekkig in zelfkritische reflectie en bij vlagen vreselijk gemeen. 

Misschien lag het aan het feit dat cineasten van dergelijke prenten vaak vanuit een jeugdigheid alles inzetten op urgentie, woede en verontwaardiging – een slechte basis om constructief in dialoog te gaan. Waren we te oud om ingepakt te kunnen worden door de ziedende vorm waarin deze films gebracht werden? Activistische cinema blijft een fascinerende tak in het filmlandschap, maar evenzeer precair: we zijn steevast benieuwd hoe een filmmaker ermee omgaat, zij het altijd met enige voorzichtigheid.

Die spanning maakte dat we uitkeken naar de openingsfilm van Film Fest Gent – Julian, het langspeeldebuut van de nog maar 26-jarige Cato Kusters. 

 Julian ***
Julian vertelt het waargebeurde verhaal (gebaseerd op het boek van Fleur Pierets) van Fleur en Julian, een smoorverliefd lesbisch koppel dat van plan is in alle landen te trouwen waar het homohuwelijk wettelijk erkend is – een statement van jewelste over de gebrekkige rechten van holebi’s (LGBT). De uitvoering hiervan is nog maar net begonnen wanneer Julian kanker blijkt te hebben en de dames hun plannen moeten opbergen.

Deze historie lijkt voorbestemd om als verhaal te presenteren: de komst van de ziekte is een thematische verderzetting en verbreding van de droefenis over het onrecht dat deze twee vrouwen aankaarten  – een narratief godsgeschenk voor de empathie van de kijker. Maar het vergt geen vooruitziend mens om in te zien waar de mogelijke valkuilen liggen, want deze plot is als koren op de molen voor moraliserende cinema die het publiek de les wil spellen over onrechtvaardigheid. Zoals altijd wensen we dat kunst vragen opwerpt en niet antwoorden brult. 

Tedere liefde
Het mooiste compliment voor de film is dat Kusters niet in die val trapt. De kijker wordt niet over het hoofd geslagen met kommer en kwel en een Grote Boodschap. De cineaste heeft er geen ellendige bedoening van gemaakt, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Julian oogt op het eerste gezicht niet als een activistische prent – de tedere aard van de relatie primeert – maar het is er wel eentje, zoals Kusters ook toegaf op de rode loper. De aandacht ligt op het zacht portretteren van twee geliefden, die het leven en haar noodlot noodgedwongen ondergaan. De kijker deelt in de onmacht, want tonaal verplaatst de cineaste ons in de verliefde hoofden van Julian en Fleur – enkel de liefde lijkt ons recht te houden in tijden van waanzinnig onrecht.

De film overtuigt met de casting van de twee hoofdrolspeelsters – Nina Meurisse en Laurence Roothooft brengen Fleur en Julian tot leven met een ontwapenende echtheid. Beide belichamen hun personage met stevige overgave. Je voelt hoe de actrices close geworden zijn tijdens het maken van de film. Kusters slaat in haar acteursregie een innemende toon. Dit weerspiegelt in de zorgzame houding van Fleurs ouders en in het warme acteerspel van de vrienden van het koppel. 

Het eindresultaat toont een betrokkenheid, waarbij de voltallige cast en crew zich achter hetzelfde doel leek te scharen. We denken graag dat elk naar de set kwam met de overtuiging bezig te zijn met iets belangrijks. Misschien blijkt het een self-fulfilling prophecy. 

Julian

Het pikken van het melodrama
Dit waargebeurde relaas verstikt in de narratieve wending als Julian ziek blijkt. Je krijgt een verhaal over hoe onrechtvaardig iemand behandeld wordt, om vervolgens die persoon ook nog eens dodelijk ziek te zien worden. Dit is een verhaaltechnische bocht met een thematische evidentie die zo voor de hand ligt, dat het doet afhaken. 

Het scenario is de grootste boosdoener. Het siert Kusters en coscenarist Angelo Tijssens (Girl, Close) dat ze de zin hadden af te stappen van een klassieke, rechtlijnige vertelling, maar de slinger slaat ver door. De tijdsprongen gebeuren té vaak (om niet te zeggen: voortdurend), waardoor opbouw en structuur – met hoogtes en laagtes, opwinding en rust – uitblinken in afwezigheid. De film kwam binnen als een langgerekte vlakke curve die zich afkeert van klassieke verhalende structuur. Dat kan, maar er wordt niets wezenlijks nieuws voor in de plaats geboden. Het geheel voelt schetsmatig; therapeutisch en te weinig verhalend. Julian komt onvoldoende van de grond. 

Queer contradictie
Na de voorstelling volgde een Q&A met de makers. Scenarist Tijssens (zelf homoseksueel) kreeg de vraag of het belangrijk was dat het koppel in Julian queer was. Zijn antwoord was tweedelig en veelzeggend:
a) “Nee, het is gewoon een verhaal over liefde – niet over hetero- of holebi-liefde. Liefde is liefde.” (Een zucht van vertedering ging door de zaal.)
b) “Ja, het is belangrijk dat het een holebi-koppel is, want deze verhalen zijn nodig, en ik wilde dat ik ze had toen ik tien jaar oud was.”

