Onverfilmbare boeken

Onverfilmbare boeken

door Bob van der Sterre

Ulysses ♦ Zazie dans le Métro ♦ Majstor i Margarita

 

Ze hebben sommige regisseurs toch niet afgeschrikt om het toch eens te proberen. Denk aan de trilogie van Lord of the Rings. Hier films van drie andere boeken waarvan je niet begrijpt dat iemand het toch durfde.

Een onverfilmbaar boek is een boek waarbij de nadruk ligt op stijl of een ander literair idee. Zaken die niet te vertalen zijn naar het scherm. Tegenwoordig zijn romans netter, meer gepolijst, als het ware hebben de schrijvers ervan de contracten voor de film- of tv-productie al in het achterhoofd. In vroegere tijden golden andere wetten.

Niet achttien uur lang
Neem Ulysses, James Joyces roman uit 1922. De kortste synopsis: Stephen Dedalus, Leopold Bloom en Molly Bloom beleven een dag in Dublin. Hun karakters zijn gebaseerd op de karakters van Homerus’ Odyssee. Ulysses is een niet makkelijk te lezen boek. Meer literaire stijlen en grillige associaties vind je zelden in een roman.

In de jaren zestig kocht Joseph Strick toch de filmrechten van James Joyce’ Ulysses. Niet voor niets dat mensen er nog niet voor in de rij stonden om dat te doen. Zelden was een roman onverfilmbaarder.

In 1967 verscheen de film eindelijk. De reacties waren positief. En met recht. De film ademt veel zelfvertrouwen met z’n visuele vondsten en de combinatie van ernst en speelsheid – die heel goed past bij Ulysses. Bloom loopt een restaurant binnen, je ziet mensen eten en je hoort varkensgeluiden. Soms moet je zelfs denken aan Monty Python.

Het knappe is het evenwicht van vondsten en mensenportretten. In de kern blijven Bloom en Dedalus echte mensen met echte issues. Hoewel het budget laag was, hebben Strick en zijn crew zich overtroffen met het acteren en het camerawerk. Terwijl hij toch vond dat hij veel te weinig tijd had om het echt goed te doen.

Hoewel de film tammer lijkt dan Stricks The Balcony had Ulysses meer last van censuur. Daarmee was het een echo van de publicatieverboden rondom het boek destijds. Ierland hield het vertoningsverbod zelfs vol tot zo’n tien jaar geleden. De Britse censor in 1967 eiste 29 cuts in de film. Strick verving ze door blanco stukken met gruwelijke geluiden. De verbaasde censor liet de film toen maar compleet vertonen.

Godzijdank voor al die mensen heeft Strick niet vastgehouden aan zijn oorspronkelijke idee om de film achttien uur te laten duren. Wat een werk had dat wel opgeleverd voor censors? Er hadden er 100 alleen voor deze film moeten worden aangenomen.

Lichtvoetige coming of age
Een ander onverfilmbaar boek is Zazie dans le Métro. De lichtvoetige coming-of-ageroman van schrijvende wiskundige Raymond Queneau is een van de grappigste boeken die ik ken.

Zazie komt op bezoek bij haar oom, Gabriel, die misschien wel ‘hormoseksueel’ is. In elk geval is hij nachtclubdanser en woont hij samen met Albertine. Zazie bezorgt hem hoofdbrekens met moeilijke vragen over volwassenenonderwerpen en het aldoor weglopen, waarna ze in contact komt met Pedro de Dumpkoning en weduwe Mouaque.

En dan wil ze per se met de metro. Maar die staakt.

Wat er onverfilmbaar is aan Zazie dans le Métro uit 1959, is de schrijfstijl. Anders dan de sobere Nederlandse romans die al praktisch scriptklaar zijn*, zit deze roman barstensvol geestige stilistische vondsten die je niet in beeld kunt samenvatten. En dan is de roman gebaseerd op een haast onzichtbare wiskundige structuur (de Oulipogroep).

