Een filmster zonder aura en de angst voor het witte doek 3

Deel 3: Morbide aantrekkingskracht
Een filmster zonder aura en de angst voor het witte doek

door Paul Rübsaam

Films over dubbelgangers – en daaraan verwante verschijnselen als gespleten persoonlijkheden, door waanzinnige wetenschappers vervaardigde monsters en demonen zonder schaduw of spiegelbeeld – waren een terugkerend verschijnsel in de beginjaren van de cinema. Deel 3 (slot): Morbide aantrekkingskracht. 

In hoeverre zouden ook de eerder besproken films (zie het eerste deel en het tweede deel van dit essay, red.) met het dubbelgangersmotief (in al zijn schakeringen) de uitdrukking van dezelfde universele angst kunnen zijn? Hebben zij op bedekte wijze eigenlijk de komst van het medium film tot onderwerp?

Film laat ons nauwkeuriger naar onszelf kijken
Aangezien de stof voor de besproken films goeddeels afkomstig is uit literatuur van vóór de komst van de cinema, lijkt een ontkennend antwoord op het eerste gezicht op zijn plaats. Beroemd zijn met name ‘Peter Schlemihls wundersame Geschichte’ (1814) van Adelbert van Chamisso waarin de wereldreiziger Schlemihl zijn schaduw verkoopt in ruil voor rijkdom en ‘Die Abenteuer der Sylvester-Nacht’ (1815) en ‘Die Elixiere des Teufels’ (1816) van Ernst Theodor Amadeus Hoffmann, waarin respectievelijk de zelfstandig opererende spiegelbeelden en dubbelgangers niet van de lucht zijn.

Boekomslag van 'Die Elixiere des Teufels', waarin broeder Menardus zijn dubbelganger ontmoet.

Boekomslag van ‘Die Elixiere des Teufels’, waarin broeder Menardus zijn dubbelganger ontmoet.

Wanneer we andere, aan de dubbelganger verwante fenomenen in aanmerking nemen, is er sprake van de nog veel directere invloed van rechtstreeks verfilmde boeken als ‘Frankenstein’ (1818) van Mary Shelley, ‘Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde’ (1886) van Robert Louis Stevenson en ‘Dracula’ (1897) van Bram Stoker.

Het bestaan van deze bronnen verklaart echter nog niet waarom ze zo gretig op het witte doek zijn geëxploiteerd. Het feit dat we door de komst van het medium film nauwkeuriger naar onszelf konden kijken, kan wel degelijk medebepalend zijn geweest voor deze voorkeur.

Nadat halverwege de negentiende eeuw de fotografie zich had aangediend, was er nu ook de mogelijkheid onszelf te zien lopen, zien springen, zien rennen en dergelijke. Anders dan wanneer we in de spiegel kijken, werden die bewegingen echter niet op het moment van onze waarneming ervan door onszelf aangestuurd. Dat kan naast fascinatie al dan niet onbewust ook teleurstelling en angst teweeg hebben gebracht. Teleurstelling omdat er – om in Pirandello’s termen te spreken – slechts sprake is van een kortstondig op het scherm flikkeren van iets dat tot het verleden behoort en er dus al niet meer is. Angst omdat deze flikkerende schim met zijn levensechte bewegingen en mimiek, waar wij geen invloed meer op uit kunnen oefenen, de indruk maakt van een aanwezigheid in het hier en nu en daarmee van een ‘tweede zelf’.

Verhalen als die rond dubbelgangers, die zowel in de mythologie als in de negentiende-eeuwse romantische en fantastische literatuur vaak gelden als de aankondiging van een naderende dood, kunnen als gevolg van zo’n mogelijk onbewuste angst een zekere morbide aantrekkingskracht hebben uitgeoefend. De grondslag van die aantrekkingskracht zou dan het psychologisch mechanisme kunnen zijn volgens welke angst valt te neutraliseren door van de bron van die angst – in dit geval de bewegende beelden van onszelf – een karikatuur te maken.

Vooruitschaduwing
Als de verschuivingen in het menselijk bewustzijn en technische ontwikkelingen in verband met elkaar staan en elkaar wederzijds beïnvloeden, zoals veel historici aannemen, zou dat zelfs kunnen betekenen dat de verhalen van de fantastische literatuur uit de negentiende eeuw een vooruitschaduwing of voorspelling zijn van de technische mogelijkheden die zich later pas aan zouden gaan dienen.

Broeder Menardus en zijn duivelse dubbelganger uit E.T.A. Hoffmann’s ‘Die Elixiere de Teufels’ zouden de oervormen van de filmacteur kunnen zijn en het personage waaraan deze gestalte geeft. En wie weet kondigde het uit stukjes dode mens samengestelde monster uit Mary Shelly’s ‘Frankenstein’ reeds de algemene karakteristieken aan van dat filmpersonage, dat immers door het filmbedrijf verknipt wordt om daarna uit losse scènes weer opgebouwd te worden.

Verknipte filmacteur?

Verknipte filmacteur?

Uiteraard is dit alles slechts speculeren. En dat naar aanleiding van de theorieën van Luigi Pirandello en Walter Benjamin, die inmiddels ook zelf schimmen uit het verleden zijn. Ze schreven hun kritische beschouwingen over film toen de televisie zijn intrede nog moest doen. Om nog maar te zwijgen van alle ontwikkelingen op het gebied van bewegend beeld.

Hoe zouden deze schrijvers wel geoordeeld hebben over een van de televisie of de sociale media bekende persoon die er overal waar hij maar gaat of staat vrolijk op los twittert en vlogt? Vermoedelijk zou een zo drastische fragmentering van de menselijke identiteit hun voorstellingsvermogen ver te boven gaan.
 

3 juli 2017

 

Deel 1: De student van Praag
 
Deel 2: Flikkeren op het scherm

 
MEER ESSAYS