Het eerste deel van dat antwoord is uiteraard een beleefde, politiek correcte leugen. De geaardheid van de personages is relevant, want anders had men deze film niet gemaakt. Er zou letterlijk geen te vertellen verhaal zijn indien het niet zo was. Declameren ‘liefde is liefde’, is een maker die een gemakzuchtige neutraliteit uitstraalt maar zodoende zijn of haar verantwoordelijkheid als verhalenverteller miskent. Iedere creatieveling draagt bij aan beeldvorming, al is het maar door zichtbaarheid te geven aan een personage. En als de film activistisch van aard is, dan is er met dit antwoord sprake van het zich verschuilen achter diplomatie. 

De conclusie is dat Kusters en haar team de maturiteit bezaten om met het materiaal aan de slag te gaan, zonder de platgetreden paden van dit soort cinema te bewandelen. Het zichzelf overschattende scenario verzandt in een te zacht, therapeutisch portret van een lieflijke bubbel, terwijl we juist snakten naar narratieve kracht en scherpte. Als openingsfilm van een festival dat betekenisvolle cinema wil tonen, is Julian een tedere maar half geslaagde keuze.

 

11 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Memoria (2021)

Memoria (2021)
De antenne van de muze

door Bert Potvliege

Een groot acteur wordt niet enkel gekenmerkt door het talent overtuigend te kunnen verdwijnen in de huid van een ander. Deze krijgt die stempel ook wegens zijn of haar neus – voor sterke scenario’s en boeiende filmmakers, graag gekoppeld aan enige zin voor risico. Ik beschouw Tilda Swinton als het toonbeeld van de hierboven beschreven karakterisering – een titaan geboetseerd door ijver, instinct en vastberadenheid. 

Mijn bewondering voor haar is niet enkel een gevolg van uitstraling en vakmanschap, maar vooral de keuzes die ze maakte deden me opveren. Ze heeft met ontzettend fascinerende lui mogen samenwerken de afgelopen decennia, die haar telkens naar een hoger niveau tilden. Het allermooiste partnerschap vond ik die met Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul, van wie Memoria verscheen in 2021.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Als een retraite
Op de meeste dagen beschouw ik Weerasethakul als de beste filmmaker in de wereld. Hij is verantwoordelijk voor ongewone, zalvende prenten die een bereidwilligheid en een overgave vereisen van het publiek. Uiteraard is het aan de kijker om zich een juiste mindset eigen te maken, maar eens die stap gezet, nemen zijn films je zacht mee naar een meditatieve staat. Vergis je niet over de potentiële impact van dergelijke cinema, want wat op papier klinkt als vage therapie zijn in werkelijkheid clusterbommen van prenten – een kijker die affiniteit heeft met het werk van Weerasethakul krijgt films voorgeschoteld die ontzettend indrukwekkend kunnen zijn. Ik waag me zelfs aan een vergelijking met het werk van Andrej Tarkovski (Andrei Rublev, Solaris), wat betreft de impact die cinema kan hebben.

Filmmakers als Park Chan-wook (Oldboy), David Fincher (Se7en) en Jacques Audiard (Un Prophète) ogen als regisseurs die het vak ingelepeld kregen – filmtaal zit in hun bloed. Weerasethakul is een ander soort cineast. De reden waarom ik hem de beste filmmaker noem heeft niks te maken met enige ambachtelijkheid, maar wel met zijn unieke conceptuele benadering van het medium. Hij haalt de mosterd ook niet bij andere cineasten, want tijdens een podiumgesprek vorig jaar in Brussel merkte hij doodleuk op dat hij niet naar films kijkt, maar ze enkel maakt. Dat doet me gniffelen.

Weerasethakuls werken zijn de rust zelve, een pleidooi voor de communale belevenis van cinema, spirituele ervaringen die trance-inducerend zijn. Slow cinema (of wat ik graag noem: onthaastingscinema) is niet nieuw, maar nooit relevanter dan in onze hedendaagse gejaagdheid. De cineast moedigde zelfs al aan dat mensen zouden slapen bij zijn films. Je kan er lacherig over doen, je kan het afdoen als voor een select groepje mindful people. Maar de kracht die erin schuilt – gezien de impact die zijn werk heeft op sommigen – is ontegensprekelijk. Ik heb het zelf mogen ervaren toen ik Memoria te zien kreeg.

Foto: Brigitte LacombeDe herinneringen van Hernan
Het verhaal van Memoria toelichten kan, maar of plot en personages schetsen voldoende zou zijn om lezers te overtuigen de film te bekijken, daar heb ik twijfels bij. Laat ik meegeven dat Memoria meer dan eender welke film een werk is dat beleefd moet worden. De waarde van de film schuilt in de ervaring ervan, waarbij het verslavend trage ritme door het lichaam zindert. Beschouw volgende omschrijving van de plot dan ook enkel als een aanzet, een uitnodiging om dieper te duiken naar de troostende lagen die eronder schuilen.