In 1960 waagde Louis Malle zich toch aan een verfilming. Hij was nog geen dertig en besloot brutaal dat hij het boek niet letterlijk wilde verfilmen, maar ‘filmisch hervertellen’.

De nadruk kwam te liggen op stijl. Neem de passage waarbij Zazie en Gabriel over straat lopen. De camera is 12 frames per seconde (in plaats van de gebruikelijke 24), de twee lopen extra langzaam, zodat het net lijkt of ze door hypersnel Parijs lopen.

Je ziet de invloed van deze film op bijvoorbeeld Jean-Pierre Jeunets Amélie. Dat is grensverleggend maar ook wel vermoeiend. De stripversie die een paar jaar geleden verscheen, blijft dichter bij het boek. Daarin komen de dialogen beter uit de verf.

Leuk om te weten: Queneau was zelf een groot filmfan en werkte mee aan diverse films, zoals een verfilming van zijn eigen roman La dimanche de la vie (regie Jean Herman) en films als La Grande Frousse en Un Couple (Jean-Pierre Mocky); Monsieur Ripois (René Clement) en Le Mort en ce Jardin (Buñuel).

De frustratie van een schrijver
Majstor i Margarita (1972) was een Italiaans-Joegoslavisch project van Aleksandar Petrovic om het beroemde boek van Michael Boelgakov te verfilmen.

Het boek, voltooid tijdens Michael Boelgakovs sterfbed, gaat over de frustratie van de schrijver om te leven in een literaire doodse periode als de jaren dertig in de Sovjet-Unie. De ‘meester’ is een toneelschrijver wiens toneelstukken nooit het daglicht zullen zien (zoals Boelgakov ook regelmatig overkwam). Hij heeft een toneelstuk over Jezus Christus en Pontius Pilatus geschreven. Tegelijk loopt Satan (Woland) met zijn vazallen (Azazello, Behemoth) rond in Moskou en straft hij alle bureaucraten.

Voor een geestig en fantastisch boek als De Meester en Margerita blijft er in deze filmversie jammer genoeg weinig enerverends over. De meester heet hier ineens Maksomoedov en succesvol, en het Pontius Pilatus-verhaal is praktisch afwezig. De film springt ook te saai om met de satire en humor van het boek.

Wat wel positief is, zijn de hoofdrollen van Ugo Tognazzi (de juiste integriteit), Alain Cuny (Woland: ‘Ze noemen me ook wel Beëlzebub of Lucifer’) en Mimsy Farmer (Margerita), hoewel die rol erg afwijkt van het boek.

De verfilmingen van dit boek lijken vervloekt. In 1994 maakte Yuri Kara een versie die pas in 2011 verscheen – nadat de kleinzoon van Boelgakov de verschijning alsmaar tegenhield. In 1996 maakte Sergey Desnitsky een andere versie, die zulke negatieve reacties opriep dat ze de film nooit in omloop lieten gaan. In 2008 verscheen een Italiaanse versie, zich afspelend in een hedendaags Florence (?). Ten slotte werd een animatieversie nooit uitgevoerd door geldgebrek.

Ik zie de komende jaren nog wel een ‘echte verfilming’ van een beroemde naam (Guillermo del Toro?). Als het maar niet wordt uitgevoerd door de mannen die nu de creativiteit remmen op basis van andere ideologie: de keiharde knaken. Dus de Berliozzen, Bobovs en Rimski’s van deze tijd. Laat die nou maar eens enorm opdonderen!

 

* Mompelde hier iemand Het leven is verrukkulluk van Remco Campert? Dat boek, dat hij schreef in 1961, is een regelrechte Queneau-rip-off! (Net als hoe Het Diner ‘sprekend’ lijkt op de film Festen, het boek meldt dat zelfs trots op de cover.)

 

6 juli 2020

 

Ulysses

 

Alle Camera Obscura