Tilda Swinton speelt Jessica, die in Colombia verblijft bij het gezin van haar zus. Op een dag schrikt ze wakker door een luide knal, maar algauw beseft ze dat dit zich in haar hoofd afspeelt. Regelmatig en uit het niets schrikt ze op door het donderende geluid, dat ze zelf omschrijft als een betonnen bal die valt in een metalen bron omgeven door water. Technicus Hernan helpt haar de knal recreëren in een geluidsstudio. Ze spendeert wat tijd met hem. Ze bezoeken samen een bedrijf dat koelcellen voor bloemen maakt. Wanneer ze later terugkeert naar de studio, laat men fijntjes weten dat er helemaal geen Hernan werkt.

Jessica leert ook Agnes kennen, een archeologe die menselijke resten onderzoekt die opgegraven werden tijdens de aanleg van een bergtunnel. Wat later bezoekt Jessica een klein dorpje vlakbij de site van de werken, waar ze een man ontmoet die Hernan heet. De film lijkt te impliceren dat hij een oudere versie is van de jonge geluidstechnicus.

In een diepgaand gesprek met de man over het collectief communiceren van de mensheid en over het aanvoelen van de herinneringen van de aarde, leert Jessica inzien hoe ze als een antenne signalen van anderen opvangt. Zo neemt zij de herinneringen van Hernan over. Wanneer hun gesprek aanvangt, laat het verhaal het weinige narratieve volledig los, komt de film op losse schroeven te staan en neemt deze zijn tijd om zachtjes uit te doven.

Memoria is een reis waarin de filmmaker zegt dat onze planeet met ons praat. We dienen enkel te luisteren om haar vibraties te kunnen oppikken.

Het trage zijn
Swinton lijkt zich als een vis in het water te voelen in de wereld van Weerasethakul. Ze omschreef haar deelname aan het project als een kans om te werken in het ritme en de atmosfeer van zijn beeldkaders, die hij creëert met stilte – een beetje als in een zwembad zijn. Het gaf haar eerder een gevoel te zijn dan te presenteren. Ik heb er enkel het raden naar hoe oprecht en verregaand dat aanwezig zijn in het moment ging bij de opnames. Hoe dieper in de film, hoe minder middelen Swinton lijkt te krijgen voor haar acteerspel. Toch slaagt ze erin – zelfs al is het maar door een blik in de ogen – me te doen geloven in wat lijkt op haar transcendentale ervaring in het moment. Ik veronderstel dat dit is wat ze bedoelde met zijn.

Die staat van bewustzijn waarvoor de film je uitnodigt, wordt bepaald door een vertraging waarbij de film hard op de rem gaat staan. De beeldkaders zijn ruim en statisch, alle interactie werd zacht geregisseerd, stilte is altijd vlakbij, en het ritme van dit alles wordt bewust en rigoureus afgeremd – wat nergens duidelijker is dan in de montage. Memoria heeft minder shots dan het aantal minuten dat de film duurt.

De motivatie in die montage geeft de indruk bepaald te zijn door enige willekeur, alsof de notie van vrije associatie omarmd wordt. Die assemblage getuigt van een instinctieve aard die ingaat tegen de ietwat stugge regels van filmtaal. Montage wordt doorgaans gebruikt omdat filmtaal het vereist (als twee personages in dialoog zijn, volgen shot en tegenshot elkaar op) of omdat informatie moet meegedeeld worden aan de kijker (een insert van een bom onder een stoel) of om een bepaald effect te creëren (een snellere montage in een actiescène). In Memoria stuurt montage weg van motivatie.

Een puritein zal het door die schijn van willekeur en onduidelijke intentie misschien onverantwoord noemen, maar daar ben ik het hartgrondig mee oneens. Er schemert een radicale en zelfs revolutionaire sfeer door in de wijze waarop Weerasethakul cinema tackelt. Hij lijkt zich niet te laten beknotten door regels en verwachtingen, tendensen en condities. Een bioscoopzaal is voor hem een oord van verering – het samen vieren van het samen mens-zijn, door instinctief en schaamteloos in te zetten op een spirituele ervaring. Swinton was zich ongetwijfeld bewust van – en aangetrokken door – het feit dat Weerasethakul enkel het eigen intern kompas volgt. Samen maakten ze met Memoria een van de hoogtepunten van de laatste handvol jaren.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Potentie
Ik moet een ogenblik stilstaan bij de eerste keer dat ik de film zag, in een afgeladen bioscoopzaal tijdens een filmfestival. Met uitzondering van Terrence Malicks The New World was de vertoning van Memoria de belangrijkste filmvoorstelling die ik deze eeuw heb mogen meemaken. Wat me overkwam in die zaal was niks minder dan een cinefiel wonder. Ik genoot aanvankelijk van de film die de werkelijkheid afremde, maar het duurde een tijd vooraleer ik op exact de juiste golflengte zat – alsof het eerste deel van de film me moest klaarstomen voor wat kwam. De ontmoeting met de oudere Hernan bleek het kantelpunt te zijn, waarbij de puzzelstukken plots in elkaar vielen.

Ik geraakte in een trance die als een hallucinatie was. Noem het gerust een natural high. Alle beelden die volgden kwamen binnen als een mokerslag, hoe ogenschijnlijk eenvoudig of betekenisloos die ook waren. Een beeld van twee soldaten op de weg. Een beeld van enkele heuvelruggen. En uiteraard dát beeld waar we niet over spreken. Weerasethakul was erin geslaagd me in de hoogste staat van nederigheid te brengen.

Het spreekt over de kracht van cinema. De waarde van onthaastingscinema is groot. De troost die ze biedt, kan allesomvattend zijn. Ik zal die voorstelling mijn leven lang meedragen. Het zachte onweer op de klankband tijdens de eindgeneriek stuurde me terug de wereld in, een ingrijpende ervaring rijker.

Memoria is te zien in Eye

 

5 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Grave of the Fireflies

****
recensie Grave of the Fireflies
Door brandbommen getekend

door Bert Potvliege

In de slotfase van de Tweede Wereldoorlog slaan de tiener Seita en zijn jonge zusje Setsuko op de vlucht voor de verwoestende brandbommen die hun Japanse thuisland in as leggen. Terwijl hun huis in vlammen opgaat, raakt hun moeder dodelijk gewond. Dakloos en alleen probeert Seita wanhopig te overleven en zijn zusje te beschermen, zelfs door haar de waarheid over hun moeders dood te besparen. Hun ontroerende reis, aangrijpend verbeeld in de animatiefilm Grave of the Fireflies (1988), is een tragische lijdensweg vol verdwijnende hoop. Dit Japanse meesterwerk draait vanaf 28 augustus voor het eerst in de Nederlandse bioscopen. 

Animatiestudio Studio Ghibli behoeft nauwelijks nog introductie, vooral dankzij het wereldwijde succes van grootmeester Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Boy and the Heron, The Wind Rises). Iets minder bekend bij het grote publiek is medeoprichter Isao Takahata, maar zijn werk veroorzaakte wel de nodige deining. Hij wordt geprezen om de emotionele diepgang en volwassen thematiek van zijn films (Only Yesterday, Pom Poko, The Tale of the Princess Kaguya). Zijn hoogtepunt Grave of the Fireflies geldt als een klassieker in het genre van de anti-oorlogsfilm.

Grave of the Fireflies

Dat vlammend betoog tegen de humanitaire waanzin van oorlog wordt ontzettend schrijnend door de hopeloosheid te contrasteren met het ontwapenende portret van een onschuldig klein meisje. Het oorlogsdrama snijdt dieper wanneer je haar, temidden van de verwoesting, ziet spelen en verwonderd vuurvliegjes ziet vangen. Het zachte licht van de insecten weerspiegelt haar kinderlijke fascinatie – een moment van schoonheid in een wereld vol geweld. Verwondering en wreedheid bestaan hier pijnlijk naast elkaar.

Het vuur van pessimisme
Omdat de plot beknopt is en alles draait rond het overleven, creëert Takahata ruimte om de twee kinderen in hun gedrag te kunnen observeren. Zo maken we kennis met Setsuko als het allerschattigste meisje: hoe ze haar geldbeugel van haar hals haalt, hoe ze voorzichtig een kom water draagt zonder te morsen. Dit lijken maar details, maar ze vormen de kern van Takahata’s intentie. De ellende – en zodoende de boodschap – komt harder binnen wanneer de kijker enkel mededogen voelt voor haar. De rode kleur die vaak het scherm vult, symboliseert de dreiging die dichtbij sluimert. De vuurvliegjes die haar fascineren, worden visueel gespiegeld in de brandbommen die uit de lucht neerdalen.

Seita is een complexer personage: hij moet niet alleen voor zichzelf sterk zijn, maar ook voor zijn kleine zusje. Verzwolgen door het verdriet om het verlies van hun moeder en de verantwoordelijkheid om voor Setsuko te zorgen, zet hij een masker op om haar in het ongewisse te houden over de ellende van hun situatie: ze krijgen geen onderdak meer bij hun tante, ze zijn genoodzaakt eten te stelen, Setsuko wordt ziek door de ontbering. Ondanks zijn liefde voor haar, die hem op de been houdt, lijdt Seita zwaar onder hun situatie. Het feit dat de film begint met de dood van beide kinderen, maakt het verhaal extra aangrijpend en moeilijk te verwerken.

De film roept herinneringen op aan La vita è bella van Roberto Benigni, waarin ook alles wordt gedaan om een kind te beschermen tegen de gruwelen van oorlog. Toch is er een belangrijk verschil: terwijl Benigni als toegewijde vader vooral hoop en positiviteit uitstraalt, is Seita een diep verscheurd personage. Zusje Setsuko kan zijn innerlijke strijd niet doorgronden, maar de kijker wordt onverbiddelijk geconfronteerd met zijn pijn en worstelingen. Hoewel de ontroering die de film oproept enigszins vergelijkbaar is met die van Benigni’s werk, is de teneur daarvan geheel anders. Grave of the Fireflies is allesbehalve een optimistische film.

Grave of the Fireflies

Als een goocheltruc
Een mogelijk minpunt is dat Takahata’s regie soms te nadrukkelijk mikt op emotionele ontlading. Hij lijkt er alles aan te doen om tranen bij de kijker los te weken, waardoor zijn intentie bij momenten te transparant wordt. Hoewel zijn aanpak oprecht aanvoelt, is het mechanisme achter de emotionele sturing niet moeilijk te doorzien. Het roept associaties op met het werk van Florian Zeller, die in The Father en The Son eveneens een sterke nadruk legt op het willen ontroeren. Dat kan oprecht emotioneel zijn (de slotscène van Anthony Hopkins in The Father is hartverscheurend) maar zodra je als kijker achter de schermen begint te turen, vervaagt de magie en blijft vooral de constructie zichtbaar. Takahata laat weinig aan de verbeelding over wat zijn bedoelingen betreft.

Grave of the Fireflies is een krachtig voorbeeld van Studio Ghibli’s kunnen – een harde, oprechte en diep ontroerende film. De band tussen broer Seita en zusje Setsuko is met tederheid en nuance verfilmd, en vormt het hart van het verhaal. Zoals Takahata het bedoeld heeft, worden we nog maar eens geconfronteerd met de gruwel en zinloosheid van oorlog.

 

27 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Festen

*****
recensie Festen
Klinken op een moordenaar

door Bert Potvliege

In 2025 is het dertig jaar geleden dat enkele Deense regisseurs het Dogma 95-manifest ondertekenden, een verzameling regels die hun filmmaken moest terugsturen naar de wortels van storytelling. Die beginselverklaring mag misschien een spelletje zijn geweest, de exploten van die beweging leverden wel enkele parels op. Zo brak in 1998 de ondertussen wereldwijd gevierde cineast Thomas Vinterberg door met het bijzondere Festen. We schrijven vele jaren later en die film staat nog steeds als een huis.

De sensationalisering van mainstreamcinema zette Vinterberg en consoorten aan tot het formuleren van die enkele geboden, die tegen het ‘aankleden’ van een film waren: geen make-up, geen muziek, geen extra belichting, geen geconstrueerde sets, geen rekwisieten – het ging allemaal overboord. Bij Festen liep de cameraman rond met een klein digitaal toestel in de handen en kon hij vrijelijk bewegen in het drama dat zich afspeelde op locatie.

Festen

Gouden dogma
Dat het manifest vooral een stoeierige oefening was en geen ideologische koerscorrectie die cinema ingrijpend veranderde, is duidelijk aan het traject dat deze regisseurs sinds die befaamde intentieverklaring hebben afgelegd. Vinterberg en die andere bekende Dogma-95-cineast Lars von Trier (Dancer in the Dark, The Idiots) zijn weg geëvolueerd van die strikte regels en hebben elk op hun eigen manier dure en pompeuze cinema gemaakt, met films zoals Kursk en Melancholia. Hun ideologie bleek niet onwrikbaar voor de tand des tijds. Dat hoefde ook niet.

Vinterberg meende aanvankelijk dat hij gefaald had met Festen, met dat merkwaardig evenwicht tussen onuitsprekelijk drama in de taboesfeer en fenomenale humor van de gortdroge soort. Dat zijn film tegen de verwachtingen in genomineerd werd voor een Gouden Palm in Cannes deed de regisseur plots inzien dat hij goud in handen had. De film werd een groot succes en maakt ondertussen deel uit van de canon van de Europese cinema.

Het grote ongemak
Door de Dogma 95-films te ontdoen van alle versiersels wou men een grotere nadruk leggen op de narratieve laag: het waren het verhaal en de personages die het publiek moesten engageren. Je kan dat gerust omschrijven als een streven om film te herleiden tot zijn verhalende essentie, als je ervan overtuigd bent dat verhaal en personages de kern zouden zijn van cinema. Wij menen van niet. Het medium film overlapt evenzeer met de narratieve kwaliteiten van literatuur als met de ritmische dimensie van muziek – betekenis en ervaring zijn van een even groot belang.

De intentie van de Denen mist ook doel, want door dat franjeloos voorkomen zijn de vormelijke aspecten van hun werk juist aandachttrekkend. De Dogma-films zijn bekend net omdat het Dogma-films zijn. De waarde en impact van hun stellingen bleek uiteindelijk eerder beperkt en velen zouden uit het oog verliezen waarom Festen zo’n succes was. Het was een triomf die geen gevolg was van de bevlogen vormelijke restricties, maar wel vanwege het uitstekende verhaal dat gepresenteerd wordt op een hilarisch nonsensicale maar tegelijkertijd uitgekiende verteltoon.

Patriarch Helge (Henning Moritzen) viert zijn zestigste verjaardag in het familiehotel. Zijn vrouw, zijn zoons Christian (Ulrich Thomson) en Michael (Thomas Bo Larsen), dochter Helene (Paprika Steen) en tal van genodigden verzamelen zich in het statige landhuis voor het grote familiefeest. Het hete hangijzer is dat dochter Linda recent zelfmoord pleegde. Tijdens het diner zal Christian tot ontsteltenis van iedereen een speech brengen waarin hij zijn vader beschuldigt van incestueuze verkrachting vele jaren terug, wat een aanleiding geweest zou zijn voor de zelfdoding van zijn zus. Het plan om zijn vader op deze manier ten val te brengen blijkt aanvankelijk onsuccesvol, maar Christian geeft niet snel op. Het feest verzandt stelselmatig in een chaos, terwijl de genodigden steeds moeilijker het duister verleden van Helge kunnen negeren.

Vechten voor een lach
Je mag Festen gerust klasseren als een hoogtepunt in de rijke geschiedenis van de tragikomedie (van Charlie Chaplin tot Wes Anderson), waarbij weemoedige en donkere thema’s gekoppeld worden aan een humoristische insteek. Vinterbergs film is een formidabel genrevoorbeeld, een ontzettend delicaat onderwerp gebracht met niet aflatende en groteske humor. Gezien het onderwerp lijkt die komische benadering ongepast, maar de onfatsoenlijke aard van de humor maakt de film net doeltreffender. Vinterberg vond die komedie de grootste uitdaging, maar ook vitaal voor de film die hij voor ogen had. Hij heeft moeten vechten voor de grappen, niet in het minst tegen de acteurs die wegens het precaire onderwerp vaak dwarslagen. Blij dat hij het pleit gewonnen heeft, want wij hebben een film lang politiek incorrect liggen bulderlachen.

De absurditeit van deze situatie, waarbij donkere familiegeheimen blootgelegd worden in een sociaal onwennige setting, geeft een immense hoeveelheid zuurstof aan de vertelling. Dat de film met de nodige gewaagdheid thema’s als incest en racisme naar voren schuift, creëert een ongemak dat ontzettend prikkelend is. De kijker wordt naar het scherm gezogen want we willen zien hoe Christian dit aanpakt, we willen weten hoe Helge gaat reageren en we wachten met plezier de ongetwijfeld bruuske uitbarsting van broer Michael af.

Festen

Disfunctionele families
Een kijker beseft snel dat er een meer dan een kink in de kabel zit bij deze familie, maar dan trek je plots grote ogen wanneer je onder ogen komt dat de dynamiek tussen de kinderen en ouders bij vlagen iets te herkenbaar lijkt. Dat zus Helene nog geen tien minuten na de beschuldigende speech haar broer Michael voor vuile nazi staat uit te maken op de parking, omdat hij haar zwarte vriend wandelen stuurt, is als een overtreffende trap in deze familiale vechtscheiding. Het racistische lied dat de hele familie zingt, is de schaamte voorbij. De voortdurend borreltjes drinkende kok is ook een giller.

Maar Michael spant de kroon. Gezegend met een korte lont en een ongezonde zelfrechtvaardiging, is broerlief een hilarische mislukkeling. Wanneer hij zijn schoenen niet vindt in de koffers, scheldt hij zijn zongebruinde vrouw de huid vol omdat ze die vergat mee te doen (“Zal ik jou eens wat vertellen?!”). Het is een koppel dat teert op bitsige ruzies, want het dispuut zet hen vrijwel direct aan tot goedmaakseks. Na de ongetwijfeld liefdevolle beurt glijdt Michael uit in de douche, waarna hij ogenblikkelijk zijn vrouw terug begint uit te kafferen – het is als een automatisme waarin hij verglijdt – omdat ze de zeep op de grond zou laten liggen hebben.

Disfunctionele families zijn allesbehalve grappig in de werkelijkheid, maar in de bioscoop kan je er al eens mee op de loop gaan. Vinterberg slaat een prachtig evenwicht tussen het donkere en het entertainende. Festen was zodanig impactvol dat hij er een loopbaan lang op kon teren.

 

3 juni 2025

 

ALLE RECENSIES

Soft Leaves

**
recensie Soft Leaves
Van de ladder tuimelen

door Bert Potvliege

Een debutant krijgt de kans een langspeelfilm te maken en waagt zich aan een persoonlijke portretschets, een risicovolle onderneming die vaak verzandt in melodrama. Toch waagt de Belgische cineaste Miwako Van Weyenberg zich in Soft Leaves aan iets wat onbeleefd misery porn wordt genoemd. 

Het bij ons vorig jaar verschenen Milano (u ziet aan welk soort projecten het Vlaams Filmfonds middelen toekent) bracht al een uiterst grauw en troosteloos beeld van een ontwricht gezin, waarbij de tragische afloop het dieptepunt vormde. Soft Leaves gaat niet zo ver, maar bevindt zich in hetzelfde vaarwater.

Soft Leaves

Zacht gekabbel
Elfjarige Yuna heeft een Belgische vader en Japanse moeder. Ze woont gelukkig samen met haar vader in België, terwijl moeder enige jaren geleden naar Japan trok om er een nieuw leven op te bouwen. Wanneer haar vader onhandig in een coma sukkelt, staat Yuna er alleen voor. Haar broer keert terug naar huis om er te zijn voor zijn kleine zus. Ook haar moeder stapt op een vlucht terug naar België, met Yuna’s stiefzus in haar zog, om mee zorg te dragen voor haar vervreemde dochter.

Wat volgt is een portretschets die je mag omschrijven als ‘Yuna gaat op zoek naar haar eigen identiteit’. Van Weyenberg streeft ernaar op zachte en lieflijke toon kleine Yuna uit de doeken te doen. Het is een schets die een aaneenrijging van scènes brengt met spaarzame pieken en dalen: Yuna gaat naar het grootwarenhuis met haar moeder. Yuna tekent in haar schetsboek, terwijl moeder een videochat heeft met haar man in Tokio. Yuna verblijft even bij haar broer, maar verveelt er zich. Yuna en haar halfzusje zitten samen te kleuren.

De cineaste laat het aan de kijker om de intentie van die momenten zelf te achterhalen, maar dit betekent geenszins dat we met weldoordachte cinema te maken hebben.

Blik op de navel
Soft Leaves wil schrander verbeelden, maar doet wat zovele gelijkaardige films reeds duizend keer deden. Een kind verliest een ouder en ziet daarmee de grond onder de voeten verdwijnen. Wat volgt, is een zoektocht naar zichzelf in een wereld waarin hij of zij steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Elke scène onthult gaandeweg iets meer over het innerlijke van het kind en toont hoe het, met vallen en opstaan, langzaam leert om sterker in het leven te staan.

Het vorige maand verschenen Vingt Dieux deed exact hetzelfde – ook daar vormt het verlies van een ouder, tien minuten ver in de film, het startschot voor een ontvoogdingsverhaal. Het vorig jaar uitgebrachte Il pleut dans la maison bewandelde een gelijkaardig pad, maar deed dat minder expliciet en met meer bedachtzaamheid in zijn observaties. 

Van Weyenberg toont niet de maturiteit om op verantwoordelijke wijze om te gaan met haar voorrecht een langspeelfilm te maken. De cineaste is zelf een kind van een Japans-Belgisch gezin en haar film is zodoende zeer persoonlijk en te therapeutisch – een probleem dat de cinema regelmatig teistert. De navelstaarderij is vlakbij. De hier onderzochte thematiek kwam bovendien al aan bod in haar kortfilms.

We hekelen het immens gebrek aan narratieve verbeeldingskracht. Het beste voorbeeld hiervan is het ongeluk van Yuna’s vader, waarbij Van Weyenberg een manier zoekt om ervoor te zorgen dat de jongedame alleen achterblijft. Vader zet een ladder tegen de boom om er een bal uit te halen maar die tuimelt onderuit, waarbij de arme stakker een hoofdtrauma oploopt. Dit is een ongemotiveerde verbeelding die ons doet beseffen dat het blijkbaar geen zier uitmaakt wat hem overkomt, zolang hij maar scenariogewijs in die coma sukkelt. De ingreep is bij de haren getrokken.

Soft Leaves

De ontmaskering
Het acteerspel oogt regelmatig lamentabel. Geert Van Rampelberg is sterk als de vader, maar de meeste acteurs gaan de mist in. We willen die voornamelijk debuterende spelers daarvoor niet schandvlekken, want de dialoog waarmee ze aan de slag moeten is ongeloofwaardig. Let op de interactie tussen Yuna en haar broer. Geen broer en zus ter wereld spreken zo tegen elkaar. Dit alles klinkt geschreven en niet geleefd.

Soft Leaves blijft steken in zijn narratieve laag en spendeert onvoldoende aandacht aan een poëtische dimensie. De film is te weinig cinema – iets waar de openingsscène wél in slaagt. We lazen iets over zorgvuldig gekozen warme kleuren, maar dat is een schraal statement. Hier en daar speelt Van Weyenberg wel met klank om de interne onrust van Yuna te verbeelden – de poetsmachine in het ziekenhuis is een voorbeeld – maar visueel is dit alles verschroeiend mager. Dat de film stuurt naar een einde waar een traan gewrongen wordt, is als achter de schermen turen bij een halfbakken goochelaar.

Als dit het soort cinema is waar filmmakers menen dat een publiek nood aan heeft, dan laten wij het hoofd hangen. Hopelijk slaat Van Weyenberg bij haar volgende project de vleugels uit en richt ze haar blik naar buiten in plaats van naar binnen.

 

22 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Black Dog

****
recensie Black Dog
Blaffend het verval ontvluchten

door Bert Potvliege

Black Dog, de nieuwe film van de succesvolle Chinese cineast Guan Hu, staat al een tijdlang op de radar van filmfans wereldwijd. Hu won met dit portret over de vriendschap tussen mens en dier de hoofdprijs in de Cannes-nevensectie Un Certain Regard. 

Guan Hu is niet de meest klinkende naam in onze contreien – Black Dog was zijn eerste film in Cannes – maar in zijn thuisland oogst de man al 15 jaar succes. Hij kwam op de proppen met onder meer het indrukwekkende oorlogsepos The Eight Hundred en zijn films deden de kassa’s rinkelen. Hu’s nieuwe film lijkt wat gas terug te nemen en brengt in alle sereniteit en met een knappe visuele stijl een sterk verteld relaas over een naar elkaar toegroeiende ex-bajesklant en een zwerfhond. 

Black Dog

Hondsdol China
De film speelt zich af aan de rand van de Gobiwoestijn, aan de vooravond van de Olympische Spelen van 2008 in Peking. De introverte Lang (een sterke Eddie Peng heeft nauwelijks dialoog in de hoofdrol) keert na zijn gevangenschap terug naar zijn wegdeemsterende heimat, Chixia. Het is een stad in verval, terwijl het moderne China volop in ontwikkeling is – wat ook prominent aan bod kwam in het recent verschenen Caught by the Tides.

Lang sluit zich aan bij de hondenpatrouille, die met het nakende sportevenement de zwerfhonden uit de stad wil verdrijven. Hij heeft een dikke kluif aan een zwarte hond die hij probeert te vangen. De hele stad is op zoek naar het dier, dat aan hondsdolheid zou lijden. Maar Lang haalt in het geniep de hond in huis. Het duurt niet lang eer een bijzondere band ontstaat tussen beide. De vriendschap die zich vormt, vertedert.

Maar de zondes uit het verleden komen bovendrijven. Lang moet zijn vroeger gemaakte fouten met zich meezeulen in dit nieuwe bestaan. Enkele louche figuren duiken op met een openstaande rekening. Hij wenst ook de relatie met zijn vervreemde vader – nu een dronkaard die in de vervallen dierentuin verblijft – te herstellen. In het leren vrede nemen met wat hij op zijn kerfstok heeft, vindt de solitaire Lang verlossing in het zorgdragen voor zijn nieuwe huisdier. Zoals het een symbolisch verhaal als dit betaamt, zal niet enkel hij de hond redden maar de hond ook hem.

De Grote Narratieve Verlossing
Hu presenteert met Black Dog een solide portret. Vooral in de eerste helft van de film komt de verhaaltechniek best uit de hoek, met sterke scènes en een doorwrocht ritme dat de nodige ademruimte toelaat. Een eind verderop verliest het geheel wat van zijn pluimen met een te nadrukkelijke symbolische afwikkeling, onvoldoende zin voor risico en een hapklare catharsis. Dat mens en hond – twee verloren gelopen dieren – elkaar zouden verlossen, stond in de narratieve sterren geschreven.

Een verhaal aanvangen met een door het verleden getroebleerd personage dat naar zijn thuis terugkeert, is een beproefde aanzet voor een plot – het vorige jaar verschenen La Chimera deed hetzelfde (ook met een ex-gevangene als hoofdpersonage). De insteek van het scenario zal geen potten breken, maar Hu slaagt erin om het deugdelijk te vertalen naar het scherm. De openingsscène is een binnenkopper. De setting krijgt ruimschoots welverdiende aandacht. De plot wordt op heerlijk eenvoudige manier op gang getrokken met dialogen als “als we hier fabrieken willen, moeten we die honden afmaken”. De vele zwerfhonden in beeld hebben een mooie thematische lading en doen vaagweg denken aan die in Jacques Tati’s Mon Oncle, maar dan in overdrive.

Black Dog

Visuele zuurstof
De ware rijkdom van de film schuilt echter niet in het scenario, maar in de vormelijke kwaliteit van het geheel. Black Dog is een indrukwekkende breedbeeldfilm, met knappe beeldkaders die spreken over een desolaatheid en verpaupering – alsof de setting, net als de protagonist, verlossing verdient. Wat een verademing om een film te zien die het aandurft op voldoende afstand van de personages te blijven (er zit geen enkele close-up in de film) zodat de locaties alle zuurstof krijgen en alle figuren in beeld deelachtig voelen aan die achtergrond. Anders gezegd: de achtergrond is een personage op zich en wordt deel van de voorgrond.

De audiovisuele klasse van Black Dog bedekt met een kleine mantel der liefde de terechte muggenzifterij over de afwikkeling van de plot, dat iets te laag mikt. De film is inhoudelijk en thematisch zonder meer in orde, maar het is de cinematografische presentatie die Hu’s film naar een hoger niveau tilt.

Tot slot wijzen we erop dat Black Dog een zoveelste recente film is die toont dat het verbeelden van de band tussen mens en dier een geliefd filmonderwerp is. Eerder verscheen hierover een artikel bij InDeBioscoop, dat je hier kunt lezen.

 

23 april 2025

 

ALLE RECENSIES